Besluit van 8 december 2011, houdende vaststelling Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 september 2011, nr. KO/2011/16167, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Financiën en in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op artikel 1.5, derde lid, 1.45, vierde lid, 1.47a, tweede lid, 1.50, tweede lid, , 2.2, derde lid, 2.4a, tweede lid, en 2.6, tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 oktober 2011, No. W12.11.0388/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 december 2011, nr, KO/2011/19253, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen
1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

2.

Een geregistreerd kindercentrum, een geregistreerd gastouderbureau of een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, van de wet heeft de status «geregistreerd» in het landelijk register kinderopvang.

3.

In dit besluit wordt onder gegevens mede verstaan persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming.

Artikel 2. Vorm en doel van het landelijk register kinderopvang, het register buitenlandse kinderopvang en het personenregister kinderopvang
1.

Het landelijk register kinderopvang, het register buitenlandse kinderopvang en het personenregister kinderopvang hebben de vorm van een elektronische databank.

2.

In het landelijk register kinderopvang worden gegevens verwerkt over kinderopvangvoorzieningen en over de inschrijving in en de verwijdering uit het landelijk register kinderopvang van die voorzieningen.

3.

In het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt over voorzieningen als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet en over de inschrijving in en de verwijdering uit dat register van die voorzieningen.

4.

In het landelijk register kinderopvang worden gegevens verwerkt met het oog op de raadpleging door ouders om na te gaan of de kinderopvangvoorzieningen redelijkerwijs zullen voldoen aan de kwaliteitseisen die de wet aan exploitatie stelt, om inzage te geven in het onderzoek naar deze kwaliteitseisen en in verband met de aanspraken van de ouders, bedoeld in artikel 1.5 van de wet.

5.

In het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt met het oog op de raadpleging door ouders om na te gaan of de voorzieningen als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet redelijkerwijs zullen voldoen aan de kwaliteitseisen die naar aard en strekking in overeenstemming zijn met het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2, van de wet, in verband met de aanspraken van de ouders, bedoeld in artikel 1.5 van de wet en met het oog op het toezicht op en de handhaving van de bij of krachtens artikel 1.48 van de wet gestelde regels.

6.

In het landelijk register kinderopvang worden gegevens verwerkt met het oog op het toezicht op de naleving en de handhaving van de naleving van de kwaliteitseisen, die de wet aan exploitatie van kinderopvangvoorzieningen stelt.

7.

In het personenregister kinderopvang worden gegevens verwerkt over ingeschrevenen met het oog op het waarborgen dat alle personen die op grond van de wet over een verklaring omtrent het gedrag moeten beschikken, continu worden gescreend, bedoeld in artikel 1.48d, eerste lid, van de wet.

8.

In het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt over inschrijving in en de verwijdering uit het register met het oog op besluiten over de kinderopvangtoeslag door de Dienst Toeslagen.

Artikel 3. Verwerkingsverantwoordelijken
1.

Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het landelijk register kinderopvang, het register buitenlandse kinderopvang en het personenregister kinderopvang.

2.

Onze Minister en het college zijn gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken voor de verwerking van de gegevens in het landelijk register kinderopvang.

3.

Het college draagt bij de toepassing van het tweede lid zorg voor de toepassing van de artikelen 12 tot en met 22 en artikel 34 van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Artikel 4. Beheer van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang
1.

Ten behoeve van de verwerkingsverantwoordelijken, bedoeld in artikel 3, wijst Onze Minister een verwerker aan.

2.

Bij de verwerker berust in ieder geval het beheer van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang, waarbij zorg gedragen wordt voor een goede beschikbaarheid, betrouwbaarheid, werking en beveiliging van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang.

3.

De verwerker richt de toegang tot en de inzagemogelijkheden van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang in overeenkomstig de regeling, bedoeld in het vijfde lid.

4.

Het college treft maatregelen die er toe strekken dat de inhoud van het landelijk register kinderopvang juist, actueel en volledig is.

5.

Bij ministeriële regeling, wordt, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de aanwijzing van de verwerker nader geregeld, wordt een systeembeschrijving vastgesteld en worden nadere regels gesteld voor de taak van de verwerker. De systeembeschrijving geeft de inrichting, werking en autorisatie van het landelijk register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang aan.

Hoofdstuk 2. Landelijk register kinderopvang

Artikel 5. De aanvraag
1.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is een kinderopvangvoorziening niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang te gaan exploiteren aan het college in ieder geval:

2.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, van de wet verstrekt het gastouderbureau aan het college in ieder geval:

3.

Ten behoeve van het afgeven van de beschikking en het onderzoek door de toezichthouder, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, van de wet, verstrekt de aanvrager aan het college in ieder geval:

4.

De aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste en tweede lid, van de wet, wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat bij regeling van Onze Minister is vastgesteld.

Artikel 6. In het landelijk register kinderopvang op te nemen gegevens
1.

In het landelijk register kinderopvang neemt het college onder het unieke registratienummer de volgende gegevens op:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.