Inschrijvingsvoorwaarden mediators 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand

Type ZBO-regeling
Publication 2011-12-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Inleiding

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) is dat mediators die in aanmerking willen komen voor verwijzingen vanuit de gerechten of vanuit het Juridisch Loket zich inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Indien een mediator niet ingeschreven staat, kan hij geen toevoegingen voor de rechtzoekende aanvragen.

De Raad kan op grond van de artikelen 33 a en verdere van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op:

In het onderstaande zijn deze voorwaarden uitgewerkt. De voorwaarden zijn op te vatten als algemeen verbindende voorschriften.

Inschrijvingsvoorwaarden

Artikel 1. Registratie/opleidingsvereisten/evaluatie
1.

De deelnemende mediator dient NMI registermediator te zijn. Deze NMI registermediator heeft ofwel

De mediator is zich er van bewust dat het behoud van de status NMI registermediator een absolute voorwaarde is om ingeschreven te kunnen blijven als mediator. De mediator verklaart zich per direct uit te laten schrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand vanaf het moment dat de inschrijving bij het NMI eindigt. Het NMI geeft dit eveneens, ter controle, aan de Raad voor Rechtsbijstand door.

2.

De mediator neemt deel aan kwaliteitsbevorderende bijeenkomsten die door de verwijzingsvoorziening(en) en/of de Raad voor Rechtsbijstand zullen worden georganiseerd.

3.

De mediator dient bereid te zijn de door het NMI en de Raad voor Rechtsbijstand overeengekomen kwaliteitssystemen na te leven.

4.

De mediator verklaart deel te nemen aan een schriftelijke of mondelinge evaluatie van zijn/haar werkzaamheden voor de verwijzingsvoorzieningen indien dit door de verwijzingsvoorziening geïnitieerd wordt.

Artikel 2. Beschikbaarheid

De mediator verplicht zich steeds beschikbaar te zijn voor het doen van een verwezen mediation – behoudens vakantie en tijdens ziekte – en telkens binnen twee weken na aanmelding en acceptatie van de mediation een eerste mediationbijeenkomst te houden en vervolgafspraken zodanig te maken dat de mediation binnen drie maanden na de eerste bijeenkomst afgerond is.

Artikel 3. Organisatie kantoor/praktijk

De mediator dient een regeling te hebben getroffen ten aanzien van de organisatie van zijn kantoor/praktijk, waarin voldoende voorzien is in:

Artikel 4. Plaatsvervanging

Plaatsvervanging is in principe niet mogelijk. Incidenteel kan, in geval van zwaarwegende redenen voor verhindering, plaatsvervanging geschieden met een eveneens bij de Raad voor Rechtsbijstand ingeschreven mediator. Indien het om een verwijzing van de verwijzingsvoorzieningen gaat, dient dit tevens in overleg met de betreffende verwijzingsvoorziening te geschieden.

Artikel 5. Werkwijze
1.

De mediator conformeert zich aan de werkwijze horend bij de verwijzingsvoorzieningen en de gesubsidieerde rechtsbijstand, zoals het juist en volledig informeren van de cliënten over de effecten van de overeengekomen vertrouwelijkheid tijdens de mediations.

2.

De mediator stemt ermee in dat zijn praktijkgegevens, waaronder zijn affiniteiten en uurtarief, worden gepubliceerd op Mediatorsearch en – voor zover van toepassing – in het onlinemediators overzicht.

3.

De mediator maakt gebruik van de mediationovereenkomst zoals opgesteld door de verwijzingsvoorzieningen en bij onlinemediation van de overeenkomst die voor deze werkwijze door de Raad is opgesteld.

4.

De mediator voert een deugdelijke en transparante tijdsregistratie van de aan de mediation bestede tijd, de data en het soort verrichting. De Raad kan ter zake nadere aanwijzingen geven.

5.

De mediator bevordert dat voor een partij die daarvoor in aanmerking komt een toevoeging wordt verleend. Dit geldt ook voor de mediators die hebben aangegeven alleen mediations met betalende partijen te willen doen.

Indien in een specifiek geval een partij, die voor een toevoeging in aanmerking komt en daarop door de mediator is gewezen, bewust afziet van gesubsidieerde mediation, wordt dat schriftelijk vastgelegd. In dat geval kan een mediator zijn werkzaamheden niet op toevoegingsbasis declareren. Indien een toevoeging is verleend, wordt deze aan de Raad ter intrekking toegezonden.

Artikel 6. Klacht- en tuchtrecht
1.

De mediator heeft zich gecommitteerd aan de NMI klachtenregeling en het Reglement Stichting Tuchtrechtspraak Mediators d.d. 2009 en stemt in met de plicht van het NMI om de uitkomst van klachten over deelnemende mediators te melden aan de verwijzingsvoorziening van de Rechtspraak en aan de Raad voor Rechtsbijstand.

2.

De Raad voor Rechtsbijstand heeft een Evaluatiecommissie ingesteld, zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand. De Raad heeft voor de werkwijze van de Evaluatiecommissie het ‘Reglement landelijke Commissie Evaluatie Mediators doorverwijsvoorzieningen’ vastgesteld2Dit reglement is gepubliceerd op www.rvr.org: http://www.rvr.org/nl/news,2011/05/Speciale-commissie-voor-mediation.html. De Evaluatiecommissie kan, hetzij naar aanleiding van een klacht, hetzij op eigen initiatief, de Raad adviseren over maatregelen in de sfeer van de inschrijving van een mediator, inbegrepen de mogelijkheid van doorhaling van de inschrijving. De ingeschreven mediator is verplicht om zich te onderwerpen aan het genoemde reglement. De mediator stemt tevens in met een maatregelbeleid ten aanzien van gegronde klachten.

Artikel 7. Beroepsaansprakelijkheidsverzekering

De mediator heeft een deugdelijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering ten bedrage van € 453.781,– (zegge vierhonderddrieenvijftigduizend zevenhonderdeenentachtig euro) per gebeurtenis. Bij inschrijving verklaart de mediator aldus verzekerd te zijn, dan wel bereid te zijn dadelijk na toelating een beroepsaansprakelijkheids-verzekering af te sluiten voor minimaal € 453.781,– per gebeurtenis.

Artikel 8. Monitoring

De mediator draagt zorg voor het compleet en tijdig verstrekken van de gegevens ten behoeve van de monitoring die door de verwijzingsvoorziening worden gevraagd.

Artikel 9. Mediationkamers

De mediator is bereid mediationbijeenkomsten te houden in mediationkamers die door de verwijzingsvoorziening bij de Rechtspraak zijn ingericht. Voor de gevallen waarin de verwijzingsvoorziening geen ruimte ter beschikking heeft, dient de mediator adequate ruimte ter beschikking te hebben om mediationbijeenkomsten te houden. De mediator brengt hiervoor geen kosten aan partijen in rekening.

Artikel 10. Team- en co-mediation
1.

De mediator is bereid om op te treden in teammediation waar dat door de verwijzers noodzakelijk wordt geacht. Tevens is hij/zij bereid om in die gevallen de mediation tijdig inhoudelijk en procedureel voor te bereiden.

2.

De mediator is bereid tot het laten bijwonen van verwezen mediations door een (onervaren) co-mediator. De verwijzingsvoorzieningen bieden mediators die nog geen NMI registermediator zijn, maar wel een erkende mediationopleiding hebben voltooid de gelegenheid ervaring op te doen als co-mediator. Alle door de Raad ingeschreven mediators mogen zelf co-mediators meenemen die voldoen aan de hiervoor genoemde kwalificatie.

Hierbij dienen de volgende regels in acht te worden genomen:

Artikel 11. Vergoeding voor de niet toegevoegde partij. Eigen bijdrage toevoegingscliënt.
1.

De mediator verplicht zich om in zaken die zijn verwezen door een van de verwijzingsvoorzieningen3Deze verwijzingsvoorzieningen zijn het Juridisch Loket en de gerechten. binnen het rechtsbestel aan partijen die niet zijn toegevoegd zijn uurtarief alleen in rekening te brengen voor:

Bijzondere kosten kunnen aan partijen alleen in rekening worden gebracht indien zij daarmee vooraf hebben ingestemd.

De mediator geeft aan de Raad voor Rechtsbijstand het uurtarief op dat hij hanteert voor partijen die niet voor een toevoeging in aanmerking komen. De mediator kan aan partijen die niet voor een toevoeging in aanmerking komen, geen hoger uurtarief in rekening brengen dan hij aan de Raad heeft opgegeven.

Het aan de Raad opgegeven uurtarief wordt opgenomen in een openbare lijst van mediators.

Na afloop van de mediation krijgen cliënten een urenverantwoording van de mediator, waarin hij zijn tijdsbesteding gespecificeerd per uur (of gedeelte van een uur), activiteit en datum heeft vermeld.

2.

De mediator geeft aan of hij/zij bereid is om op de in het inschrijvingsformulier genoemde affiniteitsgebieden rechtzoekenden op basis van een toevoeging bij te staan.

Toevoegingen zijn niet van toepassing bij zakelijke conflicten, met uitzondering van consumententransacties.

3.

In het geval dat partijen een aanvraag in het kader van de gesubsidieerde rechtsbijstand doen, werkt de mediator volgens de voorschriften van de Wet op de rechtsbijstand en deze inschrijvingsvoorwaarden. Als voor een partij een toevoeging is verleend, mag de mediator aan deze partij naast de door de Raad opgelegde eigen bijdrage geen honorarium/uurtarief in rekening brengen.

4.

In het geval als omschreven in lid 3, richt de mediator zijn/haar toevoegingsaanvragen en declaraties zorgvuldig en volledig in, met inachtneming van de regels die bij of krachtens de wetzijn gesteld. Hij/zij neemt daarbij voorts de algemene voorschriften en beleidsregels die met het oog op de wijze van indiening van toevoegingsaanvragen c.q. declaraties door de Raad voor Rechtsbijstand zijn of worden uitgevaardigd in acht en houdt rekening met specifieke aanwijzingen van het bureau van de Raad.

Artikel 12. Deskundigheidseisen voor het behandelen van zaken op het terrein van het personen - familierecht (inwerkingtreding 1 juli 2012)

Om ingeschreven te kunnen worden voor dit vakgebied dient een registermediator die na 1 juli 2012 om inschrijving verzoekt, naast het vereiste van registermediator, te voldoen aan het volgende vereiste:

Om vervolgens ingeschreven te blijven voor dit vakgebied dient een daarvoor toegelaten mediator te voldoen aan de volgende vereisten:

Overgangsregeling:

Artikel 13. Online Mediation bij echtscheiding

Aanvullend op bovenstaande voorwaarden dient de mediator voor online Mediation bij echtscheiding een door de Raad voor Rechtsbijstand erkende ‘opleiding tot gespecialiseerd online bemiddelaar’ succesvol te hebben afgerond.

Artikel 14. Deskundigheidseisen voor het behandelen van zaken betreffende internationale kinderontvoering

Mediators die zaken betreffende internationale kinderontvoering willen behandelen, dienen niet alleen aan de bovenstaande voorwaarden te voldoen. Naast de voorwaarden uit de artikelen 1 tot en met 12 behoren mediators die zaken betreffende internationale kinderontvoering willen behandelen zich daarvoor apart in te inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Bij het verzoek moeten zij aantonen dat zij voldoen aan onderstaande criteria:

Artikel 15. Wijziging van gegevens en beëindiging deelname

Wijziging van gegevens en beëindiging van deelname dient schriftelijk te geschieden bij de Raad voor Rechtsbijstand.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.