Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 september 2012, nr. WJZ/387165 (10152), houdende regels voor de verstrekking van subsidie voor de instandhouding van rijksmonumenten (Subsidieregeling instandhouding monumenten)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2013;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Subsidieverstrekking voor onderhoud

§ 2.1. Algemeen

Artikel 2. Reikwijdte

De minister kan jaarlijks aan de eigenaar van een rijksmonument of zelfstandig onderdeel op aanvraag voor een periode van zes kalenderjaren subsidie verstrekken voor:

Artikel 3. Subsidieplafonds
1.

Voor subsidieverlening zijn jaarlijks ten hoogste de volgende bedragen beschikbaar voor:

2.

Indien in enig jaar een beschikbaar bedrag niet geheel wordt verleend, wordt het resterende bedrag aangewend voor de aanvragen ten laste van de andere in het eerste lid bedoelde categorieën. De eerste zin vindt enkel toepassing voor zover het beschikbare bedrag voor één of beide van de andere categorieën niet hoog genoeg is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen honoreren.

3.

Indien een resterend bedrag als bedoeld in het tweede lid ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen ten laste van de andere categorieën te kunnen toewijzen, wordt het resterende bedrag eerst aangewend voor een eventueel tekort bij groene monumenten, vervolgens voor een eventueel tekort bij overige rijksmonumenten, en ten slotte voor een eventueel tekort bij archeologische rijksmonumenten.

4.

Indien, in voorkomend geval na toepassing van het tweede lid, in enig jaar een beschikbaar bedrag niet geheel wordt verleend, wordt het resterende bedrag voor het volgende jaar toegevoegd aan het subsidieplafond van de in het eerste lid bedoelde categorie waar het bedrag aanvankelijk resteerde.

5.

Voor zover zulks voortvloeit uit hoofdstuk 1.3, paragraaf 92, van de bijlage bij deze regeling, kan een aanvraag voor een groen monument eveneens betrekking hebben op ten hoogste vier kleine rijksbeschermde gebouwde elementen die onderdeel zijn van de aanleg. Een dergelijke aanvraag wordt voor de verdeling van de subsidie op grond van deze regeling, integraal aangemerkt als aanvraag voor een groen monument als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

Artikel 4. Subsidiabele kosten

Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die als zodanig zijn aangemerkt in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten die als bijlage bij deze regeling is opgenomen.

Artikel 5. Maximumbedrag subsidiabele kosten
1.

De subsidiabele kosten op grond waarvan het subsidiebedrag wordt bepaald, zijn ten hoogste 3 procent van de herbouwwaarde.

2.

In afwijking van het eerste lid zijn de subsidiabele kosten op grond waarvan het subsidiebedrag wordt bepaald ten hoogste € 95.000 voor een molen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op groene monumenten en archeologische rijksmonumenten.

§ 2.2. Aanvraag

Artikel 6. Aanvraagtermijn

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend van 1 februari tot en met 31 maart in het jaar voorafgaand aan de periode van zes kalenderjaren waarvoor subsidie wordt gevraagd.

Artikel 7. Wijze van indiening

Ten behoeve van het doen van een subsidieaanvraag is een online-portaal ingericht, dat is te bereiken via www.cultureelerfgoed.nl. Een aanvraag wordt elektronisch ingediend bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met gebruikmaking van een aanvraagformulier als bedoeld in artikel 8, eerste lid, dat op het portaal beschikbaar is gesteld.

Artikel 8. In te dienen bescheiden
1.

Bij een aanvraag om subsidie wordt gebruik gemaakt van een hiervoor door de minister vastgesteld aanvraagformulier.

2.

In een aanvraagformulier kunnen de volgende bescheiden worden gevraagd:

3.

De Minister kan voor de beoordeling van een aanvraag nadere gegevens opvragen bij een eigenaar, om na te gaan of:

4.

Indien de verzekeringspolis of de taxatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, ouder is dan één jaar, kan de aanvrager in zijn aanvraag voor de herbouwwaarde van het desbetreffende monument of zelfstandig onderdeel rekening houden met een indexering van de herbouwwaarde van ten hoogste 3% voor elk jaar dat is verstreken sinds het moment van opmaken van de verzekeringspolis of de taxatie, met een maximum van 15 jaar.

Artikel 9. In te dienen bescheiden door professionele organisaties voor monumentenbehoud
1.

In afwijking van artikel 8, tweede lid, gaat een aanvraag van een professionele organisatie voor monumentenbehoud slechts vergezeld van een meerjarenbegroting op basis van een door de minister vastgesteld model.

2.

De meerjarenbegroting bevat per rijksmonument of zelfstandig onderdeel:

Artikel 10. Instandhoudingsplan
1.

Het instandhoudingsplan heeft betrekking op zes kalenderjaren en omvat:

2.

In de meerjarenbegroting wordt aangegeven in welk jaar de onderscheiden werkzaamheden worden verricht.

3.

Voor zover een kostenpost op grond van het model voor de meerjarenbegroting moet worden onderbouwd met een offerte, gaat de meerjarenbegroting vergezeld van een offerte die in relatie staat tot het overzicht als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.

4.

Voor zover in de modelbegroting beperkingen zijn opgenomen ten aanzien van de hoeveelheid of de frequentie van subsidiabele werkzaamheden of de maximale hoogte van de subsidiabele kosten, worden deze in de meerjarenbegroting in acht genomen.

§ 2.3. Verlening

Artikel 11. Beslistermijn

De minister beslist jaarlijks voor 1 september gelijktijdig op de in het desbetreffende jaar ingediende en voor subsidie in aanmerking komende aanvragen.

Artikel 12. Weigeringsgronden
1.

Onverminderd artikel 7.6 van de Erfgoedwet wordt een aanvraag om subsidie in ieder geval geweigerd:

2.

Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op een aanvraag van een:

Artikel 13. Subsidiebedrag

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.