Tuchtreglement COKZ 2012
gelet op artikel 13, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371) en artikel 2 van het Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet,
heeft in zijn vergadering van 25 mei 2012 het navolgende reglement vastgesteld:
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Definities
Artikel 1
In dit reglement wordt verstaan onder:
- bestuur: het bestuur van de stichting;
- betrokkene: degene, die een overtreding van een voorschrift als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Landbouwkwaliteitswet, begaat;.
- landbouwkwaliteitsbesluit: algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Landbouwkwaliteitswet;
- Minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
- secretaris: de secretaris van het tuchtgerecht, dan wel bij diens ontstentenis of verhindering de adjunct-secretaris;
- statuten: de statuten van de stichting;
- stichting: Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel;
- tuchtgerecht: tuchtgerecht als bedoeld in artikel 2 van het reglement;
- voorschrift: bij of krachtens een landbouwkwaliteitsbesluit gestelde regel met betrekking tot producten, ten aanzien waarvan toezicht en/of keuring aan de stichting is opgedragen;
- voorzitter: de voorzitter van het tuchtgerecht, dan wel bij diens ontstentenis of verhindering de vice-voorzitter;
- NCAE: Nederlandse Controle Autoriteit Eieren, dienstonderdeel van de stichting, inzake controle en toezicht op eieren en pluimveevlees.
Instelling, samenstelling en bevoegdheid van het tuchtgerecht
Artikel 2
Het tuchtgerecht van de stichting, als bedoeld in artikel 18 van de statuten van de stchting, is belast met tuchtrechtspraak terzake van overtredingen van voorschriften.
Het tuchtgerecht is gevestigd te Leusden.
Artikel 3
Het tuchtgerecht is samengesteld uit een lid-voorzitter, een lid-vice-voorzitter en ten minste zes andere leden. Het wordt bijgestaan door een secretaris, die geen lid is van het tuchtgerecht.
De voorzitter, de vice-voorzitter en de secretaris voldoen aan de vereisten voor benoeming zoals vermeld in artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Het tuchtgerecht wordt zodanig samengesteld dat ten aanzien van alle productgroepen deskundigheid aanwezig is.
De samenstelling waarin het tuchtgerecht zitting houdt is zodanig dat de fungerend voorzitter, overige leden en secretaris geen enkele band hebben met de ondernemingen en of personen wiens zaak voorligt. De in het eerste lid bedoelde personen mogen niet zijn leden van het bestuur of van een door dit bestuur benoemde commissie dan wel enigerlei functie bij de stichting bekleden.
Het bestuur benoemt de in het eerste lid bedoelde personen, alsmede secretaris, voor vier jaar; zij zijn terstond herbenoembaar.
De benoeming van de voorzitter en de vice-voorzitter behoeft de goedkeuring van de Minister.
Artikel 4
Echtgenoten, bloedverwanten of aanverwanten tot de derde graad ingesloten, kunnen niet tezamen zijn voorzitter, vice-voorzitter, lid of secretaris van het tuchtgerecht.
Indien een huwelijk mocht worden aangegaan na de benoeming zal de jongst benoemde als gevolg daarvan zijn functie niet kunnen behouden.
Indien zwagerschap mocht ontstaan na de benoeming, zal degene die haar veroorzaakt als gevolg daarvan zijn functie verliezen, tenzij de Minister en de Minister van Veiligheid en Justitie goedkeuren dat hij zijn functie behoudt.
Zwagerschap houdt op door de ontbinding van het huwelijk dat haar veroorzaakte.
Artikel 5
De voorzitter, de vice-voorzitter, de overige leden en de secretaris van het tuchtgerecht kunnen tussentijds op eigen verzoek door het bestuur worden ontslagen.
Het bestuur is bevoegd hen bij een met redenen omkleed besluit te ontslaan of op non-actief te stellen in de gevallen, bedoeld in artikel 46f van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Dit besluit wordt bij aangetekend schrijven aan de betrokkene medegedeeld.
Tegen een besluit als bedoeld in het tweede lid staat beroep open bij de Minister. Dit beroep dient binnen 30 dagen na verzending van het in het derde lid bedoelde aangetekend schrijven te worden ingesteld.
Artikel 6
De kosten van het tuchtgerecht komen ten laste van de stichting.
De leden en de secretaris van het tuchtgerecht ontvangen een door het bestuur vast te stellen vacatiegeld voor het bijwonen van een zitting; voorts ontvangen zij vergoeding van gemaakte reis- en verblijfkosten.
Het bestuur kan aan de voorzitter, de vice-voorzitter en de secretaris een verdere vergoeding voor hun werkzaamheden toekennen.
De kosten van partijen zoals ten aanzien van raadslieden, vertegenwoordigers, getuigen, deskundigen en tolken, alsmede alle overige kosten komen voor rekening van de partij aan wiens zijde deze kosten vallen.
Artikel 7
Het tuchtgerecht houdt zitting in de plaats waarin het is gevestigd.
Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de voorzitter bepalen dat het tuchtgerecht zitting houdt buiten de plaats waar het is gevestigd.
Het tuchtgerecht houdt zitting met drie leden, de voorzitter daaronder begrepen. Het wordt zowel ter zitting als in raadkamer door de secretaris bijgestaan.
De voorzitter bepaalt in welke personele samenstelling het tuchtgerecht zitting houdt en welk lid een voor een zitting aangewezen lid bij diens ontstentenis of verhindering zal vervangen.
Indien een voor een zitting aangewezen lid verhinderd is de zitting bij te wonen, geeft hij daarvan onverwijld kennis aan de fungerend secretaris, die alsdan het als vervanger aangewezen lid oproept.
Artikel 8
Het tuchtgerecht kan aan een betrokkene die een voorschrift heeft overtreden een of meer van de in artikel 13, eerste lid, van de Landbouwkwaliteitswet opgenomen maatregelen opleggen, te weten:
- a. berisping; deze bestaat uit een schriftelijk of mondeling vermaan tot de betrokkene in verband met de begane overtreding;
- b. geldboete van ten minste € 3,– en ten hoogste een bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Indien de waarde van de goederen, met betrekking tot welke een overtreding is begaan, of de waarde van het wederrechtelijk genoten voordeel dat geheel of gedeeltelijk door middel van de overtreding is verkregen, hoger is dan een kwart van de geldboete van de derde categorie, kan een geldboete worden opgelegd van ten hoogste de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De geldboete kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd.
- c. het stellen van de betrokkene onder verscherpte controle op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren;
- d. openbaarmaking van de uitspraak op kosten van de betrokkene.
In gevallen waarin het tuchtgerecht besluit tot de in het eerste lid onder c. of d. genoemde maatregelen, stelt het tevens het geschatte bedrag van de daaraan verbonden kosten vast, welk bedrag door de betrokkene moet worden voldaan. Wordt openbaarmaking van de tuchtbeschikking gelast, dan bepaalt het tuchtgerecht tevens de wijze waarop deze dient te geschieden. De kosten van openbaarmaking worden in de uitspraak op een bepaald bedrag geschat.
Artikel 9
Indien een feit, dat tuchtrechtelijk kan worden afgedaan, wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon of een vennootschap, wordt de tuchtrechtelijke vervolging ingesteld en worden
maatregelen genomen tegen:
- a. die rechtspersoon of die vennootschap,
- b. hen, die tot het feit opdracht hebben gegeven of die feitelijk leiding hebben gehad bij het verboden handelen of nalaten, of
- c. beiden.
Een feit wordt onder meer begaan door of vanwege een rechtspersoon of een vennootschap, indien het begaan wordt door personen, die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit anderen hoofde handelen in de sfeer van de rechtspersoon of de vennootschap, ongeacht of deze personen ieder afzonderlijk het feit hebben begaan, dan wel bij hen gezamenlijk de elementen van dat feit aanwezig zijn.
Indien een tuchtrechtelijke vervolging wordt ingesteld tegen een rechtspersoon of een vennootschap, wordt deze tijdens de vervolging vertegenwoordigd door de bestuurder en, indien er meer bestuurders zijn, door één dezer.
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing bij de tuchtrechtelijke vervolging van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, maatschap of doelvermogen.
Rechtsgang van het tuchtrechtelijk geding
Artikel 10
Een zaak wordt binnen vier maanden na constatering van de ten laste gelegde overtreding door of namens het bestuur bij het tuchtgerecht aanhangig gemaakt door middel van een schriftelijke verklaring, inhoudende:
- –. een korte omschrijving van de ten laste gelegde overtreding met vermelding van de relevante feiten;
- –. naam en adres van de betrokkene(n).
De schriftelijke verklaring kan vergezeld gaan van een voorstel van of namens het bestuur met betrekking tot de op te leggen tuchtmaatregel.
Tezamen met de in het vorige lid bedoelde schriftelijke verklaring dienen alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan het tuchtgerecht te worden overgelegd.
Het tuchtgerecht neemt een zaak niet in behandeling indien de Officier van Justitie na overleg, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitswet, heeft beslist dat de overtreding strafrechtelijk zal worden afgedaan.
Het overleg als bedoeld in het vierde lid wordt door de directeur van de stichting gevoerd.
De directeur of diens plaatsvervanger is, voor zover het bestuur niet anders bepaalt, bevoegd ter uitvoering van het eerste lid van dit artikel te handelen namens het bestuur.
Artikel 11
Indien naar het oordeel van de voorzitter geen tuchtmaatregel of geen andere tuchtmaatregel dan een berisping of een geldboete van ten hoogste € 225,– dient te worden opgelegd, kan de voorzitter de zaak zonder zitting afdoen. De voorzittersbeschikking wordt op schrift gesteld. Artikel 23, lid 7, van dit reglement is van overeenkomstige toepassing.
Tegen de voorzittersbeschikking, bedoeld in het eerste lid, kan de betrokkene of degene die namens het bestuur de zaak aanhangig heeft gemaakt binnen zes weken na verzending van de beschikking verzet doen. In dat geval vervalt de voorzittersbeschikking en wordt de zaak overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 23 van dit reglement behandeld.
De termijnen van artikel 12, eerste lid, vangen in dat geval aan vanaf de datum waarop de secretaris het verzoek heeft ontvangen.
Artikel 12
Onverminderd het bepaalde in artikel 11, wordt de betrokkene binnen een termijn van ten hoogste acht weken nadat een zaak tegen hem bij het tuchtgerecht aanhangig is gemaakt, bij aangetekende brief opgeroepen om op een door de voorzitter te bepalen dag en uur ter zitting te verschijnen. De oproeping wordt tenminste twee weken voor de dag der zitting aan hem toegezonden en vermeldt de plaats van de zitting. Met inachtneming van dezelfde termijn wordt ook het bestuur of degene die de zaak namens het bestuur aanhangig heeft gemaakt ter zitting opgeroepen.
De oproeping aan de betrokkene gaat vergezeld van een afschrift van de in artikel 10, eerste lid, bedoelde verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, voorzover deze stukken nog niet in zijn bezit zijn.
De oproeping aan de betrokkene houdt in:
- a. indien getuigen en deskundigen ter zitting zijn opgeroepen, de namen, het beroep en de woonplaats van deze personen;
- b. de mededeling, dat de betrokkene bevoegd is getuigen en deskundigen ter zitting mede te brengen;
- c. de mededeling, dat de betrokkene bevoegd is zich ter zitting door een raadsman te doen bijstaan.
Artikel 13
De zittingen van het tuchtgerecht zijn openbaar, tenzij naar het oordeel van de voorzitter dringende redenen zich daartegen verzetten.
Tenzij het tuchtgerecht beslist dat de betrokkene in persoon moet verschijnen, kan hij zich ter zitting doen vertegenwoordigen door een advocaat, indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk gemachtigd te zijn, of wel door een daartoe bij bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde.
Het tuchtgerecht kan weigeren bepaalde personen, die niet zijn advocaat, als gemachtigde toe te laten. Alsdan wordt de zaak tot een volgende zitting aangehouden.
Het tuchtgerecht stelt bij aangetekende brief de betrokkene met de aanhouding en de reden daarvan in kennis en roept hem tevens op om op de voor de zaak bepaalde nadere zitting in persoon of vertegenwoordigd door een advocaat of andere schriftelijke gemachtigde te verschijnen.
De betrokkene kan zich te allen tijde door een raadsman doen bijstaan. Het tuchtgerecht kan weigeren bepaalde personen, die niet zijn advocaat, als raadsman toe te laten. Bij zodanige weigering houdt het tuchtgerecht op verzoek van de betrokkene de zaak tot een volgende zitting aan.
Artikel 14
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.