Besluit van 8 december 2011, houdende vaststelling Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 september 2011, nr. KO/2011/16167, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Financiën en in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
Gelet op artikel 1.5, derde lid, 1.45, vierde lid, 1.47a, tweede lid, 1.50, tweede lid, , 2.2, derde lid, 2.4a, tweede lid, en 2.6, tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 oktober 2011, No. W12.11.0388/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 december 2011, nr, KO/2011/19253, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- –. aantal kindplaatsen: maximum aantal kinderen dat gelijktijdig in een kinderopvangvoorziening, die geen gastouderbureau is, kan worden opgevangen, waarbij in het geval van een voorziening voor gastouderopvang tot de kinderen behoort een kind jonger dan 10 jaar van de gastouder of zijn partner;
- –. dagopvang: kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen;
- –. handelsregister: het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
- –. inschrijving in het register: het toekennen, op basis van een positieve beschikking, van de status geregistreerd in het landelijk register kinderopvang;
- –. inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang: het toekennen, op basis van een positieve beschikking, van de status geregistreerd in het register buitenlandse kinderopvang;
- –. kinderopvangvoorziening: buitenschoolse opvang op een specifiek adres, dagopvang op een specifiek adres, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang;
- –. koppeling: de handeling, bedoeld in artikel 1.48d, derde lid, van de wet;
- –. KvK-nummer: een door de Kamer van Koophandel toegekend uniek nummer over een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister;
- –. KvK-vestigingsnummer: een door de Kamer van Koophandel toegekend uniek nummer aan een vestiging in het handelsregister;
- –. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- –. uniek registratienummer: het nummer, bedoeld in artikel 1.47b, derde lid, van de wet van een kinderopvangvoorziening, en artikel 1.48b, derde lid, van de wet van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet;
- –. vestiging: een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Handelsregisterwet 2007, van een gastouderbureau of waar buitenschoolse opvang of dagopvang plaatsvindt;
- –. vraagouder: ouder die kinderopvang vraagt die geboden wordt door een gastouder;
- –. wet: Wet kinderopvang.
Een geregistreerd kindercentrum, een geregistreerd gastouderbureau of een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, van de wet heeft de status «geregistreerd» in het landelijk register kinderopvang.
In dit besluit wordt onder gegevens mede verstaan persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming.
Artikel 2. Vorm en doel van het landelijk register kinderopvang, het register buitenlandse kinderopvang en het personenregister kinderopvang
Het landelijk register kinderopvang, het register buitenlandse kinderopvang en het personenregister kinderopvang hebben de vorm van een elektronische databank.
In het landelijk register kinderopvang worden gegevens verwerkt over kinderopvangvoorzieningen en over de inschrijving in en de verwijdering uit het landelijk register kinderopvang van die voorzieningen.
In het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt over voorzieningen als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet en over de inschrijving in en de verwijdering uit dat register van die voorzieningen.
In het landelijk register kinderopvang worden gegevens verwerkt met het oog op de raadpleging door ouders om na te gaan of de kinderopvangvoorzieningen redelijkerwijs zullen voldoen aan de kwaliteitseisen die de wet aan exploitatie stelt, om inzage te geven in het onderzoek naar deze kwaliteitseisen en in verband met de aanspraken van de ouders, bedoeld in artikel 1.5 van de wet.
In het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt met het oog op de raadpleging door ouders om na te gaan of de voorzieningen als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet redelijkerwijs zullen voldoen aan de kwaliteitseisen die naar aard en strekking in overeenstemming zijn met het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2, van de wet, in verband met de aanspraken van de ouders, bedoeld in artikel 1.5 van de wet en met het oog op het toezicht op en de handhaving van de bij of krachtens artikel 1.48 van de wet gestelde regels.
In het landelijk register kinderopvang worden gegevens verwerkt met het oog op het toezicht op de naleving en de handhaving van de naleving van de kwaliteitseisen, die de wet aan exploitatie van kinderopvangvoorzieningen stelt.
In het personenregister kinderopvang worden gegevens verwerkt over ingeschrevenen met het oog op het waarborgen dat alle personen die op grond van de wet over een verklaring omtrent het gedrag moeten beschikken, continu worden gescreend, bedoeld in artikel 1.48d, eerste lid, van de wet.
In het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt over inschrijving in en de verwijdering uit het register met het oog op besluiten over de kinderopvangtoeslag door de Dienst Toeslagen.
Artikel 3. Verwerkingsverantwoordelijken
Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het landelijk register kinderopvang, het register buitenlandse kinderopvang en het personenregister kinderopvang.
Onze Minister en het college zijn gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken voor de verwerking van de gegevens in het landelijk register kinderopvang.
Het college draagt bij de toepassing van het tweede lid zorg voor de toepassing van de artikelen 12 tot en met 22 en artikel 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Artikel 4. Beheer van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang
Ten behoeve van de verwerkingsverantwoordelijken, bedoeld in artikel 3, wijst Onze Minister een verwerker aan.
Bij de verwerker berust in ieder geval het beheer van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang, waarbij zorg gedragen wordt voor een goede beschikbaarheid, betrouwbaarheid, werking en beveiliging van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang.
De verwerker richt de toegang tot en de inzagemogelijkheden van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang in overeenkomstig de regeling, bedoeld in het vijfde lid.
Het college treft maatregelen die er toe strekken dat de inhoud van het landelijk register kinderopvang juist, actueel en volledig is.
Bij ministeriële regeling, wordt, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de aanwijzing van de verwerker nader geregeld, wordt een systeembeschrijving vastgesteld en worden nadere regels gesteld voor de taak van de verwerker. De systeembeschrijving geeft de inrichting, werking en autorisatie van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang aan.
Hoofdstuk 2. Landelijk register kinderopvang
Artikel 5. De aanvraag
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is een kinderopvangvoorziening niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang te gaan exploiteren aan het college in ieder geval:
- a. het KvK-nummer van de onderneming of activiteit en, indien degene die voornemens is een kindercentrum of een gastouderbureau te exploiteren een natuurlijk persoon is, zijn burgerservicenummer;
- b. de naam en het correspondentieadres van degene die voornemens is het kindercentrum of het gastouderbureau te exploiteren en de naam, het bezoekadres en het telefoonnummer van het kindercentrum of het gastouderbureau;
- c. het aantal kindplaatsen waarvoor de aanvraag wordt gedaan, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft;
- d. het soort kinderopvang dat wordt geboden: dagopvang dan wel buitenschoolse opvang, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft;
- e. het gegeven of gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft;
- f. een document waaruit blijkt dat degene die de aanvraag indient voor zover het om een kindercentrum of een gastouderbureau gaat, is aangesloten bij de geschillencommissie;
- g. het gegeven of er sprake is van ouderparticipatieopvang, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft.
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, van de wet verstrekt het gastouderbureau aan het college in ieder geval:
- a. de naam en het unieke registratienummer van het gastouderbureau;
- b. het burgerservicenummer, de naam, het telefoonnummer en het woonadres van de gastouder;
- c. het aantal kindplaatsen van de voorziening voor gastouderopvang;
- d. adresgegevens van de voorziening voor gastouderopvang.
Ten behoeve van het afgeven van de beschikking en het onderzoek door de toezichthouder, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, van de wet, verstrekt de aanvrager aan het college in ieder geval:
- a. een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van degene die de aanvraag indient voor zover het om een kindercentrum of een gastouderbureau gaat en van de gastouder, voor zover het om een voorziening voor gastouderopvang gaat;
- b. kopieën van documenten, waaruit blijkt dat de gastouder aan de deskundigheidseisen, bedoeld in artikel 13 van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang voldoet, tenzij de gastouder al een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang exploiteert;
- c. voor zover het om een kindercentrum of een gastouderbureau gaat, een pedagogisch beleidsplan als bedoeld in de artikelen 3 en 12 van het Besluit kwaliteit kinderopvang en artikel 11, eerste lid, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;
- d. voor zover het om een kindercentrum gaat een veiligheids- en gezondheidsbeleid als bedoeld in de artikelen 4 en 13 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, en voor zover het om een gastouderbureau gaat een risico-inventarisatie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang.
De aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste en tweede lid, van de wet, wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat bij regeling van Onze Minister is vastgesteld.
Artikel 6. In het landelijk register kinderopvang op te nemen gegevens
In het landelijk register kinderopvang neemt het college onder het unieke registratienummer de volgende gegevens op:
- a. de gegevens, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, en, zodra dat door de houder is aangeleverd, het KvK-vestigingsnummer;
- b. per gastouderbureau: de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang die gebruikmaken van de diensten van dat bureau, met het aan hen toegekende unieke registratienummer;
- c. de datum met ingang waarvan de exploitatie plaatsvindt, bedoeld in artikel 1.46, tweede lid, van de wet;
- d. de datum van de wijziging van de gegevens naar aanleiding van het besluit, bedoeld in de artikelen 1.47, tweede lid, en 1.47a, eerste lid, van de wet;
- e. de datum van de verwijdering van de inschrijving naar aanleiding van het besluit, bedoeld in de artikelen 1.46, vijfde lid, en 1.47, derde lid, van de wet;
- f. de datum van de wijziging van gegevens, bedoeld in artikel 7, vijfde lid;
- g. in geval van verwijdering uit het landelijk register kinderopvang: vermelding van deze verwijdering, alsmede de datum van deze verwijdering;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.