Regeling van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 17 februari 2012, nr. WJZ/12001252, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2012 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012)

Type Ministeriële regeling
Publication 2014-02-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 1, tweede lid, 2, tweede, derde en vierde lid, 3, 7, 8, 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, zesde lid, 15, tweede, derde en vierde lid, 25, 28, eerste lid, 29, eerste lid, 31, vijfde lid, 32, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 42, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 47, vijfde lid, 48, tweede, derde en vijfde lid, 56, eerste en derde lid, 59, tweede lid, 61, eerste lid, en 62, vierde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Algemene bepalingen

Artikel 2
1.

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte op grond van de artikelen 4, eerste lid, 9, eerste lid, 14, eerste lid, 19, eerste lid, 24, eerste lid, 28, eerste lid, 32, eerste lid, 36, eerste lid, 49, eerste lid, 54, eerste lid, 59, eerste lid, 64, eerste lid, 76, eerste lid, 81, eerste lid, 86, eerste lid, 91, eerste lid, 96, eerste lid, 101, eerste lid, 106, eerste lid, 111, eerste lid, 116, eerste lid, 121, eerste lid en 126, eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 13 maart 2012, 9:00 uur, tot 27 december 2012, 17:00 uur, bedraagt € 1.700.000.000,00.

2.

De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3.

Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

4.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien op het moment van indienen van de aanvraag geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.

5.

Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000 wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-aanvrager.

Artikel 3
1.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 4, 9, 28, 32 en 36 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van het besluit.

2.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 4, 9, 14, 19, 24, 28, 32 en 36 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit.

3.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 49, 54, 59 en 64 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, tweede lid, van het besluit.

4.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 76, 81, 86, 91, 96, 101, 106, 111, 116, 121 en 126 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van het besluit.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.