← Geldende tekst · Geschiedenis

Aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 oktober 2012, MC-U-3138396 op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake invoering prestatiebekostiging in de forensische zorg

Geldende tekst a fecha 2013-01-01

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg en artikel 7a van het Besluit van 27 maart 2012 tot wijziging van het Interimbesluit forensische zorg (Stb. 2012, 134);

Na op 15 juni 2012 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2011/12, 32 398, nr. 16) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Gezien het verslag van een schriftelijk overleg van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 24 september 2012 (Kamerstukken II 2012/13, 32 398, nr. 17);

Gezien het verslag van een schriftelijk overleg van 18 oktober 2012 van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken I 2012/13, 32 398, nr. B);

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1. definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

Artikel 2. werkingssfeer

Deze aanwijzing is van toepassing op forensische zorg. Voor wat betreft de inkoop van forensische zorg wordt de minister van Veiligheid en Justitie aangemerkt als een zorgverzekeraar die zich overeenkomstig artikel 33 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten heeft aangemeld voor de uitvoering van die wet.

Artikel 3. opdracht

De zorgautoriteit stelt ter uitvoering van deze aanwijzing tijdig vóór 1 januari 2013 regels of beleidsregels vast.

Hoofdstuk II. Tarieven en prestatieschrijvingen

Artikel 4. tarieven en prestaties

De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2013 voor forensische zorg maximumtarieven als bedoeld in artikel 50, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet vast.

Hoofdstuk III. Transitiemodel overgang naar dbbc-bekostiging

Artikel 5. transitiebedrag
1.

De zorgautoriteit stelt voor zorgaanbieders voor de jaren 2013, 2014 en 2015 de wijze waarop het transitiebedrag wordt bepaald vast.

2.

Het transitiebedrag is gebaseerd op:

de transitieomzet minus de dbbc-omzet.

3.

De zorgautoriteit hanteert voor het berekenen van de transitieomzet de volgende formule:

garantiepercentage[budgetomzet] + (1-garantiepercentage)[dbbc-omzet].

4.

Het garantiepercentage voor de jaren 2013 en 2014 bedraagt 95% en voor het jaar 2015 70%.

Artikel 6. verrekening

Het transitiebedrag wordt rechtstreeks verrekend tussen zorgaanbieder en de minister van Veiligheid en Justitie.

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.