Regeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 oktober 2011, nr. 2011-2000437355, houdende voorschriften inzake het beoordelen van ambtenaren BES (Regeling beoordeling ambtenaren BES)

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2011-11-02
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 12, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES en artikel 25, negende lid, van het Besluit Rechtspositie korps politie BES;

Besluit:

Artikel 1
Artikel 2
1.

De beoordeling geschiedt door de directe chef van degene die wordt beoordeeld.

2.

Ten aanzien van de ambtenaar die is aangewezen als hoofd van een departementale eenheid of uitvoeringsorganisatie wijst de minister die het aangaat een beoordelaar aan.

3.

Ten aanzien van de ambtenaar die direct valt onder de directeur van de Rijksdienst Caribisch Nederland is de directeur van de Rijksdienst Caribisch Nederland de beoordelaar.

4.

Ten aanzien van de directeur van de Rijksdienst Caribisch Nederland geschiedt de beoordeling door een door de minister aangewezen beoordelaar.

5.

Behalve voor zover het gaat om ambtenaren van politie en ambtenaren, werkzaam bij de brandweer, treedt voor de gevallen, bedoeld in het eerste lid, de directeur van de Rijksdienst Caribisch Nederland op als de beoordelingsautoriteit en wijst de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de beoordelingsautoriteit aan voor de gevallen, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid.

6.

Voor de beoordeling van de ambtenaren van politie en de ambtenaren, werkzaam bij de brandweer, wijst de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de minster van Veiligheid en Justitie, de beoordelingsautoriteit aan.

Artikel 3
1.

Een beoordeling vindt plaats in de gevallen, bedoeld in artikel 6 van het Bezoldigingsbesluit 1998 BES onderscheidenlijk artikel 25 van het Besluit Rechtspositie korps politie BES.

2.

Voorts vinden beoordelingen plaats in de volgende gevallen:

3.

Een beoordelingsperiode beslaat een tijdvak van ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden.

4.

Een beoordelingsperiode kan niet een periode of een deel van een periode omvatten waarover reeds een beoordeling is vastgesteld.

Artikel 4
1.

Een beoordeling wordt opgemaakt op grond van de functiegezichtspunten en gedragscriteria.

2.

Het opmaken van de beoordeling geschiedt met inachtneming van de voor betrokkene geldende functiebeschrijving dan wel, bij afwezigheid daarvan, de door beoordelaar opgedragen werkzaamheden of taken, alsmede de daaraan verbonden functie-eisen. Eisen waarvan de ambtenaar buiten zijn schuld geen kennis droeg, blijven daarbij buiten beschouwing.

3.

Indien de feitelijk verrichte werkzaamheden afwijken van die welke in het tweede lid zijn bedoeld, worden die vermeld op het beoordelingsformulier.

Artikel 5
1.

Een beoordeling wordt door de beoordelaar opgemaakt op het beoordelingsformulier zoals dat met de daarbij behorende instructie is gevoegd als bijlage bij deze regeling.

2.

De beoordelaar stelt op het in het eerste lid bedoelde formulier een beoordelingsadvies op waarna het formulier door de beoordelaar wordt ondertekend.

3.

De beoordelaar kan, al dan niet op verzoek van de te beoordelen ambtenaar, één of meer functionarissen aanwijzen die als informant ten behoeve van de beoordelaar.

Artikel 6
1.

Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijftien werkdagen na het opmaken van de beoordeling, wordt deze door de beoordelaar besproken met de beoordeelde ambtenaar, waarbij hem de gelegenheid wordt geboden zijn mening daarover kenbaar te maken. De beoordeelde ambtenaar ontvangt daartoe uiterlijk vijf werkdagen voor het gesprek een afschrift van de over hem opgemaakte beoordeling.

2.

De beoordelingsadviseur kan bij het gesprek aanwezig zijn indien de beoordelaar dit wenselijk acht of de beoordeelde ambtenaar daarom verzoekt.

3.

Uiterlijk twee werkdagen na dat gesprek wordt een samenvatting van het beoordelingsgesprek gemaakt door de beoordelaar. Hij geeft daarbij aan welke eventuele wijzigingen hij naar aanleiding van het gesprek heeft aangebracht.

4.

Indien de beoordelingsadviseur ook aanwezig was bij het gesprek maakt hij een rapport inhoudende zijn bevindingen op. Hij doet dit rapport toekomen aan de beoordelingsautoriteit.

Artikel 7
1.

De ambtenaar kan binnen vijf werkdagen na het beoordelingsgesprek schriftelijk bezwaar tegen de beoordeling maken bij de beoordelingsautoriteit.

2.

De ambtenaar wordt in de gelegenheid gesteld het bezwaar bij de beoordelingsautoriteit toe te lichten. Deze kan bepalen dat andere personen bij dit gesprek aanwezig zijn.

3.

De beoordelingsautoriteit stelt de beoordeling vervolgens vast en deelt de ambtenaar binnen vijf werkdagen, na te zijn gehoord, schriftelijk mee of en zo ja welke wijzigingen zij in de beoordeling heeft aangebracht. Daarbij vermeldt zij in voorkomend geval de redenen waarom niet of niet volledig aan de bezwaren is tegemoet gekomen.

4.

De ambtenaar tekent vervolgens de vastgestelde beoordeling voor gezien en ontvangt vervolgens een afschrift van de beoordeling dat door hem voor ontvangst wordt getekend.

Artikel 8
1.

Indien de ambtenaar geen bezwaar heeft gemaakt binnen de in artikel 7, vierde lid, onderscheidenlijk artikel 8, eerste lid, bedoelde termijn, stelt de beoordelingsautoriteit de beoordeling vast.

2.

De beoordeelde ambtenaar tekent vervolgens de vastgestelde beoordeling voor gezien en ontvangt vervolgens een afschrift van de beoordeling dat door hem voor ontvangst wordt getekend.

Artikel 9
1.

De beoordeelde ambtenaar kan binnen zes weken na ontvangst van het in artikel 8, tweede lid, bedoelde document bij de minister een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen.

2.

De indiening van een bezwaarschrift schort de uitvoering van de beslissing waartegen bezwaar wordt gemaakt niet op.

Artikel 10
1.

Tenzij het bezwaar, bedoeld in artikel 9, kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond is, wordt de ambtenaar binnen tien werkdagen na de ontvangst van het bezwaarschrift in de gelegenheid gesteld over zijn bezwaren te worden gehoord door een door de minister benoemde commissie. De ambtenaar kan tijdens de zitting waarin hij wordt gehoord gebruik maken van de diensten van een raadsman.

2.

Voor alle leden van de commissie geldt, dat zij niet direct bij de totstandkoming van de beslissing of weigering waartegen het bezwaar dient betrokken zijn geweest.

3.

De commissie bestaat uit twee door de minister voorgedragen personen en voorts uit een vertegenwoordiger, voorgedragen door de tot de Sectorale Overlegcommissie BES toegelaten ambtenarenorganisaties.

4.

De voorzitter wordt door de minister aangewezen uit de leden van de commissie.

5.

De commissie wordt bijgestaan door een beoordelingsadviseur en een secretaris aangewezen door de minister.

Artikel 11
1.

De commissie brengt binnen tien werkdagen na het horen van de ambtenaar advies uit aan de minister.

2.

De minister deelt binnen tien werkdagen na ontvangst van het advies van de commissie aan de ambtenaar zijn beslissing op het door deze ingediende beroep mede. De minister licht de ambtenaar daarbij schriftelijk in welke wijzigingen hij in de beoordeling heeft aangebracht. Daarbij vermeldt hij in voorkomend geval de redenen waarom hij niet of niet volledig aan de bezwaren is tegemoet gekomen.

3.

Indien met deze beslissing niet of niet geheel aan de bezwaren van de ambtenaar wordt tegemoet gekomen, wordt hem in de mededeling, bedoeld in het tweede lid, tevens kenbaar gemaakt dat de beslissing op het bezwaarschrift een beschikking is als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES, en de termijn waarbinnen hij tegen deze beschikking bezwaar kan aantekenen bij het gerecht in ambtenarenzaken.

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 9 oktober 2011.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beoordeling ambtenaren BES.

Bijlage. bedoeld in artikel 5, eerste lid

Beoordelingsformulier

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.