← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Financiën tot wijziging van de Vrijstellingsregeling Wft in verband met een aanpassing van de vrijstellingsbepalingen betreffende het aanbieden van beleggingsobjecten en het aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling

Geldende tekst a fecha 2011-12-23

Gelet op de artikelen 2:59, eerste lid, en 2:74, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht;

Besluit:

Artikel I

De regeling van de Minister van Financiën van 27 juni 2011 tot wijziging van Vrijstellingsregeling Wft in verband met aanpassing van de vrijstellingsbepalingen betreffende beleggingsobjecten en rechten van deelneming in de Wet op het financieel toezicht (Stcrt. 2011, 11755) wordt ingetrokken.

Artikel II

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel III
1.

Een aanbieder die na 31 december 2011 overeenkomsten inzake beleggingsobjecten beheert of uitvoert is terzake van die overeenkomsten vrijgesteld van artikel 2:55, eerste lid, van de wet, alsmede van de bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet gestelde regels, voor zover de beleggingsobjecten voor 1 januari 2012 werden aangeboden voor een nominaal bedrag per beleggingsobject van ten minste € 50 000 en minder dan € 100 000.

2.

Het eerste lid is slechts van toepassing indien de aanbieder:

3.

De vrijstelling van artikel 2:55, eerste lid, van de wet eindigt op 31 december 2012 dan wel op het tijdstip waarop de beslissing op de vergunningaanvraag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is bekendgemaakt, indien die bekendmaking op een latere datum geschiedt.

4.

De vrijstelling van de bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet gestelde regels eindigt op 31 augustus 2012.

5.

Een aanbieder van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling is tot en met 22 juli 2013 vrijgesteld van artikel 2:65, eerste lid, van de wet, voor zover het betreft rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die voor 1 januari 2012:

6.

De beheerder van een beleggingsinstelling is tot en met 22 juli 2013 vrijgesteld van de bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet gestelde regels, voor zover de rechten van deelneming in de beleggingsinstelling voor 1 januari 2012:

7.

Het vijfde lid is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen, voor zover zij rechten van deelneming aanbieden of hebben aangeboden in beleggingsinstellingen die voorzieningen aanhouden in het kader van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel IV

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel II, dat op 1 januari 2012 in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.