Besluit van 19 oktober 2012, houdende nadere regels met betrekking tot technische en organisatorische eisen ter beperking van risico’s voor de veiligheid en de integriteit, de meldplicht van inbreuken op de veiligheid en verliezen van integriteit, de verstrekking van informatie voor de beoordeling van de veiligheid en de integriteit en de aanwijzing van inbreuken op de veiligheid en verliezen van integriteit van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten (Besluit continuïteit openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten)
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 6 juli 2012, nr. WJZ / 12081040;
Gelet op de artikelen 13bis en 13ter van de Kaderrichtlijn, artikel 23, eerste volzin, van de Universeledienstenrichtlijn en de artikelen 11a.1, vierde lid, en 11a.2, vierde lid, van de Telecommunicatiewet;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 15 augustus 2012, nr. W15.0255/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 17 oktober 2012, nr. WJZ / 12323356;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder wet verstaan: Telecommunicatiewet.
§ 1a. Aanwijzing antenne-opstelpunten
Artikel 2
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de maatregelen, bedoeld in artikel 11a.1, eerste en derde lid, van de wet.
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
§ 3. Meldplicht en informatieplicht
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
§ 3. Meldplicht en informatieplicht
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beveiliging en continuïteit openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 1a
Als antenne-opstelpunten, bedoeld in artikel 11a.3, eerste lid, van de wet, worden aangewezen de opstelpunten met een hoofdzender voor het verspreiden van programma’s voor het omroepnet voor radio van de regionale media-instelling, bedoeld in artikel 3.7, onderdeel b, van de wet.
Er is sprake van een hoofdzender als bedoeld in het eerste lid, indien op grond van de frequentievergunning de desbetreffende antenne is geplaatst op een hoogte van ten minste 70 meter boven het maaiveld en met een vermogen van ten minste 2kW mag uitzenden.
§ 2. Technische en organisatorische maatregelen
Artikel 2a
Vervallen
Artikel 5a
Een continuïteitsplan als bedoeld in artikel 11a.3, eerste lid, van de wet, bevat in elk geval de volgende onderdelen:
- a. een beschrijving van de in artikel 11a.3, eerste lid, van de wet bedoelde risico’s en maatregelen;
- b. de aanwijzing van een ter zake kundige functionaris die binnen zijn organisatie verantwoordelijk en beschikbaar is voor het nemen en uitvoeren van de maatregelen, bedoeld in onderdeel a;
- c. een beschrijving van de wijze waarop wordt gerealiseerd dat het continuïteitsplan en de daarin beschreven maatregelen bij veranderende omstandigheden worden aangepast;
- d. een beschrijving van de wijze waarop wordt bevorderd dat personen die bij de aanbieder van het opstelpunt werkzaam zijn, op de hoogte zijn van de inhoud van het continuïteitsplan.
De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde beschrijving heeft in elk geval betrekking op de volgende onderwerpen:
- a. beveiliging van de toegang tot het antenne-opstelpunt;
- b. operationele werkzaamheden op het antenne-opstelpunt;
- c. onderhoud van het antenne-opstelpunt;
- d. brandpreventie;
- e. branddetectie;
- f. brandbestrijding;
- g. onderbreking van de elektriciteitsvoorziening.
Artikel 5b
Een continuïteitsplan als bedoeld in artikel 11a.3, vierde lid, van de wet, bevat in elk geval de volgende onderdelen:
- a. een beschrijving van de in artikel 11a.3, eerste lid, van de wet bedoelde risico’s;
- b. een beschrijving van de wijze waarop de maatregelen, bedoeld in artikel 11a.3, eerste lid, van de wet, op elkaar worden afgestemd;
- c. een aanduiding per maatregel van de aanbieder en van de functionaris van deze aanbieder die verantwoordelijk en beschikbaar is voor het nemen en uitvoeren van deze maatregel;
- d. een beschrijving van de wijze waarop wordt gerealiseerd dat het gezamenlijke continuïteitsplan en de daarin beschreven afstemming van maatregelen bij veranderende omstandigheden worden aangepast;
- e. een beschrijving van de wijze waarop wordt bevorderd dat personen die bij de aanbieder werkzaam zijn, op de hoogte zijn van de inhoud van het gezamenlijke continuïteitsplan;
- f. afspraken over een effectieve beslechting binnen een redelijke termijn van onderlinge geschillen over de uitvoering of wijziging van het plan;
- g. non-discriminatoire voorwaarden voor deelname aan het plan van nieuwe aanbieders als bedoeld in artikel 11a.3, vierde lid.
De onderdelen a, b en c van het eerste lid hebben in elk geval betrekking op de onderwerpen, genoemd in artikel 5a, tweede lid.
§ 4. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 6
Dit besluit berust op artikel 11a.3, zesde lid, van de Telecommunicatiewet.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beveiliging openbare elektronische communicatienetwerken en- diensten en antenne-opstelpunten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
This text is published under BWB's own terms of reuse, not a Legalize or public-domain licence. BWB