Beleidsregel AFM en DNB toepassing en uitvoering Wfm BES en Wwft BES 2012

Type ZBO-regeling
Publication 2012-08-28
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de Wet financiële markten BES (Stb. 2011, 612), in het bijzonder de artikelen 2:23, 3:5, 3:8 en 3:9, 3:30, 3:38, 3:44 en 10:5 en hoofdstuk 7;

Gelet op het Besluit financiële markten BES (Stb. 2012, 238), in het bijzonder de artikelen 3:14, 3:19 en 3:21;

Gelet op de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES (Stb. 2011, 613);

Gelet op artikel 5a, derde lid, van de Pensioenwet BES (Stb. 2010, 597);

BESLUITEN:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (definities)

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Gezamenlijke beleidsregels van AFM en DNB

§ 2.1. Geschiktheid

Artikel 2. (geschiktheid van dagelijks beleidsbepalers en commissarissen)
1.

Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot de uitoefening van het bedrijf van bemiddelaar in schadeverzekeringen of levensverzekeringen, gevolmachtigd agent of ondergevolmachtigd agent, bedoeld in artikel 3:4 van het Bfm BES.

2.

Bij toetsingen van de geschiktheid van dagelijks beleidsbepalers of van personen die deel uitmaken van een orgaan dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken binnen de financiële onderneming, als bedoeld in artikel 3:5, artikel 3:30, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of artikel 10:5, tweede lid, van de Wfm BES, passen AFM en DNB de Beleidsregel geschiktheid 2012(Stcrt. 2012, 13546) overeenkomstig toe.

3.

Bij toetsingen van de deskundigheid van personen die het beleid van een pensioenfonds bepalen of mede bepalen, als bedoeld in artikel 5a, derde lid, van de Pensioenwet BES (Stb. 2010, 597), past DNB de Beleidsregel geschiktheid 2012(Stcrt. 2012, 13546) overeenkomstig toe.

4.

Bij de overeenkomstige toepassing van de Beleidsregel geschiktheid 2012 (Stcrt. 2012, 13546) houden AFM en DNB rekening met de aard, de omvang en de complexiteit van de betrokken financiële onderneming.

§ 2.2. Betrouwbaarheid

Artikel 3. (conflicterende belangen en fungerende en niet-fungerende lokale PEPs)
1.

In het kader van betrouwbaarheidstoetsingen op grond van artikel 3:4 van de Wfm BES en onverminderd het bepaalde in de artikelen 3:1 tot en met 3:3 van het Bfm BES, beoordelen de AFM en DNB in het bijzonder of met betrekking tot de te toetsen persoon sprake is of kan zijn van conflicterende belangen. Daarbij wordt onder meer aansluiting gezocht bij de Corporate Governance Guidelines voor goed bestuur van de CBCS.

2.

Conflicterende belangen als bedoeld in het eerste lid doen zich in beginsel voor, indien de te toetsen persoon naast het uitoefenen of beogen van een (mede)beleidsbepalende functie in een onder toezicht staande financiële onderneming tevens:

§ 2.3. Integere bedrijfsuitoefening

Artikel 4. (voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme)

In het toezicht op de naleving van de verplichtingen krachtens de Wwft BES en van de regels met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:8 van de Wfm BES, geven de AFM en DNB overeenkomstige toepassing aan de Provisions and Guidelines on the Detection and Deterrence of Money Laundering and Terrorist Financing van de CBCS, zoals die voor de verschillende sectoren zijn vastgesteld en zoals deze luiden of komen te luiden, alsmede voor zover hiervan niet expliciet wordt afgeweken bij door de AFM of DNB gestelde (nadere) regels of beleidsregels met betrekking tot de voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of de integere bedrijfsuitoefening. Dit betreft de volgende Provisions and Guidelines:

steeds met inbegrip van de Appendix I and II Policy Rule of June 2011, voor zover relevant.

Artikel 5. (beleidsregels en guidelines van de CBCS inzake integere bedrijfsvoering)

In het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:8 van de Wfm BES, geven de AFM en DNB overeenkomstige toepassing aan de volgende beleidsregels en guidelines van de CBCS, voor zover deze relevant zijn voor de betrokken financiële onderneming en zoals deze luiden of komen te luiden, alsmede voor zover hiervan niet expliciet wordt afgeweken bij door de AFM of DNB gestelde (nadere) regels of beleidsregels met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening:

Artikel 6. (procedures en maatregelen met betrekking tot incidenten)

In ieder geval in de volgende situaties wordt een financiële onderneming geacht onverwijld, schriftelijk en uit eigen beweging melding te doen aan DNB dan wel aan de AFM van een incident, in de zin van artikel 3:14 van het Bfm BES:

§ 2.4. Verrichten van diensten in de openbare lichamen vanuit een vestiging in het buitenland

Artikel 7. (‘initiative test’ bij verrichten van diensten in de openbare lichamen)
1.

Dit artikel is niet van toepassing op trustkantoren met zetel in het buitenland die als trustkantoor werkzaam zijn in de openbare lichamen door middel van het verrichten van diensten vanuit een vestiging in het buitenland.

2.

Van het verrichten van vergunningplichtige activiteiten in de openbare lichamen, als bedoeld in artikel 2:1 of artikel 2:3 van de Wfm BES, door middel van het verrichten van diensten vanuit een vestiging in het buitenland is in beginsel geen sprake, voor zover de betrokken financiële onderneming kan aantonen dat het initiatief tot de dienstverlening uitsluitend uitgaat of is uitgegaan van een cliënt of een consument die zijn gewone verblijfplaats in de openbare lichamen heeft of die een vestiging in de openbare lichamen heeft, alsmede dat ook overigens sprake is van incidentele activiteiten in de openbare lichamen.

Hoofdstuk 3. Beleidsregels van DNB

§ 3.1. Inkomende dienstverrichting verzekeraars

Artikel 8. (begrip ‘inkomende dienstverrichting verzekeraars’)
1.

Bij de toepassing van artikel 2:23 van de Wfm BES wordt onder ‘het verrichten van diensten in de openbare lichamen vanuit een vestiging in het buitenland’ of onder ‘inkomende dienstverrichting’ verstaan:

2.

Van inkomende dienstverrichting in de zin van artikel 2:23 van de Wfm BES is in ieder geval sprake, indien voor of namens dan wel voor rekening van de betrokken verzekeraar met zetel in het buitenland een of meer adviseurs, bemiddelaars, gevolmachtigd of ondergevolmachtigd agenten in de openbare lichamen optreden.

Artikel 9. (termijnen voor notificaties op grond van artikel 2:23 van de Wfm BES)
1.

In het geval een verzekeraar met zetel in het buitenland niet langer kan aantonen dat is voldaan aan de initiative test, bedoeld in artikel 7, tweede lid, wordt de betrokken verzekeraar geacht zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken nadat die situatie is ontstaan, de in artikel 2:23 van de Wfm BES bedoelde kennisgeving aan DNB te doen. Bij die kennisgeving verstrekt de verzekeraar tevens de gegevens en bescheiden op basis waarvan DNB kan beoordelen dat is voldaan aan de vereisten van artikel 2:23, eerste lid, van de Wfm BES.

2.

Een verzekeraar met zetel in het buitenland die reeds voorafgaand aan het tijdstip waarop deze beleidsregel in werking treedt door middel van het verrichten van diensten verzekeringen aanbiedt in de openbare lichamen vanuit een vestiging in het buitenland, wordt geacht uiterlijk op 31 oktober 2012 de in artikel 2:23 van de Wfm BES bedoelde kennisgeving aan DNB te doen. Bij die kennisgeving verstrekt de verzekeraar tevens de gegevens en bescheiden op basis waarvan DNB kan beoordelen dat wordt voldaan aan de vereisten van artikel 2:23, eerste lid, van de Wfm BES.

§ 3.2. Integere en beheerste bedrijfsuitoefening

Artikel 10. (provisions, guidelines en policy memoranda van de CBCS)

In het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot de beheerste bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:9 van de Wfm BES, geeft DNB overeenkomstige toepassing aan de volgende provisions and guidelines en policy memoranda van de CBCS, voor zover deze relevant zijn en zoals deze luiden of komen te luiden:

Artikel 11. (bedrijfsvoering van een hoofd van een financiële groep)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.