← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling AFM en DNB nadere voorschriften Wfm BES en Wwft BES 2012

Geldende tekst a fecha 2012-08-28

Gelet op de Wet financiële markten BES (Stb. 2011, 612), in het bijzonder hoofdstuk 3, paragrafen 2, 3, 5 en 7;

Gelet op het Besluit financiële markten BES (Stb. 2012, 238), in het bijzonder hoofdstuk 3, paragrafen 2 en 3, hoofdstuk 4, paragrafen 2 tot en met 9, en hoofdstuk 5, paragraaf 2;

Gelet op artikel 3.13 en hoofdstuk 5 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES (Stb. 2011, 613), in samenhang met afdeling 7 van de Sanctiewet 1977;

Besljuiten:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (definities)

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Nadere voorschriften van de AFM op het gebied van het gedragstoezicht

Hoofdstuk 3. Nadere regels van de AFM en DNB met betrekking tot de integere en beheerste bedrijfsuitoefening

§ 3.1. Nadere regels van de AFM en DNB met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening

Artikel 3. (integriteitsgevoelige functies)

Voor de toepassing van artikel 3:16 van het Bfm BES kwalificeren de AFM en DNB in elk geval de volgende categorieën functies bij een financiële onderneming als integriteitsgevoelig:

§ 3.2. Nadere regels van DNB met betrekking tot de integere en beheerste bedrijfsuitoefening

Artikel 4. (afgeschermde rekeningen kredietinstellingen)
1.

In dit artikel wordt verstaan onder:

2.

Ter uitvoering van artikel 3:10, tweede lid, van het Bfm BES gelden met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf met betrekking tot afgeschermde rekeningen die bij een kredietinstelling worden aangehouden, de volgende regels:

3.

Dit artikel heeft betrekking op nog open te stellen afgeschermde rekeningen die worden aangehouden bij een kredietinstelling, alsmede op afgeschermde rekeningen die reeds bestonden op het moment van inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 5. (vermogensscheiding geldtransactiekantoren)

In het kader van de beheerste uitoefening van zijn bedrijf, bedoeld in artikel 3:9, tweede lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Wfm BES, treft een geldtransactiekantoor dat in of vanuit Caribisch Nederland geldtransacties uitvoert in de zin van onderdeel c van de definitie van geldtransactie in artikel 1:1 van de Wfm BES, adequate maatregelen om de voor de uitvoering van dergelijke geldtransacties ontvangen en nog niet betaalde of betaalbaar gestelde gelden of geldswaarden veilig te stellen.

§ 3.3. Sanctiewetgeving

Hoofdstuk 4. Nadere voorschriften van DNB op het gebied van het prudentieel toezicht

§ 4.1. Prudentiële voorschriften met betrekking tot kredietinstellingen

Artikel 7. (financiële waarborgen kredietinstellingen)
1.

Een kredietinstelling met zetel in een openbaar lichaam berekent haar solvabiliteit en liquiditeit conform de regels ter zake in de rapportagestaten, bedoeld in artikel 8, en houdt zich in dat kader tevens aan de navolgende voorschriften van de CBCS:

2.

In het geval van wijziging door de CBCS van de Supervisory regulations, bedoeld in het eerste lid, houdt een kredietinstelling met zetel in de openbare lichamen zich met ingang van het tijdstip waarop die wijzigingen van toepassing zijn aan deze gewijzigde Supervisory regulations, met inachtneming van het eventuele bijbehorende overgangsregime zoals dat is vastgesteld door de CBCS. Onder wijziging wordt in dit verband mede verstaan een aanvulling van de Supervisory regulations, al dan niet in de vorm van een nieuwe set voorschriften.

3.

Voor de toepassing van het eerste lid dient in de Supervisory regulations te worden gelezen:

4.

De paragrafen ‘Grandfathering provision’ in respectievelijk onderdeel I.11 van de Supervisory regulations for credit institutions I; in onderdeel II.8 van de Supervisory regulations for credit institutions II; en in onderdeel III.10 van de Supervisory regulations for credit institutions III, zijn niet van toepassing op kredietinstellingen met zetel in de openbare lichamen.

5.

Hetgeen in Supervisory regulations for credit institutions III is bepaald ten aanzien van ‘back to back positions’, strekt mede ter uitvoering van artikel 3:11 van het Bfm BES inzake back-to-back leningen.

6.

Hetgeen in Supervisory regulations for credit institutions I is bepaald met betrekking tot het verlenen van financiële diensten op basis van personeelscondities aan personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen en groepsbestuurders, strekt mede ter uitvoering van artikel 3:15, tweede lid, van het Bfm BES inzake belangenverstrengeling.

7.

Met betrekking tot de erkenning van kredietbeoordelingbureaus, bedoeld in artikel 4:13 van het Bfm BES, is het bepaalde in artikel 88 van het Besluit prudentiële regels Wft (Stb. 2006, 519, zoals nadien gewijzigd) van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8. (staten kredietinstellingen)
1.

Een kredietinstelling met zetel in de openbare lichamen dient bij DNB de volgende staten in:

2.

De frequentie waarmee en de termijnen waarbinnen de staten, bedoeld in het eerste lid, worden ingediend, zijn de frequentie en termijnen zoals vermeld in de in het eerste lid genoemde charts of accounts. Ook de te hanteren valuta en rekeneenheden en de wijze van afronding zijn zoals vermeld in de in het eerste lid genoemde charts of accounts.

3.

In het geval van wijziging of aanvulling door de CBCS van de charts of accounts, bedoeld in het eerste lid, dan wel van vervanging ervan door ‘New Charts of accounts’, dient een kredietinstelling met zetel in de openbare lichamen de gewijzigde of vervangende staten in bij DNB met ingang van de eerste rapportageperiode waarvoor de gewijzigde of vervangende charts of accounts gelden.

4.

Voor de toepassing van het eerste lid dient in de charts of accounts, bedoeld in dat lid, te worden gelezen:

5.

De bijlagen 1 en 2, bedoeld in het eerste lid, liggen voor een ieder kosteloos ter inzage bij DNB.

§ 4.2. Prudentiële voorschriften met betrekking tot verzekeraars

Artikel 9. (staten verzekeraars)
1.

Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in de openbare lichamen dient bij DNB de volgende staten in:

2.

De staten die een verzekeraar bij DNB indient, de frequentie waarmee en de termijnen waarbinnen deze staten worden ingediend, alsmede de te hanteren valuta en rekeneenheden en de wijze van afronding, zijn zoals vermeld in de in het eerste lid genoemde staten.

3.

De door een verzekeraar met zetel in een openbaar lichaam in te dienen staten worden ondertekend door de dagelijks beleidsbepalers.

4.

De staten, in te dienen door een verzekeraar met zetel in de openbare lichamen die in het buitenland een bijkantoor heeft, bevatten zowel de gegevens die betrekking hebben op het in de openbare lichamen uitgeoefende bedrijf, als de gegevens die betrekking hebben op het door middel van het bijkantoor in het buitenland uitgeoefende bedrijf.

5.

Een verzekeraar die het levensverzekeringsbedrijf onderscheidenlijk het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent vanuit een zetel in de openbare lichamen, maakt de volgende staten openbaar:

6.

De bijlagen 3 en 4, bedoeld in het eerste en het vijfde lid, liggen voor een ieder kosteloos ter inzage bij DNB.

§ 4.2. Prudentiële voorschriften met betrekking tot verzekeraars

Artikel 10. (geconsolideerd toezicht op groep van kredietinstellingen)

Ter uitvoering van de artikelen 4:48 en 4:49 van het Bfm BES voldoet een kredietinstelling met zetel in de openbare lichamen die deel uitmaakt van een groep op geconsolideerd niveau aan de Provisions for the Disclosure of Consolidated Financial Highlights of Domestic Banking Institutions van de CBCS van januari 2009 en januari 2010, inclusief de bijbehorende Appendices.

Artikel 11. (aanvullend toezicht op groep van verzekeraars)

Ter uitvoering van de artikelen 4:50 en 4:51 van het Bfm BES voldoet een verzekeraar met zetel in Caribisch Nederland die deel uitmaakt van een groep op geconsolideerd niveau aan de Provisions for the Disclosure of Consolidated Financial Highlights of Insurance Companies, Transacting Business in the Netherlands Antillesvan de CBCS van januari 2010, inclusief de bijbehorende Appendices 1 tot en met 3 (Life insurers) dan wel de bijbehorende Appendices 4 tot en met 6 (Indemnity insurers).

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 12. (wijzigingen van deze regeling)

Deze regeling kan worden gewijzigd bij besluit van de AFM en DNB gezamenlijk, dan wel bij afzonderlijk besluit van de AFM onderscheidenlijk van DNB, voor zover het domein van de andere toezichtautoriteit door die wijziging niet wordt geraakt.

Artikel 13. (inwerkingtreding)
1.

Met uitzondering van de artikelen 2, 5 en 6, treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2012.

2.

De artikelen 2, 5 en 6 van deze regeling treden in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel 14. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling AFM en DNB nadere voorschriften Wfm BES en Wwft BES 2012.

Bijlage 1

Niet opgenomen.

Bijlage 2

Niet opgenomen.

Bijlage 1

Niet opgenomen.

Bijlage 2

Niet opgenomen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2. (beroepsaansprakelijkheidsverzekering – BAV)

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV), bedoeld in artikel 3:24 van de Wfm BES en artikel 4:47 van het Bfm BES, dekt de aansprakelijkheid van de adviseur, bemiddelaar, niet zijnde een bemiddelaar in effecten, of de gevolmachtigd agent of ondergevolmachtigd agent voor een bedrag van ten minste USD 50.000 per jaar.

Hoofdstuk 3. Nadere regels van de AFM en DNB met betrekking tot de integere en beheerste bedrijfsuitoefening

§ 3.1. Nadere regels van de AFM en DNB met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening

§ 3.2. Nadere regels van DNB met betrekking tot de integere en beheerste bedrijfsuitoefening

§ 3.3. Sanctiewetgeving

Artikel 6. (meldingsplicht aan DNB op grond van de sanctiewetgeving)
1.

Een melding door een financiële onderneming op grond van artikel 3.13, eerste lid, van de Wwft BES dat de identiteit van een relatie overeenkomt met een natuurlijk persoon, rechtspersoon of entiteit als bedoeld in de Sanctiewet 1977 en de Sanctieregeling BES (Stcrt. 2011, 2873) en de op grond van die wet vastgestelde sanctieregelingen en sanctiebesluiten met betrekking tot het financieel verkeer, geschiedt door middel van het daartoe door DNB vastgestelde Meldformat.

2.

De melding aan DNB geschiedt zo spoedig mogelijk nadat de financiële onderneming een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid (dat wil zeggen een ‘hit’) heeft geconstateerd, onder opgave van alle in het Meldformat opgenomen gegevens, voor zover deze van toepassing zijn. Bij de melding geeft de financiële onderneming tevens aan op basis van welke sanctieregeling of sanctiebesluit zij de melding doet.

Hoofdstuk 4. Nadere voorschriften van DNB op het gebied van het prudentieel toezicht

§ 4.1. Prudentiële voorschriften met betrekking tot kredietinstellingen

§ 4.3. Prudentiële voorschriften met betrekking tot financiële groepen

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Bijlage 3

Niet opgenomen.

Bijlage 4

Niet opgenomen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.