← Geldende tekst · Geschiedenis

Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2012 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand

Geldende tekst a fecha 2011-12-27

Inleiding

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand is dat advocaten die rechtsbijstand in de zin van de wet willen verlenen zich daartoe inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand.

Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad) kan op grond van de artikelen 14 en 15 van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op de organisatie van het kantoor waar de rechtsbijstandverlener werkzaam is, de verslaglegging van de advocaat omtrent de door hem/haar verleende bijstand, het minimum en het maximum aantal zaken waarvoor een advocaat jaarlijks kan worden toegevoegd en de deskundigheid van de advocaat op bepaalde rechtsterreinen. Deze inschrijvingsvoorwaarden zijn algemeen verbindende voorschriften.

De Raad stelt als voorwaarde voor het toevoegen van (beginnende) advocaten op basis van de Wrb dat het verzoek om inschrijving door de Raad volledig is behandeld en is ingewilligd.

De Raad kan op grond van art. 16 Wrb uitsluitend in bijzondere gevallen een niet-ingeschreven advocaat toevoegen. Dit is het geval indien een rechtzoekende uitdrukkelijk en gemotiveerd om toevoeging van de niet-ingeschreven advocaat verzoekt of indien voor de verlening van rechtsbijstand op een bepaald rechtsterrein onvoldoende advocaten met de desbetreffende specialistische deskundigheid zijn ingeschreven. Het verstrekken van een toevoeging aan een niet-ingeschreven advocaat dient een uitzondering te blijven. Een advocaat die op grond van art. 16 Wrb vaker dan sporadisch een verzoek om toevoeging indient dient zich op grond van de Wrb te laten inschrijven.

In ieder geval zal aan een niet-ingeschreven advocaat geen toevoeging worden verleend indien hij toevoeging verzoekt op een terrein waarop in de door de Raad vastgestelde inschrijvingsvoorwaarden deskundigheidseisen worden gesteld.

Naast de algemene inschrijvingsvoorwaarden kent de Raad een afzonderlijke regeling en deskundigheidsvereisten voor Strafrecht, Psychiatrische patiëntenrecht, Vreemdelingenrecht, Asiel- en Vluchtelingenrecht, Internationale kinderontvoering alsmede voor de verlening van rechtsbijstand in het kader van het (kinder)straf-, vreemdelingen- en psychiatrische patiëntenpiket.

Per 1 juli 2012 treden deskundigheidseisen in werking voor het Personen- en Familierecht.

De Raad treft voorbereidingen voor het invoeren van deskundigheidseisen op het terrein van jeugdzaken. Deze eisen zullen gelden voor jeugdstrafzaken en voor verzoeken voor een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Artikel 1. Kantoororganisatie, verhouding met de Raad (artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
Artikel 2. Entreetoets Nederlandse Orde van Advocaten en auditverklaring (artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
Artikel 3. Verslaglegging (artikel 15 lid 1 sub d Wrb)

De advocaat dient desgevraagd informatie te verstrekken en verantwoording af te leggen over de afhandeling van zaken. Deze informatieplicht kan ook worden aangewend met betrekking tot de evaluatie van door de Raad gevoerd beleid. Desgevraagd dient de advocaat verslaglegging te doen over de wijze waarop aan de inschrijvingsvoorwaarden is voldaan.

Artikel 4. Aanvang praktijk

De advocaat – met inbegrip van de advocaat die voorwaardelijk is ingeschreven op het landelijk tableau – kan door de Raad worden ingeschreven indien hij voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden genoemd in de artikelen 1 tot en met 3.

Artikel 5. Minimum/maximum (artikel 15 lid 1 sub a Wrb)
Artikel 6. Deskundigheid op bepaalde rechtsterreinen (art. 15 lid 1 sub b Wrb)

De Raad stelt ten aanzien van een zestal rechtsgebieden bijzondere deskundigheidsvereisten in. Het betreft hier rechtsgebieden die ofwel specialistische kennis vereisen, ofwel vereisen dat de advocaat zich verdiept in en beperkt tot een aantal samenhangende rechtsgebieden. De inschrijving op deze rechtsgebieden moet worden aangevraagd door middel van een afzonderlijk formulier. De gestelde vereisten gelden voor de toelating dan wel de voortzetting van de inschrijving. Als de advocaat niet is ingeschreven voor het betreffende rechtsgebied, is het hem niet toegestaan zaken op het betreffende rechtsgebied te behandelen of daarvoor toevoeging te verzoeken.

De Raad toetst steekproefsgewijs of de ingeschreven advocaat heeft voldaan aan de gestelde eisen voor het onderhouden van zijn deskundigheid op bovengenoemde terreinen waarvoor bijzondere voorwaarden gelden.

In 2012 wordt gecontroleerd of de advocaat in 2010 en 2011 aan de voorwaarden heeft voldaan.

Voor de toetsing van de voorwaarden ten aanzien van het behalen van opleidingspunten en werkgroepdeelname geldt het uitgangspunt dat de advocaat via een toegezonden formulier behoort te reageren als niet aan de vereisten is voldaan.

Onder degenen die niet via het formulier hebben gereageerd, zal een steekproefsgewijze controle worden gehouden.

Indien voor een specifiek rechtsterrein minimumeisen aan het aantal zaken worden gesteld, controleert de Raad aan de hand van zijn eigen gegevens over afgegeven toevoegingen of wordt voldaan aan het minimum. Als het aantal toevoegingen lager uitvalt dan het minimum, neemt de Raad telefonisch contact met op met de advocaat. Besproken wordt dan of hij zijn inschrijving wil voorzetten en wat daarvoor nodig is. De advocaat kan zijn ervaring desgewenst aantonen door opgave van het aantal betalende zaken.

In 2012 voert de Raad een toets uit op de specialisatiegebieden asiel- en vluchtelingenrecht, vreemdelingenrecht/vreemdelingenpiket/ vreemdelingenbewaringszaken en psychiatrisch patiëntenrecht.

Artikel 6a. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening in strafzaken

De vereisten voor de toelating tot de inschrijving in strafzaken zijn:

De vereisten voor de voortgezette inschrijving in strafzaken zijn:

De vereisten voor de toelating tot het strafpiket zijn:

Voor de toelating tot het strafpiket gelden de bovengenoemde algemene voorwaarden alsmede:

Afwijkingsbevoegdheid:

De Raad kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van het vereiste dat het onderdeel strafrecht in de beroepsopleiding van de NOVA met succes voltooid is. 5Bij de volgende omstandigheden neemt de Raad een beroep op de afwijkingsbevoegdheid in overweging:a)de mededeling van een plaatselijke Deken van de Orde, dat een bepaalde advocaat – in de opvatting van die Deken – ook zonder de beroepsopleiding te hebben gevolgd aan de te stellen eisen voldoet;b)de omstandigheid dat een advocaat als stagiaire verbonden is/zal zijn aan een te goeder naam bekend staand advocatenkantoor waarin specialisatie op het strafterrein voorhanden is;c)voor het strafrecht is ervaring opgedaan als griffier/secretaris/beleidsmedewerker bij de rechtbank of anderszins;d)de omstandigheid dat de wachttijd voor de beroepsopleiding van dien aard is dat het voor de advocaat in kwestie en/of voor het kantoor dat hem of haar begeleidt lastig zal worden om zonder dispensatie tot een dienstverband te besluiten.De omstandigheden genoemd onder a, b, c en d leiden niet zonder meer tot ontheffing, maar kunnen wel aanleiding zijn nadere inlichtingen van het betrokken advocatenkantoor te vragen. Uit die nadere inlichtingen moet de Raad kunnen opmaken, dat de advocaat:–in het recente verleden in ruime mate relevante werkervaring op het terrein van het straf(proces-)recht heeft opgedaan. Hiervoor geldt als richtlijn dat de ervaring dateert van minder dan drie jaar geleden en de opgedane ervaring zich uitstrekt over meerdere jaren.Verder moet het advocatenkantoor dat de betrokken advocaat zal begeleiden op schrift stellen hoe aan deze begeleiding in de praktijk vorm zal worden gegeven.Als voldaan is aan voornoemde criteria kan de Raad het beroep op de afwijkingsbevoegdheid honoreren.

Artikel 6b. Deskundigheidsvereisten voor de rechtsbijstandverlening aan psychiatrische patiënten

De vereisten voor de toelating tot het verlenen van rechtsbijstand aan psychiatrische patiënten zijn:

De vereisten voor de voortgezette inschrijving tot het verlenen van rechtsbijstand aan psychiatrische patiënten zijn:

De vereisten voor de deelname aan het psychiatrische patiëntenpiket zijn:

In verband met het noodzakelijke onderhouden van de ervaring wordt waar nodig een wachtlijst voor deelname gehanteerd. Belangstellenden voor toelating tot het het psychiatrische patiëntenpiket worden op datum van aanmelding geregistreerd. Nieuwe toelating vindt pas plaats als het aantal zaken per deelnemende rechtsbijstandverlener in een jaar gemiddeld niet onder 15 toevoegingen daalt. Mogelijke toelating wordt door de Raad aangekondigd als het volgen van een cursus, die vereist is voor de toelating, mogelijk is. Om zich te laten registreren op de wachtlijst behoeft de rechtsbijstandverlener nog niet aan de gestelde inschrijvingsvereisten te voldoen. Wel moet de rechtsbijstandverlener de stage voltooid hebben.

Artikel 6c. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in vreemdelingenzaken

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in vreemdelingenzaken zijn:

In bijlage 1 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaringszaken opgenomen.

Artikel 6d. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in asiel- en vluchtelingenzaken

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in asiel- en vluchtelingenzaken zijn:

In bijlage 2 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor het Asiel- en vluchtelingenecht opgenomen.

Artikel 6e. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in zaken betreffende internationale kinderontvoering

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen in kinderontvoeringszaken zijn:

Artikel 6f. Deskundigheidsvereisten voor de verstrekking van toevoegingen in zaken betreffende het Personen- en familierecht (in werking treding: 1 juli 2012)

De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van het personen- en familierecht zijn:

In bijlage 3 zijn de Inschrijvingsvoorwaarden voor het Personen- en Familierecht opgenomen.

Artikel 7. Voorschotten (art. 35 en 36 Bvr 2000)

De advocaat ontvangt het op basis van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 verstrekte voorschot persoonlijk en is persoonlijk aansprakelijk voor de onverwijlde terugbetaling c.q. verrekening met de vergoedingen in zaken op basis waarvan het voorschot is berekend, in geval de inschrijving wordt doorgehaald. De advocaat die in loondienst heeft gewerkt, kan zich er niet op beroepen dat voorschotten aan zijn patroon/kantoor zijn uitbetaald.

Artikel 8. Doorhaling inschrijving (art. 17 Wrb)
1.

De inschrijving van de advocaat kan door de Raad worden doorgehaald:

2.

Doorhaling van de inschrijving voor een specifiek rechtsgebied kan plaatsvinden indien de advocaat niet langer voldoet aan de bij deze regeling gestelde (deskundigheids)vereisten .

3.

De deken van de Nederlandse Orde van Advocaten in het arrondissement waar de betreffende advocaat kantoor houdt, wordt over een uitschrijving, anders dan op eigen verzoek, geïnformeerd.

Aldus vastgesteld te Utrecht op 6 december 2011

Was getekend,

Bijlage 1

Vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaringszaken

1. Onvoorwaardelijke inschrijving vreemdelingenrecht

De advocaat die wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen op het terrein van het vreemdelingenrecht (niet zijnde asielrechtsbijstand) dient te voldoen aan de algemene inschrijvingsvoorwaarden en bovendien dient hij terzake:

2. Voorwaardelijke inschrijving vreemdelingenrecht

De advocaat die voorwaardelijk wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen op het terrein van het vreemdelingenrecht (niet zijnde asielrechtsbijstand) dient terzake:

Indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden kan de Raad overgaan tot een voorwaardelijke inschrijving voor een periode van 1 jaar.

Na afloop van de periode van voorwaardelijke inschrijving gaat de Raad uitsluitend tot onvoorwaardelijke inschrijving over indien uit rapportage van de advocaat en diens begeleider is gebleken dat aan de hierboven onder 1 genoemde voorwaarden en de bij de voorwaardelijke inschrijving gestelde voorwaarden wordt voldaan.

3. Voorwaarden voor de deelname aan het vreemdelingenpiket en voor de behandeling van toevoegingen in vreemdelingenbewaringszaken

De advocaat die wil deelnemen aan het vreemdelingenpiket en/of bewaringszaken wil behandelen op basis van een toevoeging dient terzake:

4. Voorwaarden voortzetting inschrijving vreemdelingenrecht en (indien van toepassing) piket/ vreemdelingenbewaring

Om ingeschreven te blijven dient een (voorwaardelijk) ingeschreven advocaat in ieder jaar van inschrijving:

Indien niet aan deze voorwaarden voldaan is, zal de Raad de rechtsbijstandverlener van verdere deelneming aan de (piket)regeling c.q. als deskundige op het terrein uitschrijven. Uitsluiting dan wel uitschrijving geschiedt op basis van artikel 17 lid 2 Wet op de rechtsbijstand.

5. Afwijkingsbevoegdheid

De Raad kan, na zonodig daartoe advies te hebben ingewonnen van Landelijke Adviescommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (LARAV), in uitzonderlijke gevallen afwijken van de hierboven onder 1, 2, 3 en 4 genoemde voorwaarden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan afwijking van de ervaringseis. Een dergelijke afwijking kan geboden zijn bij een drastische afname van de vraag.

6. Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring

De Raad heeft op grond van artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring ingesteld. Deze klachtencommissie adviseert, hetzij naar aanleiding van een klacht, hetzij op eigen initiatief, de Raad over maatregelen te nemen tegen advocaten die rechtsbijstand hebben geboden op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht en het vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaring.

In een afzonderlijk reglement zijn de werkzaamheden van en de behandeling van klachten door de klachtencommissie geregeld. De ingeschreven advocaat is verplicht zich te onderwerpen aan het genoemde reglement.

7. Uitsluiting

De Raad kan – ambtshalve of naar aanleiding van een schriftelijke klacht – een toegelaten advocaat een waarschuwing geven of al dan niet tijdelijk van de verdere verlening van rechtsbijstand op het terrein van het vreemdelingenrecht, vreemdelingenbewaring of het vreemdelingenpiket uitsluiten dan wel andere maatregelen treffen, indien uit concrete feiten of omstandigheden is gebleken van enig handelen of nalaten in strijd met een zorgvuldige en doelmatige asiel- en rechtbijstandsverlening. Deze maatregelen gaan gepaard met melding aan de Deken en andere betrokkenen. Het advies daartoe wordt aan de Raad uitgebracht door de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring.

Bijlage 2

Asiel- en Vluchtelingenrecht

1. Onvoorwaardelijke inschrijving:

De advocaat die wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen aan asielzoekers dient te voldoen aan de algemene inschrijvingsvoorwaarden en bovendien dient hij terzake:

2. Voorwaardelijke inschrijving:

De advocaat die voor het eerste jaar voorwaardelijk wil worden ingeschreven om rechtsbijstand te verlenen aan asielzoekers dient ter zake:

Indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden kan de Raad overgaan tot een voorwaardelijke inschrijving voor een periode van 1 jaar. Deze termijn kan in bijzondere gevallen worden verlengd met een door de Raad te bepalen termijn.

Na afloop van de periode van voorwaardelijke inschrijving gaat de Raad uitsluitend tot onvoorwaardelijke inschrijving over indien uit rapportage van de advocaat en diens begeleider is gebleken dat aan de voorwaarden van lid 1 en de bij de voorwaardelijke inschrijving gestelde voorwaarden wordt voldaan.

3. Deelname aan het rooster in het AC/Algemene Asielprocedure

Voor deelname aan het rooster op het AC dient de advocaat terzake:

De Raad kan nadere regels stellen met betrekking tot de frequentie van deelname, de flexibele inzet, de buitenressortelijke inzet en de beschikbaarheid voor een schaduwrooster.

Indien een advocaat vóór 1 november op enig moment in het kalenderjaar de grens bereikt van 200 eenheden wordt hij van het rooster op het AC verwijderd. Voor de definitie van het begrip eenheid wordt verwezen naar artikel 5.

De advocaat kan door de Raad bij wijze van maatregel van deelneming aan de spreekuurvoorziening op het AC uitgesloten worden. De deelname eindigt eveneens indien de advocaat niet langer aan de voorwaarden voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht voldoet.

4. Voortzetting van de inschrijving

Om ingeschreven te blijven dient een (voorwaardelijk) ingeschreven advocaat in ieder jaar van inschrijving:

Indien niet aan deze voorwaarden voldaan is, zal de Raad de rechtsbijstandverlener als deskundige op het terrein uitschrijven. Uitsluiting dan wel uitschrijving geschiedt op basis van artikel 17 lid 2 van de Wet op de rechtsbijstand.

5. Afwijkingsbevoegdheid

De Raad kan, na zonodig daartoe advies te hebben ingewonnen van de Landelijke Adviescommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring (LARAV), in uitzonderlijke gevallen afwijken van de hierboven onder 1, 2, 3 en 4 genoemde voorwaarden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan afwijking van de ervaringseis. Een dergelijke afwijking kan geboden zijn bij een drastische afname van de vraag.

6. Overdracht dossiers

Indien tengevolge van wijziging of beëindiging van de praktijk overdracht van dossiers in asiel- en vluchtelingenzaken aan een andere rechtsbijstandverlener plaats moet vinden, legt de advocaat de wijze waarop deze overdracht is geregeld ter goedkeuring aan de Raad voor.

7. Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring

De Raad heeft op grond van artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring ingesteld. Deze klachtencommissie adviseert, hetzij naar aanleiding van een klacht, hetzij op eigen initiatief, de Raad over maatregelen te nemen tegen advocaten die rechtsbijstand hebben geboden op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht en het vreemdelingenrecht, vreemdelingenpiket en vreemdelingenbewaring.

In een afzonderlijk reglement zijn de werkzaamheden van en de behandeling van klachten door de klachtencommissie geregeld. De ingeschreven advocaat is verplicht zich te onderwerpen aan het genoemde reglement.

8. Uitsluiting

De Raad kan – ambtshalve of naar aanleiding van een schriftelijke klacht – een toegelaten advocaat een waarschuwing geven of al dan niet tijdelijk van de verdere verlening van rechtsbijstand op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht uitsluiten dan wel andere maatregelen treffen, indien uit concrete feiten of omstandigheden is gebleken van enig handelen of nalaten in strijd met een zorgvuldige en doelmatige asiel- en vluchtelingenrechtbijstandsverlening. Deze maatregelen gaan gepaard met melding aan de Deken en andere betrokkenen. Het advies daartoe wordt aan de Raad uitgebracht door de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring.

9. Voorwaarden voor deelneming van advocaten aan het door de Raad opgesteld rooster voor de verlening van rechtsbijstand in bewaringszaken van asielzoekers en andere personen die aan de grens zijn geweigerd5Dit rooster is opgesteld om rechtsbijstand te kunnen waarborgen bij bewaringszaken ex. artikel 6 Vreemdelingenwet.

Opgemelde voorwaarden zijn:

De advocaat kan door de Raad bij wijze van maatregel van deelname aan het rooster worden uitgesloten. De deelneming eindigt eveneens indien de advocaat niet langer aan de voorwaarden voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht voldoet.

Bijlage 2A

Distributieregeling AC

1. Landelijke roosters.

De roosters voor de AC’s worden per half jaar gemaakt. Uitgangspunt is dat roosters 10 weken voor ingang verzonden worden. Tot de datum van het versturen van de inventarisatieformulieren kunnen nieuwe advocaten zich aanmelden. Hierna sluit de termijn en worden nieuwe aanmeldingen in het bestand voor het volgende half jaar gezet.

De Raad geeft in de begeleidende brief bij de inventarisatie van roosterwensen voor de komende periode altijd de verwachte productieprognose in de betreffende periode per AC aan.

2. Opstellen roosters.

3. Vervanging.

4. Geen te behandelen zaken/afbellen.

5. Spreekuur.

6. Reiskosten.

7. Toelating nieuwe advocaten op het AC Rooster.

8. Voorwaarden waaronder een asieladvocaat als begeleider kan functioneren.

9. Begeleiding.

10. Verklaring van geen bezwaar.

Bijlage 3

Personen- en Familierecht

(uitgezonderd de ondertoezichtstellingen, voornaamswijzigingen en onder curatele/ bewindstellingen)

Onderstaande inschrijvingsvoorwaarden op het terrein van het Personen- en familierecht treden op 1 juli 2012 in werking.

De advocaat die voorwaardelijk ingeschreven wil worden op het terrein van het Personen- en familierecht dient te voldoen aan de algemene inschrijvingsvoorwaarden en bovendien aan de volgende specifieke vereisten:

Na voorwaardelijke inschrijving kan de advocaat onvoorwaardelijk worden ingeschreven als hij definitief aan de voorwaarden onder a. en b. heeft voldaan.

De advocaat dient vanaf dan:

Overgangsregeling:

Afbakening:

Als het vereiste aantal toevoegingen niet gehaald wordt, kunnen desgewenst in de telling ook zaken die louter betalend zijn gedaan worden betrokken.

Bijlage 4

Gedragscode voor advocaten in het Personen- en Familierecht

Het bleek wenselijk om voor advocaten werkzaam in de personen- en familierechtspraktijk de al bestaande gedragsregels nader uit te werken, waarbij de effectuering hiervan gestimuleerd kan worden door de cliënt te melden dat deze regels gehanteerd worden door bij de opdrachtbevestiging hiervan een uitdraai te verstrekken. Dit laat overigens de gelding van de Gedragsregels 1992 en de Verordening op de vakbekwaamheid onverlet.

Gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht