Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 november 2011, nr. AI/MHC/ABB/2011/19770, tot aanwijzing van de boeteoplegger SZW-wetgeving 2012 (Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving 2012)

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-06-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 34, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, 10:5, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, 19a, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen18c, eerste lid, en 18n, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimum-vakantiebijslag;

Besluit:

Artikel 1

Het hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning van de directie Analyse, Programmering en Strategie van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de door het hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, worden aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in:

Artikel 2

Het hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning, en de door het hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, genoemd in artikel 1, zijn ten behoeve van de door hem opgelegde boeten bevoegd tot het nemen van de besluiten, genoemd in de artikelen 4:94, 4:96, 4:99, 4:112, 4:113 en 5:10 juncto paragraaf 4.4.4.2. van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3

De Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving 2004 wordt ingetrokken.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving 2012.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2a
1.

Het hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning, en de door het hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, genoemd in artikel 1, worden aangewezen als de ambtenaren, bedoeld in artikel 4 van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, voor zover het betreft de verwerking van gegevens met het oog op de wederzijdse bijstand bij de handhaving, bedoeld in artikel 10 van die wet.

2.

Het hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning, en de door het hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, genoemd in artikel 1, zijn bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, voor zover het betreft wederzijdse bijstand, bedoeld in Hoofdstuk VI van de handhavingsrichtlijn, bedoeld in artikel 1 van die wet en verplicht tot het doen van invorderingen en kennisgevingen op grond van het tweede lid van dat artikel.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.