Regeling houdende nadere regels ter uitvoering van de Wet financiële markten BES en het Besluit financiële markten BES (Regeling financiële markten BES 2012)
Gelet op de artikelen 1:10, derde lid, 1:26, 4:19, tweede lid, en 6:1, eerste lid, van de Wet financiële markten BES en de artikelen 2:17, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, 3:4, 3:18, eerste lid, 6:3, eerste lid, 7:17, zesde lid, en 8:1, eerste lid, van het Besluit financiële markten BES;
Besluit:
§ 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1:1. (begripsbepalingen)
In deze regeling wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onderbesluit : Besluit financiële markten BES.
Artikel 1:2. (tarieven eenmalige toezichthandelingen)
De toezichtautoriteit brengt het tarief, bedoeld in het eerste lid, voor zover mogelijk, direct na ontvangst van de aanvraag in rekening.
De toezichtautoriteit kan afwijken van de in het eerste lid bedoelde tarieven voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van een reële en rechtvaardige kostendoorberekening, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 1:3. (tarieven doorlopende toezichtkosten)
Ter zake van de kosten, bedoeld in artikel 1:10, tweede lid, van de wet, is jaarlijks het ingevolge bijlage 2 toepasselijke tarief verschuldigd.
Artikel 1:4. (vrijstelling assurantiebemiddelaars)
Bemiddelaars in verzekeringen zijn vrijgesteld van artikel 2:3, eerste lid, onderdeel a, voor zover:
- a. hun werkzaamheden slechts betrekking hebben op schadebehandeling of de incasso van premies;
- b. zij reisbureau of reisorganisatie zijn en de verzekeringen waarin zij bemiddelen annuleringsverzekeringen zijn of verzekeringen die met het oog op een reis of vakantie worden afgesloten, indien op de desbetreffende vestiging van het reisbureau of de reisorganisatie ten minste een medewerker beschikt over voldoende door een financiële onderneming of derde verzorgde opleiding of daaraan gelijk te stellen ervaring.
Artikel 1:5. (vrijstelling kredietinstellingen en verzekeraars)
Kredietinstellingen met zetel in het buitenland zijn vrijgesteld van artikel 5:5, eerste lid, van het besluit.
Verzekeraars met zetel in het buitenland zijn vrijgesteld van artikel 5:6, eerste lid, van het besluit.
§ 2. Bepalingen betreffende specifieke categorieën financiële ondernemingen
Artikel 2:1. (bijkantorengrens kredietinstellingen en verzekeraars)
Het bedrag, bedoeld in artikel 2:17, eerste lid, onderdeel a, van het besluit wordt vastgesteld op USD 600 miljoen.
Het bedrag, bedoeld in artikel 2:17, tweede lid, onderdeel a, van het besluit wordt vastgesteld op USD 35 miljoen.
Artikel 2:2. (erkende assurantiediploma’s)
Erkende diploma’s als bedoeld in artikel 3:4 van het besluit ter zake van bemiddeling in levensverzekeringen onderscheidenlijk het optreden als gevolmachtigd agent met betrekking tot levensverzekeringen zijn:
- a. een diploma dat in Curaçao of Sint Maarten toegang geeft tot de bemiddeling in levensverzekeringen of het optreden als gevolmachtigd agent met betrekking tot levensverzekeringen;
- b. een diploma als bedoeld in artikel 4:9, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht, voor zover dit diploma in Europees Nederland toegang geeft, of op het tijdstip van uitgifte toegang gaf, tot de bemiddeling in levensverzekeringen.
Erkende diploma’s als bedoeld in artikel 3:4 van het besluit ter zake van bemiddeling in schadeverzekeringen onderscheidenlijk het optreden als gevolmachtigd agent met betrekking tot schadeverzekeringen zijn:
- a. een diploma dat in Curaçao of Sint Maarten toegang geeft tot de bemiddeling in schadeverzekeringen of het optreden als gevolmachtigd agent met betrekking tot schadeverzekeringen;
- b. een diploma als bedoeld in artikel 4:9, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht, voor zover dit diploma in Europees Nederland toegang geeft, of op het tijdstip van uitgifte toegang gaf, tot de bemiddeling in schadeverzekeringen.
Een diploma als bedoeld in het eerste of tweede lid dat meer dan tien jaar geleden is behaald, is slechts geldig indien de houder van het diploma in de laatste vijf jaar ten minste twee jaar relevante werkervaring heeft opgedaan.
Artikel 2:3. (gegevens en bescheiden trustkantoren)
De door een trustkantoor voor de toezichtautoriteit beschikbaar te houden bescheiden en gegevens bedoeld in artikel 3:18, onderdeel b, van het besluit, zijn:
- a. de op zijn boekhouding betrekking hebbende boeken, bescheiden en andere informatiedragers;
- b. een actueel uittreksel van zijn inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid, en een actueel overzicht van zijn bestuurders en beleidsbepalers met vermelding van ieders volledige naam, adres en woonplaats;
- c. een actueel overzicht van de inschrijving in het handelsregister van zijn bestuurders en beleidsbepalers die rechtspersoon zijn;
- d. een afschrift van zijn actuele statuten en van de statuten van de bestuurders en beleidsbepalers bedoeld in onderdeel c;
- e. een structuuroverzicht van de groep waartoe het trustkantoor behoort;
- f. een verzameling van het geheel aan actuele interne procedures en richtlijnen ten aanzien van zijn bedrijfsvoering en zijn organisatieschema;
- g. zijn gecertificeerde jaarrekeningen over de afgelopen drie boekjaren dan wel zijn niet gecertificeerde jaarcijfers indien de gecertificeerde jaarrekeningen over de afgelopen drie boekjaren (nog) niet bestaan;
- h. een actueel overzicht van de houders van een gekwalificeerde deelneming in het trustkantoor, waarbij onder gekwalificeerde deelneming wordt verstaan: een directe of indirecte deelneming gelijk of groter aan 5% van het ingebrachte kapitaal of de zeggenschapsrechten van de onderneming;
- i. een actueel overzicht van alle aandeelhouders van iedere in onderdeel h bedoelde houder van een gekwalificeerde deelneming die een rechtspersoon is;
- j. een actueel overzicht van de houders van een gekwalificeerde deelneming in iedere bestuurder en beleidsbepaler bedoeld in onderdeel c;
- k. de schriftelijke overeenkomsten tussen het trustkantoor en zijn cliënten en andere overeenkomsten die het trustkantoor heeft gesloten ter zake van de door het trustkantoor geleverde diensten;
- l. een actueel bestand met de naam, adres, telefoon, contactpersoon en zo mogelijk e-mail gegevens van iedere doelvennootschap waaraan trustdiensten worden verleend;
- m. een actueel bestand met de naam, adres, telefoon, contactpersoon en zo mogelijk e-mail gegevens van iedere doelvennootschap waaraan geen trustdiensten meer worden verleend;
- n. een actueel overzicht van de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur en zeggenschapsverhoudingen van het trustkantoor en van de groep waartoe het trustkantoor behoort.
Artikel 2:4. (prospectus beleggingsinstellingen)
Het prospectus, bedoeld in artikel 6:3, eerste lid, van het besluit, bevat ten minste de gegevens die zijn opgenomen in bijlage 3.
Artikel 2:5. (normbedragen kredietwaardigheidstoets)
De normbedragen en de daarin begrepen woonlasten, bedoeld in artikel 7:17, zesde lid, van het besluit, worden, rekening houdend met de samenstelling van het huishouden van de aanvrager en het openbaar lichaam waar hij woonachtig is, vastgesteld overeenkomstig onderstaande tabel:
| Aantal personen afhankelijk van het inkomen van de aanvrager (incl. aanvrager) | Normbedrag (USD) | Normbedrag (USD) | Normbedrag (USD) | Standaard woonlasten (USD) | Standaard woonlasten (USD) | Standaard woonlasten (USD) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal personen afhankelijk van het inkomen van de aanvrager (incl. aanvrager) | Bonaire | Sint Eustatius | Saba | Bonaire | Sint Eustatius | Saba |
| 1 volwassene | 876 | 873 | 882 | 138 | 137 | 139 |
| 1 volwassene, 1 kind | 1.139 | 1.134 | 1.147 | 179 | 178 | 180 |
| 2 volwassenen | 1.315 | 1.308 | 1.324 | 205 | 205 | 207 |
| 1 volwassene, 2 kinderen | 1.401 | 1.395 | 1.411 | 220 | 219 | 221 |
| 2 volwassenen, 1 kind | 1.577 | 1.570 | 1.588 | 248 | 247 | 250 |
| 3 volwassenen | 1.752 | 1.744 | 1.763 | 275 | 274 | 277 |
| 2 volwassenen, 2 kinderen | 1.839 | 1.832 | 1.852 | 290 | 288 | 291 |
Artikel 2:6. (prospectus bij aanbieden effecten)
Het prospectus, bedoeld in artikel 8:1, eerste lid, van het besluit, bevat ten minste de gegevens die zijn opgenomen in bijlage 4.
Artikel 2:7. (erkende effectenbeurzen)
Erkende effectenbeurzen als bedoeld in artikel 6:1 van de wet, zijn de beurzen van:
- a. Amsterdam, New York en Parijs, gehouden door NYSE Euronext;
- b. Curaçao, gehouden door de Dutch Caribbean Securities Exchange;
- c. Frankfurt, gehouden door de Deutsche Börse;
- d. Londen, gehouden door de London Stock Exchange; en
- e. Tokio, gehouden door de Tokio Stock Exchange.
§ 3. Informatie over betaler bij geldovermakingen
Artikel 3:1. (begripsbepalingen)
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
- betaler: een rekeninghouder, zijnde een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die een geldelijke overmaking vanaf de door hem gehouden rekening toestaat, of bij ontbreken van een rekening, een natuurlijke persoon of rechtspersoon die de opdracht tot het overmaken van geld geeft;
- betalingsdienstaanbieder: kredietinstelling, geldtransactiekantoor of elektronischgeldinstelling;
- begunstigde: natuurlijke persoon of rechtspersoon die de beoogde uiteindelijke ontvanger van de overgemaakte gelden is;
- blokovermaking: meerdere afzonderlijke geldelijke overmakingen die zijn gebundeld met het oog op de transmissie ervan;
- geldelijke overmaking: transactie die door een betalingsdienstaanbieder langs elektronische weg wordt uitgevoerd voor rekening van een betaler met de bedoeling bij een betalingsdienstaanbieder gelden beschikbaar te stellen voor een begunstigde, ongeacht of de betaler en de begunstigde een en dezelfde persoon zijn;
- intermediaire betalingsdienstaanbieder: betalingsdienstaanbieder die noch in opdracht van de betaler, noch van de begunstigde handelt, en die betrokken is bij de uitvoering van geldelijke overmakingen;
- unieke identificatiecode: een combinatie van letters, cijfers of symbolen, door de betalingsdienstaanbieder bepaald, overeenkomstig de protocollen van het betalings- en afwikkelingssysteem of het berichtensysteem dat voor de geldelijke overmaking is gebruikt.
Artikel 3:2. (krediet- en debetkaarten)
Deze paragraaf is niet van toepassing op geldelijke overmakingen die met behulp van een krediet- of debetkaart worden verricht, mits:
- a. de begunstigde een overeenkomst met de betalingsdienstaanbieder heeft op grond waarvan de betaling voor de levering van goederen en de verrichting van diensten mogelijk is; en
- b. bij de geldelijke overmaking een unieke identificatiecode is gevoegd die het mogelijk maakt deze geldelijke overmaking te herleiden tot de betaler.
Artikel 3:3. (overmakingen met behulp van IT)
Deze paragraaf is niet van toepassing op geldelijke overmakingen die via een mobiele telefoon of een ander digitaal of Informatie Technologie (IT)-toestel werden verricht, indien dergelijke geldelijke overmakingen vooraf zijn betaald en het bedrag van USD 150 niet overschrijden.
Artikel 3:4. (overige uitgezonderde overmakingen)
De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op:
- a. geldelijke overmakingen waarbij de betaler geld van zijn eigen rekening afhaalt;
- b. geldelijke overmakingen waarbij er sprake is van een incassomachtiging tussen twee partijen op grond waarvan betalingen tussen deze partijen via rekeningen kunnen worden verricht, mits bij de geldelijke overmaking een unieke identificatiecode is gevoegd die het mogelijk maakt de transactie tot de betaler te herleiden;
- c. geldelijke overmakingen waarbij ingehouden cheques worden gebruikt;
- d. geldelijke overmakingen aan de overheid voor belastingen, boetes of andere heffingen binnen de openbare lichamen;
- e. geldelijke overmakingen waarbij zowel de betaler als de begunstigde betalingsdienstaanbieders zijn die voor eigen rekening handelen.
Artikel 3:5. (volledige informatie over de betaler)
De volledige informatie over de betaler bestaat uit zijn volledige naam of namen, adres en rekeningnummer.
Het adres mag worden vervangen door de geboorteplaats en -datum van de betaler of zijn cliëntidentificatienummer.
Bij gebreke van het rekeningnummer van de betaler vervangt de betalingsdienstaanbieder van de betaler dit door een unieke identificatiecode aan de hand waarvan de geldelijke overmaking kan worden herleid tot de betaler.
Artikel 3:6. (gegevens betaler bijvoegen)
Een betalingsdienstaanbieder zorgt ervoor dat de volledige informatie over de betaler bij de geldovermakingen wordt gevoegd.
De betalingsdienstaanbieder van de betaler bewaart gedurende vijf jaar de volledige informatie over de betaler welke bij geldovermakingen wordt gevoegd.
In afwijking van het eerste lid wordt bij geldelijke overmakingen waarbij zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde in een openbaar lichaam is gevestigd, alleen het rekeningnummer van de betaler gevoegd of een unieke identificatiecode aan de hand waarvan de geldelijke overmaking kan worden herleid tot de betaler.
In geval het derde lid toepasselijk is, stelt de betalingsdienstaanbieder van de betaler evenwel op verzoek van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek de volledige informatie over de betaler ter beschikking van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde.
Artikel 3:7. (geldovermakingen naar het buitenland)
Indien de betalingsdienstaanbieders van de begunstigden buiten de openbare lichamen zijn gevestigd, is bij blokovermakingen die afkomstig zijn van één betaler artikel 3:6, eerste lid, niet van toepassing op de gebundelde afzonderlijke geldovermakingen, mits het batchbestand de in dat lid bedoelde informatie bevat en bij de afzonderlijke geldovermakingen het rekeningnummer van de betaler of een unieke identificatiecode is gevoegd.
Artikel 3:8. (ontbrekende informatie over de betaler)
Een betalingsdienstaanbieder beschikt over procedures en maatregelen die ertoe strekken dat hij, indien een andere betalingsdienstaanbieder regelmatig nalaat de vereiste informatie over de betaler te verstrekken, overweegt te besluiten alle toekomstige geldovermakingen van deze betalingsdienstaanbieder te weigeren of zijn relatie met die betalingsdienstaanbieder al dan niet te beperken of te beëindigen.
Artikel 3:9. (opmerken ontbrekende informatie over de betaler)
De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde controleert of de velden voor informatie over de betaler in het berichtensysteem of het betalings- en afwikkelingssysteem dat voor de geldovermaking gebruikt wordt, zijn ingevuld met karakters of invoer die toegelaten zijn volgens de procedures van het berichten- of het betalings- en afwikkelingssysteem. Deze betalingsdienstaanbieder beschikt over effectieve procedures om het ontbreken van de volgende informatie over de betaler op te merken:
- a. bij geldovermakingen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler in een openbaar lichaam is gevestigd, de uit hoofde van artikel 3:6, derde lid, vereiste informatie;
- b. bij geldovermakingen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler buiten de openbare lichamen is gevestigd, de in artikel 3:5, eerste lid, bedoelde volledige informatie over de betaler, of, in voorkomend geval, de uit hoofde van artikel 3:13 vereiste informatie.
Bij blokovermakingen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler buiten de openbare lichamen is gevestigd, dient de in artikel 3:5, eerste lid, bedoelde volledige informatie over de betaler alleen in de blokovermaking te staan, en niet bij de daarin gebundelde afzonderlijke geldovermakingen.
Artikel 3:10. (onvolledige informatie)
Ingeval de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde bij de ontvangst van geldelijke overmakingen constateert dat de krachtens de bepalingen van deze paragraaf vereiste informatie over de betaler onvolledig is, weigert hij de overmaking tot hij de bedoelde informatie heeft ontvangen.
Artikel 3:11. (bewaarplicht)
De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde houdt alle over de betaler ontvangen informatie gedurende vijf jaar bij.
Artikel 3:12. (intermediaire betalingsdienstaanbieders)
Intermediaire betalingsdienstaanbieders dragen ervoor zorg dat alle ontvangen informatie over de betaler welke bij een geldelijke overmaking is gevoegd, bij die overmaking blijft.
Artikel 3:13. (technische beperkingen)
Dit artikel is van toepassing wanneer de betalingsdienstaanbieder van de betaler buiten de openbare lichamen is gevestigd en de intermediaire betalingsdienstaanbieder in een openbaar lichaam is gevestigd.
Tenzij de intermediaire betalingsdienstaanbieder bij de ontvangst van een geldelijke overmaking constateert dat de krachtens de bepalingen van deze paragraaf vereiste informatie over de betaler ontbreekt of onvolledig is, kan hij een betalingssysteem met technische beperkingen gebruiken dat belet dat de informatie over de betaler bij de geldelijke overmaking blijft om de geldovermakingen naar de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde te sturen.
Indien de intermediaire betalingsdienstaanbieder bij ontvangst van een geldelijke overmaking constateert dat de krachtens deze paragraaf vereiste informatie over de betaler ontbreekt of onvolledig is, gebruikt hij enkel een betalingssysteem met technische beperkingen als het de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde hierover kan inlichten, hetzij binnen een berichten- of betalingssysteem dat voorziet in de melding van dit feit, hetzij via een andere procedure, mits deze communicatiewijze door beide betalingsdienstaanbieders is aanvaard of overeengekomen.
Indien de intermediaire betalingsdienstaanbieder een betalingssysteem met technische beperkingen gebruikt, stelt hij op verzoek van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek alle ontvangen informatie over de betaler ter beschikking van deze betalingsdienstaanbieder, ongeacht of die informatie volledig is of niet.
In de in het tweede en derde lid vermelde gevallen bewaart de intermediaire betalingsdienstaanbieder alle ontvangen informatie gedurende vijf jaar.
Artikel 3:14. (informatie ten behoeve van de toezichtautoriteit)
Een instelling beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat zij op verzoek van de toezichtautoriteit onverwijld de bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler en de daarop betrekking hebbende bewijsstukken verstrekt aan de toezichtautoriteit.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 4:1. (nieuwe categorieën financiële ondernemingen)
Degene die reeds op 31 mei 2012 in de openbare lichamen het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefende, optrad als adviseur, als bemiddelaar in andere financiële producten dan verzekeringen, of als vermogensbeheerder, dan wel krediet aanbood anders dan als kredietinstelling of verzekeraar, is tot en met 31 december 2012 vrijgesteld van de eisen die ingevolge de wet aan de uitoefening van het bedrijf van elektronischgeldinstelling, het optreden als adviseur, bemiddelaar of vermogensbeheerder, onderscheidenlijk het aanbieden van krediet worden gesteld.
In geval de betrokken financiële onderneming voor 1 oktober 2012 een aanvraag voor een vergunning tot uitoefening van het bedrijf van elektronischgeldinstelling, om op te treden als adviseur, bemiddelaar of vermogensbeheerder dan wel om krediet aan te bieden heeft ingediend die voldoet aan de bij of krachtens artikel 2:6 van de wet aan de aanvraag gestelde eisen, geldt in afwijking van het eerste lid de in dat lid bedoelde vrijstelling tot en met de dag waarop de vergunning wordt verleend, dan wel tot en met de eerste dag van de derde kalendermaand na het tijdstip van afwijzing van de aanvraag. Indien de betrokken financiële onderneming niet voor 1 oktober 2012 een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend die voldoet aan het ingevolge artikel 2:6 van de wet bepaalde, vervalt de vrijstelling met ingang van die datum. Voor die afwikkeling kan de bevoegde autoriteit een termijn stellen of een aanwijzing geven.
Artikel 4:2. (inwerkingtreding)
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2012, met uitzondering van artikel 1:3, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 4:3. (citeertitel)
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiële markten BES 2012.
Bijlage 1. Tarieven eenmalige toezichthandelingen
Bijlage als bedoeld in artikel 1:2
Toezichtautoriteit: DNB
Toezichtautoriteit: DNB
Bijlage 1. Tarieven eenmalige toezichthandelingen
Bijlage 1. Tarieven eenmalige toezichthandelingen
Bijlage als bedoeld in artikel 1:2
Toezichtautoriteit: DNB
Toezichtautoriteit: DNB
Toezichtautoriteit: AFM
Toezichtautoriteit: DNB
Toezichtautoriteit: DNB
Bijlage 3. Inhoud prospectus beleggingsinstelling
Bijlage als bedoeld in artikel 2:19
I. Gegevens betreffende de personen die verantwoordelijk zijn voor het prospectus
I. Gegevens betreffende de personen die verantwoordelijk zijn voor het prospectus
I. Gegevens betreffende de personen die verantwoordelijk zijn voor het prospectus
II. Gegevens over de accountant die geen dienstbetrekking bij de beleggingsinstelling heeft, die ter zake van de in het prospectus opgenomen gegevens mededelingen heeft gedaan alsmede over de aard van de mededelingen
III. Algemene gegevens over de beleggingsinstelling
IV. Gegevens over de beheerder van het beleggingsfonds
V. Gegevens over de bewaarder
Hoofdstuk I. Gegevens voor aandeelbewijzen, optiebewijzen, warrants, inschrijvingen in aandelenregisters, winst- en oprichtersbewijzen, rechten van deelgenootschap, schuldbrieven, inschrijvingen in schuldregisters, en soortgelijke waardepapieren dan wel rechten
Hoofdstuk I. Gegevens voor aandeelbewijzen, optiebewijzen, warrants, inschrijvingen in aandelenregisters, winst- en oprichtersbewijzen, rechten van deelgenootschap, schuldbrieven, inschrijvingen in schuldregisters, en soortgelijke waardepapieren dan wel rechten
Hoofdstuk I. Gegevens voor aandeelbewijzen, optiebewijzen, warrants, inschrijvingen in aandelenregisters, winst- en oprichtersbewijzen, rechten van deelgenootschap, schuldbrieven, inschrijvingen in schuldregisters, en soortgelijke waardepapieren dan wel rechten
§ 1. Gegevens betreffende de personen die verantwoordelijk zijn voor het prospectus
§ 2. Gegevens betreffende de accountants die ter zake van de in het prospectus opgenomen gegevens mededelingen hebben gedaan alsmede betreffende de aard van deze mededelingen
§ 3. Algemene gegevens betreffende de uitgevende instelling
§ 4. Gegevens betreffende het kapitaal van de uitgevende instelling
§ 5. Gegevens betreffende de activiteiten van de uitgevende instelling
§ 6. Individuele gegevens betreffende ondernemingen waarvan de uitgevende instelling een deel van het kapitaal bezit dat in belangrijke mate van invloed zou kunnen zijn op de beoordeling van de activa en de passiva, de financiële positie of de resultaten van de uitgevende instelling
§ 7. Gegevens betreffende het vermogen, de financiële positie en de resultaten van de uitgevende instelling
§ 8. Gegevens betreffende het bestuur, de leiding en het toezicht van de uitgevende instelling
§ 9. Gegevens betreffende de recente ontwikkeling en de vooruitzichten van de uitgevende instelling
§ 10. Additioneel voor aandeelbewijzen, optiebewijzen, warrants, inschrijvingen in aandelenregisters, winst- en oprichtersbewijzen, rechten van deelgenootschap, en soortgelijke waardepapieren dan wel rechten
§ 11. Additioneel voor schuldbrieven, inschrijvingen in schuldregisters, en soortgelijke waardepapieren dan wel rechten
Hoofdstuk II. Gegevens voor certificaten van aandelen en soortgelijke waardepapieren
§ 12. Gegevens betreffende de instelling die de certificaten uitgeeft
§ 13. Gegevens betreffende de certificaten
Hoofdstuk III. Gegevens voor opties, rechten op overdracht op termijn van goederen, en soortgelijke rechten
Deze regeling wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Artikel 1:6. (staat van zetel geldtransactiekantoren)
Het is geldtransactiekantoren tevens toegestaan hun zetel te hebben in Nederland, Aruba, de Verenigde Staten van Amerika of Canada.
§ 2. Bepalingen betreffende specifieke categorieën financiële ondernemingen
§ 3. Informatie over betaler bij geldovermakingen
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage 1. Tarieven eenmalige toezichthandelingen
Bijlage als bedoeld in artikel 1:2
Toezichtautoriteit: AFM
Bijlage 1. Tarieven eenmalige toezichthandelingen
Bijlage als bedoeld in artikel 1:2
Toezichtautoriteit: DNB
Bijlage 3. Inhoud prospectus beleggingsinstelling
Bijlage als bedoeld in artikel 2:19
§ 14. Gegevens betreffende de personen die verantwoordelijk zijn voor het prospectus
Deze regeling wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Artikel 2:5a
De ten hoogste toegelaten kredietvergoeding, bedoeld in artikel 7:20, eerste lid, van het besluit, bedraagt 21 procent op jaarbasis.
Het eerste lid is niet van toepassing op kredietovereenkomsten met een vaste kredietvergoeding die zijn afgesloten voor 1 april 2024. Voor die overeenkomsten bedraagt de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding:
- a. voor overeenkomsten, afgesloten tussen 1 januari 2013 en 1 april 2015: 24 procent op jaarbasis;
- b. voor overeenkomsten, afgesloten tussen 1 april 2015 en 1 januari 2020: 23 procent op jaarbasis;
- c. voor overeenkomsten, afgesloten tussen 1 januari 2020 en 1 april 2024: 22 procent op jaarbasis.
Artikel 2:5b. (maximale vertragingsvergoeding)
De ten hoogste toegelaten vertragingsvergoeding, bedoeld in artikel 7:21 van het besluit, wordt op dagbasis berekend. De ten hoogste toegelaten vertragingsvergoeding per dag wordt als volgt berekend:
In deze formule is:
VVd: de ten hoogste toegelaten vertragingsvergoeding over dag d;
Ad: het bedrag in de betaling waarvan de kredietnemer aan het begin van dag d achterstallig is dan wel, indien het een doorlopende krediettransactie met variabele kredietvergoeding betreft, het deel van het uitstaand saldo dat op dag d de kredietlimiet te boven gaat als gevolg van achterstallige betalingen;
r: het honderdste deel van het in het kader van de krediettransactie overeengekomen effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis;
q: het aantal dagen van de maand waarvan dag d deel uitmaakt.
§ 3. Informatie over betaler bij geldovermakingen
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage 1. Tarieven eenmalige toezichthandelingen
Bijlage als bedoeld in artikel 1:2
Toezichtautoriteit: DNB
Toezichtautoriteit: DNB
Bijlage 2. Tarieven doorlopende toezichtkosten
Bijlage als bedoeld in artikel 1:3
Bijlage 3. Inhoud prospectus beleggingsinstelling
Bijlage als bedoeld in artikel 2:19
Toezichtautoriteit: AFM
Bijlage 4. Inhoud prospectus bij aanbieden effecten
Bijlage als bedoeld in artikel 2:21
§ 15. Gegevens betreffende de accountant die ter zake van de in het prospectus opgenomen gegevens mededelingen heeft gedaan alsmede betreffende de aard van deze mededelingen
§ 16. Algemene gegevens betreffende de uitgevende instelling
§ 17. Gegevens betreffende het kapitaal van de uitgevende instelling
§ 18. Gegevens betreffende de activiteiten van de uitgevende instelling
§ 19. Gegevens betreffende de recente ontwikkeling en de vooruitzichten van de uitgevende instelling
Deze regeling wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Artikel 1:4a. (vrijstelling grote posities)
Voor de volgende grote posities geldt een vrijstelling van de verplichting in artikel 4:19, eerste en tweede lid, van het besluit:
- a. actiefposten die vorderingen vertegenwoordigen op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
- b. actiefposten die vorderingen vertegenwoordigen op de Staat der Nederlanden, het land Aruba, het land Curaçao of het land Sint Maarten;
- c. actiefposten die vorderingen vertegenwoordigen op buitenlandse overheden, mits daarvoor voorafgaand toestemming van de Nederlandsche Bank is verkregen;
- d. actiefposten die vorderingen vertegenwoordigen die uitdrukkelijk zijn gegarandeerd door de in de onderdelen a en b bedoelde rechtspersonen;
- e. actiefposten en andere blootstellingen die volledig zijn gedekt met zekerheden in de vorm van deposito's in contanten of van effecten genoteerd aan een erkende effectenbeurs als bedoeld in artikel 2.7, met dien verstande dat de blootstelling ten hoogste 70 procent van de gemiddelde marktwaarde van die effecten gedurende de laatste twaalf maanden bedraagt;
- f. interbancaire blootstellingen met een resterende looptijd van ten hoogste zes maanden;
- g. intragroep blootstellingen.
§ 2. Bepalingen betreffende specifieke categorieën financiële ondernemingen
§ 3. Informatie over betaler bij geldovermakingen
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage als bedoeld in artikel 1:2
Bijlage 2. Tarieven doorlopende toezichtkosten
Bijlage als bedoeld in artikel 1:3
Bijlage 4. Inhoud prospectus bij aanbieden effecten
Bijlage als bedoeld in artikel 2:21
§ 20. Gegevens betreffende het vermogen, de financiële positie en de resultaten van de uitgevende instelling, voor zover deze gegevens niet in de jaarrekening zijn vermeld
Deze regeling wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Artikel 1.7. (staat van zetel kredietinstellingen Sint Eustatius en Saba)
Het is kredietinstellingen tevens toegestaan hun zetel te hebben in het Europese deel van Nederland, indien zij het bedrijf van kredietinstelling uitoefenen vanuit een bijkantoor op Sint Eustatius of Saba en de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling vanuit dat bijkantoor beperkt blijft tot Sint Eustatius en Saba.
§ 2. Bepalingen betreffende specifieke categorieën financiële ondernemingen
§ 3. Informatie over betaler bij geldovermakingen
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage 2. Tarieven doorlopende toezichtkosten
Bijlage als bedoeld in artikel 1:3
Bijlage 4. Inhoud prospectus bij aanbieden effecten
Bijlage als bedoeld in artikel 2:21
§ 21. Additioneel voor opties en soortgelijke rechten
Deze regeling wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Artikel 1.8. (betrouwbaarheid)
De toezichtautoriteit kan bij het verkrijgen van inzicht als bedoeld in artikel 3:3 van het besluit gebruik maken van desgevraagd verstrekte justitiële gegevens met betrekking tot de antecedenten genoemd in bijlage 1 van het besluit.
§ 2. Bepalingen betreffende specifieke categorieën financiële ondernemingen
§ 3. Informatie over betaler bij geldovermakingen
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage 2. Tarieven doorlopende toezichtkosten
Bijlage als bedoeld in artikel 1:3
Bijlage 3. Inhoud prospectus beleggingsinstelling
Bijlage als bedoeld in artikel 2:19
Bijlage 4. Inhoud prospectus bij aanbieden effecten
Bijlage als bedoeld in artikel 2:21
§ 22. Additioneel voor rechten op overdracht op termijn van goederen
Deze regeling wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)