Regeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 juni 2012, nr. 2012-200612, houdende instelling van een voorzieningenstelsel buitenlandtoelagen voor rechterlijke ambtenaren die buitengewoon verlof hebben in Nederland om in het Caribische deel van het Koninkrijk der Nederlanden tijdelijk werkzaam te zijn

Type Ministeriële regeling
Publication 2019-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op het Voorzieningenstelsel Uitzendingen Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Besluit

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Samenloop
1.

Indien de belanghebbende reeds uit anderen hoofde aanspraak heeft op voorzieningen – al dan niet in natura – ter zake van zijn verblijf in een gebied buiten Nederland, zal de aanspraak op voorzieningen op grond van deze regeling geheel of gedeeltelijk komen te vervallen.

2.

Indien de echtgenoot van de belanghebbende over hetzelfde tijdvak aanspraak kan maken op voorzieningen op grond van deze regeling of op daarmee gelijk te stellen voorzieningen voor ambtenaren behorende tot de overheid:

3.

De belanghebbende, bedoeld in het tweede lid, onder a, alsmede de belanghebbende bedoeld in het tweede lid, onder b, die niet door beiden gezamenlijk is aangewezen, heeft aanspraak op de voorzieningen waarop de ongehuwde rechterlijk ambtenaar, bedoeld in artikel 1.1 onderdeel f, aanspraak zou hebben.

Hoofdstuk 2. Medische keuring

Artikel 2.1
1.

Uit een medische verklaring moet blijken dat de belanghebbende en de leden van het gezin die hem vergezellen, medisch geschikt zijn om in een gebied buiten Nederland te verblijven.

2.

De kosten voortvloeiende uit het eerste lid worden door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vergoed.

Hoofdstuk 3. Buitenlandtoelage

Artikel 3.1. Toelagen
1.

De belanghebbende heeft gedurende zijn verblijf en met inachtneming van het bepaalde in de overige leden van dit artikel gedurende een termijn van maximaal vijf jaar aanspraak op de volgende toelagen:

De hiervoor genoemde componenten van de buitenlandtoelage worden vastgesteld met toepassing van tabel 1 van bijlage 1.

2.

De belanghebbende die verblijft in een gebied buiten Nederland heeft aanspraak op een buitenlandtoelage bestaande uit:

3.

De gehuwde belanghebbende die met gezin metterwoon is gevestigd in een gebied buiten Nederland, heeft – met inachtneming van de onderdelen a tot en met g van dit lid – aanspraak op een verhoging van zijn buitenlandtoelage voor ieder kind dat tot zijn gezin behoort, indien:

Verandering toelagen

Artikel 3.2
1.

De belanghebbende is verplicht alle mutaties die van belang zijn voor de berekening van de toelagen, bedoeld in dit hoofdstuk, onmiddellijk aan de Minister te melden.

2.

Een verhoging van de buitenlandtoelage als gevolg van een verandering in de burgerlijke staat van de belanghebbende gaat in op de eerste dag van de maand waarin die verandering plaatsvindt.

3.

Onverminderd het vierde lid gaat een verlaging van de buitenlandtoelage als gevolg van een verandering in de burgerlijke staat van de belanghebbende in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin die verandering plaatsvindt.

4.

Bij overlijden van een lid van zijn gezin vervallen de aanspraken op de toelage, bedoeld onder artikel 3.1 eerste lid, onder a en b, met ingang van de eerste dag van de derde maand volgende op de maand waarin dat overlijden heeft plaatsgevonden.

Hoofdstuk 4. Voorzieningen bij start en beëindiging van het verblijf

Verhuiskostenvergoeding

Artikel 4.1

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.