Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 november 2011, nr. DMO/OHW-U-3092269, houdende vaststelling van het vrijstellingsbedrag inkomsten uit vermogen ingevolge de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen per 1 januari 2012
Gelet op de artikelen 12a van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 12 van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 17 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 18, achtste lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 en 27 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945;
Besluit:
Artikel 1
De bedragen, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 11, tweede lid, onder c, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 16, tweede lid, onder b, ten derde, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 19, vijfde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, worden als volgt herzien:
- a. Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet;
- b. Wijzigt de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945;
- c. het vrij te laten bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, wordt vastgesteld op € 814,20 per jaar.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.