Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs

Type Ministeriële regeling
Publication 2012-12-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 19, vijfde lid, en 21, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2001, artikel 4 van het Instellingsbesluit Kabinet van de Gouverneur van Aruba, artikel 4 van het Instellingsbesluit Kabinet van de Gouverneur van Curaçao en artikel 4 van het Instellingsbesluit Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De directeur van het Kabinet zendt de minister jaarlijks vóór 1 januari van een begrotingsjaar een bestedingsplan ten behoeve van de aan de taakvervulling van het Kabinet verbonden uitgaven voor het volgende begrotingsjaar.

2.

Voorts zendt de directeur van het Kabinet jaarlijks aan de directeur FEZ:

Artikel 3
1.

In aanvulling op artikel 12, tweede lid, van het Besluit Taak FEZ, beschikt de directeur van het Kabinet over het budget met betrekking tot het Kabinet, zoals vastgesteld in de begroting voor de Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten (IIB).

2.

De directeur van het Kabinet is, met inachtneming van de Comptabiliteitswet 2001 en de daaruit voortvloeiende nadere regelgeving, verantwoordelijk voor het beheer van de geldelijke en niet-geldelijke zaken van het Kabinet alsmede voor de begroting van het Kabinet.

3.

De directeur van het Kabinet kan een beroep doen op de directeur FEZ voor advies en bijstand.

4.

De directeur FEZ ziet toe op de uitvoering van de taken van de directeur van het Kabinet, bedoeld in dit artikel.

5.

De Rijksauditdienst is belast met de controle op de door de directeur van het Kabinet gehouden administratie. De directeur Rijksauditdienst rapporteert zijn bevindingen aan de minister en aan de directeur van het Kabinet.

Artikel 4
1.

De directeur van het Kabinet is bevoegd om namens de minister de bevoegdheden, genoemd in bijlage 1, uit te oefenen ten aanzien van de personeelsleden werkzaam bij het Kabinet.

2.

De uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in bijlage 1, geschiedt met inachtneming van de algemene en bijzondere voor de rijksdienst vastgestelde regels, nadere regels voor lokale arbeidskrachten, nadere regels voor zogenoemde uitgezonden personeelsleden en rekening houdend met de bijzondere staatsrechtelijke positie van het Kabinet.

3.

De directeur van het Kabinet zendt de minister jaarlijks vóór 1 april een verslag omtrent de uitgeoefende bevoegdheden, genoemd in bijlage 1.

Artikel 5
1.

De directeur van het Kabinet kan een beroep doen op de directeur PRIO voor advies en bijstand ten aanzien van de uitvoering van de bevoegdheden, genoemd in bijlage 1.

2.

De directeur PRIO ziet toe op de uitvoering van de bevoegdheden van de directeur van het Kabinet, genoemd in bijlage 1.

Artikel 6

Ten minste twee maal per jaar vindt een overleg plaats tussen de directeur van het Kabinet en, namens de minister, de Secretaris-generaal over de uitvoering van deze regeling bij het Kabinet.

Artikel 7

Het Beheersbesluit KABGNA/KABGA 1998 wordt ingetrokken.

Artikel 8
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 10 oktober 2010.

2.

In tegenstelling tot het eerste lid treedt dit besluit in Aruba in werking op het tijdstip waarop een nieuw besluit tot instelling van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, op basis van artikel 2 van het Statuut, in werking treedt

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit financiën en personeel Kabinetten van de Gouverneurs.

Bijlage 1

De bevoegdheden op personeelsgebied, bedoeld in artikel 4 en 5, zijn:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.