Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 9 november 2012, nr. IENM/BSK-2012/197993, houdende verlening van mandaat inzake certificering van zeeschepen (Besluit mandaat en machtiging certificering zeeschepen 2012)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 10:3, 10:4, eerste lid en 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gezien de instemming van de ingevolge dit besluit gemandateerden;

Besluiten:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Bevoegdheden Schepenwet
1.

De in artikel 6, eerste lid, van de Schepenwet bedoelde bevoegdheid van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie tot het afgeven van certificaten en de in artikel 5, tweede lid, van de Schepenwet bedoelde bevoegdheid van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie tot het verlenen van een ontheffing voor zover nader omlijnd in de Appendix bij Annex I van de overeenkomsten, wordt gemandateerd aan:

2.

De in artikel 7, derde lid, van de Schepenwet bedoelde bevoegdheid van de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie tot het intrekken van certificaten, voor zover nader omlijnd in de Appendix bij Annex I van de overeenkomsten, wordt gemandateerd aan de in het eerste lid genoemde functionarissen van erkende organisaties.

Artikel 3. Bevoegdheden Wet voorkoming verontreiniging door schepen
1.

De in artikel 8, eerste lid, en 8a van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen bedoelde bevoegdheid van de minister tot het afgeven van certificaten, voor zover nader omlijnd in de Appendix bij Annex I van de overeenkomsten, wordt gemandateerd aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde functionarissen van erkende organisaties.

2.

De in artikel 34 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen bedoelde bevoegdheid van de minister tot het verlenen van ontheffing van het in artikel 13 van die wet genoemde verbod, voor zover nader omlijnd in de Appendix bij Annex I van de overeenkomsten, wordt gemandateerd aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde functionarissen van erkende organisaties.

3.

De in artikel 9, derde lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen bedoelde bevoegdheid van de minister tot het intrekken van certificaten, voor zover nader omlijnd in de Appendix bij Annex I van de overeenkomsten, wordt gemandateerd aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde functionarissen van erkende organisaties .

Artikel 4. Bevoegdheden Meetbrievenwet 1981
1.

De in artikel 4, tweede lid, van de Meetbrievenwet 1981 bedoelde bevoegdheid van de minister tot het afgeven van meetbrieven voor zover nader omlijnd in de Appendix bij Annex I van de overeenkomsten, wordt gemandateerd aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde functionarissen van erkende organisaties.

2.

De in artikel 9, eerste lid, van de Meetbrievenwet 1981, bedoelde bevoegdheid van de minister tot het intrekken van de Internationale Meetbrief (1969), voor zover nader omlijnd in de Appendix bij Annex I van de overeenkomsten, wordt gemandateerd aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde functionarissen van erkende organisaties.

3.

Ten aanzien van de door Register Holland Classebureau Zeevaart B.V. te Steenwijk, Nederland, geklasseerde zeeschepen en zeegaande pleziervaartuigen met een lengte van meer dan 24m, wordt de directeur van die organisatie:

Artikel 5. Bevoegdheden Wet bemanning zeeschepen
1.

De in artikel 35, eerste lid, van de Wet bemanning zeeschepen genoemde bevoegdheid tot het afgeven van een verklaring naleving maritieme arbeid deel I wordt gemandateerd aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde functionarissen van erkende organisaties.

2.

De in de artikelen 37 eerste en vijfde lid, en 38, eerste lid, van de Wet bemanning zeeschepen genoemde bevoegdheid van de minister tot het afgeven het intrekken van certificaten wordt gemandateerd aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde functionarissen van erkende organisaties.

Artikel 6. Omvang mandaat
1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt met de verlening van mandaat als bedoeld in artikel 3, 4 of 5 dan wel in artikel 2gelijkgesteld de verlening van machtiging om in naam van de minister onderscheidenlijk het Hoofd van de Scheepvaartinspectie handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke handeling zijn.

2.

De verlening van mandaat omvat niet mede de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar.

Artikel 7. Ondermandaat

De gemandateerden kunnen, ten aanzien van de hen op grond van dit besluit verleende bevoegdheden, ondermandaat verlenen aan de door hen daartoe aangewezen personen.

Artikel 8. Vorm van besluiten; raadpleging vooraf
1.

Een certificaat afgegeven op grond van dit besluit is in overeenstemming met de van toepassing zijnde internationale conventies en Europese of nationale regelgeving en gaat vergezeld van een door de inspectie voorgeschreven brief.

2.

Een besluit tot weigering of intrekking van een certificaat als bedoeld in dit besluit, wordt genomen na schriftelijke raadpleging van de inspectie.

Artikel 9. Administratie; verschaffen van inlichtingen

De gemandateerden voeren bij de uitoefening van de hun toegekende bevoegdheden een ordentelijke en voor het Hoofd van de Scheepvaartinspectie transparante administratie en verschaffen hem desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van de hun toegekende bevoegdheden.

Artikel 10. Instructies

De gemandateerden nemen bij de uitoefening van het aan hen verleende mandaat de instructies van de mandaatgever in acht.

Artikel 11. Intrekking vorig besluit

Het Besluit mandaat en machtiging certificering zeeschepen wordt ingetrokken.

Artikel 12. Intrekking vorig besluit

Het Besluit mandaat en machtiging certificering zeeschepen wordt ingetrokken.

Artikel 13. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als Besluit mandaat en machtiging certificering zeeschepen 2012.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de gemandateerden.

Artikel 10*. Overgangsbepaling

Aanvragen voor een in artikel 2, vierde, vijfde of zevende lid, van het Besluit erkende organisaties Schepenwet bedoeld onderzoek die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, worden door Register Holland BV in behandeling genomen.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de gemandateerden.

Artikel 14. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.