Aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 juni 2012, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake de overheveling van geriatrische revalidatiezorg van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet

Type Ministeriële regeling
Publication 2012-07-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Na op 13 mei 2011 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Kamerstukken II 2010/11, 30 597, nr. 184);

Gelet op het verslag van een schriftelijk overleg met de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 22 juni 2011 (Kamerstukken II 2010/11, 30 597, nr. 200);

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

Artikel 2. werkingssfeer

Deze aanwijzing is van toepassing op geriatrische revalidatiezorg.

Artikel 3. uitvoering aanwijzing

De zorgautoriteit stelt ter uitvoering van deze aanwijzing tijdig vóór 1 januari 2013 regels of beleidsregels vast. Tevens stelt zij tijdig vóór 1 januari 2013 de grenzen vast, bedoeld in de artikelen 9 en 10 van deze aanwijzing.

Paragraaf 2. Nieuw bekostigingssysteem

Artikel 4. prestatiebeschrijving

De zorgautoriteit voert met ingang van 2013 een bekostigingssysteem in voor geriatrische revalidatiezorg, waarbij de prestatiebeschrijvingen gebaseerd zijn op dbc-zorgproducten. Zij hanteert daarbij als vertrekpunt de thans bestaande prestatiebeschrijvingen voor herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging (zzp VV9a) en AWBZ-revalidatie in dagbehandeling (H801).

Artikel 5. tarief
1.

De zorgautoriteit voert met ingang van 2013 voor de prestaties, bedoeld in artikel 4, maximumtarieven in als bedoeld in artikel 50, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet.

2.

De zorgautoriteit verwerkt de kapitaallasten volledig in de maximumtarieven. Zij neemt daarbij de kapitaallasten behorend bij de bestaande prestatiebeschrijvingen, genoemd in artikel 4, als vertrekpunt, met dien verstaande dat zij wat betreft zzp VV9a rekent met de volledige nhc.

Artikel 6. budgettaire neutraliteit

De zorgautoriteit voert het nieuwe bekostigingssysteem macrobudgettair neutraal in. Het hiermee gemoeide bedrag is € 817 mln (prijspeil 2012)

Paragraaf 3. Overgangsregime bestaande zorgaanbieders

Artikel 7. omzet
1.

De zorgautoriteit stelt per bestaande zorgaanbieder met betrekking tot de afrekening van het jaar 2013 ambtshalve een verrekenbedrag vast. Dit bedrag is het positieve of negatieve verschil tussen het totale bedrag dat een bestaande zorgaanbieder in 2013 op basis van het nieuwe bekostigingssysteem, bedoeld in artikel 4, voor geleverde zorg rechtsgeldig in rekening heeft gebracht of zou hebben kunnen brengen, ten opzichte van het bedrag dat die aanbieder in 2013 rechtsgeldig in rekening had kunnen brengen als het bekostigingssysteem voor AWBZ-zorg nog van toepassing was geweest.

2.

Indien de zorgautoriteit voor een zorgaanbieder een positief verrekenbedrag vaststelt, stelt zij een sluittarief per relevante zorgverzekeraar vast naar rato van het aandeel van de desbetreffende zorgverzekeraar in de omzet van die aanbieder.

3.

Indien de zorgautoriteit voor een zorgaanbieder een negatief verrekenbedrag vaststelt, stelt zij, met toepassing van artikel 56b van de wet, een vereffeningbedrag per relevante zorgverzekeraar vast naar rato van het aandeel van de desbetreffende zorgverzekeraar in de omzet van die aanbieder.

Artikel 8. kapitaallasten

De zorgautoriteit voorziet met betrekking tot de kapitaallasten van bestaande zorgaanbieders, met inachtneming van de Aanwijzing nhc’s, in een overgangsregime, waarin:

Paragraaf 4. Macrobeheersmodel

Artikel 9. macrogrens
1.

De zorgautoriteit stelt voor geriatrische revalidatiezorg waarop ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Zorgverzekeringswet aanspraak bestaat, voor alle zorgaanbieders gezamenlijk ambtshalve een macrogrens voor het jaar 2013 vast, zijnde een bovengrens als bedoeld in artikel 50, tweede lid, aanhef en onder c, van de wet.

2.

De zorgautoriteit stelt de macrogrens, bedoeld in het eerste lid, en de individuele grenzen, bedoeld in artikel 10, vast op grond van het bedrag voor zorg dat voor 2013 ten hoogste beschikbaar is, zijnde € 730 miljoen (prijspeil 2012).

Artikel 10. individuele grenzen
1.

De zorgautoriteit stelt ambtshalve per individuele zorgaanbieder voor het jaar 2013 een individuele grens vast, zijnde een bovengrens als bedoeld in artikel 50, tweede lid, aanhef en onder c, van de wet. Daarbij houdt zij als volgt rekening met de macrogrens:

2.

Tot de in 2013 gerealiseerde omzet behoort mede het verrekenbedrag dat voor een zorgaanbieder is vastgesteld op grond van artikel 7.

3.

Tot de in 2013 gerealiseerde omzet van een zorgaanbieder worden niet gerekend bedragen die voortvloeien uit de toepassing van de beleidsregels van de zorgautoriteit ter uitwerking van de Aanwijzing inzake overgangsregeling kapitaallasten algemene en academische ziekenhuizen van 22 juni 2010 (Stcrt. 2010, 10255) en de Aanwijzing van 26 september 2011 inzake kapitaallasten transitiemodel prestatiebekostiging medisch specialistische zorg 2012 (Stcrt. 2011, 19621).

4.

Tot de omzet van een zorgaanbieder worden niet gerekend de nacalculatiebedragen die voortvloeien uit de toepassing van de beleidsregels van de zorgautoriteit ter uitwerking van artikel 8.

Artikel 11. handhaving macrogrens

De zorgautoriteit handhaaft de macrogrens door handhaving van de individuele grenzen, bedoeld in artikel 10, eerste lid.

Artikel 12. macrogrens niet overschreden
1.

Indien door alle zorgaanbieders samen de macrogrens niet is overschreden, stelt de zorgautoriteit ambtshalve vast dat voor iedere zorgaanbieder de individuele grens gelijk is aan de door die aanbieder in 2013 gerealiseerde omzet.

2.

De zorgautoriteit doet een vaststelling als bedoeld in het eerste lid niet dan nadat ik haar uiterlijk 1 december 2014 schriftelijk heb laten weten dat het bedrag, genoemd in artikel 9, tweede lid, niet is overschreden.

Artikel 13. macrogrens wel overschreden
1.

Indien door alle zorgaanbieders samen de macrogrens is overschreden, geeft de zorgautoriteit de individuele zorgaanbieders ambtshalve een aanwijzing in de zin van artikel 76, tweede lid, van de wet, tot de afdracht aan het Zorgverzekeringsfonds van een door de zorgautoriteit vastgesteld bedrag.

2.

Het individueel af te dragen, door de zorgautoriteit vast te stellen bedrag is voor iedere zorgaanbieder gelijk aan het procentuele aandeel van de omzet van die aanbieder in de totale omzet in het jaar 2013 van alle aanbieders samen, vermenigvuldigd met het bedrag, bedoeld in het derde lid, dat de zorgautoriteit als basis dient te nemen voor de handhaving.

3.

De zorgautoriteit geeft een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid niet dan nadat ik haar uiterlijk 1 december 2014 schriftelijk heb laten weten dat het bedrag, genoemd in artikel 9, tweede lid, is overschreden, onder vermelding van het bedrag dat de zorgautoriteit als basis dient te nemen voor de handhaving van de macrogrens.

Paragraaf 5. Overige bepalingen

Artikel 14. impactanalyse

De zorgautoriteit stuurt mij uiterlijk 1 september 2013 een onderbouwde, kwalitatieve analyse van de (mogelijk) gevolgen van de invoering van het nieuwe bekostigingssysteem, bedoeld in paragraaf 2, en de werking van het overgangsregime, bedoeld in paragraaf 3.

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.