Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2012–2013
Deel 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepaling
Het bestuur van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs besluit, gelet op de Wet budgettering wachtgelden en instelling Participatiefonds (Stb. 1995, 155), het Besluit Participatiefonds (Stb. 1996, 384) en de statuten van de Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs, het volgende reglement voor het Primair Onderwijs vast te stellen
Toelichting op artikel 12
Andere gronden
In de uitspraak van 26 augustus 1999, onder nummer E04.98.0149, heeft de Raad van State aangegeven dat een ontslag dat valt binnen de risicosfeer van het bevoegd gezag, reeds daarom niet onvermijdbaar kan worden geacht op grond van artikel 9, lid h van het reglement. Andere gronden welke bedoeld zijn in artikel 9, lid h van het reglement, zijn derhalve gronden welke vallen buiten de risicosfeer van het bevoegd gezag.
Deel 2. Premie
Artikel 2. Verplichting tot betaling van premie
Toelichting op artikel 2
Er zijn geen toelichtingen.
Het bevoegd gezag is verplicht, op de wijze zoals bepaald in de bestuursvoorschriften, een door het Participatiefonds te bepalen bijdrage te voldoen in verband met de kosten voor werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet.
Deel 3. Instroomtoets
Artikel 3. Het vergoedingsverzoek
Toelichting op artikel 3
Artikel 4. Toetsing
Toelichting op artikel 4
Wat de inspanningsverplichting betreft, heeft het Participatiefonds aansluiting gezocht bij de instrumenten die het bevoegd gezag conform de CAO-PO ter beschikking staan. Het Participatiefonds heeft de inspanningsverplichting in de categorieën I, II, III en IV ondergebracht.
Middels een opgave van de activiteiten welke zijn genoemd in de categorieën I en II maakt het bevoegd gezag inzichtelijk dat er personeelsbeleid is gevoerd.
Indien het bevoegd gezag ondanks het voeren van een op het voorkomen van ontslag gericht personeelsbeleid moet overgaan tot ontslag, geeft het aan op welke wijze getracht is betrokkene binnen het gezagsbereik te herplaatsen (categorie III). Indien herplaatsing binnen het bevoegd gezag niet aan de orde kan zijn of mogelijk is, geeft het bevoegd gezag tevens aan op welke wijze getracht is voor betrokkene een werkkring bij een ander bestuur of buiten het onderwijs te vinden (categorie IV). Ter invulling van de inspanningsverplichting worden de categorieën ook in deze volgorde doorlopen.
Bij categorie III kunnen onder andere de volgende voorbeelden van activiteiten worden genoemd:
Ter beoordeling of herplaatsing binnen het bevoegd gezag mogelijk is, wordt bij een ontslag op grond van artikel 8 van het reglement een formatievergelijking gemaakt.
Indien geen invulling is gegeven aan de verplichting als genoemd in categorie III geeft het bevoegd gezag gemotiveerd aan wat de reden is waarom niet is voldaan aan ‘hulp bij behoud van werk’.
Ook van het betrokken personeelslid mag verwacht worden dat deze de nodige inspanning verricht tot het behoud van werk. In het kader van de instroomtoets staat echter de inspanning van de werkgever centraal.
Artikel 5. Personele bezetting
Toelichting op artikel 5
In dit artikel is aangegeven wanneer en op welke wijze het bevoegd gezag het Participatiefonds dient te berichten over de personele bezetting op het niveau van het bevoegd gezag of samenwerkingsverband. Dit artikel is geen zelfstandige toetsingsgrond, maar geeft slechts een beschrijving van de wijze waarop een in dit artikel genoemd ontslag wordt onderbouwd en getoetst.
De personele bezetting is alleen van belang indien deze van invloed is op de reden van ontslag, en is dus niet noodzakelijk bij persoonsgebonden redenen (dus wel bij ontslag op grond van artikel 7, 7a, 7b, 8 of 11 en niet bij ontslag op grond van artikel 9).
In dit artikel is aangegeven wanneer en op welke wijze het bevoegd gezag het Participatiefonds dient te berichten over de personele bezetting op het niveau van het bevoegd gezag of samenwerkingsverband. Dit artikel is geen zelfstandige toetsingsgrond, maar geeft slechts een beschrijving van de wijze waarop een in dit artikel genoemd ontslag wordt onderbouwd en getoetst.
De personele bezetting is alleen van belang indien deze van invloed is op de reden van ontslag, en is dus niet noodzakelijk bij persoonsgebonden redenen (dus wel bij ontslag op grond van artikel 7, 7a, 7b, 8 of 11 en niet bij ontslag op grond van artikel 9).
Artikel 6. Toewijzen/afwijzen vergoedingsverzoek
Toelichting op artikel 6
Artikel 7. Ontslag wegens daling rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden bij ontslagbeleid
Lees dit artikel voordat u het formulier ‘Daling rijksbekostiging’ invult.
Toelichting op artikel 7
Alle instellingen voor primair onderwijs ontvangen een budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid (PAB-budget) In artikel 7 van het reglement wordt een deel van het PAB-budget bij de beoordeling van de vermijdbaarheid van het ontslag wegens daling van de rijksbekostiging van personeel buiten beschouwing gelaten. Voor het schooljaar 2012–2013 is het percentage van PAB-budget dat bij de vergelijking buiten beschouwing wordt gelaten, gesteld op 35%.
Onder financiële bijdragen van derden worden onder meer bijdragen van gemeenten verstaan, Europese subsidies en sponsorgelden.
Artikel 7A. Ontslag wegens daling rijksbekostiging personeel en financiële bijdragen van derden bij werkgelegenheidsbeleid
Toelichting op artikel 7a
Artikel 7B. Ontslag wegens reorganisatie
Toelichting op artikel 7b
Artikel 8. Ontslag vanwege kwalitatieve fricties
Lees dit artikel voordat u het formulier ‘Opgave Kwalitatieve Frictie’ invult.
Toelichting op artikel 8
Artikel 9. Overige ontslaggronden
Lees dit artikel voordat u het formulier ‘Opgave persoons-gebonden redenen en anders’ invult.
Toelichting op artikel 9a
Dit artikel vraagt in het kader van het vaststellen van de onvermijdbaarheid van het ontslag van het bevoegd gezag onder andere dat het betrokkene de mogelijkheden heeft geboden het functioneren te verbeteren en dat anderszins maatregelen zijn genomen om gedwongen ontslag te voorkomen.
Als bewijsstuk wordt geaccepteerd een overzicht van de data waarop functionerings- en beoordelingsgesprekken hebben plaatsgevonden, dan wel een overzicht van de data waarop re-integratiegesprekken hebben plaatsgevonden. Het overzicht wordt door betrokkene schriftelijk bevestigd. Hiermee verklaart betrokkene dat de gesprekken hebben plaatsgevonden.
Overige gronden voor toewijzing van het vergoedingsverzoek kunnen zijn:
Artikel 10
Artikel 10 is vervallen.
Artikel 11. Schoonmaakpersoneel/personeel Centrale Dienst
Lees dit artikel voordat u het formulier ‘Opgave schoonmaakpersoneel/personeel Centrale Dienst’ invult.
Toelichting op artikel 11
Dit artikel is ook van toepassing op het ontslag van personeel bij een Centrale Dienst.
Artikel 12–13. Vormvoorschriften
Toelichting op artikel 12–13
Er zijn geen toelichtingen.
artikel 12. Vormvoorschriften
artikel 13
Vervallen
Artikel 14–15. Nieuwe feiten en omstandigheden/Medewerking controle
Toelichting op artikel 14
Er zijn geen toelichtingen.
Toelichting op artikel 15
De in artikel 15 bedoelde administratie dient het bevoegd gezag gedurende een periode van vijf jaar te bewaren.
artikel 14. Nieuwe feiten en omstandigheden
artikel 15. Medewerking controle
Het bevoegd gezag is verplicht alle medewerking te verlenen aan een controle door of namens het Participatiefonds welke gericht is op de beoordeling van de rechtmatigheid van een melding. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een administratie welke op een centraal punt is in te zien en geeft hier desgevraagd inzage in voor zover relevant en betrekking hebbend op de melding.
Deel 4. Zelfstandig wachtgeldbeleid
Artikel 16–25. Zelfstandig wachtgeldbeleid
Artikel 16 tot en met 25 zijn vervallen.
Toelichting op artikel 16 t/m 25
Er zijn geen toelichtingen. .
Deel 5. Slotbepalingen
Artikel 26–33. Slotbepalingen
Toelichting op artikel 26–33
Er zijn geen toelichtingen.
artikel 26
Vervallen
artikel 27. Toelichting en bestuursvoorschriften
artikel 28. Wijziging of afwijking van het reglement
artikel 29. Onvoorziene omstandigheden
In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het bestuur van het Participatiefonds.
artikel 30. Wijziging voorgaand reglement
Wijzigt het Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2011–2012.
artikel 31. Citeertitel
Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor de Expertisecentra voor het schooljaar 2012–2013’.
artikel 32. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2012 en heeft betrekking op niet voortgezette en beëindigde dienstverbanden die zijn of worden geëffectueerd in de periode van 1 augustus 2012 tot en met 31 juli 2013. Voor genoemde niet voortgezette en beëindigde dienstverbanden is dit reglement voor onbepaalde tijd van kracht.
artikel 33. Bekendmaking
Dit reglement wordt bekendgemaakt middels toezending aan de betrokken bevoegde gezagsorganen, vermelding in het publicatieblad Rentree van het Participatiefonds en plaatsing op de internetsite van het Participatiefonds. Van de bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.