← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 22 december 2011, nr. WJZ / 10146523, tot vaststelling van de aanvraag- en veilingprocedure voor vergunningen voor frequentieruimte in de 800, 900 en 1800 MHz-band ten behoeve van mobiele communicatietoepassingen (Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 800, 900 en 1800 MHz)

Geldende tekst a fecha 2012-07-11

Gelet op de artikelen 2a, 4, 6, 6a en 8 van het Frequentiebesluit;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Onder een groep wordt mede verstaan een rechtspersoon of andere juridische entiteit waarin twee of meer aanvragers gelijke aandelen houden of gelijke juridische zeggenschap hebben.

§ 2. Beschikbare vergunningen

Artikel 2
1.

Ten behoeve van het gebruik van frequentieruimte voor terrestrische elektronische communicatie worden de volgende vergunningen door middel van een veiling verdeeld:

2.

Voor de verdeling, bedoeld in het eerste lid, zijn twee vergunningen A1, één vergunning A2, vier vergunningen B, zes vergunningen C, veertien vergunningen D, twee vergunningen E, één vergunning F, tien vergunningen G en één vergunning H beschikbaar.

3.

Vergunningen A1 en A2 worden uitsluitend verleend aan nieuwkomers.

4.

Aan één nieuwkomer worden ten hoogste twee van de drie beschikbare vergunningen A1 en A2 verleend.

5.

Indien er een vergunning G wordt verleend aan een aanvrager, worden aan hem ten minste twee vergunningen G verleend, waarbij ter voorkoming van interferentie beperkingen worden opgelegd aan het gebruik van de laagst gelegen frequentieruimte van 5 MHz waarvoor die aanvrager een vergunning G verkrijgt.

6.

De vergunning H wordt verleend aan de aanvrager waaraan een vergunning G wordt verleend voor het gebruik van de frequentieruimte tussen 2610–2615 MHz.

7.

De vergunningen A1 en B worden zodanig verleend dat, met inachtneming van het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid:

8.

De vergunningen A2 en C worden zodanig verleend dat, met inachtneming van het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid:

9.

De vergunningen D worden zodanig verleend dat, met inachtneming van het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid:

10.

De vergunningen G worden zodanig verleend dat, met inachtneming van het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid:

11.

Per nieuwkomer worden niet meer vergunningen A1, A2, B, C, D, E, F of G verleend dan die gezamenlijk overeenkomen met 220 activiteitspunten.

12.

Per aanvrager anders dan een nieuwkomer worden niet meer vergunningen B, C, D, E, F of G verleend dan die gezamenlijk overeenkomen met 190 activiteitspunten.

Artikel 3
1.

Indien aanvragen die overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 10 zijn ingediend door nieuwkomers en die voldoen aan de in artikel 11 gestelde eisen, in totaal ten aanzien van vergunningen A1 en A2 betrekking hebben op twee of meer vergunningen A1 en geen betrekking hebben op een vergunning A2, zijn in afwijking van artikel 2, tweede lid, voor de verdeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, twee vergunningen A1, vier vergunningen B, zeven vergunningen C, veertien vergunningen D, twee vergunningen E, één vergunning F, tien vergunningen G en één vergunning H beschikbaar.

2.

In het geval, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2, achtste lid, van toepassing, met dien verstande dat dit uitsluitend betrekking heeft op de verlening van vergunningen C.

3.

In het geval, bedoeld in het eerste lid, worden in afwijking van artikel 2, twaalfde lid, per aanvrager anders dan een nieuwkomer niet meer vergunningen verleend dan die gezamenlijk overeenkomen met 205 activiteitspunten.

Artikel 4
1.

Indien aanvragen die overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 10 zijn ingediend door nieuwkomers en die voldoen aan de in artikel 11 gestelde eisen, in totaal ten aanzien van vergunningen A1 en A2 uitsluitend betrekking hebben op één vergunning A1 en geen betrekking hebben op een vergunning A2, zijn in afwijking van artikel 2, tweede lid, voor de verdeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, één vergunning A1, vijf vergunningen B, zeven vergunningen C, veertien vergunningen D, twee vergunningen E, één vergunning F, tien vergunningen G en één vergunning H beschikbaar.

2.

In het geval, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2, achtste lid, van toepassing, met dien verstande dat dit uitsluitend betrekking heeft op de verlening van vergunningen C.

3.

In het geval, bedoeld in het eerste lid, worden in afwijking van artikel 2, twaalfde lid, per aanvrager anders dan een nieuwkomer niet meer vergunningen verleend dan die gezamenlijk overeenkomen met 220 activiteitspunten.

Artikel 5
1.

Indien aanvragen die overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 10 zijn ingediend door nieuwkomers en die voldoen aan de in artikel 11 gestelde eisen, in totaal ten aanzien van vergunningen A1 en A2 uitsluitend betrekking hebben op één vergunning A1 en één of meer vergunningen A2, zijn in afwijking van artikel 2, tweede lid, voor de verdeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, één vergunning A1, één vergunning A2, vijf vergunningen B, zes vergunningen C, veertien vergunningen D, twee vergunningen E, één vergunning F, tien vergunningen G en één vergunning H beschikbaar.

2.

In het geval, bedoeld in het eerste lid, worden in afwijking van artikel 2, twaalfde lid, per aanvrager anders dan een nieuwkomer niet meer vergunningen verleend dan die gezamenlijk overeenkomen met 205 activiteitspunten.

Artikel 6
1.

Indien aanvragen die overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 10 zijn ingediend door nieuwkomers en die voldoen aan de in artikel 11 gestelde eisen, in totaal ten aanzien van vergunningen A1 en A2 geen betrekking hebben op een vergunning A1 en betrekking hebben op één of meer vergunningen A2, zijn in afwijking van artikel 2, tweede lid, voor de verdeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, één vergunning A2, zes vergunningen B, zes vergunningen C, veertien vergunningen D, twee vergunningen E, één vergunning F, tien vergunningen G en één vergunning H beschikbaar.

2.

In het geval, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2, zevende lid, van toepassing, met dien verstande dat dit uitsluitend betrekking heeft op de verlening van vergunningen B.

3.

In het geval, bedoeld in het eerste lid, worden in afwijking van artikel 2, twaalfde lid, per aanvrager anders dan een nieuwkomer niet meer vergunningen verleend dan die gezamenlijk overeenkomen met 220 activiteitspunten.

Artikel 7
1.

Indien geen aanvraag overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 10 door een nieuwkomer wordt ingediend of indien aanvragen die overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 10 zijn ingediend door nieuwkomers en die voldoen aan de in artikel 11 gestelde eisen, geen betrekking hebben op een vergunning A1 en A2, zijn in afwijking van artikel 2, tweede lid, voor de verdeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, zes vergunningen B, zeven vergunningen C, veertien vergunningen D, twee vergunningen E, één vergunning F, tien vergunningen G en één vergunning H beschikbaar.

2.

In het geval, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2, zevende lid, van toepassing, met dien verstande dat dit uitsluitend betrekking heeft op de verlening van vergunningen B.

3.

In het geval, bedoeld in het eerste lid, is voorts artikel 2, achtste lid, van toepassing, met dien verstande dat dit uitsluitend betrekking heeft op de verlening van vergunningen C.

4.

In het geval, bedoeld in het eerste lid, worden in afwijking van artikel 2, twaalfde lid, per aanvrager anders dan een nieuwkomer niet meer vergunningen verleend dan die gezamenlijk overeenkomen met 235 activiteitspunten.

§ 3. Vergunningaanvraag en zekerheidstelling (inschrijvingsfase)

Artikel 8
1.

Degene die voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking wil komen, dient een aanvraag in.

2.

Een aanvrager kan uitsluitend aan de veiling deelnemen op eigen titel dan wel als lid van één groep.

3.

Per groep wordt ten hoogste één aanvraag ingediend.

4.

Een aanvraag van een nieuwkomer heeft betrekking op ten hoogste twee van de drie beschikbare vergunningen A1 en A2.

5.

Een aanvraag van een nieuwkomer heeft betrekking op ten hoogste 220 activiteitspunten en een aanvraag van een andere aanvrager dan een nieuwkomer heeft betrekking op ten hoogste 190 activiteitspunten.

6.

In het geval, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, of 5, eerste lid, heeft in afwijking van het vijfde lid, een aanvraag van een andere aanvrager dan een nieuwkomer betrekking op ten hoogste 205 activiteitspunten.

7.

In het geval, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, of 6, eerste lid, heeft in afwijking van het vijfde lid, een aanvraag van een nieuwkomer betrekking op ten hoogste 235 activiteitspunten en een aanvraag van een andere aanvrager dan een nieuwkomer betrekking op ten hoogste 220 activiteitspunten.

8.

In het geval, bedoeld in 7, eerste lid, heeft in afwijking van het vijfde lid, een aanvraag van zowel een nieuwkomer als een andere aanvrager dan een nieuwkomer betrekking op ten hoogste 235 activiteitspunten.

9.

In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veiling en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

10.

De aanvraag bevat verder de gegevens en bescheiden, bedoeld in bijlage I, en wordt overeenkomstig het model in die bijlage ingedeeld.

11.

De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

12.

Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tiende lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

13.

De gegevens en bescheiden, bedoeld in het twaalfde lid, mogen in afwijking van het elfde lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

14.

Op het tijdstip, bedoeld in artikel 9, eerste lid, heeft de aanvrager overeenkomstig artikel 15 een bedrag tot zekerheid van de gestanddoening van zijn bieding gedaan.

Artikel 9
1.

De aanvraag wordt uiterlijk op 16 juli 2012 om 14.00 uur per post ontvangen dan wel door persoonlijke overhandiging ontvangen op het volgende adres:

Agentschap Telecom

Ter attentie van: Veilingteam 800, 900 en 1800 MHz

Emmasingel 1

9726 AH Groningen

2.

Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in het eerste lid gestelde eisen, wordt de aanvraag afgewezen.

Artikel 10
1.

De aanvrager informeert de minister onmiddellijk over een wijziging met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in bijlage I, onderdeel A. Hij informeert de minister per post of door persoonlijke overhandiging van informatie over de wijziging op het adres, bedoeld in artikel 9, eerste lid.

2.

De gegevens, bedoeld in bijlage I, onderdeel B, worden niet gewijzigd na het tijdstip, bedoeld in artikel 9, eerste lid.

3.

Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan:

deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt hij de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

4.

De aanvrager heeft gedurende zeven werkdagen, te rekenen vanaf de dag nadat de mededeling, bedoeld in het derde lid, is verstuurd, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

5.

De gegevens ten behoeve van het verzuimherstel, bedoeld in het derde lid, onder a, b en c, worden per post verzonden of door persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, bedoeld in artikel 9, eerste lid.

6.

Het verzuimherstel, bedoeld in het derde lid, onder d, geschiedt overeenkomstig artikel 15.

7.

Indien het verzuim, bedoeld in het derde lid, onder a en d, binnen de termijn, genoemd in het vierde lid, niet is hersteld of de aanvraag na herstel niet voldoet aan de in artikel 8, tweede, derde, negende, tiende, elfde, dertiende of veertiende lid, gestelde eisen, kan de minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

8.

Indien het verzuim, bedoeld in het derde lid, onder b, binnen de termijn, genoemd in het vierde lid, niet is hersteld of de aanvraag na herstel niet voldoet aan het in artikel 8, vierde lid, gestelde vereisten, wordt de aanvraag afgewezen voor zover deze betrekking heeft op meer vergunningen A1 en A2 dan waarvoor de nieuwkomer op grond van artikel 2, vierde lid, in aanmerking kan komen.

9.

Indien het verzuim, bedoeld in het derde lid, onder c, binnen de termijn, genoemd in het vierde lid, niet is hersteld of de aanvraag na herstel niet voldoet aan de in artikel 8, vijfde, zesde, zevende of achtste lid gestelde eisen, wordt de aanvraag afgewezen voor zover deze betrekking heeft op meer activiteitspunten dan waarvoor de aanvrager op grond van artikel 2, elfde of twaalfde lid, artikel 3, derde lid, artikel 4, derde lid, artikel 5, tweede lid, artikel 6, derde lid, of artikel 7, vierde lid, in aanmerking kan komen.

10.

Indien het verzuim betrekking heeft op artikel 8, tiende lid, bestaande uit een aangegeven voorkeur voor vergunning A1 of A2 terwijl de aanvrager geen nieuwkomer is, wordt de aanvraag afgewezen voor zover die betrekking heeft op vergunning A1 of A2 en wordt het aantal aangevraagde activiteitspunten dienovereenkomstig verminderd. Voordat de aanvraag wordt afgewezen, deelt de minister het voorgenomen besluit mee aan de betrokken aanvrager en wordt de aanvrager overeenkomstig het vierde lid in de gelegenheid gesteld om aan te geven naar welke vergunningen en welke frequentieruimte zijn voorkeur uitgaat.

11.

Uiterlijk binnen twee weken nadat de minister overeenkomstig het zevende lid heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, stort de minister de waarborgsom terug aan de betreffende aanvrager of stuurt de minister een schriftelijke verklaring als bedoeld in bijlage II, onder II, onder 4, aan de bank van die aanvrager die ter zekerstelling een bankgarantie heeft overgelegd. De minister stuurt een kopie van deze verklaring aan de aanvrager. Artikel 44, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11
1.

De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

3.

Met de eisen van het tweede lid worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

4.

Binnen zes weken na het tijdstip, bedoeld in artikel 9, eerste lid, stelt de minister vast of de aanvrager wiens aanvraag in behandeling is genomen, voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid, en of hij een nieuwkomer is. Deze termijn kan eenmalig met ten hoogste vier weken worden verlengd.

5.

Indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is voldaan, wijst de minister de aanvraag af.

§ 4. Vaststellen noodzaak tot veilen

Artikel 12
1.

Voor het vaststellen of er noodzaak is tot het veilen van de vergunningen A1 tot en met G wordt bij de toepassing van het tweede tot en met vijfde lid uitgegaan van de aanvragen die overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 10 zijn ingediend door aanvragers die voldoen aan de in artikel 11 gestelde eisen.

2.

De vergunningen A1 tot en met G worden met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, derde tot en met twaalfde lid, zonder veiling verleend, indien:

3.

In het geval, bedoeld in artikel 3, eerste lid, worden in afwijking van het tweede lid, de vergunningen A1 en B tot en met G met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2, derde tot en met twaalfde lid, en 3, tweede en derde lid, zonder veiling verleend, indien voldaan kan worden aan de vraag naar vergunningen A1, B, C, D, E, F en G, bedoeld in bijlage I, onder B.1, onderdeel b, en geen van de aanvragers voorkeur heeft uitgesproken voor specifieke frequentieruimte als bedoeld in bijlage I, onder B.2, onderdeel b.

4.

In het geval, bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden in afwijking van het tweede lid, de vergunningen A1 en B tot en met G met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2, derde tot en met twaalfde lid, en 4, tweede en derde lid, zonder veiling verleend, indien voldaan kan worden aan de vraag naar vergunningen A1, B, C, D, E, F en G, bedoeld in bijlage I, onder B.1, onderdeel c, en geen van de aanvragers voorkeur heeft uitgesproken voor specifieke frequentieruimte als bedoeld in bijlage I, onder B.2, onderdeel c.

5.

In het geval, bedoeld in artikel 5, eerste lid, worden in afwijking van het tweede lid, de vergunningen A1 tot en met G met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2, derde tot en met twaalfde lid, en 5, tweede lid, zonder veiling verleend, indien voldaan kan worden aan de vraag naar vergunningen A1, A2, B, C, D, E, F en G, bedoeld in bijlage I, onder B.1, onderdeel d, en geen van de aanvragers voorkeur heeft uitgesproken voor specifieke frequentieruimte als bedoeld in bijlage I, onder B.2, onderdeel d.

6.

In het geval, bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden in afwijking van het tweede lid, de vergunningen A2 tot en met G met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2, derde tot en met twaalfde lid, en 6, tweede en derde lid, zonder veiling verleend, indien voldaan kan worden aan de vraag naar vergunningen A2, B, C, D, E, F en G, bedoeld in bijlage I, onder B.1, onderdeel e, en geen van de aanvragers voorkeur heeft uitgesproken voor specifieke frequentieruimte als bedoeld in bijlage I, onder B.2, onderdeel e.

7.

In het geval, bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden in afwijking van het tweede lid, de vergunningen B tot en met G met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2, derde tot en met twaalfde lid, en 7, tweede tot en met vierde lid, zonder veiling verleend, indien voldaan kan worden aan de vraag naar vergunningen B, C, D, E, F en G, bedoeld in bijlage I, onder B.1, onderdeel f, en geen van de aanvragers voorkeur heeft uitgesproken voor specifieke frequentieruimte als bedoeld in bijlage I, onder B.2, onderdeel f.

8.

Uiterlijk binnen twee weken nadat op grond van het tweede, derde, vierde, vijfde, zesde of zevende lid door de minister is besloten dat vergunningen zonder veiling worden verleend, stort de minister de waarborgsom terug aan de betreffende aanvragers of stuurt de minister een schriftelijke verklaring als bedoeld in bijlage II, onder II, onder 4, aan de bank van die aanvragers die ter zekerstelling een bankgarantie hebben overgelegd. De minister stuurt een kopie van deze verklaring aan de aanvrager. Artikel 44, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

9.

De vergunningen A1 tot en met G worden met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, derde tot en met twaalfde lid, onder toepassing van de artikelen 36 tot en met 44 verleend, indien:

10.

In het geval, bedoeld in artikel 3, eerste lid, worden in afwijking van het negende lid, de vergunningen A1 en B tot en met G met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2, derde tot en met twaalfde lid, en 3, tweede en derde lid, onder toepassing van de artikelen 36 tot en met 44 verleend, indien:

11.

In het geval, bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden in afwijking van het negende lid, de vergunningen A1 en B tot en met G met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2, derde tot en met twaalfde lid, en 4, tweede en derde lid, onder toepassing van de artikelen 36 tot en met 44 verleend, indien:

12.

In het geval, bedoeld in artikel 5, eerste lid, worden in afwijking van het negende lid, de vergunningen A1 tot en met G met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2, derde tot en met twaalfde lid, en 5, tweede lid, onder toepassing van de artikelen 36 tot en met 44 verleend, indien:

13.

In het geval, bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden in afwijking van het negende lid, de vergunningen A2 tot en met G met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2, derde tot en met twaalfde lid, en 6, tweede en derde lid, onder toepassing van de artikelen 36 tot en met 44 verleend, indien:

14.

In het geval, bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden in afwijking van het negende lid, de vergunningen B tot en met G met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2, derde tot en met twaalfde lid, en 7, tweede tot en met vierde lid, onder toepassing van de artikelen 36 tot en met 44 verleend, indien:

15.

In de gevallen, bedoeld in het negende tot en met veertiende lid, zijn de artikelen 14 tot en met 23 van toepassing.

Artikel 13
1.

De minister deelt de aanvragers zo spoedig mogelijk mee welke vergunningen overeenkomstig artikel 12 worden verleend.

2.

Nadat de vergunningen, bedoeld in het eerste lid, zijn verleend, deelt de minister de aanvragers mee aan wie welke vergunningen zijn verleend.

§ 5. Toelating tot de veiling

Artikel 14
1.

Indien na toepassing van artikel 12 de noodzaak van veilen is komen vast te staan, deelt de minister iedere aanvrager schriftelijk mee of hij als deelnemer wordt toegelaten tot de veiling. De minister deelt iedere aanvrager hierbij tevens mee voor hoeveel activiteitspunten hij op basis van de artikelen 2, elfde of twaalfde lid, 3, derde lid, 4, derde lid, 5, tweede lid, 6, derde lid, of 7, vierde lid, vergunningen mag verwerven tijdens de veiling.

2.

De minister deelt iedere deelnemer hierbij tevens mee:

Artikel 15
1.

Iedere deelnemer voldoet een bedrag tot zekerheid van de gestanddoening van zijn bieding.

2.

Indien de aanvraag van een deelnemer betrekking heeft op een vergunning A1, bedraagt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, € 35.000.000 per aangevraagde vergunning A1.

3.

Indien de aanvraag van een deelnemer betrekking heeft op een vergunning A2, bedraagt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, € 28.900.000 per aangevraagde vergunning A2.

4.

Indien de aanvraag van een deelnemer betrekking heeft op ten hoogste vijftien activiteitspunten als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder b tot en met e, bedraagt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, € 200.000 per activiteitspunt.

5.

Indien de aanvraag van een deelnemer betrekking heeft op ten minste zestien en ten hoogste vijfenveertig activiteitspunten als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder b tot en met e, bedraagt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, € 300.000 per activiteitspunt.

6.

Indien de aanvraag van een deelnemer betrekking heeft op zesenveertig of meer activiteitspunten als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder b tot en met e, bedraagt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, € 400.000 per activiteitspunt.

7.

Uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in artikel 9, eerste lid,:

8.

De deelnemer die heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid, is gerechtigd om een bieding uit te brengen tijdens de eerste primaire biedronde of in een procedure als bedoeld in artikel 12, negende tot en met veertiende lid.

9.

Indien het op grond van het zevende lid, onder a, betaalde bedrag op meer activiteitspunten betrekking heeft dan het aantal activiteitspunten dat is genoemd in de mededeling, bedoeld in artikel 14, eerste lid, stort de minister uiterlijk twee weken nadat de mededeling is gedaan, dat deel van het bedrag terug dat betrekking heeft op het verschil in aantal activiteitspunten.

10.

In het geval, bedoeld in het negende lid, vergoedt de minister de rente vanaf de dag waarop hij het bedrag, bedoeld in het zevende lid, onder a, heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in het zevende lid, tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop hij het deel van het bedrag, bedoeld in het negende lid, terugstort. De minister stort de rente terug op dezelfde dag waarop hij het deel van het bedrag, bedoeld in het negende lid, terugstort.

§ 6. Algemene bepalingen omtrent de veiling

Artikel 16
1.

Een aanvrager, inbegrepen diegene die een aanvrager ten behoeve van de veiling bijstaat of een lid van de groep waartoe een aanvrager behoort, verspreidt geen vertrouwelijke informatie en doet geen vertrouwelijke informatie verspreiden aan een andere aanvrager of een derde, en maakt geen vertrouwelijke informatie openbaar.

2.

Een aanvrager, inbegrepen diegene die een aanvrager ten behoeve van de veiling bijstaat of een lid van de groep waartoe een aanvrager behoort, onthoudt zich voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure van afspraken of gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan een goed verloop van de veiling, de mededinging in de veilingprocedure daaronder begrepen.

3.

Indien naar het oordeel van de minister sprake is van gedragingen in strijd met het eerste of tweede lid, kan de minister de veiling opschorten voor een termijn van ten hoogste één jaar.

4.

De minister kan een aanvrager die naar het oordeel van de minister handelt in strijd met het eerste of tweede lid van deelname of van verdere deelname aan de veiling uitsluiten.

5.

Indien een deelnemer in strijd heeft gehandeld met het eerste of tweede lid, kan de minister:

Artikel 17
1.

De veiling vindt plaats door middel van internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem.

2.

Gedurende de veiling communiceert:

met dien verstande dat de minister ingeval van bijzondere omstandigheden communicatie per telefoon kan toestaan.

3.

In afwijking van het tweede lid, onder a, kan gedurende de veiling de communicatie tussen de minister en een deelnemer schriftelijk plaatsvinden door middel van het in artikel 14, tweede lid, onder d, bedoelde faxnummer, indien sprake is van een elektronische storing als bedoeld in artikel 21, eerste lid.

4.

De veiling wordt uitsluitend op werkdagen gehouden.

5.

De minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop van de veiling.

Artikel 18
1.

De minister kan de veiling opschorten voor een termijn van ten hoogste één jaar indien zich naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden voordoen buiten de beïnvloedingssfeer van de minister of de deelnemers waardoor de veiling tijdelijk geen doorgang kan vinden.

2.

De minister kan indien dit om andere dan de in artikel 16, derde en vijfde lid, genoemde redenen nodig is voor een eerlijk of efficiënt verloop van de veiling:

3.

De minister kan een aanvrager die niet langer voldoet aan de eisen die in artikel 11 zijn gesteld aan een aanvrager, uitsluiten van deelname of van verdere deelname aan de veiling.

4.

Indien twee of meer aanvragers lid worden van één groep, sluit de minister aanvragers uit van deelname of van verdere deelname aan de veiling zodat niet meer dan één aanvrager per groep deelneemt aan de veiling.

Artikel 19
1.

De minister bepaalt wanneer de biedronden van de veiling plaatsvinden en de duur van die biedronden.

2.

Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bieding gebonden.

Artikel 20
1.

Een ongeldige bieding wordt niet in aanmerking genomen bij:

2.

Een bieding is ongeldig wanneer niet is voldaan aan de volgende voorwaarden:

3.

In afwijking van het tweede lid, onder a, is een bieding die is uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem via internet ongeldig en een schriftelijke bieding geldig, indien de betrokken deelnemer met betrekking tot die biedronde toestemming als bedoeld in artikel 21 heeft gekregen voor het uitbrengen van een schriftelijke bieding, en die toestemming niet is ingetrokken overeenkomstig artikel 21, vijfde lid.

4.

Een schriftelijke bieding als bedoeld in het derde lid is ongeldig wanneer niet is voldaan aan de volgende voorwaarden:

5.

Indien een deelnemer niet heeft voldaan aan de in het tweede lid, onder a tot en met j, gestelde voorwaarden, deelt de minister dit de deelnemer mee en stelt hij de deelnemer in de gelegenheid het verzuim door middel van het elektronisch veilingsysteem te herstellen binnen de duur van de betrokken biedronde, dan wel de verlengde biedronde, bedoeld in artikel 23, eerste of tweede lid, onder a.

6.

In afwijking van het vijfde lid wordt aan een deelnemer die toestemming heeft om een schriftelijke bieding in te dienen en die niet heeft voldaan aan de in het tweede lid, onder b tot en met j, gestelde voorwaarden of de in het vierde lid, onder b tot en met d, gestelde voorwaarden:

Artikel 21
1.

Indien een deelnemer door een elektronische storing niet in staat is om door middel van het elektronisch veilingsysteem een bieding uit te brengen, kan de minister toestemming geven om een bieding schriftelijk uit te brengen door middel van het in artikel 14, tweede lid, onder d, bedoelde faxnummer.

2.

Een verzoek tot toestemming als bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk ingediend via het in artikel 14, tweede lid, onder d, bedoelde faxnummer, is met redenen omkleed en wordt door de minister ontvangen uiterlijk binnen 10 minuten na afloop van de biedronde.

3.

De minister kan toestemming als bedoeld in het eerste lid geven voor een enkele primaire biedronde of voor meerdere primaire biedronden, voor de aanvullende biedronde of voor de toewijzingsbiedronde.

4.

Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften worden verbonden.

5.

De minister kan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, op verzoek van de deelnemer intrekken, wanneer dit verzoek door middel van het in artikel 14, tweede lid, onder d, bedoelde faxnummer schriftelijk wordt gedaan uiterlijk 10 minuten na afloop van de voorgaande biedronde, dan wel de verlengde biedronde, bedoeld in artikel 23, eerste of tweede lid, onder b.

Artikel 22
1.

Het aantal activiteitspunten bedraagt:

2.

Het activiteitsniveau van een bieding is de som van de activiteitspunten van de vergunningen waarop de bieding betrekking heeft.

3.

Het activiteitsniveau van een deelnemer bedraagt:

4.

Indien een deelnemer in een primaire biedronde geen bieding uitbrengt of een ongeldige bieding uitbrengt, is het activiteitsniveau van de betreffende deelnemer in de volgende biedronde nul.

5.

Het activiteitsniveau van de bieding die een deelnemer in een biedronde uitbrengt is niet hoger dan het activiteitsniveau van de deelnemer in die biedronde.

6.

In afwijking van het vijfde lid kan het activiteitsniveau van een bieding in de aanvullende biedronde hoger zijn dan het activiteitsniveau van de deelnemer, maar niet hoger dan het aantal activiteitspunten dat hem op grond van artikel 14, eerste lid, is meegedeeld.

Artikel 23
1.

Indien een deelnemer een biedronde laat verstrijken zonder dat hij een bieding uitbrengt, wordt die biedronde voor die deelnemer eenmalig van rechtswege verlengd met een termijn van 30 minuten, met dien verstande dat in ten hoogste twee primaire biedronden voor een deelnemer verlenging plaatsvindt.

2.

In afwijking van het eerste lid:

3.

Het verzoek tot toestemming als bedoeld in het tweede lid, onder a, is met redenen omkleed en wordt ontvangen uiterlijk binnen 10 minuten na afloop van de biedronde of de verlengde biedronde, bedoeld in het eerste of tweede lid, onder b.

4.

Aan de toestemming, bedoeld in het tweede lid, onder a, kunnen voorschriften worden verbonden.

5.

Een op grond van het eerste of tweede lid verlengde biedronde is afgelopen zodra:

6.

De minister deelt zo spoedig mogelijk aan alle deelnemers mee dat een biedronde voor een of meer deelnemers is verlengd.

§ 7. De hoofdfase van de veiling: de primaire biedronden en de aanvullende biedronde

§ 7.1. Primaire biedronden

Artikel 24
1.

De primaire biedronde bestaat uit één of meer biedronden.

2.

Een deelnemer brengt in een primaire biedronde per biedronde ten hoogste één bieding uit.

3.

Een bieding in een primaire biedronde kan betrekking hebben op andere vergunningen dan waarvoor een deelnemer in zijn aanvraag, bedoeld in bijlage I, onderdeel B, een voorkeur heeft uitgesproken, alsmede op andere vergunningen dan waarop zijn bieding in een voorgaande primaire biedronde betrekking had.

4.

Een bieding in een primaire biedronde ziet op het aantal vergunningen waarop een deelnemer biedt gelet op de in die biedronde geldende rondeprijs voor die vergunningen, bedoeld in artikel 26.

Artikel 25
1.

De minister deelt elke deelnemer voor aanvang van de eerste primaire biedronde de aanvangstijd en de duur van de biedronde mee.

2.

De minister deelt elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een primaire biedronde mee:

3.

In afwijking van het tweede lid, onder e en f, wordt geen informatie over een volgende primaire biedronde gegeven indien de primaire biedronden op grond van artikel 27 eindigen.

Artikel 26
1.

De rondeprijzen in de eerste primaire biedronde zijn:

2.

In de tweede en volgende primaire biedronden verhoogt de minister de rondeprijzen, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig het derde tot en met vijftiende lid.

3.

De rondeprijs van vergunning A1 wordt in een biedronde verhoogd indien in de direct daaraan voorafgaande biedronde de vraag naar vergunning A1 groter is dan twee.

4.

In het geval, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, of 5, eerste lid, wordt in afwijking van het derde lid, de rondeprijs van vergunning A1 in een biedronde verhoogd indien in de direct daaraan voorafgaande biedronde de vraag naar vergunning A1 groter is dan één.

5.

De rondeprijs van vergunning A2 wordt in een biedronde verhoogd indien in de direct daaraan voorafgaande biedronde de vraag naar vergunning A2 groter is dan één.

6.

De rondeprijs van vergunning B wordt in een biedronde verhoogd indien in de direct daaraan voorafgaande biedronde de vraag naar vergunning B groter is dan vier.

7.

In het geval, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, of 5, eerste lid, wordt in afwijking van het zesde lid, de rondeprijs van vergunning B in een biedronde verhoogd indien in de direct daaraan voorafgaande biedronde de vraag naar vergunning B groter is dan vijf.

8.

In het geval, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, of 7, eerste lid, wordt in afwijking van het zesde lid, de rondeprijs van vergunning B in een biedronde verhoogd indien in de direct daaraan voorafgaande biedronde de vraag naar vergunning B groter is dan zes.

9.

De rondeprijs van vergunning C wordt in een biedronde verhoogd indien in de direct daaraan voorafgaande biedronde de vraag naar vergunning C groter is dan zes.

10.

In het geval, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, of 7, eerste lid, wordt in afwijking van het negende lid, de rondeprijs van vergunning C in een biedronde verhoogd indien in de direct daaraan voorafgaande biedronde de vraag naar vergunning C groter is dan zeven.

11.

De rondeprijs van vergunning D wordt verhoogd indien in de direct daaraan voorafgaande biedronde de vraag naar deze vergunningen groter is dan veertien.

12.

De rondeprijs van vergunning E wordt verhoogd indien in de direct daaraan voorafgaande biedronde de vraag naar deze vergunningen groter is dan twee.

13.

De rondeprijs van vergunning F wordt verhoogd indien in de direct daaraan voorafgaande biedronde de vraag naar deze vergunning groter is dan één.

14.

De rondeprijs van vergunning G wordt verhoogd indien in de direct daaraan voorafgaande biedronde de vraag naar deze vergunningen groter is dan tien.

15.

In de in het derde tot en met veertiende lid bedoelde gevallen verhoogt de minister in eenheden van € 1.000 de rondeprijs van een vergunning zodanig dat de verhoging van de rondeprijs van een vergunning in een biedronde ten hoogste 100% is ten opzichte van de rondeprijs voor die vergunning in de daaraan voorafgaande ronde.

16.

Indien dit naar het oordeel van de minister nodig is voor een evenwichtige vraagontwikkeling of een efficiënt verloop van de veiling kan hij afwijken van het vijftiende lid.

Artikel 27
1.

De primaire biedronden eindigen indien met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2, derde tot en met twaalfde lid, 3, tweede en derde lid, 4, tweede en derde lid, 5, tweede lid, 6, tweede en derde lid, of 7, tweede tot en met vierde lid, voldaan kan worden aan de vraag naar vergunningen.

2.

In afwijking van het eerste lid, kan de minister de primaire biedronden beëindigen indien dat naar de mening van de minister geboden is ten behoeve van een efficiënt veilingproces.

§ 7.2. Aanvullende biedronde

Artikel 28
1.

Na het einde van de primaire biedronden deelt de minister elke deelnemer mee:

2.

De minister deelt elke deelnemer voor aanvang van de aanvullende biedronde zijn activiteitsniveau als bedoeld in artikel 22, derde lid, onder c, mee.

Artikel 29
1.

De aanvullende biedronde bestaat uit één biedronde waarin door een deelnemer meerdere biedingen kunnen worden gedaan.

2.

Een deelnemer brengt in de aanvullende biedronde ten hoogste 2000 biedingen uit.

3.

Een bieding in de aanvullende biedronde kan betrekking hebben op andere vergunningen dan waarvoor een deelnemer in zijn aanvraag, bedoeld in bijlage I, onderdeel B, een voorkeur heeft uitgesproken, alsmede op andere vergunningen dan waarop zijn bieding in enige primaire biedronde betrekking had.

4.

De aanvang van de aanvullende biedronde is niet eerder dan ten minste een werkdag na het einde van de primaire biedronden.

Artikel 30
1.

De minimaal te bieden bedragen in de aanvullende biedronde zijn:

2.

Indien een deelnemer in de aanvullende biedronde een bieding uitbrengt op hetzelfde pakket als waarop hij in een primaire biedronde heeft geboden, is het biedbedrag van de bieding in de aanvullende biedronde hoger dan de prijs voor dat pakket tegen de rondeprijzen in de primaire biedronde waarin hij er voor het laatst op heeft geboden.

3.

Onverminderd artikel 22, zesde lid, geldt in de aanvullende biedronde voor biedingen van een deelnemer op andere pakketten dan zijn finale pakket, dat het biedbedrag voor pakket X niet hoger is dan de hoogste prijs waartegen de deelnemer op pakket Y heeft geboden in een primaire biedronde of in de aanvullende biedronde, vermeerderd met de prijs voor pakket X tegen de rondeprijzen in primaire biedronde n, verminderd met de prijs voor pakket Y tegen de rondeprijzen in primaire biedronde n, waarbij:

4.

Onverminderd artikel 22, zesde lid, geldt voor een deelnemer die zijn finale primaire bieding in een andere primaire biedronde dan de laatste primaire biedronde heeft uitgebracht, dat het biedbedrag in de aanvullende biedronde voor een bieding van deze deelnemer op zijn finale pakket niet hoger is dan de prijs voor dit pakket tegen de rondeprijzen in de primaire biedronde na de biedronde waarin hij zijn finale primaire bieding heeft uitgebracht.

5.

Indien een deelnemer zijn finale primaire bieding in de laatste primaire biedronde heeft uitgebracht, geldt in de aanvullende biedronde voor deze deelnemer geen maximumbedrag voor een bieding op zijn finale pakket.

Artikel 31
1.

De minister stelt overeenkomstig het tweede tot en met vierde lid de combinatie van winnende biedingen vast.

2.

De combinatie van winnende biedingen is de combinatie van biedingen die zijn uitgebracht in de primaire biedronden of in de aanvullende ronden, die voldoet aan de volgende voorwaarden:

3.

Indien er meerdere combinaties van winnende biedingen voldoen aan het tweede lid wordt er opnieuw een aanvullende biedronde gehouden, met dien verstande dat er ten hoogste driemaal opnieuw een aanvullende biedronde wordt gehouden.

4.

Indien na het driemaal opnieuw houden van een aanvullende biedronde er nog steeds meerdere combinaties van winnende biedingen kunnen worden vastgesteld op basis van het tweede lid, wordt door middel van loting tussen alle combinaties van winnende biedingen, vastgesteld wat de combinatie van winnende biedingen is.

Artikel 32
1.

Nadat de combinatie van winnende biedingen door de minister is vastgesteld overeenkomstig artikel 31, bepaalt de minister voor iedere winnende bieding een basisprijs op grond van bijlage III.

2.

De basisprijzen worden naar boven afgerond op eenheden van € 1.000, met dien verstande dat een deelnemer na afronding niet meer betaalt dan het biedbedrag van zijn winnende bieding.

Artikel 33
1.

Na het bepalen van de combinatie van winnende biedingen en de basisprijzen van iedere winnende bieding deelt de minister iedere deelnemer mee:

2.

De minister deelt voorts aan een deelnemer de basisprijs van zijn winnende bieding mee.

3.

Na het bepalen van de combinatie van winnende biedingen en de basisprijzen van iedere winnende bieding maakt de minister openbaar:

4.

In het geval, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, of 4, eerste lid:

5.

In het geval, bedoeld in artikel 6, eerste lid:

6.

In het geval, bedoeld in artikel 7, eerste lid:

Artikel 34
1.

Vergunning F wordt verleend aan de deelnemer die op vergunning F de winnende bieding heeft gedaan.

2.

De minister deelt iedere deelnemer mee aan wie vergunning F is verleend.

3.

De totaalprijs van vergunning F bestaat uit de op grond van artikel 32 afgeronde basisprijs voor die vergunning.

Artikel 35
1.

Indien de combinatie van winnende biedingen, gelet op de artikelen 2, derde tot en met twaalfde lid, of 5, eerste lid, zodanig is samengesteld dat een vergunning A1, A2, B, C, D, E of G uitsluitend betrekking heeft op één alternatief voor frequentieruimte als bedoeld in artikel 38, dan wordt die vergunning verleend aan de deelnemer die op die vergunning de winnende bieding heeft gedaan.

2.

In het geval, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, of 4, eerste lid, is het eerste lid van toepassing, met dien verstande dat dit een vergunning A1, B, C, D, E of G betreft.

3.

In het geval, bedoeld in artikel 6, eerste lid, is het eerste lid van toepassing, met dien verstande dat dit een vergunning A2, B, C, D, E of G betreft.

4.

In het geval, bedoeld in artikel 7, eerste lid, is het eerste lid van toepassing, met dien verstande dat dit een vergunning B, C, D, E of G betreft.

5.

De minister deelt iedere deelnemer mee aan wie de vergunningen, bedoeld in het eerste lid, zijn verleend, alsmede voor welke frequentieruimte de vergunningen zijn verleend.

6.

De totaalprijs voor de in het eerste lid bedoelde vergunningen bestaat uit de op grond van artikel 32 afgeronde basisprijs voor die vergunningen.

§ 8. De tweede fase van de veiling: de toewijzingsbiedronde

Artikel 36
1.

Zo spoedig mogelijk na het einde van aanvullende biedronde, deelt de minister elke deelnemer mee:

2.

De minister deelt voorts elke deelnemer voor aanvang van de toewijzingsbiedronde mee wat de alternatieven zijn waarop de betreffende deelnemer op grond van artikel 38 kan bieden.

Artikel 37
1.

De toewijzingsbiedronde bestaat uit een aparte toewijzingsbiedronde voor de typen vergunningen A1 en B tezamen, A2 en C tezamen, D, E en G die gelijktijdig plaatsvinden en waarin wordt bepaald voor welke frequentieruimte een deelnemer een vergunning verkrijgt, met dien verstande dat de toewijzingsbiedronde geen betrekking heeft op vergunningen die op grond van artikel 35, eerste lid, zijn verleend.

2.

In het geval, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, is het eerste lid van toepassing, met dien verstande dat de toewijzingsbiedronde uit een aparte toewijzingsbiedronde bestaat voor de typen vergunningen A1 en B tezamen, C, D, E en G.

3.

In het geval, bedoeld in artikel 5, eerste lid, is het eerste lid van toepassing.

4.

In het geval, bedoeld in artikel 6, eerste lid, is het eerste lid van toepassing, met dien verstande dat de toewijzingsbiedronde uit een aparte toewijzingsbiedronde bestaat voor de typen vergunningen A2 en C tezamen, B, C, D, E en G.

5.

In het geval, bedoeld in artikel 7, eerste lid, is het eerste lid van toepassing, met dien verstande dat de toewijzingsbiedronde uit een aparte toewijzingsbiedronde bestaat voor elk van het type vergunning B, C, D, E en G.

6.

Een deelnemer kan in de toewijzingsbiedronde uitsluitend bieden op het type vergunningen, zoals voorkomend op de voor hem samengestelde lijst met alternatieven, bedoeld in artikel 38.

7.

De aanvang van de toewijzingsbiedronde is niet eerder dan ten minste een werkdag na het einde van de aanvullende biedronde.

Artikel 38
1.

De minister stelt op basis van de artikelen 31, eerste lid, en 35, eerste lid, voor iedere deelnemer een lijst samen met per type vergunning de alternatieven voor de frequentieruimte waarop hij gezien de aantallen vergunningen A1, A2, B, C, D, E en G die hij heeft gewonnen in de toewijzingsbiedronde kan bieden.

2.

In het geval, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, is het eerste lid van toepassing, met dien verstande dat dit betrekking heeft op de vergunningen A1, B, C, D, E en G.

3.

In het geval, bedoeld in artikel 5, eerste lid, is het eerste lid van toepassing.

4.

In het geval, bedoeld in artikel 6, eerste lid, is het eerste lid van toepassing, met dien verstande dat dit betrekking heeft op de vergunningen A2, B, C, D, E en G.

5.

In het geval, bedoeld in artikel 7, eerste lid, is het eerste lid van toepassing, met dien verstande dat dit betrekking heeft op de vergunningen B, C, D, E en G.

Artikel 39

Indien voor een alternatief voor frequentieruimte als bedoeld in artikel 38 geen bieding wordt ontvangen, wordt voor dat alternatief uitgegaan van een biedbedrag van nul euro.

Artikel 40
1.

De minister stelt overeenkomstig het tweede en derde lid de finale combinatie van winnende biedingen voor de typen vergunningen A1 en B tezamen, A2 en C tezamen, D, E en G vast.

2.

De finale combinatie van winnende biedingen voor een type vergunning is de combinatie van biedingen die voor dat type vergunningen zijn uitgebracht in de toewijzingsbiedronde die voldoet aan de volgende voorwaarden:

3.

Indien voor de typen vergunningen A1 en B tezamen, A2 en C tezamen, D, E of G meerdere combinaties van winnende biedingen voldoen aan het tweede lid, wordt er voor dat type vergunning opnieuw een toewijzingsbiedronde gehouden, met dien verstande dat er ten hoogste driemaal opnieuw een toewijzingsbiedronde wordt gehouden.

4.

Indien na het driemaal opnieuw houden van een toewijzingsbiedronde er nog steeds meerdere finale combinaties van winnende biedingen voor de typen vergunningen A1 en B tezamen, A2 en C tezamen, D, E of G kunnen worden vastgesteld op basis van het eerste en tweede lid, wordt door middel van loting tussen alle combinaties van winnende biedingen voor dat type vergunning uit de laatste toewijzingsbiedronde die voldoen aan het tweede lid, vastgesteld wat de finale combinatie van winnende biedingen voor dat type vergunning is.

5.

In het geval, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, zijn het eerste, derde en vierde lid, van toepassing, met dien verstande dat deze betrekking hebben op de vergunningen A1 en B tezamen, C, D, E en G.

6.

In het geval, bedoeld in artikel 6, eerste lid, zijn het eerste, derde en vierde lid, van toepassing, met dien verstande dat deze betrekking hebben op de vergunningen A2 en C tezamen, B, D, E en G.

7.

In het geval, bedoeld in artikel 7, eerste lid, zijn het eerste, derde en vierde lid, van toepassing, met dien verstande dat deze betrekking hebben op de vergunningen B, C, D, E en G.

Artikel 41
1.

Nadat de finale combinatie van winnende biedingen is vastgesteld, bepaalt de minister de extra prijzen op grond van bijlage IV.

2.

De extra prijzen, bedoeld in het eerste lid, worden naar boven afgerond op eenheden van € 1000, met dien verstande dat een deelnemer na afronding niet meer betaalt dan het biedbedrag van zijn winnende bieding.

3.

De totaalprijs die een winnende deelnemer verschuldigd is voor de door hem gewonnen vergunningen, bestaat uit de op grond van artikel 32, tweede lid, afgeronde basisprijs voor die vergunningen en de op grond van het tweede lid afgeronde extra prijs voor die vergunningen.

Artikel 42

De minister deelt de deelnemers zo spoedig mogelijk na het bepalen van de extra prijzen, bedoeld in artikel 41, eerste lid, en het bepalen van de totaalprijzen, bedoeld in artikel 41, derde lid, mee:

§ 9. Vergunningverlening na veiling

Artikel 43
1.

Aan een winnende deelnemer wordt een vergunning verleend voor de door hem gewonnen vergunningen. De totaalprijs voor die vergunningen is gelijk aan het bedrag dat op grond van artikel 41, derde lid, is vastgesteld.

2.

De minister wijst de overige aanvragen, voor zover dat nog niet is gebeurd op grond van de artikelen 9, tweede lid, 10, achtste of negende lid, of 11, vijfde lid, af.

3.

De minister maakt na de veiling de informatie, bedoeld in de artikelen 34, tweede lid, 35, vijfde lid, en 42 openbaar.

§ 10. Terugstorting waarborgsommen & teruggave bankgaranties

Artikel 44
1.

Uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in artikel 42, is gedaan:

2.

De minister vergoedt de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 15, zevende lid, met dien verstande dat de rente wordt vergoed tot en met de dag:

3.

De minister vergoedt voorts aan een deelnemer van wie de waarborgsom meer bedraagt dan de totaalprijs, rente over het restant, bedoeld in het eerste lid, onder d, sub 2°, over de periode vanaf de dag waarop de mededeling, bedoeld in artikel 42, is gedaan tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort, met dien verstande dat er alleen rente wordt betaald over dat restant.

4.

De minister stort de rente, bedoeld in het tweede en derde lid, terug op dezelfde dag waarop hij de waarborgsom of het bedrag dat resteert van de waarborgsom, terugstort.

§ 11. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 45

Deze regeling treedt in werking met ingang van 16 april 2012.

Artikel 46

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 800, 900 en 1800 MHz.

Bijlage I. als bedoeld in artikel 8, tiende lid, van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 800, 900 en 1800 MHz

– Model aanvraagformulier –

Onderdeel A

A.1. Algemeen

Statutaire naam aanvrager: .....

Nummer van inschrijving in het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: .....

Land van inschrijving in het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: .....

Beherende instantie van het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register: ....

Faxnummer: .....

Het telefoonnummer waarop in geval van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 17, tweede lid, de vertegenwoordigingsbevoegde tijdens de veiling bereikbaar is:

.....

□ Een recent uittreksel, niet ouder dan een maand gerekend vanaf de datum van indiening van de aanvraag, van het handelsregister of daarmee vergelijkbaar register is bijgevoegd.

A.2. Vertegenwoordigingsbevoegdheid

Opgave van degene(n) die bevoegd zijn (is) om de aanvrager rechtsgeldig te vertegenwoordigen in verband met deze aanvraag en alle handelingen gedurende de veilingprocedure, met opgave van eventuele beperkingen met betrekking tot die vertegenwoordigingsbevoegdheid:

A.2.1 Functionaris 1

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening: .....

A.2.2 Functionaris 2

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: ....

Handtekening .....

A.2.3 Functionaris 3

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening .....

A.2.4 Functionaris 4

Naam: .....

Volledige voornamen: .....

Functie bij aanvrager: .....

Soort identiteitsbewijs: .....

Nummer identiteitsbewijs: .....

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: .....

Opgave van beperkingen van bevoegdheid: .....

Bevoegdheid en beperkingen blijken uit: .....

Handtekening .....

Indien de vertegenwoordigingsbevoegdheid niet blijkt uit het handelsregister of een daarmee vergelijkbaar register, maar uit een volmacht, moet een kopie van de volmacht worden bijgevoegd.

A.3. Groepsverhoudingen

□ Indien de aanvrager lid is van een groep, dient een juridisch organogram van de groep te worden bijgevoegd met vermelding in het juridisch organogram van:

Gebruik een bijlage.

A.4. Schriftelijke verklaring omtrent de juistheid van gegevens

Ondergetekende, notaris te .....(plaatsnaam)

Verklaart, zonder voorbehoud, dat:

Naam:.....

Plaats.....

Datum: ....

Handtekening

.....

De verklaring van de notaris mag desgewenst door middel van een bijlage worden verstrekt.

Onderdeel B

B.1. Vergunningen waarop de aanvraag betrekking heeft

Onderdeel a

Ik vraag de navolgende vergunningen aan ter grootte van ...... activiteitspunten.

1 Alleen voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, onder b en in totaal maximaal twee vergunningen A1 of A2 per nieuwkomer.

Onderdeel b

In het geval, bedoeld in artikel 3, eerste lid, vraag ik de navolgende vergunningen aan ter grootte van ...... activiteitspunten.

1 Alleen voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, onder b.

Onderdeel c

In het geval, bedoeld in artikel 4, eerste lid, vraag ik de navolgende vergunningen aan ter grootte van ...... activiteitspunten.

1 Alleen voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, onder b.

Onderdeel d

In het geval, bedoeld in artikel 5, eerste lid, vraag ik de navolgende vergunningen aan ter grootte van ...... activiteitspunten.

1 Alleen voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, onder b.

Onderdeel e

In het geval, bedoeld in artikel 6, eerste lid, vraag ik de navolgende vergunningen aan ter grootte van ...... activiteitspunten.

1 Alleen voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, onder b.

Onderdeel f

In het geval, bedoeld in artikel 7, eerste lid, vraag ik de navolgende vergunningen aan ter grootte van ...... activiteitspunten.

B.2. Voorkeur specifieke frequentieruimte

Onderdeel a

Hieronder geef ik per type vergunning aan of ik een voorkeur heb voor specifieke frequentieruimte indien de vergunningen A1 tot en met G op grond van artikel 12, tweede lid, zonder veiling worden verleend.

1 Doorhalen wat niet van toepassing is.

2 Alleen voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, onder b.

Onderdeel b

Hieronder geef ik per type vergunning aan of ik een voorkeur heb voor specifieke frequentieruimte indien de vergunningen A1 en B tot en met G op grond van artikel 12, derde lid, zonder veiling worden verleend.

1 Doorhalen wat niet van toepassing is.

2 Alleen voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, onder b.

Onderdeel c

Hieronder geef ik per type vergunning aan of ik een voorkeur heb voor specifieke frequentieruimte indien de vergunningen A1 en B tot en met G op grond van artikel 12, vierde lid, zonder veiling worden verleend.

1 Doorhalen wat niet van toepassing is.

2 Alleen voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, onder b.

Onderdeel d

Hieronder geef ik per type vergunning aan of ik een voorkeur heb voor specifieke frequentieruimte indien de vergunningen A1 tot en met G op grond van artikel 12, vijfde lid, zonder veiling worden verleend.

1 Doorhalen wat niet van toepassing is.

2 Alleen voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, onder b.

Onderdeel e

Hieronder geef ik per type vergunning aan of ik een voorkeur heb voor specifieke frequentieruimte indien de vergunningen A2 tot en met G op grond van artikel 12, zesde lid, zonder veiling worden verleend.

1 Doorhalen wat niet van toepassing is.

2 Alleen voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, onder b.

Onderdeel f

Hieronder geef ik per type vergunning aan of ik een voorkeur heb voor specifieke frequentieruimte indien de vergunningen B tot en met G op grond van artikel 12, zevende lid, zonder veiling worden verleend.

1 Doorhalen wat niet van toepassing is.

Ondergetekende verklaart dat

Naam :....

Plaats :.....

Datum :.....

Handtekening: .....

Bijlage II. als bedoeld in artikel 15, zevende lid, onder b, van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 800, 900 en 1800 MHz

– Model bankgarantie –

Plaats: .....

Datum: .....

Naam Bank en ondertekening

.....

Bijlage III. als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 800, 900 en 1800 MHz

– Basisprijzen –

Door toepassing van artikel 31 zijn n winnende biedingen wb1, wb2, wb3, ..., wbn bepaald, uitgebracht door de deelnemers w1, w2, w3, ..., wn. Voor een winnende bieding wbi is de prijs pi geboden. De totale opbrengst van de winnende biedingen wb1, wb2, wb3, ..., wbn is gelijk aan T, ofwel

T =

De basisprijs wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde onder 1 en 2:

Bijlage IV. als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 800, 900 en 1800 MHz

– Extra prijzen –

Door toepassing van artikel 40 zijn n winnende biedingen wb1, wb2, wb3, ..., wbn bepaald, uitgebracht door de deelnemers w1, w2, w3, ..., wn. Voor een winnende bieding wbi is de prijs pi geboden. De totale opbrengst van de winnende biedingen wb1, wb2, wb3, ..., wbn is gelijk aan T, ofwel

T =

De extra prijs wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde onder 1 en 2:

Bijlage V. als bedoeld in artikel 20, vierde lid, onder b, van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 800, 900 en 1800 MHz

– Biedkaart –

Instructies

Primaire biedronde

1 Alleen voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, onder b.

Aanvullende biedronde

1 Alleen voor een nieuwkomer als bedoeld in artikel 1, onder b

Toewijzingsbiedronde

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.