Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 september 2012, nr. WJZ/387165 (10152), houdende regels voor de verstrekking van subsidie voor de instandhouding van rijksmonumenten (Subsidieregeling instandhouding monumenten)
Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2013;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een rijksmonument,
- b. groen monument: rijksmonument of zelfstandig onderdeel zijnde een aanleg die geheel of gedeeltelijk bestaat uit beplanting, zoals een park- of tuinaanleg, met dien verstande dat verdedigingswerken zonder een rijksbeschermde groenaanleg niet worden aangemerkt als groen monument,
- c. herbouwwaarde: kosten om een rijksmonument of zelfstandig onderdeel in zijn geheel opnieuw te vervaardigen, met dezelfde constructie, materiaalsoorten en detaillering,
- d. inspectierapport: rapport dat de technische of fysieke staat van een rijksmonument of zelfstandig onderdeel beschrijft, en dat is opgesteld door een ter zake deskundige persoon of instantie,
- e. instandhoudingsplan: plan als bedoeld in artikel 10,
- f. kerkelijk dienstgebouw in kerkelijk gebruik: rijksmonument of zelfstandig onderdeel dat functioneel bij een gebouw hoort dat in oorsprong uitsluitend of voor een overwegend deel is vervaardigd voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging, vanwege het rechtstreeks met die gezamenlijke belijdenis in dat gebouw verbonden huidige gebruik,
- g. kerkgebouw: rijksmonument of zelfstandig onderdeel, dat in oorsprong uitsluitend of voor een overwegend deel is vervaardigd voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging,
- h. kernwaarde: element van een groen monument dat aantoonbaar bepalend is voor de hoofdkarakteristiek van de groenaanleg, bijvoorbeeld omdat het in zijn context uniek of zeldzaam is,
- i. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
- j. professionele organisatie voor monumentenbehoud: aangewezen organisatie als bedoeld in artikel 30,
- k. werelderfgoed: gebied dat door UNESCO is aangewezen als werelderfgoed op grond van de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (Parijs, 16 november 1972),
- l. woonhuis: rijksmonument of zelfstandig onderdeel dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is, met dien verstande dat niet als woonhuis wordt aangemerkt een kerkgebouw, kerkelijk dienstgebouw in kerkelijk gebruik, kasteel, paleis, hoofdhuis van een buitenplaats, landhuis, gebouw van liefdadigheid, molen, gemaal, agrarisch gebouw, watertoren of gebouw dat deel uitmaakt van een geregistreerd museum,
- m. zelfstandig onderdeel:
- 1°. deel van een rijksmonument dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid,
- 2°. deel van een rijksmonument dat is aan te merken als een toren van een kerkgebouw,
- 3°. alle delen gezamenlijk van een rijksmonument, zijnde een aanleg zoals een park- of tuinaanleg, die aan één eigenaar behoren, en niet het gehele rijksmonument omvatten, of
- 4°. alle delen gezamenlijk van een archeologisch rijksmonument, die aan één eigenaar behoren, en niet het gehele rijksmonument omvatten.
Hoofdstuk 2. Subsidieverstrekking voor onderhoud
§ 2.1. Algemeen
Artikel 2. Reikwijdte
De minister kan jaarlijks aan de eigenaar van een rijksmonument of zelfstandig onderdeel op aanvraag voor een periode van zes kalenderjaren subsidie verstrekken voor:
- a. het normale onderhoud van dat monument of archeologisch monument, of
- b. indien het een archeologisch monument betreft, incidenteel onderhoud of conservering van dat archeologisch monument.
Artikel 3. Subsidieplafonds
Voor subsidieverlening zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar voor:
- a. archeologische rijksmonumenten: € 1,5 miljoen,
- b. groene monumenten: € 15,2 miljoen,
- c. overige rijksmonumenten: € 81,3 miljoen.
Indien in enig jaar een beschikbaar bedrag niet geheel wordt verleend, wordt het resterende bedrag aangewend voor de aanvragen ten laste van de andere in het eerste lid bedoelde categorieën. De eerste zin vindt enkel toepassing voor zover het beschikbare bedrag voor één of beide van de andere categorieën niet hoog genoeg is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen honoreren.
Indien een resterend bedrag als bedoeld in het tweede lid ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen ten laste van de andere categorieën te kunnen toewijzen, wordt het resterende bedrag eerst aangewend voor een eventueel tekort bij groene monumenten, vervolgens voor een eventueel tekort bij overige rijksmonumenten, en ten slotte voor een eventueel tekort bij archeologische rijksmonumenten.
Indien, in voorkomend geval na toepassing van het tweede lid, in enig jaar een beschikbaar bedrag niet geheel wordt verleend, wordt het resterende bedrag voor het volgende jaar toegevoegd aan het subsidieplafond van de in het eerste lid bedoelde categorie waar het bedrag aanvankelijk resteerde.
Voor zover zulks voortvloeit uit hoofdstuk 1.3, paragraaf 92, van de bijlage bij deze regeling, kan een aanvraag voor een groen monument eveneens betrekking hebben op ten hoogste vier kleine rijksbeschermde gebouwde elementen die onderdeel zijn van de aanleg. Een dergelijke aanvraag wordt voor de verdeling van de subsidie op grond van deze regeling, integraal aangemerkt als aanvraag voor een groen monument als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
Artikel 4. Subsidiabele kosten
Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die als zodanig zijn aangemerkt in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten die als bijlage bij deze regeling is opgenomen.
Artikel 5. Maximumbedrag subsidiabele kosten
De subsidiabele kosten op grond waarvan het subsidiebedrag wordt bepaald, zijn ten hoogste 3 procent van de herbouwwaarde.
In afwijking van het eerste lid zijn de subsidiabele kosten op grond waarvan het subsidiebedrag wordt bepaald ten hoogste € 95.000 voor een molen.
Het eerste lid is niet van toepassing op groene monumenten en archeologische rijksmonumenten.
§ 2.2. Aanvraag
Artikel 6. Aanvraagtermijn
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend van 1 februari tot en met 31 maart in het jaar voorafgaand aan de periode van zes kalenderjaren waarvoor subsidie wordt gevraagd.
Artikel 7. Wijze van indiening
Ten behoeve van het doen van een subsidieaanvraag is een online-portaal ingericht, dat is te bereiken via www.cultureelerfgoed.nl. Een aanvraag wordt elektronisch ingediend bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met gebruikmaking van een aanvraagformulier als bedoeld in artikel 8, eerste lid, dat op het portaal beschikbaar is gesteld.
Artikel 8. In te dienen bescheiden
Bij een aanvraag om subsidie wordt gebruik gemaakt van een hiervoor door de minister vastgesteld aanvraagformulier.
In een aanvraagformulier kunnen de volgende bescheiden worden gevraagd:
- a. een instandhoudingsplan of een meerjarenbegroting als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b,
- b. een actueel inspectierapport en, indien niet in het inspectierapport opgenomen, een of meer actuele overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het rijksmonument of zelfstandig onderdeel en zijn gebreken,
- c. met uitzondering van molens, archeologische rijksmonumenten en groene monumenten:
- 1°. een verzekeringspolis waaruit de herbouwwaarde blijkt, of
- 2°. voor zover geen verzekering is afgesloten of de herbouwwaarde niet uit de verzekeringspolis blijkt, een taxatie van de herbouwwaarde door een bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs of het Verenigd Register van Taxateurs ingeschreven taxateur,
- d. voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid of als een toren van een kerkgebouw, een tekening waarop het zelfstandig onderdeel duidelijk is weergegeven ten opzichte van aangrenzende zelfstandige onderdelen,
- e. voor zover het een zelfstandig onderdeel van een archeologisch rijksmonument betreft, een overzichtskaart waarop de betrokken kadastrale percelen zijn aangegeven,
- f. voor zover het een groen monument betreft:
- 1°. één overzichtskaart van het groene monument, voorzien van een schaalstok en noordpijl, met de locatie van de werkzaamheden,
- 2°. voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft: een kaart met de betrokken kadastrale percelen, en
- 3°. indien subsidie wordt aangevraagd voor een kernwaarde: een analyse van de kernwaarde, en
- g. voor zover het instandhoudingsplan ingrijpende werkzaamheden omvat, voldoende gegevens en bescheiden waaruit, aanvullend op het inspectierapport, de technische of fysieke staat van het rijksmonument of zelfstandig onderdeel nauwkeurig blijkt en waarmee de noodzaak van de ingrepen voldoende wordt onderbouwd.
De Minister kan voor de beoordeling van een aanvraag nadere gegevens opvragen bij een eigenaar, om na te gaan of:
- a. een vrijstelling voor de vennootschapsbelasting als bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van toepassing is; of
- b. de eigenaar de kosten van activiteiten als bedoeld in artikel 2 voor het desbetreffende rijksmonument of zelfstandig onderdeel in aftrek zou kunnen brengen op hetzij de winst uit onderneming, bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, hetzij het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in afdeling 3.4 van die wet.
Indien de verzekeringspolis of de taxatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, ouder is dan één jaar, kan de aanvrager in zijn aanvraag voor de herbouwwaarde van het desbetreffende monument of zelfstandig onderdeel rekening houden met een indexering van de herbouwwaarde van ten hoogste 3% voor elk jaar dat is verstreken sinds het moment van opmaken van de verzekeringspolis of de taxatie, met een maximum van 15 jaar.
Artikel 9. In te dienen bescheiden door professionele organisaties voor monumentenbehoud
In afwijking van artikel 8, tweede lid, gaat een aanvraag van een professionele organisatie voor monumentenbehoud slechts vergezeld van een meerjarenbegroting op basis van een door de minister vastgesteld model.
De meerjarenbegroting bevat per rijksmonument of zelfstandig onderdeel:
- a. het rijksmonumentnummer,
- b. de totale begrote subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4, waarbij deze kosten, indien het een archeologisch rijksmonument betreft, in voorkomend geval worden gesplitst naar kosten van normaal onderhoud en kosten van incidenteel onderhoud of conservering,
- c. voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft, een omschrijving van dat onderdeel waarbij het te onderscheiden is van andere zelfstandige onderdelen van het desbetreffende rijksmonument, en
- d. voor zover het geen molen, archeologisch rijksmonument of groen monument betreft, de herbouwwaarde.
Artikel 10. Instandhoudingsplan
Het instandhoudingsplan heeft betrekking op zes kalenderjaren en omvat:
- a. een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden, in de vorm van een werkomschrijving of bestek, en een omschrijving van de daarmee beoogde resultaten, en
- b. een meerjarenbegroting volgens een door de minister vastgesteld model.
In de meerjarenbegroting wordt aangegeven in welk jaar de onderscheiden werkzaamheden worden verricht.
Voor zover een kostenpost op grond van het model voor de meerjarenbegroting moet worden onderbouwd met een offerte, gaat de meerjarenbegroting vergezeld van een offerte die in relatie staat tot het overzicht als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.
Voor zover in de modelbegroting beperkingen zijn opgenomen ten aanzien van de hoeveelheid of de frequentie van subsidiabele werkzaamheden of de maximale hoogte van de subsidiabele kosten, worden deze in de meerjarenbegroting in acht genomen.
§ 2.3. Verlening
Artikel 11. Beslistermijn
De minister beslist jaarlijks voor 1 september gelijktijdig op de in het desbetreffende jaar ingediende en voor subsidie in aanmerking komende aanvragen.
Artikel 12. Weigeringsgronden
Onverminderd artikel 7.6 van de Erfgoedwet wordt een aanvraag om subsidie in ieder geval geweigerd:
- a. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een woonhuis,
- b. voor zover de subsidie naar het oordeel van de minister niet noodzakelijk is voor het normaal onderhoud van het rijksmonument of zelfstandig onderdeel of voor het incidenteel onderhoud of conservering van het archeologisch monument of zelfstandig onderdeel,
- c. voor zover de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van de minister niet sober en doelmatig zijn,
- d. voor zover voor de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds rijkssubsidie wordt verstrekt, of de kosten op andere wijze van rijkswege worden vergoed,
- e. voor zover bij schade de subsidiabele kosten op grond van een verzekering worden gedekt,
- f. voor zover de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht of op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds kunnen worden teruggevorderd,
- g. voor zover aan de aanvrager voor het rijksmonument of zelfstandig onderdeel waarvoor subsidie wordt gevraagd, in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van de aanvraag subsidie is verleend op grond van deze regeling,
- h. indien de aanvraag wordt ingediend buiten de termijn, bedoeld in artikel 6, of
- i. indien de subsidiabele kosten van een aanvraag die betrekking heeft op een archeologisch rijksmonument minder dan € 3000 bedragen of minder dan € 6000 bedragen indien de aanvraag betrekking heeft op een ander rijksmonument.
Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op een aanvraag van een:
- a. provincie, gemeente, waterschap of openbaar lichaam dat is ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen, of
- b. professionele organisatie voor monumentenbehoud met een hoofdactiviteit tot het in stand houden van monumenten voor zover deze blijkt uit het aanwijzingsbesluit.
Artikel 13. Subsidiebedrag
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.