Beleidsregel van de Minister van Veiligheid en Justitie d.d. 10 mei 2012, nr. 2012-0000041275, DGPolitie/Programma Personeel en Materieel, houdende de te volgen stappen bij de organieke matching bij de politie (beleidsregel Instructie organieke matching)
Gelet op artikel 6, tweede lid, van het Besluit bezoldiging politie;
Besluit:
Artikel 1
Het proces van organieke matching dat voorafgaat aan de overgang naar een LFNP functie geschiedt op de wijze die is beschreven in de Instructie organieke matching die als bijlage met de daarbij behorende 5 bijlagen bij deze beleidsregel is gevoegd.
Artikel 2
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst en werkt terug tot en met 31 januari 2012.
Artikel 3
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: beleidsregel Instructie organieke matching.
Bijlage 1
Instructie organieke matching Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie
Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie
A. Inleiding:
In het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector Politie (2008-2010) is afgesproken dat iedere medewerker per 1 januari 2010 een nieuwe gewaardeerde LFNP functie heeft.
In het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector Politie (2008-2010) is afgesproken dat iedere medewerker per 1 januari 2010 een nieuwe gewaardeerde LFNP functie heeft.
Deze collectieve afspraken houden in dat in alle korpsen (25 korpsen en het KLPD) en de organisaties (VtsPN, Politieacademie en Rijksrecherche) de bestaande korpsfunctiebeschrijvingen of politieorganisatie- functiebeschrijvingen worden omgezet naar LFNP functiebeschrijvingen.
De oplevering van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie heeft plaatsgevonden in november 2011. De invoering van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie vindt plaats in 2012. De formele invoeringsdatum is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2010.
Om dit landelijk gecoördineerd en eenduidig te laten verlopen wordt de matching gedaan onder regie van een (paritaire) werkgroep van het Georganiseerd Overleg in Politieambtenarenzaken (hierna: GOP).
B. Opbouw instructie:
De instructie is als volgt opgebouwd:
C. Uitgangspunten Organieke Matching:
De instructie voor de organieke matching is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
De kern van organieke matching:
De opbouw van het LFNP is leidend in de te volgen stappen in de organieke matching.
De opbouw van het LFNP is leidend in de te volgen stappen in de organieke matching.
D. Het proces:
D. Het proces:
De organisatie voor de matching is opgenomen in het Reglement voor de werkwijze van de werkgroep matching, bedoeld in artikel 4, zesde lid, van de Regeling overgang naar een LFNP functie en dient als zodanig te worden ingericht. Naast de werkzaamheden van de werkgroep matching levert ook het korps een bijdrage aan onderdelen van het matchingsproces door het leveren van de informatie ten behoeve van de matching zoals verwoord in stap 1.
Basisdocumenten LFNP (vastgesteld in het GOP) voor matching:
Basisdocumenten voor matching oud:
De werkwijze:
I. Voorbereiden organieke matching:
Het projectbureau matching verwerkt de aangeleverde documenten in een centrale matchingsdatabase.
Het projectbureau matching draagt zorg voor toegang tot de centrale matchingsdatabase voor de werkgroepleden, het projectbureau en de administratieve ondersteuning.
De leden van het matchingsteam vullen ieder voor zich per functiebeschrijving, met behulp van de ter beschikking gestelde documenten, het oriëntatieformulier zo volledig mogelijk in. Dit formulier dient de persoonlijke voorbereiding van de leden en adviserende leden in het matchingsteam (als bedoeld in artikel 3 van het reglement voor de werkwijze van de werkgroep matching). Na voltooiing van stap 10 worden de opgemaakte oriëntatieformulieren vernietigd.
Meerdere oriëntatieformulieren per functiebeschrijving.
Het matchingsteam deelt de functiebeschrijving in, in één van de drie LFNP domeinen: Leiding,
Uitvoering of Ondersteuning op basis van het meest vergelijkbare domein. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan hetgeen is bepaald in artikel 3, vierde lid, onderdeel a, van de Regeling overgang naar een LFNP functie.
In het kader van deze instructie gelden voor deze drie domeinen de volgende definities:
Het domein Leiding draagt in de zin van het LFNP bij aan een effectieve en efficiënte organisatie en aan legitimering van politie in de samenleving. Leiding handelt in het perspectief van de politie als totaal. Leiding stuurt op het bereiken van resultaten, bepaalt, beslist en (be)oordeelt aangaande koers en strategie, beleid, doelstellingen, kwaliteit en kwantiteit van producten & diensten, contracten en plannen van aanpak waaronder ten aanzien van werkwijzen, personeel, middelen en financiën en overige randvoorwaardelijke aspecten. Leiding: motiveert, stimuleert en inspireert personeel en stuurt op de ontwikkeling van personeel; monitoort en beoordeelt de kwaliteit van geleverde prestaties/producten en beslist op bijsturing en te nemen maatregelen; is resultaat- en financieel verantwoordelijk en verantwoordelijk voor het organisatierendement. Leiding vertegenwoordigt de Politie.
II. Uitvoeren organieke matching:
Het domein Ondersteuning draagt in de zin van het LFNP bij aan één van de vakgebieden vallend onder dit domein, te weten: Bedrijfsvoering Specialismen, Gespecialiseerde Ondersteuning, Administratie en Secretariaat, Scheepvaart, Techniek, H(uisvesting) S(ervices) en M(iddelen), Onderzoek & Kennisontwikkeling en Docenten. Het domein Ondersteuning levert een bijdrage aan een effectief en efficiënt werkende politieorganisatie, terwijl tegelijkertijd geen of een beperkte directe bijdrage wordt geleverd aan operationele politietaken en daarmee niet in rechtstreeks of onvoldoende verband staat met de handhaving van de rechtsorde (criminaliteitsbestrijding), de openbare orde en veiligheid en/of leefbaarheid in de samenleving.
Werkwijze ten behoeve van functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten:
Ten aanzien van het domein Leiding gelden specifieke criteria om te bepalen of dit domein het meest vergelijkbaar is. Alle functiebeschrijvingen worden hiertoe beoordeeld op de vraag of sprake is van leidinggeven (ten overvloede: coördinatie valt hier niet onder).
Zo ja:
De functiebeschrijvingen met leidinggevenden aspecten waarin (voortgangs)verantwoordelijkheid voorkomt, ongeacht of leiding wordt gegeven aan de uitvoering van de politietaak, worden ingedeeld in het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning.
Resultaat:
De functiebeschrijvingen met leidinggevenden aspecten op het niveau van unithoofd die leiding geeft aan de uitvoering van de politietaak en waarbij doorgaans sprake is van eindverantwoordelijkheid, worden ingedeeld in het domein Leiding.
NB: de begrippen ‘unithoofd’ en ‘eindverantwoordelijkheid’ zijn ontleend aan het hierna vermelde referentiemateriaal. In functiebeschrijvingen kunnen hiervoor andere begrippen gehanteerd zijn.
Dit betreft de functiebeschrijvingen die qua waardering hun grondslag vinden in referentiefuncties uit de navolgende functiereeksen (zie bijlage 2 van de Regeling vaststelling systeem functiewaardering Nederlandse politie (Stcrt. 1994, 134 en 2005, 126):
NB: indien bij een functiereeks geen concrete referentiefunctie is genoemd, betreft het alle referentiefuncties uit die reeks met in de functienaam de aanduiding ‘unithoofd’.
Dit betreft voorts de functiebeschrijvingen die qua waardering hun grondslag vinden in referentiefuncties uit de functiereeks Leiding van het vernieuwd referentiemateriaal voor de Opsporing (zie bijlage 3 van de Regeling vaststelling systeem functiewaardering Nederlandse politie (Stcrt. 2005, 126):
Basis materiaal:
De functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten waarbij geen leiding wordt gegeven aan de uitvoering van de politietaak en waarbij op die beschrijving maximaal salarisschaal 13 staat vermeld, worden ingedeeld in het domein Ondersteuning.
Resultaat:
De functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten, ongeacht of leiding wordt gegeven aan de uitvoering van de politietaak en waarbij op die beschrijving minimaal salarisschaal 14 staat vermeld, worden ingedeeld in het domein Leiding.
De indeling van alle functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten in vier categorieën is noodzakelijk om hiermee op consistente wijze het juiste domein te kunnen bepalen. Bestaande aspecten van leidinggeven in korpsfunctiebeschrijvingen komen terug in het domein Uitvoering (zoals alle LFNP functies Operationeel Expert en de LFNP functies Operationeel Specialisten B tot en met F) of het domein Ondersteuning (zoals de LFNP functie Gespecialiseerd Medewerker C en de LFNP functies Bedrijfsvoering Specialisten B tot en met F). Hiertoe hanteert het LFNP de begrippen: operationele sturing in de vorm van organisatorische coördinatie, operationele sturing in de vorm van zaakscoördinatie, regie(posities) in netwerken.
De functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten in categorie I hebben betrekking op operationeel leiding geven aan een groep, in het LFNP vertaald naar operationele sturing en regie(posities) in netwerken. Het referentiemateriaal vermeldt in de regel het niveaubepalend element ‘(voortgangs)verantwoordelijkheid’. Voor deze functiebeschrijvingen is het meest vergelijkbare domein het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning.
De functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten in categorie II zijn unithoofden, waarbij volgens die beschrijving leiding wordt gegeven aan de uitvoering van de politietaak. Het referentiemateriaal vermeldt in dat kader doorgaans het niveaubepalend element ‘eindverantwoordelijkheid’. Het gaat dan in de regel om grotere aantallen medewerkers die deel uitmaken van een unit.
De functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten in categorie III (tot en met salarisschaal 13) geven volgens die beschrijving geen leiding aan de uitvoering van de politietaak, maar het betreft functionarissen die (deels) leiding geven aan (staf)afdelingen.
De zwaarte van deze functies wordt ontleend aan de noodzakelijke en specifieke vakinhoudelijke kennis. Dit volgt uit het technische functiewaarderingssysteem dat spreekt over ‘specialismen’ (zie artikel 1 juncto bijlage 1 van de Regeling vaststelling systeem functiewaardering Nederlandse politie (Stcrt. 1994, 134 en 2005, 126). Daarnaast is voor deze functies altijd minimaal een HBO werk- of denkniveau vereist. Voor deze functiebeschrijvingen is het meest vergelijkbare domein niet Leiding, maar het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning omdat hierin de hooggekwalificeerde specialistische LFNP functies voorkomen. Zie voor het domein Uitvoering het vakgebied Operationeel Specialisten en voor het domein Ondersteuning het vakgebied Bedrijfsvoering Specialisten.
De functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten in categorie IV betreffen alle beschrijvingen waarop minimaal salarisschaal 14 vermeld staat. Deze functiebeschrijvingen, ongeacht de aard of omvang van het leidinggeven, worden ingedeeld in het domein Leiding. Bij dergelijke functiebeschrijvingen gaat het om het (mede-)bepalen van het (strategisch) beleid. Dit volgt uit het hiervoor al genoemd technische functiewaarderingssysteem.
De handelwijze bij functiebeschrijvingen met leidinggevende aspecten is als volgt:
Tussen korpsen bestaan grote verschillen qua benamingen van functiebeschrijvingen. Zo komen in de leiding van de basispolitiezorg bijvoorbeeld de volgende benamingen voor: chef wijkteam in schaal 10, chef basisteam in schaal 11, chef wijkpolitie in schaal 12. Alle korpsen hebben met elkaar gemeen dat zij gebruik dienen te maken van het referentiemateriaal functiewaardering Nederlandse politie (zie de Regeling vaststelling systeem functiewaardering Nederlandse politie; Stcrt. 1994, 134 en 2005, 126). Indien een functiebeschrijving geen uitsluitsel geeft over de vraag in welke categorie deze ingedeeld dient te worden, zal het fuwa-advies in de meeste gevallen uitkomst bieden. In het hiervoor gegeven voorbeeld van de leiding basispolitiezorg zal dan blijken dat het in casu gaat om respectievelijk de referentiefuncties (Wijk)unithoofd A, (Wijk)unithoofd B en (Wijk)unithoofd C zodat indeling in categorie II dient te volgen. Mocht het fuwa-advies geen uitsluitsel geven, dan kan in laatste instantie het referentiemateriaal worden geraadpleegd.
Alle leidinggevende functies in categorie II en categorie IV worden ingedeeld in het domein Leiding. Alle leidinggevende functies in categorie I en categorie III worden ingedeeld in het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning.
Alle overige functies worden ingedeeld in het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning.
De keuze voor het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning wordt vastgesteld op basis van het meest vergelijkbare domein, waarbij kern en / of doel van de functie hiertoe in aanmerking wordt genomen.
Uitkomst per functie vastleggen en motiveren op functievergelijkingsformulier (Bijlage 4: functie-vergelijkingsformulier)
Een indeling van een functiebeschrijving in een LFNP domein.
Indien op basis van stap 5 indeling heeft plaatsgevonden in het domein Leiding, wordt daarna op de hierna vermelde wijze de meest vergelijkbare functie vastgesteld.
Functiebeschrijvingen met daarop vermeld de salarisschalen 8, 10, 12, 14, 16 en 18 worden gematcht met de daarmee overeenkomende LFNP functie in het domein Leiding waarvoor dezelfde salarisschaal geldt. Voorbeeld: de functiebeschrijving chef basiseenheid met daarop vermeld schaal 10 wordt gematcht met de LFNP functie teamchef B, immers ook schaal 10. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan hetgeen is bepaald in artikel 3, vierde lid, onderdeel c, van de Regeling overgang naar een LFNP functie.
Functiebeschrijvingen met daarop vermeld de salarisschalen 9, 11, 13, 15 en 17 worden gematcht met de meest vergelijkbare LFNP functie, zijnde de naast hogere of naast lagere LFNP functie in het domein Leiding. Voorbeeld: de functiebeschrijving chef districtsrecherche met daarop vermeld schaal 11 dient te worden gematcht met de naast hogere of naast lagere LFNP functie, derhalve met teamchef B in schaal 10 of teamchef C in schaal 12. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan hetgeen is bepaald in artikel 3, vijfde lid, van de Regeling overgang naar een LFNP functie.
Nadat het domein is bepaald, vindt vervolgens indeling plaats in een vakgebied. Hiertoe wordt kern en / of doel van de functie in aanmerking genomen en vergeleken met de resultaatomschrijvingen van de LFNP vakgebieden uit het betreffende domein en zoals genoemd in bijlage 2. In principe wordt een functiebeschrijving ingedeeld in één vakgebied. Wanneer niet aanstonds een keuze voor een vakgebied kan worden gemaakt, wordt de functiebeschrijving ingedeeld in het vakgebied dat het meest vergelijkbaar is. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan hetgeen is bepaald in artikel 3, vierde lid, onderdeel b van de Regeling overgang naar een LFNP functie.
Uitkomst per functie vastleggen en motiveren op functievergelijkingsformulier (Bijlage 4: functievergelijkingsformulier).
Een indeling van de functiebeschrijvingen in een LFNP vakgebied.
Nadat het vakgebied is bepaald, wordt vervolgens de meest vergelijkbare LFNP functie binnen het gekozen vakgebied vastgesteld. Hiertoe dient als volgt gehandeld te worden:
Hiermee wordt uitvoering gegeven aan hetgeen is bepaald in artikel 3, vierde lid, onderdeel c, respectievelijk artikel 3, vijfde lid, van de Regeling overgang naar een LFNP functie.
Uitkomst per functie vastleggen en motiveren op functievergelijkingsformulier (Bijlage 4: functievergelijkingsformulier).
Een concept match tussen een functiebeschrijving en een LFNP functie.
Zodra sprake is van een concept match met een LFNP functie, als bedoeld in stap 8, wordt door het matchingsteam beoordeeld of op basis van de functiebeschrijving aanleiding bestaat om een aan de betreffende LFNP functie gekoppeld werkterrein, aandachtsgebied of specifieke functionaliteit toe te kennen. Een werkterrein, aandachtsgebied of specifieke functionaliteit is namelijk een verbijzondering van de betreffende LFNP functie en is daarmee onderdeel van het criterium meest vergelijkbare LFNP functie.
Voorbeeld: de functiebeschrijving van wijkagent met daarop vermeld salarisschaal 8 wordt gematcht met: domein Uitvoering > vakgebied GGP > LFNP functie senior GGP > werkterrein wijkagent.
Indien van toepassing uitkomst per functie vastleggen op functievergelijkingsformulier (Bijlage 4: functievergelijkingsformulier).
Een concept match tussen een functiebeschrijving en een LFNP functie met daaraan gekoppeld een werkterrein, aandachtsgebied of specifieke functionaliteit.
Overige werkzaamheden is de verzamelnaam voor extra werkzaamheden en specifieke werkzaamheden zoals deze in de uitgangspositie (zoals bedoeld in artikel 1, aanhef, en onderdeel r, van de Regeling overgang naar een LFNP functie) voor een individuele ambtenaar is vastgelegd op enig moment vanaf 31 december 2009 tot en met 31 december 2011.
Bijzondere situaties en afspraken, die ook kunnen zijn opgenomen in de uitgangspositie, blijven in het kader van de organieke matching geheel buiten beschouwing omdat deze zich niet lenen voor enige wijze van matching.
Voorbeelden hiervan zijn een detachering buiten de sector politie of het lidmaatschap van een ondernemingsraad.
Het uitgangspunt voor de behandeling van overige werkzaamheden is de concept match, bedoeld in stap 8 dan wel stap 9.
Het matchingsteam behandelt overige werkzaamheden op basis van de hierna vermelde indeling in twee categorieën (A en B) en de verdere uitwerking hiervan in subcategorieën (A1 tot en met A5).
Voor zover overige werkzaamheden door een korps zijn aangeleverd met vermelding van een tijdsbeslag dient dit door het matchingsteam buiten beschouwing gelaten te worden. Met tijdsbeslag wordt in dit verband bijvoorbeeld bedoeld het aantal uren of percentage van de wekelijkse arbeidstijd dat aan overige werkzaamheden werd besteed. In het systeem LFNP is immers voor toekenning van een werkterrein, aandachtsgebied en specifieke functionaliteit het tijdsbeslag ervan in relatie tot de arbeidstijd niet relevant.
Zowel bij categorie A als categorie B is het systeem LFNP van doorslaggevende betekenis omdat overige werkzaamheden uitsluitend omgezet kunnen worden naar het (meest) vergelijkbare werkterrein, aandachtsgebied en specifieke functionaliteit indien een bepaalde LFNP functie dat werkterrein, aandachtsgebied of specifieke functionaliteit kent én voldaan wordt aan de definitie van werkterrein, aandachtsgebied en specifieke functionaliteit als bedoeld in artikel 1, lid 1 aanhef, en onderdelen kk, ll en mm, van het Besluit algemene rechtspositie politie.
Categorie A >
Concept matches waarbij de overige werkzaamheden niet van invloed en betekenis zijn voor de concept match, bedoeld in stap 8 en stap 9.
A1:
Een concept match met een LFNP functie in het domein Leiding.
Voorbeeld: een concept match met de LFNP functie teamchef B ondergaat geen wijziging door overige werkzaamheden.
A2:
Een concept match met een LFNP functie in het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning dat geen werkterrein, aandachtsgebied en specifieke functionaliteit kent.
Voorbeeld in het domein Uitvoering: een concept match met de LFNP functie assistent A Intake & Service ondergaat geen wijziging door overige werkzaamheden.
Voorbeeld in het domein Ondersteuning: een concept match met de LFNP functie medewerker Huisvesting, Services en Middelen C ondergaat geen wijziging door overige werkzaamheden.
A3:
Een concept match met een LFNP functie in het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning dat wel een werkterrein, aandachtsgebied en specifieke functionaliteit kent, maar waarmee de overige werkzaamheden niet (meest) vergelijkbaar is.
Voorbeeld: een concept match met de LFNP functie generalist Tactische Opsporing in het domein Uitvoering ondergaat geen wijziging door overige werkzaamheden op het gebied van ICT. Weliswaar is ICT een werkterrein, doch dit werkterrein kan uitsluitend worden toegekend aan bepaalde LFNP vakgebieden in het domein Ondersteuning.
A4:
Een concept match met een LFNP functie in het domein Uitvoering of het domein Ondersteuning dat al dan niet een werkterrein, aandachtsgebied en specifieke functionaliteit kent, maar waarbij de overige werkzaamheden geacht kunnen worden reeds een onderdeel te zijn van de concept match met een bepaalde LFNP functie.
Voorbeeld: een concept match met de LFNP functie generalist GGP ondergaat geen wijziging door de overige werkzaamheden als biker of als motorrijder.
De aanduidingen ‘mountainbike’’ en ‘motorfiets’ beschrijven de wijze waarop de werkzaamheden worden uitgeoefend.
NB: dat wel een werkterrein Beredenen en een werkterrein Hondengeleiding in het vakgbied GGP voorkomt, maakt dit niet anders omdat het systeem LFNP leidend is.
A5:
Een concept match met een LFNP functie waarbij om andere redenen de overige werkzaamheden niet kunnen leiden tot een werkterrein, aandachtsgebied of specifieke functionaliteit.
Voorbeeld: een concept match met welke LFNP functie dan ook ondergaat geen wijziging door de overige werkzaamheden ''twitteren'' omdat dit geen specifieke deskundigheid of expliciete specialistische inzet en inbreng vereist als bedoeld in de definitie van een werkterrein en aandachtsgebied respectievelijk specifieke functionaliteit.
Geen wijziging ten opzichte van stap 8 respectievelijk stap 9.
Categorie B >
Concept matches waarbij de overige werkzaamheden van invloed en betekenis zijn voor de concept match, bedoeld in stap 8 en stap 9 en die niet vallen onder categorie A.
Een concept match met een LFNP functie waarvoor een werkterrein, aandachtsgebied of specifieke functionaliteit mogelijk is op grond van het systeem LFNP en waarmee de overige werkzaamheden (het meest) vergelijkbaar zijn. Hierdoor wijzigt de concept match met een LFNP functie -zoals bepaald in stap 8 of stap 9- niet, doch deze wordt aangevuld met het gekozen werkterrein, aandachtsgebied of specifieke functionaliteit.
Afhankelijk van de inhoud van de overige werkzaamheden, leidt dit tot:
Voorbeeld in het domein Uitvoering: een concept match met de LFNP functie generalist Tactische Opsporing met overige werkzaamheden ‘hennep’ leidt tot het werkterrein Verdovende middelen.
Voorbeeld in het domein Ondersteuning: een concept match met de LFNP functie Bedrijfsvoeringspecialist A met overige werkzaamheden ‘MD-advies’ leidt tot het werkterrein Personeel & Organisatie en het aandachtsgebied Personeelsontwikkeling.
Resultaat bij indeling in categorie B:
Bijlage 2. Oriëntatieformulier functiebeschrijving
NB:Dit formulier maakt geen onderdeel uit van het matchingsdossier per functiebeschrijving
| Oriëntatieformulier functiebeschrijving | Oriëntatieformulier functiebeschrijving |
|---|---|
| Korps/organisatie: | |
| Functiecluster: | |
| Functienaam en functienummer: | |
| Specifieke werkzaamheden (taakaccenten) behorende bij de functie: | |
| *Plaats in de organisatie* zoals opgenomen in het organogram of de orgaanbeschrijving | |
| Doel/kern van de functie: Beantwoord de vraag: ‘Waarvoor is deze functie op aarde?’ | |
| Niveaubepalende elementen (voor zover opgenomen in de functiebeschrijving dan wel overige documenten) | |
| Werk- en denkniveau/opleidingsniveau | |
| Aanvullende informatie: mandaatregeling w.o. budgetmandatering (specifieke verantwoordelijkheden) | |
| Maakt de functie deel uit van een reeks functies | Ja of Nee |
| Datum: | Opgemaakt door: |
Bijlage 3. Naslag LFNP vakgebieden
Bijlage 4. Overzicht van essentie en speelveld van LFNP functies per vakgebied
Bijlage 5. Functievergelijkingsformulier
Bijlage 6. Functieclustergeleideformulier
Deze beleidsregel zal met de bijbehorende toelichting en de bijbehorende bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.
Instructie organieke matching
Versie 15 april 2013
A. Inleiding:
In deze instructie worden de volgende termen gebruikt:
B. Opbouw instructie:
De instructie is als volgt opgebouwd:
C. Uitgangspunten Organieke Matching:
De Instructie organieke matching is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
De kern van organieke matching:
In de organieke matching worden -voor zover van belang- de basisdocumenten matching oud vergeleken met de basisdocumenten LFNP (zie hierna), conform de regels zoals vastgelegd in de Regeling overgang naar een LFNP functie en de werkwijze in deze instructie. Het eindresultaat is een organieke match van een functiebeschrijving met een LFNP functie en indien van toepassing werkterreinen, aandachtsgebieden en specifieke functionaliteiten. Dit resultaat wordt vastgelegd in een motivering per match (door middel van het functievergelijkingsformulier) en een concept-transponeringstabel. Deze concept-transponeringstabel wordt beoordeeld door het GOP en na overeenstemming vastgesteld door de minister. De transponeringstabel is het brondocument voor de fase ‘individuele overgang naar een LFNP functie’.
-
Het korps verzamelt:
Het domein Uitvoering draagt in de zin van het LFNP bij aan één van de vakgebieden vallend onder dit domein, te weten: Beveiliging, G(ebieds) G(ebonden) P(olitie), Informantenrunner, Intelligence, Interventie, Meldkamer, Observatie, Tactische Opsporing, Forensische Opsporing, Luchtvaart, Intake & Service en Operationeel Specialismen. Het domein Uitvoering levert een directe bijdrage aan operationele politietaken, en staat daarmee in rechtstreeks verband met de handhaving van de rechtsorde (criminaliteitsbestrijding), de openbare orde en veiligheid en/of leefbaarheid in de samenleving.
Categorie I.
Categorie II.
Categorie III.
Categorie IV.
Een concept match tussen een functiebeschrijving met daarbij behorende overige werkzaamheden en een LFNP functie met daaraan gekoppeld een werkterrein, aandachtsgebied of specifieke functionaliteit.
De uitkomst van de matching van de functiebeschrijving met een LFNP functie en eventueel een werkterrein, aandachtsgebied of specifieke functionaliteit wordt door het matchingsteam vastgelegd in het reeds aangemaakte functievergelijkingsformulier. Dit formulier maakt na afronding van de matching integraal deel uit van de concept-transponeringstabel. Het matchingsteam levert het functievergelijkingsformulier aan bij het projectbureau voor verwerking in de centrale matchingsdatabase.
Een geregistreerde concept match.
De leden van de kerngroep beoordelen het resultaat van de matching en de hiertoe opgemaakte functievergelijkingsformulieren. De werkgroep matching formaliseert het resultaat vervolgens en geeft opdracht aan het projectbureau om de matches op te nemen op de concept-transponeringstabel. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan hetgeen is bepaald in artikel 2, derde lid, onderdeel d, respectievelijk artikel 5, leden 5 en 6 van het reglement voor de werkwijze van de werkgroep matching.
Een door de werkgroep matching geformaliseerde concept-transponeringstabel, inclusief de functievergelijkingsformulieren.
De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter ondertekenen de concept-transponeringstabel en leggen deze inclusief eventuele bijzonderheden over de matchingsresultaten en de door hen ondertekende functievergelijkingsformulieren voor aan het GOP ter overeenstemming.
Alle overige functiebescheiden zijn naar behoefte op te vragen bij het projectbureau matching.
Een ondertekende en aan het GOP ter overeenstemming aangeboden concept-transponeringstabel inclusief de functievergelijkingsformulieren.
Stap 13: Vaststellen transponeringstabel
De transponeringstabel wordt na overeenstemming in het GOP vastgesteld door de minister en wordt ter inzage gelegd bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie en bekend gemaakt op de website www.cao-politie.nl.
Resultaat:
Een door het GOP beoordeelde en door de minister vastgestelde transponeringstabel.
Het projectbureau draagt naast de gebruikelijke procedure voor publicatie zorg voor de bekendmaking van de transponeringstabel op het intranet van de korpsen, inclusief de daarbij behorende vastgestelde functievergelijkingsformulieren. Ook zal de transponeringstabel worden bekend gemaakt op de website http://ikwerkbijdepolitie.politieacademie.politie.nl.
Daarnaast stelt het projectbureau matching op basis van de door de minister vastgestelde transponeringstabel een transponeringstabel per korps op en stelt deze ter beschikking aan de korpsen voor publicatie op het korpsintranet.
Een gepubliceerde transponeringstabel als basis voor het vervolgproces ‘de individuele overgang naar een LFNP functie’.
Bijlage 2. Oriëntatieformulier functiebeschrijving
Vervallen
Bijlage 3. Naslag LFNP vakgebieden
Bijlage 4. Overzicht van essentie en speelveld van LFNP functies per vakgebied
Bijlage 5
| Naam | |
|---|---|
| Code | |
| Korps | |
| Plaats in organisatie | |
| Volgnummer extra werkzaamheden | |
| Extra werzaamheden op 31-03-2011 | |
| Volgnummer specifieke werkzaamheden | |
| Specifieke werkzaamheden op 31-12-2011 | |
| WervingsNaam | |
| Schaal | |
| Domein | Motivering |
| --- | --- |
| Vakgebied | Motivering |
| Functie | Motivering |
| Werkterrein | Motivering |
| Aandachtsgebied | Motivering |
| Specifieke functionaliteit | Motivering |
| Overige werkzaamheden | Overige werkzaamheden |
| Volgnummer transponeringstabel | |
| Geraadpleegde deskundigen | |
| Geraadpleegde documenten | |
| Opmerkingen matchingsteam |
Bijlage 6. Functieclustergeleideformulier
Vervallen
Deze beleidsregel zal met de bijbehorende toelichting en de bijbehorende bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)