Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 14 juni 2012, nr. IENM/BSK-1012/109051, houdende vaststelling van regels met betrekking tot het bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk (Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk)
Gelet op artikel 3B.7 van het Vuurwerkbesluit;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- afsteekplaats: gedeelte van het afsteekterrein waar het vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht;
- afsteekterrein: terrein waar de stellingen voor het tot ontbranding brengen van vuurwerk worden opgebouwd en het vuurwerk wordt geïnstalleerd, bewerkt en tot ontbranding wordt gebracht;
- afsteker: toepasser of een persoon in het bezit van een geldig certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit die onder verantwoordelijkheid van de toepasser werkt;
- assistenten: personen die onder verantwoordelijkheid van de toepasser meewerken aan het vuurwerkevenement en onder toezicht van de afsteker staan;
- blindganger: vuurwerk dat niet volledig tot ontbranding is gekomen;
- gevaarlijke stoffen: stoffen en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens het ADR is verboden of slechts onder daarin opgenomen voorwaarden is toegestaan, dan wel stoffen, materialen en voorwerpen aangeduid in de International Maritime Dangerous Goods Code;
- grondvuurwerk: vuurwerk waarbij de effectlading meteen tot ontbranding komt vanuit het vuurwerk;
- luchtvuurwerk: vuurwerk waarbij de effectlading eerst wordt uitgestoten vanuit het vuurwerk en daarna tot ontbranding komt;
- melding: melding van het tot ontbranding brengen als bedoeld in artikel 3B.4, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;
- ponton: dekschuit of drijvend platform met als doel het bieden van een ondersteuning voor het ontbranden van vuurwerk vanaf het water;
- schietlijst: schietlijst als bedoeld in artikel 3B.3a, tweede lid, onder d, van het Vuurwerkbesluit;
- toepasser: houder van de toepassingsvergunning;
- veiligheidsafstand: minimumafstand tussen afsteekplaats en publiek;
- veiligheidszone: gebied rondom de afsteekplaats met een straal die ten minste gelijk is aan het aantal meters dat als veiligheidsafstand bij het tot ontbranding brengen van het vuurwerk in de buitenlucht ingevolge deze regeling in acht moet worden genomen;
- vuurwerkevenement: geheel van activiteiten vanaf het opbouwen van de stellingen voor vuurwerk tot het voltooien van de eindcontrole na afloop van het ontbranden van het vuurwerk, alsmede de hieraan gerelateerde activiteiten;
- weigeraar: vuurwerk dat niet tot ontbranding is gekomen.
In deze regeling wordt onder vuurwerk mede verstaan een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik.
Artikel 1.2
Deze regeling is uitsluitend van toepassing op het bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk, en het in verband daarmee opbouwen van stellingen en installeren, bewerken en na de ontbranding verwijderen van vuurwerk.
Artikel 1.3
Indien in enig artikel in deze regeling een afmeting is aangegeven in inches geldt als omrekenfactor 1 inch is 25,4 millimeter.
Artikel 1.4
De toepasser draagt er zorg voor dat de hoofdstukken 2, 3, 4 en 5 worden nageleefd.
Artikel 1.5
Op een melding is artikel 3B.3a, tweede lid, van het Vuurwerkbesluit van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1.6
De meldingen, bedoeld in de artikelen 2.3, eerste en tweede lid, 5.1, derde lid, 5.3. eerste lid, en 5.4, derde lid, worden gedaan in het elektronisch meldsysteem van Gedeputeerde Staten van de provincie waar het evenement plaatsvindt via DigiD op de website www.formdesk.com/gboprod/Vuurwerk_portal_DIGID of via eHerkenning op de website www.formdesk.com/gboprod/Vuurwerk_portal_OIN.
Artikel 1.7
Het is verboden handelingen te verrichten of te doen verrichten in strijd met deze regeling. Het verbod, bedoeld in de eerste volzin, geldt tevens als voorschrift verbonden aan de ontbrandingstoestemming, behoudens voor zover de voorschriften verbonden aan de ontbrandingstoestemming afwijken van deze regeling.
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen over het tot ontbranding brengen van vuurwerk
Artikel 2.1
Het afsteekterrein heeft een zodanige grootte dat de afstand vanaf de buitenrand van de afsteekplaats tot de buitenrand van het afsteekterrein in alle richtingen:
- a. minimaal 10 meter bedraagt, indien uitsluitend consumentenvuurwerk tot ontbranding wordt gebracht en
- b. minimaal 25 meter bedraagt, indien professioneel vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht.
Artikel 2.2
Tijdens het vuurwerkevenement is ten minste één afsteker aanwezig die de Nederlandse taal beheerst.
De afsteker heeft tijdens het vuurwerkevenement zicht op het vuurwerk, de afsteekplaats en, gedurende het tot ontbranding brengen van het vuurwerk, de veiligheidszone. Hij beschikt over doelmatige communicatiemiddelen om contact te kunnen onderhouden met hulpverleningsdiensten en gedeputeerde staten van de provincie waar het vuurwerk tot ontbranding wordt gebracht.
Op de afsteekplaats zijn de volgende documenten aanwezig:
- a. een afschrift van de ontbrandingstoestemming of een uitdraai van de melding en van de overeenkomstig artikel 2.3, eerste lid, onder d, gemelde afwijkingen;
- b. een afschrift van het bewijs dat financiële zekerheid als bedoeld in artikel 3B.2, derde en vierde lid, van het Vuurwerkbesluit is gesteld;
- c. een afschrift van het certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit van de afsteker.
Artikel 2.3
Vuurwerk mag mede tot ontbranding worden gebracht:
- a. door of onder toezicht van een andere persoon dan de persoon wiens certificaat in de ontbrandingstoestemming is vermeld, mits die persoon in het bezit is van een geldig certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit;
- b. op een ander tijdstip dan in de ontbrandingstoestemming is genoemd;
- c. met een ander aantal vuurwerkartikelen dan in de ontbrandingstoestemming is genoemd, mits dat niet leidt tot een grotere veiligheidsafstand dan die welke op grond van deze regeling of de ontbrandingstoestemming in acht moet worden genomen;
- d. met een ander vuurwerkartikel in de plaats van een vuurwerkartikel dat in de ontbrandingstoestemming is genoemd, mits:
- 1°. de toepasser buiten zijn schuld niet over het vuurwerkartikel waarvoor het in de plaats komt, kan beschikken,
- 2°. het vuurwerkartikel hetzelfde effect teweeg brengt als het effect van het vuurwerkartikel waarvoor het in de plaats komt, en
- 3°. dat niet leidt tot een grotere veiligheidsafstand dan die welke voor het vuurwerkartikel waarvoor het in de plaats komt op grond van deze regeling of de ontbrandingstoestemming in acht moet worden genomen;
- e. in afwijking van de ontbrandingstoestemming indien dat in het belang van de veiligheid nodig is,
mits hiervan uiterlijk vier werkdagen voorafgaand aan het vuurwerkevenement bij gedeputeerde staten van de provincie waar dat evenement zou plaatsvinden elektronisch een melding is gedaan.
Indien een vuurwerkevenement wordt afgelast, wordt hiervan zo spoedig mogelijk elektronisch melding gedaan bij het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid.
Vuurwerk mag niet tot ontbranding worden gebracht in afwijking van de melding.
Artikel 2.4
Tijdens het vuurwerkevenement is uitsluitend vuurwerk aanwezig dat bestemd is om tot ontbranding te worden gebracht en dat als zodanig vermeld is op de schietlijst.
Indien is volstaan met een melding, is tijdens het vuurwerkevenement niet meer dan 200 kg consumentenvuurwerk en 20 kg pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aanwezig.
Artikel 2.5
Uitsluitend onbeschadigd en ongebruikt vuurwerk wordt tot ontbranding gebracht.
Het vuurwerk wordt tot ontbranding gebracht overeenkomstig de bij het vuurwerk behorende gebruiksaanwijzing of het bij het vuurwerk behorende veiligheidsinformatieblad, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald. Het vuurwerk is beschermd tegen vocht.
Handelingen nabij het vuurwerk die kunnen leiden tot statische elektriciteit, brand, brandgevaar of onbedoelde ontsteking worden voorkomen.
Artikel 2.6
Vuurwerk wordt stabiel opgesteld.
De bij het ontbranden van vuurwerk te gebruiken apparatuur en materialen zijn deugdelijk en onbeschadigd en zijn voldoende bestand tegen het disfunctioneren van vuurwerk.
Vuurwerk dat loodrecht ten opzichte van het grondvlak is gemonteerd, maar schuin wordt opgesteld, wordt zodanig opgesteld dat de richting waarin het vuurwerk wordt afgestoken een hoek vormt van minimaal 60 graden met het horizontale vlak.
Romeinse kaarsen staan direct op de ondergrond of in een daarvoor geschikte constructie.
Constructies en ondergrond die worden gebruikt voor het opstellen van vuurwerk zijn brandveilig.
Artikel 2.7
Een elektrisch afsteeksysteem is voorzien van een sleutelbeveiliging tegen onbedoeld afsteken.
Een elektrisch afsteeksysteem waarbij het afsteekprogramma automatisch wordt doorlopen, is voorzien van een noodstop, zodat het programma kan worden afgebroken.
Artikel 2.8
Vuur dat onderdeel is van het vuurwerkevenement heeft geen invloed op het opgestelde vuurwerk.
Tijdens een vuurwerkevenement zijn voldoende handblusapparaten aanwezig om een beginnende brand zo snel mogelijk te kunnen bestrijden. Het aantal handblusapparaten bedraagt ten minste:
- a. twee met een inhoud van ten minste 6 kilogram ABC-poeder of 9 kg schuim bij een buitenevenement;
- b. één met een inhoud van ten minste 5 kilogram koolzuur bij een binnenevenement.
De handblusapparaten zijn voor onmiddellijk gebruik gereed en opgesteld op een goed zichtbare en bereikbare plaats binnen het afsteekterrein. De handblusapparaten zijn goed werkend en goed onderhouden.
Artikel 2.9
Op het afsteekterrein wordt niet gerookt en is geen open vuur aanwezig, behoudens het vuur dat benodigd is voor het tot ontbranding brengen van vuurwerk of vuur dat onderdeel is van het vuurwerkevenement.
Voordat wordt begonnen met de opbouw van het vuurwerkevenement, wordt het afsteekterrein, voor zover vrij toegankelijk voor publiek, zodanig afgezet dat duidelijk is dat het afsteekterrein verboden is voor onbevoegden.
Het afsteekterrein wordt na afloop van het vuurwerkevenement schoon opgeleverd, uitgaande van de staat van het terrein vóór het vuurwerkevenement.
Artikel 2.10
Tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk mag de veiligheidszone uitsluitend worden betreden door toezichthouders, de toepasser, de afsteker en assistenten, en de artiesten die deelnemen aan het vuurwerkevenement.
Voordat wordt begonnen met het tot ontbranding brengen van vuurwerk, wordt de veiligheidszone, voor zover vrij toegankelijk voor publiek, zodanig afgezet dat duidelijk is dat de veiligheidszone verboden is voor onbevoegden.
De veiligheidszone mag na afloop van het vuurwerkevenement niet worden betreden door publiek voordat de veiligheidszone is gecontroleerd op weigeraars en blindgangers en, indien deze niet zijn aangetroffen of deze zijn verwijderd, is vrijgegeven.
Hoofdstuk 3. Vuurwerkevenementen in de buitenlucht
§ 3.1. Veiligheidsafstanden
Artikel 3.1
Bij het tot ontbranding brengen van vuurwerk in de buitenlucht wordt voldaan aan de artikelen 3.2 tot en met 3.11.
Artikel 3.2
Bij het tot ontbranding brengen van consumentenvuurwerk worden de volgende veiligheidsafstanden in acht genomen:
| Aard vuurwerk | Minimumafstand (in meters) |
|---|---|
| a. Grondvuurwerk | 15 |
| b. Luchtvuurwerk met kaliber tot en met 1 inch | 40 |
| c. Luchtvuurwerk met kaliber vanaf 1 inch tot 2 inch | 60 |
Indien luchtvuurwerk als bedoeld in het eerste lid schuin is gemonteerd of opgesteld en de schuine stand in de richting van het publiek wijst, wordt bij het tot ontbranding brengen daarvan de ingevolge het eerste lid van toepassing zijnde veiligheidsafstand vermenigvuldigd met een factor 1,5 in acht genomen
Artikel 3.3
Bij het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk worden de volgende veiligheidsafstanden in acht genomen:
| Aard vuurwerk | Minimumafstand (in meters) |
|---|---|
| a. Vuurpijlen (schietrichting schuin van het publiek af) | 125 |
| b. Vuurpijlen (schietrichting overig) | 200 |
| c. Tekstborden | 15 |
| d. Grondvuurwerk | 30 |
| e. Romeinse kaarsen met kaliber tot en met 2 inch | 75 |
| f. Mines tot en met een kaliber van 4 inch | 60 |
| g. Mines met een kaliber vanaf 4 inch tot en met 6 inch | 100 |
| h. Dagbommen kleiner dan 21 cm diameter | 75 |
Bij het tot ontbranding brengen van Romeinse kaarsen met een kaliber groter dan 2 inch, van cakeboxen en van vuurwerkbommen, worden de volgende veiligheidsafstanden in acht genomen:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.