Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 december 2011, nr. Z/F-3096189, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2012 (Regeling risicoverevening 2012)

Type Ministeriële regeling
Publication 2014-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 32, vierde lid, en 38, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, k, y, z en bb, derde lid, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, derde lid, 3.5, derde lid, 3.6, tweede lid, 3.7, derde lid, 3.8, derde lid, 3.8a, 3.10, tweede lid, 3.11, vijfde en zesde lid, 3.13, 3.14, 3.15, eerste en tweede lid, 3.16, eerste en tweede lid, 3.17, eerste en tweede lid, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 3. De regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 5. De betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het College zorgverzekeringen

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel 24

Wijzigt de Regeling zorgverzekering.

Artikel 25

Wijzigt de Regeling zorgverzekering.

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikelen 5 en 10, eerste lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 2. behorende bij artikel 5 en, wat betreft tabel 2.1, bij artikel 10, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 3. behorende bij artikel 10, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 4. behorende bij artikelen 8, tweede lid, en 21, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1
1.

Deze regeling verstaat onder:

2.

Het bedrag, bedoeld in artikel 1, onderdeel x, van het Besluit zorgverzekering, is € 550, en het bedrag, bedoeld in artikel 1, onderdeel y, van het Besluit zorgverzekering is € 2 750.

Artikel 2
1.

Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2012 bedraagt € 35 634,0 miljoen.

2.

Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

3.

Het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, wordt gesplitst in:

Artikel 3
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2012 geraamd op € 13 975,5 miljoen.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2012 geraamd op € 1 968,7 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet, omvatten voor het jaar 2012, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 19 689,9 miljoen.

Artikel 5
1.

De gewichten en de klassen, bedoeld in de artikelen 3.4, 3.5, 3.7 en 3.8 van het Besluit zorgverzekering, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 2.

2.

Het Zorginstituut verdeelt het macro-deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging, over zorgverzekeraars aan de hand van de gemiddelde vaste kosten per verzekerde per zorgverzekeraar in het jaar 2010, de landelijke vaste kostenfactor 2012 en de geraamde aantallen verzekerden voor het vereveningsjaar 2012.

Artikel 6
1.

In afwijking van artikel 5, eerste lid, en bijlage 1, tabel 1.2, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de FKG-klasse ‘Geen FKG’, waarbij voor hem het gewicht van die klasse door het CVZ wordt vastgesteld op een percentage van het gewicht van de FKG-klasse ‘Geen FKG’ zoals dat op grond van bijlage 1 tabel 1.2 voor in Nederland wonende verzekerden geldt.

2.

In afwijking van artikel 5, eerste lid, en bijlage 1, tabel 1.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de DKG-klasse ‘0’, waarbij voor hem het gewicht van die klasse door het CVZ wordt vastgesteld op een percentage van het gewicht van de DKG-klasse ‘0’ zoals dat op grond van bijlage 1 tabel 1.3 voor in Nederland wonende verzekerden geldt.

Artikel 7
1.

De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1 050 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

2.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

3.

Het Zorginstituut berekent het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald door het aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het aantal zorgverzekeringen van verzekerden als bedoeld in artikel 24 van de Zorgverzekeringswet.

Artikel 8
1.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder te verminderen met het geraamde aantal verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de Zorgverzekeringswet, en het resultaat te vermenigvuldigen met de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico per verzekerde.

2.

Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die voldoen aan het criterium ‘Geen FKG’ uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, aard van het inkomen, en regio en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

3.

De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor verzekerden van achttien jaar of ouder die niet voldoen aan het criterium ‘Geen FKG’, € 220 per verzekerde.

Hoofdstuk 3. De regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar

Artikel 9
1.

Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

2.

Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.

Artikel 10
1.

Voor de in artikel 3.11, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde herberekening van de gewichten ten behoeve van de in artikel 3.12, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde berekening van de deelbedragen ‘kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment’, ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en kosten van specialistische hulp’ en ‘kosten van overige prestaties’, gaat het Zorginstituut uit van de verhouding tussen de gewichten, opgenomen in bijlage 1.

2.

Voor de in artikel 3.11, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde herberekening van de gewichten ten behoeve van de in artikel 3.12, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde berekening van het deelbedrag ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’, gaat het Zorginstituut voor zover het gaat om de herberekening van de kosten van verzekerden van jonger dan achttien jaar uit van de verhouding tussen de gewichten in bijlage 2, tabel 2.1, en voor zover het gaat om de herberekening van de kosten van verzekerden van achttien jaar en ouder uit van de verhouding tussen de gewichten, opgenomen in bijlage 3.

Artikel 11
1.

Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 12 tot en met 15, 17, eerste lid, 18, eerste lid, en 19 beschreven wijze heeft toebedeeld aan de clusters ‘dbc-zorgproducten in het vrije segment’, ‘variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp’, ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ en ‘overige prestaties’, herberekent het instituut de voor deze clusters relevante gewichten.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.