Wet van 1 december 2011, houdende regels ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Wet identificatie bij dienstverlening BES, de Wet melding ongebruikelijke transacties BES en de Wet grensoverschrijdende geldtransporten BES samen te voegen tot één wet, gericht op het voorkomen van het misbruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en het financieren van terrorisme;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:
- a. buitenland: ander land van het Koninkrijk of andere staat, alsmede het Europese deel van Nederland;
- b. cliënt: degene met wie een zakelijke relatie wordt aangegaan of die een transactie laat uitvoeren, daaronder begrepen in geval van het sluiten, het verlenen van bemiddeling bij het sluiten, of het doen van een uitkering uit hoofde van een levensverzekering als bedoeld in de Wet financiële markten BES, degene die de premie betaalt alsmede degene aan wie de uitkering wordt gedaan;
- c. correspondentbankrelatie: vaste relatie tussen kredietinstellingen in verschillende landen of staten voor de afwikkeling van transacties of de uitvoering van opdrachten;
- d. dienst: een in bijlage A bij deze wet omschreven dienst, verricht door een dienstverlener in of vanuit Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
- e. dienstverlener: een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een dienst verleent;
- f. identificeren: opgave van de identiteit laten doen;
- g. financieren van terrorisme: de gedraging strafbaar gesteld in artikel 435e van het Wetboek van Strafrecht BES;
- h. liquide middelen: binnenlandse en buitenlandse bankbiljetten en munten, alsmede aan toonder gestelde verhandelbare waardepapieren, alsmede goud en diamanten, alsmede andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen waardedragers of goederen;
- i. melding: melding als bedoeld in artikel 3.5;
- j. meldpunt: het Meldpunt ongebruikelijke transacties, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid;
- k. Nederlandsche Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
- l. ongebruikelijke transactie: transactie die ingevolge artikel 3.4 als zodanig is aangemerkt;
- m. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
- n. openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- o. politiek prominente persoon: persoon die in of buiten de openbare lichamen een prominente publieke functie bekleedt of heeft bekleed, met uitzondering van degenen die deze functie ten minste een jaar hebben beëindigd, en de directe familieleden of naaste geassocieerde als bedoeld in artikel 1.2, eerste en tweede lid, van deze persoon;
- p. toezichtautoriteit
- 1°. de bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Veiligheid en Justitie gezamenlijk aangewezen bestuursorganen, elk voor zover zij ingevolge dat besluit zijn belast met de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde;
- 2°. een door de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten aan te wijzen deken als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Advocatenwet, betreffende het toezicht op advocaten bij de uitvoering van diensten als bedoeld in Bijlage A, onderdeel i, subonderdelen n en o;
- 3°. Onze Minister, voor zover de onder 1° en 2° bedoelde bestuursorganen niet zijn belast met de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde;
- q. toezichthouder: persoon, krachtens artikel 5.4 belast met het houden van toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde;
- transactie: handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt in verband met het afnemen of het verlenen van diensten;
- r. uiteindelijk belanghebbende: natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een cliënt, dan wel de natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht;
- s. transitrekening: bankrekening die bij een in de openbare lichamen gevestigde kredietinstelling wordt aangehouden door een buitenlandse kredietinstelling en die door een cliënt van laatstbedoelde kredietinstelling gedebiteerd of gecrediteerd kan worden zonder tussenkomst van de in de openbare lichamen gevestigde kredietinstelling;
- t. trust: een trust in de zin van het op 1 juli 1985 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Trb. 1985, 141);
- u. verifiëren van de identiteit: vaststellen dat de opgegeven identiteit overeenkomt met de werkelijke identiteit;
- v. zakelijke relatie: zakelijke, professionele, of commerciële relatie tussen een dienstverlener en een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die verband houdt met de professionele activiteiten van die dienstverlener en waarvan op het tijdstip dat het contact wordt gelegd, wordt aangenomen dat deze enige tijd zal duren.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder de begrippen «beleggingsinstelling», «effectenbeurs», «elektronischgeldinstelling», «externe deskundige», «financiële onderneming», «gekwalificeerde deelneming», «geldtransactiekantoor», «groep», «kredietinstelling», «levensverzekeraar», «levensverzekering», «trustdiensten», «trustkantoor», «verzekeraar», «vestiging» en «zetel» verstaan: hetgeen daaronder in de Wet financiële markten BES wordt verstaan.
De in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde bijlage kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd. Deze algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
Bij algemene maatregel van bestuur worden de categorieën natuurlijke personen aangewezen die in elk geval worden aangemerkt als uiteindelijk belanghebbende.
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde of vierde lid wordt vastgesteld op voordracht van Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid.
Artikel 1.2
Als directe familieleden van politiek prominente personen worden aangemerkt:
- a. de echtgenoot of echtgenote;
- b. een partner die naar nationaal recht als gelijkwaardig met een echtgenoot of echtgenote wordt aangemerkt;
- c. de kinderen en hun echtgenoten of partners;
- d. de ouders.
Als naaste geassocieerde van politiek prominente personen wordt aangemerkt:
- a. een natuurlijke persoon van wie bekend is, dat deze met een persoon die een prominente publieke functie bekleedt of heeft bekleed de gezamenlijke uiteindelijke begunstigde is van juridische entiteiten of juridische constructies of met die persoon andere nauwe zakelijke relaties heeft;
- b. een natuurlijke persoon die de enige begunstigde is van een juridische entiteit of juridische constructie waarvan bekend is, dat deze is opgezet ten behoeve van de feitelijke begunstiging van een persoon die een prominente publieke functie bekleedt of heeft bekleed.
Artikel 1.3
Deze wet is van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 1.4
Deze wet is niet van toepassing op de personen, bedoeld in bijlage A bij deze wet, deel I, onderdelen n en o, voor zover zij voor een cliënt werkzaamheden verrichten betreffende de bepaling van diens rechtspositie, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.
Artikel 1.5
Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld verboden van gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen, of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist.
De toezichtautoriteit is in afwijking van het eerste lid bevoegd gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, te verstrekken aan:
- a. de andere toezichtautoriteit of een buitenlandse toezichthoudende instantie;
- b. de Belastingdienst, de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, de Koninklijke Marechaussee, het Korps Politie Caribisch Nederland, het meldpunt, en het Openbaar Ministerie met het oog op risico’s van inbreuken op de integriteit van het financiële stelsel, of onderdelen daarvan en voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van publiekrechtelijke taken en bevoegdheden van deze instanties.
Onder risico’s als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden verstaan risico’s met betrekking tot de integriteit van natuurlijke of rechtspersonen die binnen het financiële stelsel werkzaam zijn, alsmede risico’s als gevolg van het doen en nalaten van partijen binnen het financiële stelsel of onderdelen daarvan, met betrekking tot financieel-economische criminaliteit en andere ernstige vormen van criminaliteit of van terrorismefinanciering.
De toezichthouder verstrekt geen vertrouwelijke gegevens of inlichtingen op grond van het tweede lid indien:
- a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is;
- b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op wetgeving ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
- c. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de wet of de openbare orde van de openbare lichamen;
- d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd;
- e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen;
- f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
Voor zover de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, zijn verkregen van een buitenlandse toezichthoudende instantie, verstrekt de toezichtautoriteit deze niet aan een andere toezichtautoriteit of aan een andere buitenlandse toezichthoudende instantie, tenzij de buitenlandse toezichthoudende instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt.
Indien een buitenlandse toezichthoudende instantie aan de toezichtautoriteit die de gegevens of inlichtingen op grond van het tweede of vijfde lid heeft verstrekt, verzoekt om die gegevens of inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, willigt de toezichtautoriteit dat verzoek slechts in:
- a. indien het beoogde gebruik niet in strijd is met het vierde of vijfde lid; of
- b. voorzover die toezichthoudende instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzien vanuit Nederland met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen; en
- c. na overleg met Onze Minister van Justitie en Veiligheid, indien het in de aanhef bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten.
Indien de toezichtautoriteit bij de uitoefening van haar taak feiten ontdekt die kunnen duiden op witwassen of financieren van terrorisme, licht zij, in afwijking van het eerste lid en eventuele andere toepasselijke wettelijke geheimhoudingsbepalingen, het meldpunt in.
Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod aan de personen die ingevolge de Douane- en Accijnswet BES of artikel 5.4, tweede lid, zijn belast met het toezicht op de naleving van hoofdstuk 4.
Onze Minister van Justitie en Veiligheid kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod aan de ambtenaren bevoegd inzake paspoortcontrole.
Artikel 1.6
Een dienstverlener, zijnde een financiële onderneming anders dan een geldtransactiekantoor of een trustkantoor, die een bijkantoor of een dochtermaatschappij heeft in het buitenland, draagt er zorg voor dat het bijkantoor onderscheidenlijk de dochtermaatschappij cliëntenonderzoek verricht dat gelijkwaardig is aan dat, geregeld in artikel 2.2 en gegevens met betrekking tot het cliëntenonderzoek vastlegt en bewaart op een wijze die gelijkwaardig is aan hetgeen is geregeld ingevolge artikel 2.13.
Indien het recht van het betrokken buitenland toepassing van het eerste lid niet toelaat, stelt de dienstverlener de toezichtautoriteit daarvan in kennis en neemt hij maatregelen om het risico van witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen.
Artikel 1.7
De rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling van een dienstverlener welke is verricht in strijd met de bij of krachtens deze wet gestelde regels is niet uit dien hoofde aantastbaar.
Hoofdstuk 2. Cliëntonderzoek
§ 1. Cliëntenonderzoek
Artikel 2.1
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onderdoelvennootschap: een rechtspersoon of vennootschap waaraan een trustkantoor trustdiensten verleent.
Artikel 2.2
Een dienstverlener verricht ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme cliëntenonderzoek.
Het cliëntenonderzoek stelt de dienstverlener in staat om:
- a. de cliënt te identificeren en zijn identiteit te verifiëren;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.