Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 31 oktober 2011, nr. IENM/BSK-IENM/BSK-2011/145875, houdende vaststelling van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

§ 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Een vermoeden als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de wet wordt gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage.

2.

Indien een vermoeden als bedoeld in het eerste lid wordt gebaseerd op het gestelde in de bij deze regeling behorende bijlage 1, onderdeel B, subonderdeel III, Drogerende stoffen, dient betrokkene bij minimaal één feit bestuurder te zijn geweest van een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs is vereist.

Artikel 3
1.

Feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 2 kunnen blijken uit:

2.

Feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 2 kunnen voor zover het de geschiktheid betreft bovendien blijken uit:

3.

Het meest recente feit, bedoeld in artikel 2, is ten tijde van de mededeling niet langer dan zes maanden geleden geconstateerd. Indien het een mededeling betreft van de officier van justitie inzake bijlage 1, onder IV, dient de mededeling uiterlijk binnen zes maanden nadat de laatste afdoening onherroepelijk is geworden, te worden gedaan. Een uitzondering is slechts mogelijk, indien in de aard van de zaak gelegen omstandigheden dit rechtvaardigen.

Artikel 4
1.

De mededeling bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de wet wordt gedaan op een door het CBR vastgestelde wijze.

2.

De in artikel 130, derde lid, van de wet bedoelde toezending aan het CBR van een ingevorderd rijbewijs geschiedt bij aangetekende brief.

§ 2. Vordering tot overgifte van het rijbewijs en schorsing geldigheid

Artikel 5

Een vordering tot overgifte van het rijbewijs, bedoeld in artikel 130, tweede lid, van de wet geschiedt in de volgende gevallen:

Artikel 6

In de gevallen, bedoeld in artikel 5, schorst het CBR overeenkomstig artikel 131, tweede lid, onderdeel a, van de wet de geldigheid van het rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, tenzij een educatieve maatregel als bedoeld in artikel 131, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt opgelegd of het CBR op grond van artikel 23, vierde of vijfde lid, afziet van het opleggen van een onderzoek.

§ 3. Lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer

§ 3. Lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer

§ 5. Educatieve maatregel gedrag en verkeer

§ 6. Alcoholslotprogramma

§ 7. Onderzoeken

§ 8. Ongeldigverklaring van het rijbewijs

§ 4. Educatieve maatregel alcohol en verkeer

Bijlage 1. bij de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 2. bij de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Gelet op de artikelen 130, eerste en derde lid, 131, eerste en derde lid, 132, tweede lid, 132a, tweede, derde en vijfde lid, 132b, vijfde lid, 132c, vijfde, zesde, zevende en negende lid, 132d, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 133, vierde en vijfde lid, 134, tweede, derde, zevende en achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen I, onderdelen A, E tot en met DD, en GG tot en met PP, en II tot en met VIII, van de Wijzigingswet Wegenverkeerswet 1994 (aanpassing Vorderingsprocedure en invoering alcoholslotprogramma) (Stb. 2010/259) in werking treden.

§ 1. Inleidende bepalingen

§ 2. Vordering tot overgifte van het rijbewijs en schorsing geldigheid

Artikel 7

Het CBR besluit tot een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer indien:

Artikel 8

Betrokkene komt niet in aanmerking voor de lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer indien:

Artikel 9

Betrokkene verleent onder meer niet de vereiste medewerking aan de educatieve maatregel, indien hij:

Artikel 10
1.

De kosten van oplegging van de lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer worden betaald binnen vijf weken nadat het besluit tot oplegging van die maatregel aan betrokkene bekend is gemaakt, op de wijze zoals aangegeven in dat besluit.

2.

De kosten van uitvoering van de lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer worden betaald binnen vijf weken nadat het verzoek tot betaling van de uitvoeringskosten van die maatregel aan betrokkene bekend is gemaakt, op de wijze zoals aangegeven in het in het eerste lid bedoelde besluit.

3.

De in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen worden niet verlengd.

Artikel 11
1.

Het CBR besluit tot oplegging van een educatieve maatregel alcohol en verkeer indien:

2.

Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12

Betrokkene komt niet in aanmerking voor de educatieve maatregel alcohol en verkeer indien:

Artikel 13
1.

De kosten van oplegging van de educatieve maatregel alcohol en verkeer worden betaald binnen vijf weken nadat het besluit tot oplegging van die maatregel aan betrokkene bekend is gemaakt, op de wijze zoals aangegeven bij dat besluit.

2.

De in het eerste lid bedoelde termijn wordt niet verlengd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.