← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 4 mei 2012, houdende regels voor de scheepvaart over meldingsformaliteiten en over de verwerking van de ontvangen gegevens door organisaties en personen die niet aan het scheepvaartverkeer deelnemen (Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart)

Geldende tekst a fecha 2019-12-21

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 6 maart 2012, nr. IenM/BSK-2012/20694, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op Richtlijn 2010/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten en tot intrekking van Richtlijn 2002/6/EG (PbEU 2010, L 283), Hoofdstuk V, Voorschrift 19-1, van het op 1 november 1974 te Londen tot stand gekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157), en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen (SOLAS-verdrag), Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot het intrekken van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG 2002, L 131), Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (PbEU 2004, L 129), Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap (PbEU 2005, L 255), Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (Herschikking) (PbEU 2009, L 131), en de artikelen 8 van de Binnenvaartwet, 15 van de Havenbeveiligingswet, 3, 4, 20 en 31, elfde lid, van de Scheepvaartverkeerswet en 38 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 6 april 2012, nr. W14.12.0069/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 27 april 2012, nr. IenM/BSK-2012/60139, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities
1.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van hoofdstuk 6, wordt verstaan onder:

2.

In hoofdstuk 6 en de daarop berustende bepalingen, wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Meldingsformaliteiten

Artikel 2. Aankomst- en vertrekmeldingen
1.

De kapitein, de exploitant of de agent van een zeeschip dat behoort tot een bij ministeriële regeling vast te stellen categorie van zeeschepen en dat op weg is van of naar een in Nederland gelegen haven, ankerplaats of een in de Nederlandse territoriale zee gelegen laad- of losinrichting, meldt de bevoegde autoriteit de bij ministeriële regeling te bepalen gegevens omtrent de aankomst, het vertrek en de positie van het schip, de gegevens met betrekking tot het schip, de daarmee vervoerde lading en de uit te voeren reis.

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot:

Artikel 3. Beveiligingsmelding

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de door een kapitein, exploitant of agent van een zeeschip aan de bevoegde autoriteit te verschaffen inlichtingen als bedoeld in artikel 6 van de verordening scheeps- en havenbeveiliging.

Artikel 4. Melding ten behoeve van havenstaatcontrole

De kapitein, de exploitant of de agent van een zeeschip dat op weg is naar een haven als bedoeld in artikel 1 van de Wet havenstaatcontrole en dat in aanmerking komt voor een uitgebreide inspectie als bedoeld in die wet, meldt aan het bij ministeriële regeling aangewezen bevoegde autoriteit, de bij die regeling te bepalen gegevens op een bij die regeling vast te stellen moment en wijze, voordat met het zeeschip een in Nederland gelegen haven, een in de Nederlandse territoriale zee gelegen offshore-installatie of een ankerplaats ter hoogte van die haven of offshore-installatie wordt aangedaan.

Hoofdstuk 3. Beheer en hergebruik van gegevens

Artikel 5. Toepassingsgebied
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op de gegevens:

2.

De bevoegde autoriteiten bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en Onze Minister bedoeld in onderdeel c, zijn verwerkingsverantwoordelijke.

Artikel 6. Zorg- en bewaarplicht
1.

Onverminderd de Algemene verordening gegevensbescherming en artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht, treft een ontvanger van gegevens, bedoeld in artikel 5, passende technische en organisatorische maatregelen ten behoeve van de adequate opslag en verwerking van de gegevens die aan hem worden verstrekt.

2.

Een ontvanger van gegevens, bedoeld in artikel 5, bewaart de door hem ontvangen gegevens zo lang als hij die gegevens redelijkerwijs nodig heeft ten behoeve van de uitvoering van zijn wettelijke taak, dan wel gedurende de termijn die daarvoor is vastgesteld op grond van punten 2.2 en 2.3 van bijlage III van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart of op grond van andere internationale verplichtingen.

3.

In afwijking van het tweede lid bewaart een ontvanger van gegevens op grond van een melding als bedoeld in artikel 3a deze gegevens niet langer dan aangegeven in artikel 10, derde lid, van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen.

Artikel 7. Structurele uitwisseling van gegevens tussen bevoegde autoriteiten

Een bevoegde autoriteit stelt door hem ontvangen gegevens beschikbaar aan andere bevoegde autoriteiten, voor zover deze autoriteiten deze gegevens nodig hebben ten behoeve van de uitvoering van hun wettelijke taak.

Artikel 8. Structurele uitwisseling van gegevens in andere gevallen
1.

Een ontvanger van gegevens, bedoeld in artikel 5:

2.

In afwijking van het eerste lid worden geen gegevens ter beschikking gesteld indien hiertegen bij of krachtens verdrag, wettelijke bepaling of om andere zwaarwegende redenen, beletselen bestaan.

3.

Ten behoeve van de uitvoering van het eerste lid worden door de daarbij betrokken partijen in elk geval schriftelijk vastgelegd welke gegevens ter beschikking worden gesteld, voor welk doel zij ter beschikking worden gesteld, op welke wijze de verstrekker van de gegevens hierover in kennis wordt gesteld en de termijn dat deze gegevens door de ontvangende partij mogen worden bewaard. Voor zover van toepassing worden daarbij tevens afspraken vastgelegd over het waarborgen van de bescherming van de door de ontvangende partij verkregen commerciële- en privacygevoelige gegevens en over het verdere hergebruik van deze gegevens binnen de logistieke keten.

4.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op de uitwisseling van gegevens tussen bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 7.

5.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de uitwisseling van gegevens, bedoeld in het eerste lid, geschiedt.

Artikel 9. Gegevensverstrekking op verzoek
1.

Een ontvanger van gegevens, bedoeld in artikel 5, geeft, buiten de in artikel 8 bedoelde gevallen, slechts na een daartoe strekkend verzoek inzage in door hem ontvangen gegevens of verstrekt deze gegevens aan:

2.

Een verzoek om inzage of verstrekking van gegevens wordt schriftelijk ingediend.

3.

Aan de inzage of verstrekking van gegevens kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

4.

Bij het ter inzage geven of verstrekken van persoonsgegevens worden gegevens van andere personen voor zover mogelijk anoniem gemaakt.

5.

Na inzage of verstrekking van gegevens wordt schriftelijk vastgelegd: de naam van de degene op wie of het schip waarop de gegevens betrekking hebben, de wijze en het moment waarop inzage werd verleend of verstrekking van de gegevens plaatsvond, welke gegevens het betrof en de naam- en adresgegevens van de verzoeker.

Hoofdstuk 4. Internationale uitwisseling van scheepvaartgegevens

Paragraaf 1. Organisatorische bepalingen

Artikel 10. Aanwijzing NCA-SafeSeaNet en RIS-autoriteit
1.

Bij ministeriële regeling worden een NCA-SafeSeaNet en een RIS-autoriteit aangewezen.

2.

De NCA-SafeSeaNet en de RIS-autoriteit vertegenwoordigen, indien de gecoördineerde nationale en internationale uitvoering van bindende besluiten van instellingen van de Europese gemeenschappen dit vereist, een of meer van de in artikel 5 genoemde ontvangers van gegevens.

3.

De artikelen 6, 8 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing op de gegevens die de NCA-SafeSeaNet en de RIS-autoriteit ontvangen in verband met de uitvoering van dit artikel.

Artikel 11. Verstrekken van gemelde gegevens aan SafeSeaNet
1.

De gegevens die op grond van de artikelen 2 tot en met 3a en 4 zijn gemeld aan de bevoegde autoriteit worden door deze bevoegde autoriteit verstrekt aan SafeSeaNet.

2.

Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de wijze waarop de gegevens bedoeld in het eerste lid worden doorgegeven aan SafeSeaNet.

Paragraaf 1. Organisatorische bepalingen

Artikel 12. Plaatselijk bevoegde autoriteiten
1.

Een plaatselijke bevoegde autoriteit kan namens de bevoegde autoriteit uitvoering geven aan de verplichting in artikel 11, eerste lid, indien deze plaatselijke bevoegde autoriteit daartoe bij ministeriële regeling is aangewezen.

2.

Een plaatselijke bevoegde autoriteit als bedoeld in het eerste lid is verwerker.

3.

Indien een bevoegde autoriteit de door hem aangewezen plaatselijk bevoegde autoriteit, bedoeld in het eerste lid, wijzigt of de uitvoering van artikel 11, eerste lid, zelf ter hand neemt wordt dit ten minste 6 maanden voorafgaand aan de wijziging medegedeeld aan Onze Minister.

Artikel 13. Internationale doorgifte van gemelde gegevens op verzoek

Onverminderd artikel 11, worden de in dat artikel bedoelde gegevens op een bij ministeriële regeling bepaalde wijze verstrekt aan een bevoegde instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie, indien deze daarom verzoekt en indien dit noodzakelijk is voor de maritieme veiligheid of beveiliging, dan wel voor de bescherming van het mariene milieu.

Artikel 14. Structurele internationale doorgifte ontvangen RIS-gegevens
1.

Ten behoeve van de uitvoering van de richtlijn River Information Services worden de in het tweede lid genoemde gegevens van een schip, dat de grens met een andere lidstaat van de Europese Unie zal overschrijden, voordat het schip de grens met die lidstaat overschrijdt door een bevoegde autoriteit of de RIS-autoriteit, verstrekt aan een bevoegde instantie in die lidstaat op de route van dat schip of aan degene die in de betreffende lidstaat is aangewezen als RIS-autoriteit.

2.

De in het eerste lid bedoelde gegevens, betreffen de gegevens, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, met uitzondering van de in dat onderdeel genoemde meldingen, bedoeld in artikel 2 van dit besluit, en de gegevens, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c.

3.

Ook aan een bevoegde instantie van een derde land kunnen ter uitvoering van bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie, gegevens worden verstrekt als bedoeld in het eerste en tweede lid. Indien het betreffende derde land geen partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is dit alleen mogelijk voor zover ten minste een gelijkwaardige bescherming van gegevens is gewaarborgd en nadat dit in een bestuursrechtelijke overeenkomst is vastgelegd.

Paragraaf 3. Bepalingen ten behoeve van de Kustwacht op grond van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart

Artikel 15. Structurele internationale doorgifte van ontvangen AIS-gegevens

De Kustwacht Nederland stelt de gegevens die hij via AIS van alle zeeschepen varend buiten de kustlijn en alle zeeschepen varend op de binnenwateren ontvangt ter beschikking aan kustwachtstations van andere lidstaten van de Europese Unie en aan de Europese Commissie en kan deze gegevens ook beschikbaar stellen aan een bevoegde instantie van een derde land. Indien het betreffende derde land geen partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is dit alleen mogelijk voor zover ten minste een gelijkwaardige bescherming van gegevens is gewaarborgd en nadat dit in een bestuursrechtelijke overeenkomst ter uitvoering van de doelstelling genoemd in artikel 1 van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart is vastgelegd.

Artikel 16. Informatieverstrekking aan andere kuststations
1.

De Kustwacht Nederland deelt bij hem bekende relevante informatie met betrekking tot in artikel 16, eerste lid, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart, bedoelde schepen onverwijld, op een bij ministeriële regeling bepaalde wijze, mede aan de betrokken kuststations, bedoeld in artikel 3, onderdeel n, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart, van de overige lidstaten van de Europese Unie langs de door het zeeschip te volgen route.

2.

De Kustwacht Nederland verstrekt de in artikel 17 van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart, bedoelde informatie, op een bij ministeriële regeling bepaalde wijze aan een bevoegde instantie als bedoeld in artikel 3, onderdeel k, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart, van een andere lidstaat van de Europese Unie, die daarom uit veiligheidsoverwegingen verzoekt.

Artikel 17. Informatieverstrekking aan de scheepvaart bij incidenten

De Kustwacht Nederland maakt door middel van een radiobericht in het betrokken zeegebied openbaar:

Artikel 18. Incidentmelding door zeeschepen

De exploitant van een zeeschip die door de kapitein van dat schip op de hoogte is gesteld van een incident of ongeval met dat schip op zee als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart, neemt onmiddellijk contact op met de Kustwacht Nederland en houdt zich voor zover nodig ter beschikking van dit centrum.

Paragraaf 4. Overige bepalingen in verband met de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart

Artikel 19. Uitzondering op verplichtingen richtlijn monitoring- en informatiesystemen zeescheepvaart

De artikelen 2, eerste lid, 13, 16, 17 en 18 zijn niet van toepassing met betrekking tot gegevens verkregen van een schip als bedoeld in artikel 2, tweede lid, in samenhang met artikel 6bis, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart.

Artikel 20. Vertrouwelijkheid

Indien een lidstaat van de Europese Unie daarom verzoekt, wordt de informatie, die overeenkomstig artikel 20 bis, derde lid, van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart is verstrekt, vertrouwelijk behandeld door degenen die deze informatie ontvangen.

Hoofdstuk 5. Bepalingen in verband met de richtlijn River Information Services

Artikel 21. Scheepvaartwegen met RIS-toepassing
1.

Onze Minister draagt, met inachtneming van de artikelen 3, onderdelen d, e, f, g en h, 4, eerste lid, tweede lid, derde lid, onderdelen a, b, c, eerste volzin, en d, vierde en vijfde lid, en de daarbij behorende bijlagen en artikel 9, tweede lid, van de richtlijn River Information Services, zorg voor RIS op de scheepvaartwegen die behoren tot of aansluiten op scheepvaartwegen klasse IV en hoger zoals vastgesteld door de Conférence Européenne des Ministres de Transport op basis van de documenten genoemd in artikel 2, eerste lid, van de RIS-richtlijn.

2.

Een bevoegde autoriteit en de RIS-autoriteit treffen in het belang van de bescherming van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van degenen die van diensten die via RIS worden aangeboden, gebruik maken, passende en organisatorische maatregelen ten behoeve van de veiligheid en de beveiliging van de aangeboden diensten. De maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beschermingsniveau dat in verhouding staat tot het desbetreffende risico. Artikel 11.3, tweede lid, van de Telecommunicatiewet is daarbij van overeenkomstige toepassing.

3.

Artikel 11.5a van de Telecommunicatiewet is van overeenkomstige toepassing op de verwerking van positiegegevens die via een tracking- en tracingsysteem als bedoeld in artikel 5 van de richtlijn River Information Services zijn verkregen, met uitzondering van de verwerking van positiegegevens die door een bevoegde autoriteit of de RIS-autoriteit worden verwerkt ten behoeve van bij ministeriële regeling genoemde diensten die via RIS worden aangeboden.

Hoofdstuk 6. Melden en opvragen gegevens van zeeschepen ten behoeve van LRIT

Artikel 22. Aanwijzing ten behoeve van LRIT

Bij ministeriële regeling worden aangewezen:

Artikel 23. Melding door middel van het LRIT
1.

De kapitein van een meldplichtig zeeschip meldt door middel van het LRIT de meldplichtige gegevens via een op grond van artikel 22, onderdeel b, aangewezen applicatie-serviceprovider aan het op grond van artikel 22, onderdeel a, aangewezen LRIT-datacentrum.

2.

De melding bedoeld in het eerste lid, geschiedt met de intervallen zoals bepaald door degene die daartoe op grond van artikel 22, onderdeel d, is aangewezen.

3.

Wanneer het LRIT overeenkomstig Hoofdstuk V, Voorschrift 19-1, onderdeel 7, van het SOLAS-verdrag is uitgeschakeld, meldt de kapitein dit aan degene die op grond van artikel 22, onderdeel e, is aangewezen en maakt daarvan aantekening in het document, bedoeld in Hoofdstuk V, Voorschrift 28, van het SOLAS-verdrag, waarbij hij aangeeft waarom en hoe lang het LRIT werd uitgeschakeld.

4.

Indien de melding, bedoeld in het derde lid, is geschied door de eigenaar, de rompbevrachter, de agent, of een ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het desbetreffend meldplichtig zeeschip, is de kapitein van de meldingsplicht ontheven.

Artikel 24. Opvragen gegevens LRIT
1.

Degene die op grond van artikel 22, onderdeel c, is aangewezen, vraagt gegevens op bij het LRIT-datacentrum in overeenstemming met Hoofdstuk V, Voorschrift 19-1, onderdeel 8.1, van het SOLAS-verdrag.

2.

Een op grond van het eerste lid aangewezen organisatie die een Search and Rescue dienst is, kan, voor zover dat voor een goede uitvoering van de reddingstaak noodzakelijk is, bij het LRIT-datacentrum gegevens met betrekking tot ieder zeeschip opvragen, waar ter wereld dat zich ook bevindt.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 25. Wijziging richtlijnen

Een wijziging van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart, van de richtlijn River Information Services, van de richtlijn meldingsformaliteiten, of van de daarbij behorende bijlagen gaat voor de toepassing van dit besluit of voor de hierop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn dan wel de gewijzigde bijlagen uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekend gemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 26. Wijziging Binnenvaartpolitiereglement

Wijzigt het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 27. Wijziging Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement

Wijzigt het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 28. Wijziging Scheepvaartreglement Kanaal van Gent naar Terneuzen

Wijzigt het Scheepvaartreglement Kanaal van Gent naar Terneuzen.

Artikel 29. Wijziging Scheepvaartreglement Westerschelde

Wijzigt het Scheepvaartreglement Westerschelde.

Artikel 30. Wijziging Scheepvaartreglement territoriale zee

Wijzigt het Scheepvaartreglement territoriale zee.

Artikel 31. Strafbepaling

Overtreding van de artikelen 2 tot en met 3a, 4, 23, eerste, tweede en derde lid, of 24, eerste lid, en de daarop berustende bepalingen is een strafbaar feit.

Artikel 32. Intrekken besluit

Het Besluit gegevens scheepvaart 2007 wordt ingetrokken.

Artikel 33. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart.

Artikel 34. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 19 mei 2012 met uitzondering van de onderdelen b en c van artikel 12, die met ingang van 1 juni 2015 in werking treden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1a

Dit besluit berust mede op artikel 4a van de Scheepvaartverkeerswet en artikel 12aa van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.

Hoofdstuk 2. Meldingsformaliteiten zeeschepen

Artikel 3a. Melding van opvarenden van passagiersschepen
1.

De kapitein, de exploitant of de agent van een passagiersschip als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen meldt de bij ministeriële regeling vast te stellen gegevens omtrent de opvarenden aan de bevoegde autoriteit wanneer dat schip:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:

3.

Een verstrekker van gegevens als bedoeld in het eerste lid, bewaart de gegevens niet langer dan de termijn opgenomen in artikel 8, tweede lid, van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen.

Artikel 3b. Zorgplicht Nederlandse passagiersschepen

De kapitein, de exploitant of de agent van een passagiersschip als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen dat onder Nederlandse vlag vaart, dat vertrekt uit een buiten de Europese Unie gelegen haven en op weg is naar een haven van een lidstaat, draagt er zorg voor dat de in artikel 6, eerste lid, van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen bedoelde gegevens worden verstrekt volgens de regels van die lidstaat.

Hoofdstuk 3. Beheer en hergebruik van gegevens

Hoofdstuk 4. Internationale uitwisseling van scheepvaartgegevens

Paragraaf 2. Internationale uitwisseling van gegevens

Paragraaf 3. Bepalingen ten behoeve van de Kustwacht op grond van de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart

Paragraaf 4. Overige bepalingen in verband met de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart

Hoofdstuk 5. Bepalingen in verband met de richtlijn River Information Services

Hoofdstuk 6. Melden en opvragen gegevens van zeeschepen ten behoeve van LRIT

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 25a. Overgangsbepaling melding passagiersschepen

Tot 21 december 2023 blijft de melding bedoeld in artikel 3a, eerste lid, achterwege en worden de in de melding te verstrekken gegevens geregistreerd door de passagiersregistratiebeambte als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn registratie opvarenden van passagiersschepen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.