Wet van 1 december 2011 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2012)

Type Wet
Publication 2013-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Wet op het financieel toezicht te wijzigen teneinde regels te stellen in verband met de intrekking van de Wet inzake de geldtransactiekantoren, het laten vervallen van het verbod op het dekken van oorlogsmolest in het buitenland voor schadeverzekeraars en het wijzigen van de biedingsregels alsmede technische verbeteringen en enige andere wijzigingen in de Wet op het financieel toezicht en andere wetgeving op het terrein van de financiële markten aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I. Wijziging van de Wet op het financieel toezicht

Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.

Artikel II. Wijziging van de Bankwet 1998

Wijzigt de Bankwet 1998.

Artikel III. Wijziging van de Sanctiewet 1977

Wijzigt de Sanctiewet 1977.

Artikel IV. Wijziging van de Wet handhaving consumentenbescherming

Wijzigt de Wet handhaving consumentenbescherming.

Artikel V. Wijziging van de Wet op de economische delicten

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Artikel VI. Wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Wijzigt de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Artikel VII. Wijziging van de Wet toezicht trustkantoren

Wijzigt de Wet toezicht trustkantoren.

Artikel VIIa

Wijzigt de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

Artikel VIII. Intrekking van de Wet inzake de geldtransactiekantoren

De Wet inzake de geldtransactiekantoren wordt ingetrokken.

Artikel IX. Overgangsrecht in verband met de intrekking van de Wet inzake de geldtransactiekantoren

A. De natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die in de uitoefening van zijn bedrijf geldtransacties als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren uitvoert en die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren, wordt vanaf dat tijdstip voor het verrichten van met die geldtransacties overeenkomende wisseltransacties overeenkomstig de Wet op het financieel toezicht geacht te beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 2:54i, eerste lid, van laatstgenoemde wet, indien de persoon of vennootschap is gevestigd in Nederland danwel een vergunning als bedoeld in artikel 2:54l van die wet, indien deze zijn of haar zetel heeft buiten Nederland.

B. De kosten van werkzaamheden die op grond van artikel 1:40 van de Wet op het financieel toezicht in rekening worden gebracht, kunnen mede betrekking hebben op de werkzaamheden die zijn verricht in verband met het toezicht op het uitvoeren van geldtransacties als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren door geldtransactiekantoren als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van die wet. Onder toepassing van de bedragen die direct voorafgaande aan het tijdstip van deze wet golden op grond van de Wet inzake de geldtransactiekantoren, brengt de in artikel 1:40 van de Wet op het financieel toezicht bedoelde toezichthouder de hier bedoelde kosten in rekening bij de geldtransactiekantoren ten aanzien waarvan die werkzaamheden zijn verricht, voor zover deze kosten niet ten laste komen van de Rijksbegroting.

C. Met het toezicht op de naleving van de regels gesteld bij of krachtens de Wet inzake de geldtransactiekantoren, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, zijn belast de personen die ingevolge artikel 1:72 van de Wet op het financieel toezicht zijn belast met het toezicht op de naleving van laatstgenoemde wet.

F. Een verzoek om inschrijving in het register, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren, waarop bij inwerkingtreding van deze wet nog niet onherroepelijk is beslist, wordt aangemerkt als een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2:54i, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.

G. Een verzoek om ontheffing van het verbod, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren waarop bij inwerkingtreding van deze wet nog niet onherroepelijk is beslist, wordt aangemerkt als een verzoek om ontheffing van het verbod, bedoeld in artikel 2:54i, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.

H. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als ontheffing als bedoeld in artikel 2:54i, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht.

I. Een aanwijzing die is gegeven op grond van artikel 10 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren tot het volgen van een in dat artikel bedoelde gedragslijn, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75 van de Wet op het financieel toezicht.

J. Een last onder dwangsom die is opgelegd op grond van artikel 20, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren ter zake van overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens de in dat lid genoemde artikelen, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aangemerkt als een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 1:79 van de Wet op het financieel toezicht, strekkende tot naleving van daarmee overeenkomende voorschriften in laatstgenoemde wet.

K. Op een bestuurlijke boete die is opgelegd op grond van artikel 21, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren in verband met het uitvoeren van een geldtransactie als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van die wet voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft het recht van toepassing dat gold voor dat tijdstip.

L. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet beroep is ingesteld tegen een op grond van de Wet inzake de geldtransactiekantoren genomen besluit, wordt op het beroep beslist met toepassing van het voor dat tijdstip geldende recht.

M. Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is afdeling 1.5.1 van de Wet op het financieel toezicht van overeenkomstige toepassing op gegevens en inlichtingen die zijn verstrekt of verkregen ingevolge de Wet inzake de geldtransactiekantoren.

Artikel X. Intrekking Tijdelijke regeling introductie premiepensioeninstellingen

De Tijdelijke regeling introductie premiepensioeninstellingen wordt ingetrokken op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, van deze wet in werking treedt.

Artikel XI. Inwerkingtreding

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel XII. Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Wijzigingswet financiële markten 2012.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.