← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 april 2012, nr. IVV/OOG/2012/6311, houdende nadere regels in verband met aanpassing van de hoogte van de uitkering aan het woonland (Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid)

Geldende tekst a fecha 2022-01-01

Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, de artikelen 17, derde lid, 18, derde lid, 25, tweede lid, 29, derde lid, 29a, achtste lid, en 67, twaalfde lid, van de Algemene nabestaandenwet, artikel 2, tiende en elfde lid, van de Wet op het kindgebonden budget en artikel 62, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip, waarop de artikelen I, II, III en IV van de Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid in werking treden. Treedt in werking met uitzondering van personen die recht hebben op een uitkering op grond van de Wet op het kindgebonden budget en voor zover het personen betreft die voor 1 juli 2012 respectievelijk recht hebben op kinderbijslag, op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet of op een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Treedt in werking voor personen die recht hebben op een uitkering op grond van de Wet op het kindgebonden budget en voor zover het personen betreft die voor 1 juli 2012 respectievelijk recht hebben op kinderbijslag, op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet of op een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op 1 januari 2013.

Artikel 1. Woonlandfactor

Het percentage, bedoeld in de artikelen 12, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, 17, derde lid, 18, vierde lid, 29, derde lid, 29a, zesde lid, en 67, negende lid, van de Algemene nabestaandenwet, 2, elfde en twaalfde lid, van de Wet op het kindgebonden budget en 62, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, voor een woonland anders dan:

Artikel 2. Hoogte kindgebonden budget bij aanspraak voor meer dan een kind
1.

Indien:

wordt voor de vaststelling van de hoogte van het kindgebonden budget het hoogste bedrag aan kindgebonden budget op grond van artikel 2, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet op het kindgebonden budget en de verhoging, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget gekoppeld aan het kind dat woont in het land met het hoogste percentage, bedoeld in artikel 1, en wordt vervolgens steeds het daarop volgende hoogste bedrag aan kindgebonden budget gekoppeld aan het kind dat woont in het land met het daarop volgende hoogste percentage. Bij een gelijk percentage wordt het hoogste bedrag aan kindgebonden budget gekoppeld aan het kind met de hoogste leeftijd.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid hebben de landen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met d, een percentage van 100.

Artikel 3. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt voor wat betreft de artikelen I, II, III en IV van de Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid in werking op het tijdstip waarop de respectievelijke artikelen of onderdelen daarvan in werking treden.

Artikel 4. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012.

Bijlage. als bedoeld in artikel 1 van de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012

Land: Woonlandfactor:
Afghanistan 40%
Albanië 50%
Algerije 60%
Angola 90%
Antigua en Barbuda 70%
Argentinië 70%
Armenië 50%
Australië 100%
Azerbeidzjan 70%
Bahamas 70%
Bahrein 70%
Bangladesh 40%
Barbados 60%
Belarus 50%
Belize 60%
Benin 50%
Bhutan 40%
Boeroendi 50%
Bolivia 50%
Bosnië en Herzegovina 50%
Botswana 40%
Brazilië 90%
Brunei Darussalam 80%
Burkina Faso 40%
Cambodja 40%
Canada 100%
Centraal Afrikaanse Republiek 60%
Chili 70%
China 70%
Colombia 70%
Comoren 70%
Congo, Dem. Rep. 70%
Congo, Rep. 70%
Costa Rica 70%
Cuba 60%
Djibouti 50%
Dominica 50%
Dominicaanse Republiek 60%
Ecuador 60%
Egypte 50%
El Salvador 50%
Equatoriaal Guinea 80%
Eritrea 90%
Ethiopië 40%
Fiji 90%
Filippijnen 60%
Gabon 70%
Gambia 30%
Georgië 60%
Ghana 80%
Grenada 70%
Guatemala 70%
Guinea 60%
Guinea-Bissau 50%
Guyana 100%
Haïti 60%
Honduras 60%
Hong Kong SAR, China 70%
India 40%
Indonesië 70%
Irak 100%
Iran 40%
Israel 100%
Ivoorkust 60%
Jamaica 60%
Japan 100%
Jemen, Rep. 60%
Jordanië 80%
Kaapverdië 90%
Kameroen 50%
Katar 90%
Kazakstan 90%
Kenia 50%
Kirgizië 50%
Kiribati 70%
Koeweit 100%
Kosovo 60%
Laos 50%
Lesotho 60%
Libanon 70%
Liberia 70%
Libië 60%
Macau SAR, China 90%
Macedonië, FYR1 40%
Madagaskar 50%
Malawi 30%
Malediven 70%
Maleisië 60%
Mali 60%
Marokko 60%
Mauritanië 40%
Mauritius 50%
Mexico 60%
Micronesië 80%
Moldavië 60%
Monaco 100%
Mongolië 70%
Montenegro 50%
Mozambique 60%
Namibië 80%
Nepal 50%
Nicaragua 50%
Nieuw Zeeland2 100%
Niger 60%
Nigeria 60%
Oeganda 40%
Oekraïne 50%
Oezbekistan 50%
Oman 80%
Pakistan 50%
Palau 60%
Panama 60%
Papoea Nieuw Guinea 80%
Paraguay 60%
Peru 60%
Russische Federatie 60%
Rwanda 50%
Samoa 80%
Sao Tomé en Principe 80%
Saoedi-Arabië 80%
Senegal 50%
Servië 50%
Seychellen 50%
Siërra Leone 50%
Singapore 80%
Soedan 70%
Solomon Eilanden 60%
Somalië 60%
Sri Lanka 50%
St. Kitts en Nevis 80%
St. Lucia 60%
St. Vincent en de Grenadines 60%
Suriname 100%
Swaziland 60%
Syrië 60%
Tadzjikistan 40%
Tanzania 40%
Thailand 60%
Timor-Leste 60%
Togo 60%
Tonga 90%
Trinidad en Tobago 70%
Tsjaad 60%
Tunesië 50%
Turkije 60%
Turkmenistan 60%
Uruguay 90%
Vanuatu 70%
Venezuela 90%
Verenigde Arabische Emiraten 90%
Verenigde Staten 100%
Vietnam 50%
Westelijke Jordaanoever en Gaza 60%
Zambia 90%
Zimbabwe 60%
Zuid Afrika 70%
Zuid-Korea 70%
Koninkrijksgebieden
Aruba 80%
Bonaire 80%
Curaçao 80%
Saba 80%
Sint Maarten (Nederlands deel) 80%
St Eustatius 80%

1 Met betrekking tot Macedonië geldt in verband met het geldende bilaterale socialezekerheidsverdrag voor de wezenuitkering vooralsnog een woonlandfactor van 100%.

2 Met betrekking tot Nieuw-Zeeland geldt in verband met het geldende bilaterale socialezekerheidsverdrag vooralsnog een woonlandfactor van 100%.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2a. Grondslag

Deze regeling berust mede op de artikelen 2, twaalfde lid, van de Wet op het kindgebondenbudget, 18, vierde lid, 29a, zesde lid, en 67, negende lid, van de Algemene nabestaandenwet.

Bijlage. als bedoeld in artikel 1 van de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012

In de tabel zijn de woonlandfactoren opgenomen zoals deze van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2022. Hierbij wordt opgemerkt dat soms een woonlandfactor verandert ten gevolge van een wijziging in een bilateraal socialezekerheidsverdrag. Deze wijzigingen hebben rechtstreekse werking. Dit betekent dat ze worden toegepast zonder dat daarvoor de tabel hoeft te worden gewijzigd. Bij de eerstvolgende herziening van de tabel met woonlandfactoren worden dergelijke wijzigingen alsnog in de tabel verwerkt.

In de tabel wordt via sterretjes inzichtelijk gemaakt dat er verschillen gelden voor de toepassing van het woonlandbeginsel voor de Algemene nabestaandenwet, de WGA-vervolguitkering en de eventuele toeslagen daarop enerzijds en de kinderbijslag en het kindgebonden budget anderzijds.

*: Wanneer in de tabel een * is opgenomen bij een land geldt dat het woonlandbeginsel alleen buiten toepassing blijft voor de Algemene nabestaandenwet, de WGA-vervolguitkering en de eventuele toeslag daarop vanwege het bilaterale socialezekerheidsverdrag tussen dat land en Nederland. Voor de kinderbijslag en het kindgebonden budget kan in dat geval het woonlandbeginsel wel worden toegepast.

**: Wanneer in de tabel ** is opgenomen bij een land geldt dat voor dat land vanwege het bilaterale socialezekerheidsverdrag tussen dat land en Nederland het woonlandbeginsel voor geen enkele wet mag worden toegepast.

Land Woonlandfactor 2022
Afghanistan 30%
Albanië 50%
Algerije 40%
Andorra 90%
Angola 50%
Antigua en Barbuda 90%
Argentinië* 60%
Armenië 40%
Aruba 80%
Australië** 100%
Azerbeidzjan 40%
Bahama’s 100%
Bahrein 60%
Bangladesh 50%
Barbados 100%
Belarus 40%
Belize* 80%
Benin 50%
Bhutan 40%
Bolivia 50%
Bonaire 80%
Bosnië en Herzegovina** 50%
Botswana 60%
Brazilië 70%
Brunei Darussalam 60%
Burkina Faso 50%
Burundi 40%
Cambodja 50%
Canada** 100%
Centraal-Afrikaanse Republiek 60%
Chili* 70%
China 80%
Colombia 50%
Comoren 60%
Congo, Democratische Republiek 60%
Congo, Republiek 70%
Costa Rica 70%
Cuba 60%
Curaçao 100%
Djibouti 70%
Dominica 80%
Dominicaanse Republiek 60%
Ecuador* 70%
Egypte* 30%
El Salvador 60%
Equatoriaal-Guinea 50%
Eritrea 50%
Eswatini 60%
Ethiopië 50%
Fiji 60%
Filipijnen* 50%
Gabon 60%
Gambia 40%
Georgië 40%
Ghana 50%
Grenada 80%
Guatemala 60%
Guinee 50%
Guinee-Bissau 40%
Guyana 60%
Haïti 50%
Honduras 60%
Hong Kong SAR, China* 100%
India 40%
Indonesië** 40%
Irak 70%
Iran 60%
Israël 100%
Ivoorkust 50%
Jamaica 70%
Japan* 100%
Jemen 50%
Jordanië* 50%
Kaapverdië 60%
Kameroen 50%
Kazachstan 50%
Kenia 50%
Kirgizië 30%
Kiribati 90%
Koeweit 80%
Kosovo 50%
Laos 40%
Lesotho 50%
Libanon 60%
Liberia 50%
Libië 60%
Macau SAR 80%
Madagaskar 40%
Malawi 50%
Maldiven 70%
Maleisië 50%
Mali 50%
Marokko1 50%
Marshalleilanden 60%
Mauritanië 40%
Mauritius 60%
Mexico 60%
Micronesia 60%
Moldavië 40%
Monaco* 100%
Mongolië 40%
Montenegro** 50%
Mozambique 50%
Myanmar 40%
Namibië 60%
Nauru 100%
Nepal 40%
Nicaragua 40%
Nieuw-Zeeland** 100%
Niger 60%
Nigeria 50%
Noord-Macedonië* 40%
Oeganda 50%
Oekraïne 40%
Oezbekistan 30%
Oman 70%
Pakistan 40%
Palau 100%
Panama* 60%
Papoea-Nieuw-Guinea 80%
Paraguay* 50%
Peru 70%
Qatar 80%
Russische Federatie 50%
Rwanda 50%
Saba 70%
Saint Kitts en Nevis 90%
Saint Lucia 90%
Saint Vincent en de Grenadines 70%
Salomonseilanden 100%
Samoa 80%
San Marino 100%
Sao Tomé en Principe 60%
Saoedi-Arabië 60%
Senegal 50%
Servië** 50%
Seychellen 70%
Sierra Leone 40%
Singapore 80%
Sint Eustatius 80%
Sint-Maarten (Frans gedeelte) 100%
Sint Maarten (Nederlands gedeelte) 80%
Soedan 30%
Somalië 50%
Sri Lanka 40%
Suriname** 50%
Syrië 50%
Tadzjikistan 30%
Taiwan 80%
Tanzania 50%
Thailand* 50%
Timor-Leste 50%
Togo 50%
Tonga 90%
Trinidad en Tobago 80%
Tsjaad 60%
Tunesië** 40%
Turkije2 40%
Turkmenistan 60%
Tuvalu 100%
Uruguay* 90%
Vanuatu 100%
Venezuela 60%
Verenigd Koninkrijk3 100%
Verenigde Arabische Emiraten 80%
Verenigde Staten** 100%
Vietnam 40%
Westelijke Jordaanoever en Gaza 60%
Zambia 50%
Zimbabwe 60%
Zuid-Afrika** 60%
Zuid-Korea** 90%
Zuid-Soedan 50%

1 Voor Marokko gelden de verdragsrechtelijke afspraken over de woonlandfactor zoals vastgelegd in het op 4 juni 2016 getekende Protocol tot wijziging van het op 14 februari 1972 te Rabat ondertekende Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko, zoals gewijzigd en ondertekend op 30 september 1996 en op 24 juni 2002 (Trb. 2016/67).

2 Met betrekking tot Turkije geldt voor Anw- en WGA-vervolguitkeringen die worden geëxporteerd op grond van het Associatieraadsbesluit dat het woonlandbeginsel niet toegepast kan worden evenals voor de Turkse gerechtigden op kinderbijslag voor kinderen in Turkije onder de reikwijdte van de uitspraak CRvB van 14 februari 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:510).

3 Voor het Verenigd Koninkrijk geldt dat het woonlandbeginsel niet toepast kan worden als het terugtrekkingsakkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk, het Handelsakkoord tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk of het bilaterale sociale zekerheidsverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk zich tegen toepassing van het woonlandbeginsel verzet.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.