Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 14 juni 2012, nr. IENM/BSK-1012/109051, houdende vaststelling van regels met betrekking tot het bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk (Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3B.7 van het Vuurwerkbesluit;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

In deze regeling wordt onder vuurwerk mede verstaan een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik.

Artikel 1.2

Deze regeling is uitsluitend van toepassing op het bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk, en het in verband daarmee opbouwen van stellingen en installeren, bewerken en na de ontbranding verwijderen van vuurwerk.

Artikel 1.3

Indien in enig artikel in deze regeling een afmeting is aangegeven in inches geldt als omrekenfactor 1 inch is 25,4 millimeter.

Artikel 1.4

De toepasser draagt er zorg voor dat de hoofdstukken 2, 3, 4 en 5 worden nageleefd.

Artikel 1.5

Op een melding is artikel 3B.3a, tweede lid, van het Vuurwerkbesluit van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.6

De meldingen, bedoeld in de artikelen 2.3, eerste en tweede lid, 5.1, derde lid, 5.3. eerste lid, en 5.4, derde lid, worden gedaan in het elektronisch meldsysteem van Gedeputeerde Staten van de provincie waar het evenement plaatsvindt via DigiD op de website www.formdesk.com/gboprod/Vuurwerk_portal_DIGID of via eHerkenning op de website www.formdesk.com/gboprod/Vuurwerk_portal_OIN.

Artikel 1.7

Het is verboden handelingen te verrichten of te doen verrichten in strijd met deze regeling. Het verbod, bedoeld in de eerste volzin, geldt tevens als voorschrift verbonden aan de ontbrandingstoestemming, behoudens voor zover de voorschriften verbonden aan de ontbrandingstoestemming afwijken van deze regeling.

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen over het tot ontbranding brengen van vuurwerk

Artikel 2.1

Het afsteekterrein heeft een zodanige grootte dat de afstand vanaf de buitenrand van de afsteekplaats tot de buitenrand van het afsteekterrein in alle richtingen:

Artikel 2.2
1.

Tijdens het vuurwerkevenement is ten minste één afsteker aanwezig die de Nederlandse taal beheerst.

2.

De afsteker heeft tijdens het vuurwerkevenement zicht op het vuurwerk, de afsteekplaats en, gedurende het tot ontbranding brengen van het vuurwerk, de veiligheidszone. Hij beschikt over doelmatige communicatiemiddelen om contact te kunnen onderhouden met hulpverleningsdiensten en gedeputeerde staten van de provincie waar het vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht.

3.

Op de afsteekplaats zijn de volgende documenten aanwezig:

Artikel 2.3
1.

Vuurwerk mag mede tot ontbranding worden gebracht:

mits hiervan uiterlijk vier werkdagen voorafgaand aan het vuurwerkevenement bij gedeputeerde staten van de provincie waar dat evenement zou plaatsvinden elektronisch een melding is gedaan.

2.

Indien een vuurwerkevenement wordt afgelast, wordt hiervan zo spoedig mogelijk elektronisch melding gedaan bij het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid.

3.

Vuurwerk mag niet tot ontbranding worden gebracht in afwijking van de melding.

Artikel 2.4
1.

Tijdens het vuurwerkevenement is uitsluitend vuurwerk aanwezig dat bestemd is om tot ontbranding te worden gebracht en dat als zodanig vermeld is op de schietlijst.

2.

Indien is volstaan met een melding, is tijdens het vuurwerkevenement niet meer dan 200 kg consumentenvuurwerk en 20 kg pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aanwezig.

Artikel 2.5
1.

Uitsluitend onbeschadigd en ongebruikt vuurwerk wordt tot ontbranding gebracht.

2.

Het vuurwerk wordt tot ontbranding gebracht overeenkomstig de bij het vuurwerk behorende gebruiksaanwijzing of het bij het vuurwerk behorende veiligheidsinformatieblad, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald. Het vuurwerk is beschermd tegen vocht.

3.

Handelingen nabij het vuurwerk die kunnen leiden tot statische elektriciteit, brand, brandgevaar of onbedoelde ontsteking worden voorkomen.

Artikel 2.6
1.

Vuurwerk wordt stabiel opgesteld.

2.

De bij het ontbranden van vuurwerk te gebruiken apparatuur en materialen zijn deugdelijk en onbeschadigd en zijn voldoende bestand tegen het disfunctioneren van vuurwerk.

3.

Vuurwerk dat loodrecht ten opzichte van het grondvlak is gemonteerd, maar schuin wordt opgesteld, wordt zodanig opgesteld dat de richting waarin het vuurwerk wordt afgestoken een hoek vormt van minimaal 60 graden met het horizontale vlak.

4.

Romeinse kaarsen staan direct op de ondergrond of in een daarvoor geschikte constructie.

5.

Constructies en ondergrond die worden gebruikt voor het opstellen van vuurwerk zijn brandveilig.

Artikel 2.7
1.

Een elektrisch afsteeksysteem is voorzien van een sleutelbeveiliging tegen onbedoeld afsteken.

2.

Een elektrisch afsteeksysteem waarbij het afsteekprogramma automatisch wordt doorlopen, is voorzien van een noodstop, zodat het programma kan worden afgebroken.

Artikel 2.8
1.

Vuur dat onderdeel is van het vuurwerkevenement heeft geen invloed op het opgestelde vuurwerk.

2.

Tijdens een vuurwerkevenement zijn voldoende handblusapparaten aanwezig om een beginnende brand zo snel mogelijk te kunnen bestrijden. Het aantal handblusapparaten bedraagt ten minste:

3.

De handblusapparaten zijn voor onmiddellijk gebruik gereed en opgesteld op een goed zichtbare en bereikbare plaats binnen het afsteekterrein. De handblusapparaten zijn goed werkend en goed onderhouden.

Artikel 2.9
1.

Op het afsteekterrein wordt niet gerookt en is geen open vuur aanwezig, behoudens het vuur dat benodigd is voor het tot ontbranding brengen van vuurwerk of vuur dat onderdeel is van het vuurwerkevenement.

2.

Voordat wordt begonnen met de opbouw van het vuurwerkevenement, wordt het afsteekterrein, voor zover vrij toegankelijk voor publiek, zodanig afgezet dat duidelijk is dat het afsteekterrein verboden is voor onbevoegden.

3.

Het afsteekterrein wordt na afloop van het vuurwerkevenement schoon opgeleverd, uitgaande van de staat van het terrein vóór het vuurwerkevenement.

Artikel 2.10
1.

Tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk mag de veiligheidszone uitsluitend worden betreden door toezichthouders, de toepasser, de afsteker en assistenten, en de artiesten die deelnemen aan het vuurwerkevenement.

2.

Voordat wordt begonnen met het tot ontbranding brengen van vuurwerk, wordt de veiligheidszone, voor zover vrij toegankelijk voor publiek, zodanig afgezet dat duidelijk is dat de veiligheidszone verboden is voor onbevoegden.

3.

De veiligheidszone mag na afloop van het vuurwerkevenement niet worden betreden door publiek voordat de veiligheidszone is gecontroleerd op weigeraars en blindgangers en, indien deze niet zijn aangetroffen of deze zijn verwijderd, is vrijgegeven.

Hoofdstuk 3. Vuurwerkevenementen in de buitenlucht

§ 3.1. Veiligheidsafstanden

Artikel 3.1

Bij het tot ontbranding brengen van vuurwerk in de buitenlucht wordt voldaan aan de artikelen 3.2 tot en met 3.11.

Artikel 3.2
1.

Bij het tot ontbranding brengen van consumentenvuurwerk worden de volgende veiligheidsafstanden in acht genomen:

Aard vuurwerk Minimumafstand (in meters)
a. Grondvuurwerk 15
b. Luchtvuurwerk met kaliber tot en met 1 inch 40
c. Luchtvuurwerk met kaliber vanaf 1 inch tot 2 inch 60
2.

Indien luchtvuurwerk als bedoeld in het eerste lid schuin is gemonteerd of opgesteld en de schuine stand in de richting van het publiek wijst, wordt bij het tot ontbranding brengen daarvan de ingevolge het eerste lid van toepassing zijnde veiligheidsafstand vermenigvuldigd met een factor 1,5 in acht genomen

Artikel 3.3
1.

Bij het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk worden de volgende veiligheidsafstanden in acht genomen:

Aard vuurwerk Minimumafstand (in meters)
a. Vuurpijlen (schietrichting schuin van het publiek af) 125
b. Vuurpijlen (schietrichting overig) 200
c. Tekstborden 15
d. Grondvuurwerk 30
e. Romeinse kaarsen met kaliber tot en met 2 inch 75
f. Mines tot en met een kaliber van 4 inch 60
g. Mines met een kaliber vanaf 4 inch tot en met 6 inch 100
h. Dagbommen kleiner dan 21 cm diameter 75
2.

Bij het tot ontbranding brengen van Romeinse kaarsen met een kaliber groter dan 2 inch, van cakeboxen en van vuurwerkbommen, worden de volgende veiligheidsafstanden in acht genomen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.