Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 november 2012, G&VW/AA/2012/16953, tot vaststelling van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving

Type Beleidsregel
Publication 2025-02-11
State In force
Source BWB
artikelen 4
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 33, eerste en tweede lid, en 34 van de Arbeidsomstandighedenwet;

Besluit:

Artikel 1. Boeteoplegging

1.

In deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen overtredingen, te weten:

2.

Hiernaast geldt in deze beleidsregel als overtreding met directe boete de overtreding die de directe aanleiding is geweest voor een arbeidsongeval als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.

4.

Overtredingen die meermalen voorkomen, kunnen maximaal drie keer in de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete worden meegenomen.

5.

De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, in geval er sprake is van meer dan één overtreding, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.

6.

De bestuurlijke boete die per boetebeschikking aan een werknemer kan worden opgelegd, bedraagt maximaal € 450.

7.

In de bijlage bij deze beleidsregel is per artikel, artikellid of onderdeel daarvan, dat is aangemerkt als overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, aangegeven welk categorie normbedrag zal worden opgelegd en om welk type overtreding het gaat.

Tevens is in de bijlage aangegeven voor welke overtredingen een boete aan een werknemer kan worden opgelegd.

8.

De in het derde lid genoemde normbedragen zijn uitgangspunt voor de berekening van op te leggen bestuurlijke boetes voor bedrijven of instellingen met 500 of meer werknemers. Voor bedrijven of instellingen van geringere omvang geldt het volgende:

Een al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerd normbedrag is het uitgangsbedrag voor eventuele verdere boeteberekening.

Bij overtredingen begaan door anderen dan de werkgever, te weten: de opdrachtgever, de ontwerpende partij en de uitvoerende partij bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, wordt niet gecorrigeerd naar het aantal werknemers. Bij overtredingen begaan door werknemers, zelfstandigen en meewerkende werkgevers geldt als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete een normbedrag dat is gecorrigeerd voor bedrijven of instellingen met minder dan 5 werknemers.

Bij overtredingen begaan door bedrijfsartsen en deskundige personen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, worden de in de bijlage, Tarieflijst, onderdeel Arbowet, bij artikel 14, tweede en derde lid, genoemde normbedragen gehanteerd voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete.

Bij overtredingen begaan door werknemers of zelfstandigen geldt als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete een normbedrag dat is gecorrigeerd voor bedrijven of instellingen met minder dan 5 werknemers of zelfstandigen.

10.

Bij de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete kunnen één of meer van de volgende factoren aan de orde zijn en leiden tot verhoging van het al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerde boetenormbedrag:

11.

Indien de werkgever aantoont dat hij inspanningen heeft verricht, gericht op het voorkomen van de overtreding in het concrete geval, kan dit leiden tot matiging van het al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerde normbedrag. De volgende inspanningen kunnen leiden tot een matiging van 25% per onderdeel:

12.

Indien de werkgever aantoont dat hij na de overtreding adequate maatregelen heeft genomen, kan dit leiden tot een boetematiging van 12,5%. Maatregelen zijn adequaat als zij:

13.

Als werkgever in de zin van het elfde of twaalfde lid wordt mede begrepen degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn.

14.

Bij de vaststelling of sprake is van herhaling van dezelfde of soortgelijke overtredingen wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn.

15.

Indien rechtspersonen langer dan zes aaneengesloten maanden op dezelfde bouwlocatie werkzaamheden verrichten, wordt die bouwlocatie beschouwd als nevenvestiging als bedoeld in het veertiende.

16.

Het veertiende en vijftiende lid zijn niet van toepassing op ernstige overtredingen, als bedoeld in artikel 9.10a, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

17.

In aanvulling op of in afwijking van de leden drie tot en met vijf en zeven tot en met twaalf, kan het bedrag van de boete worden verhoogd of verlaagd totdat deze evenredig is en daarmee passend en geboden.

Artikel 2

De Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving wordt ingetrokken.

Artikel 3. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 4. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving.

Bijlage. behorend bij de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving

Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving

Leeswijzer:

In deze bijlage is in tabelvorm opgenomen voor welk artikel, artikellid of onderdeel een bestuurlijke boete kan worden gegeven, welke categorie boetenormbedrag daaraan gekoppeld is en om welk type overtreding het gaat. De bevoegdheid tot beboeting voor het niet naleven van bepaalde verplichtingen volgt uit de Arbeidsomstandighedenwetgeving zelf, de informatie in de bijlage heeft uitsluitend een verduidelijkende of informatieve waarde.

1 De ODB luidt: het niet hebben van een schriftelijke risico inventarisatie- en evaluatie.

2 De ODB luidt: het niet hebben van een plan van aanpak als onderdeel van de schriftelijke risico inventarisatie- en evaluatie.

3 De ODB luidt: het onvoldoende toezien op de naleving van instructies en voorschriften bij werkzaamheden waaraan risico’s voor werknemers (vrijwilligers) zijn verbonden.

4 Bij het niet onverwijld melden van een arbeidsongeval kunnen zich drie situaties voordoen, die, tot een verschillend boetenormbedrag kunnen leiden, deze betreffen:

5 De ODB luidt: het niet (direct) melden van een dodelijk arbeidsongeval of een arbeidsongeval dat leidt tot een blijvend letsel of een ziekenhuisopname.

6 De ZO luiden:

7 De ZO luidt: het niet of onjuist gebruiken van ter beschikking gestelde noodzakelijke beveiligingen of persoonlijke beschermingsmiddelen door een werknemer (vrijwilliger), waardoor ernstig gevaar bestaat voor de werknemer (vrijwilliger) zelf of voor andere personen dan de werknemer (vrijwilliger).

8 De ODB luidt: het ontbreken van een schriftelijk vastgelegde overeenkomst tussen de werkgever en de bedrijfsarts en de deskundige personen, bedoeld in artikel 14, lid 1, Arbowet.

9 De ODB luidt: indien de overeenkomst geen omschrijving bevat van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de advisering bij de begeleiding van zieke werknemers.

10 De ODB luidt: het bij tijdelijke en incidentele dienstverlening in gereglementeerde beroepen onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal.

11 De ODB luidt: het door een natuurlijk persoon zonder certificaat of registratie verrichten van door certificatie of registratie gereguleerde arbeid in het kader van een opleiding of examinering, dan wel een examinering of beoordeling gericht op het vaststellen van de geschiktheid voor het verrichten van die arbeid, terwijl niet aan de onder toezichtstellingsvereisten of eisen uit het certificatie- of registratieschema wordt voldaan (artikel 1.5q, onder a).

12 De ODB luidt: het door een rechtspersoon zonder certificaat of registratie verrichten van door certificering gereguleerde werkzaamheden in het kader van een beoordeling gericht op het vaststellen van de geschiktheid voor het kunnen verrichten van die werkzaamheden, terwijl niet aan de eisen wordt voldaan die hieraan in het certificatieschema worden gesteld (artikel 1.5q, onder b).

13 De ODB luidt: het ontbreken van adequaat deskundig toezicht op jeugdige werknemers (vrijwilligers).

14 De ODB luidt: het ontbreken van adequaat deskundig toezicht op jeugdige werknemers (vrijwilligers) om specifieke gevaren voor jeugdige werknemers (vrijwilligers) te voorkomen.

15 De ZO luidt: het verrichten van plaatsonafhankelijke arbeid met gevaarlijke stoffen die niet zijn toegestaan.

16 De ZO luidt: het blootstellen van werknemers die plaatsonafhankelijke arbeid verrichten, aan concentraties van stoffen in de individuele ademhalingszone van een werknemer aan meer dan tweemaal de (wettelijke of door de werkgever vastgestelde) grenswaarde of aan meer dan de ceilingwaarde.

17 De ZO luidt: het door werknemers die plaatsonafhankelijke arbeid verrichten, laten werken met stoffen als bedoeld in artikel 1.46, lid 6, waarbij direct contact met de huid mogelijk is en die kunnen leiden tot ernstige schade aan de gezondheid.

18 De ZO luidt: het door werknemers die plaatsonafhankelijke arbeid verrichten, laten werken met stoffen als bedoeld in artikel 1.46, lid 6, waarbij direct contact met de ogen mogelijk is en die kunnen leiden tot ernstige schade aan de gezondheid.

19 De ZO luidt: onvoldoende of onjuiste maatregelen of voorzieningen treffen bij plaatsonafhankelijke arbeid met gevaarlijke stoffen waardoor ernstig gevaar bestaat voor brand of explosie of gezondheidsbedreigende blootstelling aan gevaarlijke stoffen, dampen en gassen.

20 De ZO luidt: het bij plaatsonafhankelijke arbeid ontbreken of het onjuist toepassen van voorgeschreven beveiligingen, alsmede het overbruggen dan wel buiten werking stellen van noodzakelijke beveiligingen aan arbeidsmiddelen.

21 De ODB luidt: het aanvangen met werkzaamheden op een bouwplaats zonder schriftelijke kennisgeving aan de Nederlandse Arbeidsinspectie over de voorgenomen totstandkoming van het bouwwerk.

22 De ODB luidt: het ontbreken van een veiligheid- en gezondheidsplan ten aanzien van bouwwerken zoals gedefinieerd in het Arbobesluit.

23 De ODB luidt: de opdrachtgever stelt niet één of meer coördinatoren voor de ontwerpfase aan dan wel de uitvoerende partij stelt niet één of meer coördinatoren voor de uitvoeringsfase aan indien in de uitvoeringsfase werkzaamheden worden verricht door twee of meer werkgevers, één werkgever en één of meer zelfstandigen of twee of meer zelfstandigen.

24 De ZO luidt: de opdrachtgever heeft niet zodanige maatregelen genomen dat de coördinator de taken, bedoeld in artikel 2.30, naar behoren uitoefent, terwijl daardoor ernstig gevaar voor personen bestaat (artikel 2.32, lid 1, onder b, Arbobesluit).

25 De ZO luidt: de uitvoerende partij heeft niet zodanige maatregelen genomen dat de coördinator de taken, bedoeld in artikel 2.31, naar behoren uitoefent, terwijl daardoor ernstig gevaar voor personen bestaat (artikel 2.33, onder b, Arbobesluit).

26 De ODB luidt: het ontbreken van een veiligheids- en gezondheidsdocument ten aanzien van werkzaamheden verricht in de winningsindustrie in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen.

27 De ZO luidt: het niet aanwezig hebben van een Veiligheids- en zorgsysteem als bedoeld in artikel 2.42e Arbobesluit.

28 De ZO luidt: het ontbreken van samenwerking bij het opstellen van een adequaat Veiligheids- en Gezondheidsdocument conform artikel 2.42f, lid 3.

29 De ODB luidt: het ontbreken van trainingen voor het uitvoeren van noodhandelingen bij winningsindustrieën met behulp van boringen.

30 De ZO luidt: het werken op, aan of in de nabijheid van wegen waarbij ernstig gevaar bestaat voor aanrijden.

31 Vervallen.

32 Vervallen.

33 Vervallen.

34 Vervallen.

35De ZO luiden:

36 De ZO luidt: het aanwezig zijn van niet afgeschermde, direct aanraakbare spanningvoerende delen met een spanning hoger dan 50 volt bij wisselspanning of 120 volt bij zuivere gelijkspanning.

37 De ZO luiden:

38 De ZO luiden:

39 De ZO luiden:

40 De ODB luidt: het niet beschikbaar en gebruiksklaar houden van vluchtmiddelen zodat werknemers de gevaarlijke gebieden snel en veilig kunnen verlaten.

41 De ZO luiden:

42 De ODB luidt: het verrichten van onderzoek naar de veiligheid aan, op of in tankschepen door een persoon die niet beschikt over het certificaat van vakbekwaamheid gasdeskundige.

43 De ZO luidt: het schoonmaken, onderhouden, verbouwen, herstellen en slopen van K1-, K3-, KT- of T-schepen, zonder veiligheids- en gezondheidsverklaring van een gasdeskundige.

44 De ZO luidt: het werken op arbeidsplaatsen waar een doeltreffende vluchtweg ontbreekt en waarbij ernstig gevaar bestaat op brand, explosie of plotselinge blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

45 De ZO voor lid 1 luidt: het werken op arbeidsplaatsen waar een doeltreffende vluchtweg is geblokkeerd en waarbij ernstig gevaar bestaat op brand, explosie of plotselinge blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

De ZO voor lid 2 luidt: het werken op arbeidsplaatsen waarbij een nooduitgang niet kan worden geopend en waarbij ernstig gevaar bestaat op brand, explosie of plotselinge blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

46 De ZO luidt: het werken op hoogten van meer dan 2.50 meter waarbij geen of onvoldoende voorzieningen zijn getroffen tegen vallen (lid 1).

N.B. Indien het valgevaar gepaard gaat met risico verhogende omstandigheden, zoals het gevaar te vallen op of langs uitstekende delen, de aanwezigheid van verkeer, het vallen in water e.d., dan kan er, afhankelijk van de toename van het risico, ook bij geringere werkhoogte sprake zijn van een ZO.

47 De ZO luidt: werken op hoogten van meer dan 2.50 meter waarbij geen of onvoldoende voorzieningen zijn getroffen tegen de gevolgen van vallen (lid 5).

48 De ZO luidt: het zodanig ingericht zijn van een arbeidsplaats dat daardoor ernstig gevaar bestaat getroffen of geraakt te worden door voorwerpen, producten of onderdelen daarvan dan wel vloeistoffen of gassen, of het gevaar bekneld te raken tussen voorwerpen, producten of onderdelen daarvan.

49 De ZO luidt: het toepassen van een laadplatform dat niet is afgestemd op de te vervoeren lading.

50 De ZO luidt: het werken op hoogten van meer dan 2.50 meter op instabiele en onvoldoende stevige werkplekken op bouwplaatsen.

51 De ZO luiden:

52 De ZO luiden:

53 De ZO luidt: 0nvoldoende draagkrachtige bekistingen, tijdelijke stutten of schoren op een bouwwerkplek, waardoor werknemers (zelfstandigen) ernstig gevaar lopen (loopt) bekneld te raken of bedolven te worden.

54 De ZO luidt: het ontbreken van twee afzonderlijke uitgangen in verbinding met de oppervlakte bij een ondergrondse ontginning.

55 De ZO luidt: het niet zo spoedig mogelijk na het delven ondersteuningen aanbrengen, terwijl dit vanwege de instabiliteit van het terrein noodzakelijk is voor de veiligheid van de werknemers.

56 De ODB luidt: het ontbreken van voldoende geschikte reddingsmiddelen op een mijnbouwinstallatie.

57 De ZO luiden:

58 De ODB luiden:

59 Lid 2 wordt beboet via lid 1.

60 De ZO luiden:

61 De ODB luiden:

62 De ZO luidt: het blootstellen van werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers) aan concentraties van stoffen in de inademingslucht van een persoon van meer dan de (wettelijke of door de werkgever vastgestelde) grenswaarde of van meer dan de ceilingswaarde.

63 De ZO luidt: het opnieuw in circulatie brengen van lucht die een gevaarlijke stof bevat naar een arbeidsplaats waar de betreffende stof niet aanwezig is (lid 2).

64 De ZO luiden:

65 De ZO luidt: na een onvoorziene toename van het blootstellingniveau aan kankerverwekkende of mutagene stoffen, er niet voor gezorgd hebben dat werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers) uit de gevarenzone zijn (is) verwijderd.

66 De ODB luiden:

67 De ODB luidt: het bij tijdelijke en incidentele dienstverlening in gereglementeerde beroepen onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal.

68 De ZO luidt: het niet werken volgens een vooraf opgesteld werkplan, als bedoeld in Bijlage VB van de Arbeidsomstandighedenregeling, m.b.t. opbouw, installeren, monteren, assembleren, dan wel verwijderen na ontbranding, van professioneel vuurwerk.

69 De ODB luiden:

70 De ODB luidt: in een geval waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers) kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt niet, alvorens de werkzaamheden worden aangevangen, een oriënterend onderzoek hiernaar ingesteld.

71 De ODB luidt: hoewel het oriënterend onderzoek de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers) niet uitsluit, wordt geen nader onderzoek ingesteld.

72 De ODB luidt: hoewel uit het nader onderzoek blijkt dat gevaar bestaat voor de veiligheid of gezondheid van werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers) door de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, worden die ontplofbare oorlogsresten niet opgespoord of geen andere passende maatregelen getroffen om dit gevaar te voorkomen.

73 De ODB luidt: arbeid bestaande uit het opsporen van ontplofbare oorlogsresten wordt niet verricht door een bedrijf dat voor de te verrichten arbeid in het bezit is van een certificaat opsporen ontplofbare oorlogsresten dat is afgegeven door Onze Minister of een door hem aangewezen certificerende instelling.

74 De ODB luiden:

75 De ODB luidt: het ruimen van ontplofbare oorlogsresten wordt niet verricht door een explosievenopruimingseenheid van het Ministerie van Defensie.

76 De ODB luidt: het bij tijdelijke en incidentele dienstverlening in gereglementeerde beroepen onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal.

77 De ZO luidt: het blootstellen van werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers) aan concentraties van kankerverwekkende en mutagene stoffen in de ademhalingslucht boven de (wettelijke of door de werkgever vastgestelde) grenswaarde: lid 3

78 De ZO luidt: het niet of onvoldoende zorgen voor doeltreffende maatregelen bij overschrijding van de grenswaarde waarbij werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers) worden (wordt) blootgesteld aan concentraties van kankerverwekkende en mutagene stoffen in de inademingslucht.

79 De ZO luidt: het niet zo laag mogelijk onder de grenswaarde van artikel 4.46 Arbobesluit houden van de concentratie van asbeststof in de lucht door:

80 De ZO luidt: het blootstellen van werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers) aan concentraties van asbeststof in de lucht boven de grenswaarden van artikel 4.46 Arbobesluit.

81 De ZO luiden:

82 De ZO luidt: Na werkzaamheden met asbest zijn de arbeidsplaats en/of de arbeidsmiddelen die op de arbeidsplaats aanwezig zijn of zijn geweest, niet doeltreffend gereinigd, dat wil zeggen: er werden nog visueel waarneembare restanten asbest aangetroffen.

83 De ODB luidt: het werken met asbest of asbesthoudende producten zonder dit tijdig en (volledig) op correcte wijze te hebben gemeld aan de Nederlandse Arbeidsinspectie (lid 1).

84 De ODB luidt: Het niet opnieuw melden aan de Nederlandse Arbeidsinspectie, telkens wanneer een verandering in de arbeidsomstandigheden kan leiden tot een aanzienlijke toename van de blootstelling aan asbeststof of asbesthoudende producten (lid 2).

85 De ZO luiden:

86 De ODB luidt: het niet beschikken over een, overeenkomstig artikel 4.50 Arbobesluit opgesteld, schriftelijk werkplan door de werkgever van het bedrijf, bedoeld in artikel 4.54d, eerste lid, Arbobesluit, voordat wordt aangevangen met de werkzaamheden.

87 De ODB luidt: Het in het werkplan ontbreken van voorgeschreven gegevens, zoals beschreven in artikel 4.50 lid 4 onder a t/m d.

88 De ZO luidt: het bij slopen, verwijderen, reinigen en opruimen van asbest of van producten die deze stof bevatten, niet conform het werkplan uitvoeren van de maatregelen ter bescherming van de veiligheid en gezondheid van de betrokken werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers).

89 De ZO luiden:

90 De ODB luidt: het niet treffen van doeltreffende maatregelen om blootstelling aan asbeststof te voorkomen als het resultaat van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 4.10a, daartoe aanleiding geeft.

91 De ODB luidt: het in het kader van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2 – niet, of niet volledig inventariseren van de aanwezigheid van asbest of asbesthoudende producten voordat wordt aangevangen met de volgende werkzaamheden:

92 De ODB luidt: het niet op grond van de uitgevoerde inventarisatie, als bedoeld in artikel 4.54a, lid 1, bepalen van de daarbij behorende risicoklasse als bedoeld in de artikelen 4.44, 4.48 of 4.53a Arbobesluit.

93 De ODB luidt: de inventarisatie, bedoeld in artikel 4.54a, lid 1, Arbobesluit, en het inventarisatierapport, bedoeld in artikel 4.54a, lid 3, Arbobesluit, worden uitgevoerd, onderscheidenlijk opgesteld, door een bedrijf dat niet in het bezit is van een certificaat asbestinventarisatie dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.

94 De ZO luiden:

95 De ODB luidt: het door het bedrijf dat asbest verwijdert niet beschikken over een afschrift van een inventarisatierapport waarin de resultaten zijn neergelegd van de inventarisatie van de aanwezigheid van asbest en asbesthoudende producten, voordat wordt aangevangen met het verwijderen van asbest.

96 De ODB luiden:

97 De ZO luidt: Het door een machinist niet werken onder de voorwaarden genoemd in artikel 4.54d, tiende lid, onder a en b, Arbobesluit bij het verplaatsen van asbest waardoor sprake kan zijn van werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid, onderdeel b of c, Arbobesluit.

98 De ZO luiden:

99 De ZO luiden:

100 De ZO luiden:

101 De ZO luidt: het (zand)stralen met een stof die aan kwarts of een andere vorm van vrij kristallijn siliciumdioxyde meer dan 1% bevat.

102 ZO luiden:

103 De ZO luiden:

104 ZO luidt: het bij het schilderen van binnenwerk van gebouwen of vaartuigen gebruiken van loodwit, loodsulfaat of producten die een van deze stoffen als bestanddeel bevatten.

105 De ODB luiden:

106 De ZO luidt: het blootstellen van werknemers (zelfstandigen) aan biologische agentia waarbij ernstig gevaar bestaat voor schade aan de gezondheid.

107 De ODB luiden:

108 De ODB luidt: het niet tijdig en op correcte wijze hebben gemeld aan de Nederlandse Arbeidsinspectie van een ongeval of incident dat (mogelijkerwijs) heeft geleid tot het vrijkomen van een of meer biologische agentia van de 3e of 4e categorie.

109 De ZO luiden:

110 De ODB luidt: het ontbreken van deskundig toezicht op jeugdige werknemers ter voorkoming van specifieke gevaren bij het werken met gevaarlijke stoffen of gassen of artikelen die ontplofbare stoffen bevatten.

111 De ZO luiden:

112 De ZO luiden:

113 De ODB’s gelden voor de volgende werkzaamheden: blokkenstellen ruwbouw, betonstaalvlechten, metselen, monteren van metalen dak- en gevelelementen, glaszetten, dakdekken platte daken, gipsblokkenstellen, wandplatenstellen, plafondplatenstellen, stukadoren traditioneel/mechanisch en het leggen van zandcementdekvloeren, betonboren/betonzagen, koppensnellen, dakdekken (pannendaken), stellen kozijnen en deuren, (de)montage steigerbouw, installatie-werkzaamheden en stratenmaken en luiden:

114 De ZO luiden:

115 De ZO luidt: het verrichten van werkzaamheden in situaties waarbij de dagelijkse blootstelling aan lawaai, rekening houdend met de dempende werking van de door de werknemer (zelfstandige) gedragen individuele gehoorbeschermers, hoger is dan 87 dB(A) of de piekgeluidsdruk hoger is dan 200 Pa.

116 De ZO luidt: het verrichten van werkzaamheden zonder individuele gehoorbescherming in situaties waarbij de dagelijkse blootstelling aan lawaai 85 dB(A) of hoger is of de piekgeluidsdruk 140 Pa of hoger is.

117 De ZO luiden:

118 ZO luidt: het blootstellen van werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers) aan kunstmatige optische straling boven de grenswaarde voor blootstelling genoemd in artikel 6.12c Arbobesluit. (artikel 6.12e, lid 4, juncto artikel 6.12c Arbobesluit).

119 De ZO luidt: het blootstellen van werknemers (de zelfstandige; vrijwilligers) aan elektromagnetische velden boven de grenswaarden voor effecten op de gezondheid, tenzij is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.12o (MRI-apparatuur gezondheidszorg) of in een vrijstelling of ontheffing (artikel 9.17c, Arbobesluit).

120 De ZO luiden:

121 ODB luidt: het voor de aanvang van de arbeid uitvoeren van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek door een arts, die niet in het bezit is van een certificaat duikerarts.

122 ZO luidt: het verrichten van duikarbeid, caissonarbeid of overige arbeid onder overdruk zonder dat aan de beperkende voorschriften volgend uit een arbeidsgezondheidskundig onderzoek wordt voldaan.

123 ZO luidt: het niet aan werknemers ter beschikking stellen van materiaal dat in deugdelijke staat verkeert en van voldoende ademgas van goede kwaliteit (artikel 6.15, eerste lid onder b, Arbobesluit).

124 ZO luidt: het verrichten van duikarbeid zonder te worden bijgestaan door een reserveduiker en ploegleider.

125 ODB luiden:

126 ODB luidt: het uitvoeren van duikarbeid:

127 ZO luiden:

128 ZO luidt: het door één persoon verrichten van caissonarbeid.

129 ODB luidt: het verrichten van caissonarbeid zonder de Nederlandse Arbeidsinspectie daarvan tijdig en op correcte wijze in kennis te stellen, onder overlegging van een deugdelijk werkplan.

130 ZO luiden:

131 De ZO luiden:

132 De ZO luiden:

133 De ZO luiden:

134 De ZO luiden:

135 De ZO luidt: het op de arbeidsplaats blootstellen van een zwangere werknemer (zelfstandige; vrijwilliger) aan equivalente geluidsniveaus boven de 80 dB(A) en piekgeluiden boven de 112 Pa.

136 ZO luidt: het gebruiken van arbeidsmiddelen op een andere wijze of plaats dan waarvoor zij zijn ingericht en bestemd.

137 ZO luidt: het niet of onvoldoende treffen van beschermende maatregelen bij het gebruik van een arbeidsmiddel, waardoor ernstig gevaar bestaat voor persoonlijk letsel.

138 ZO luidt: het zodanig geplaatst bevestigd of ingericht zijn en zodanig gebruikt worden van een arbeidsmiddel dat daardoor ernstig gevaar bestaat voor verschuiven, omvallen, kantelen, getroffen worden door het arbeidsmiddel of onderdelen daarvan, oververhitting, brand, ontploffen, blikseminslag en directe of indirecte aanraking met elektriciteit.

139 ZO luidt: het zodanig geplaatst of ingericht zijn en zodanig gebruikt worden van een arbeidsmiddel dat daardoor ernstig gevaar bestaat getroffen of geraakt te worden door voorwerpen, producten of onderdelen daarvan dan wel vloeistoffen of gassen, of bekneld te raken tussen voorwerpen, producten of onderdelen daarvan.

140 ZO luidt: het onderhouden, repareren en reinigen van arbeidsmiddelen die ingeschakeld zijn of onder druk of spanning staan.

141 ZO luidt: het afstellen van arbeidsmiddelen die ingeschakeld zijn of onder druk of elektrische spanning staan.

142 ZO luidt: het op niet veilige wijze (de)monteren van arbeidsmiddelen.

143 Lid 4 en 7 worden beboet via lid 1.

144 ZO luidt: het ontbreken of onjuist toepassen van voorgeschreven beveiligingen en afschermingen, alsmede het overbruggen dan wel buiten werking stellen van noodzakelijke beveiligingen van arbeidsmiddelen, waardoor er ernstig gevaar optreedt.

145 ZO luidt: het kunnen aanraken van (onderdelen van) arbeidsmiddelen met een zeer hoge of lage temperatuur.

146 ZO luidt: het loskoppelen en opnieuw aansluiten van een arbeidsmiddel van en op een krachtbron.

147 ZO luidt: het ontbreken van een noodstopvoorziening op arbeidsmiddelen waarbij dit noodzakelijk is.

148 ZO luidt: het vervoeren van personen met een mobiel arbeidsmiddel dat daartoe niet is uitgerust.

149 ZO luidt: het gebruik van mobiele arbeidsmiddelen (m.u.v. heftrucks) waarmee personen kunnen worden vervoerd zonder beschermingsconstructies ter voorkoming van kantelen of de gevolgen daarvan.

ZO luidt: het gebruik van heftrucks waarmee personen kunnen worden vervoerd zonder beschermingsconstructies ter voorkoming van kantelen of de gevolgen daarvan.

150 ZO luidt: het gebruik van heftrucks waarmee personen kunnen worden vervoerd zonder beschermingsconstructies ter voorkoming van kantelen of de gevolgen daarvan.

151 ZO luidt: het ontbreken van een rem- en stopvoorziening, alsmede een noodstopvoorziening voor zover deze noodzakelijk is, op een mobiel arbeidsmiddel met eigen aandrijving.

152 ODB luidt: het werken met mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving, zonder dat de bedieners daartoe specifieke deskundigheid bezitten.

N.B. uitsluitend aan de orde indien criteria bestaan (en in projecten zijn aangegeven) wanneer en in welke situatie er sprake is van dit feit.

153 ZO luidt: het meerijden op mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving zonder speciaal daartoe ingerichte veilige plaatsen.

154 ZO luidt: het zwaarder belasten van een hijs- of hefwerktuig, dan de toegelaten bedrijfslast of dan een veilig gebruik toelaat.

155 De ZO luidt: het zodanig opgesteld zijn van hijs- en hefwerktuigen, dat daardoor ernstig gevaar bestaat dat lasten werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers) kunnen raken.

156 De ZO luidt: het zich bevinden van werknemers (zelfstandigen; vrijwilligers) onder hangende lasten.

157 De ODB luidt: het vervoeren van personen met een hijs- of werktuig, dat daarvoor niet is bestemd of ingericht.

158 ZO luidt: het zodanig gebruik van een mobiel hijs- of hefwerktuig dat daardoor ernstig gevaar bestaat voor kantelen, ongewild in beweging komen of wegglijden.

159 ZO luidt: het gebruik van hijs- en hefwerktuigen in slechte weersomstandigheden.

160 ZO luidt: het hijsen of heffen van personen op een onbeveiligd platform.

161 ZO luidt: het overbelasten van hijs en hefgereedschap met meer dan 10%.

162 De ZO luiden:

163 De ZO luidt: het niet kiezen van de meest geschikte arbeidsmiddelen bij tijdelijke werkzaamheden op hoogte, waardoor:

164 De ZO luidt: het ontbreken van een valbeveiliging om de aan een arbeidsmiddel verbonden valrisico’s voor werknemers (vrijwilligers) te minimaliseren.

165 De ZO luidt: he bij een arbeidsmiddel behorende valbeveiliging is niet van een zodanige configuratie en sterkte dat vallen van hoogte wordt voorkomen of dat een eventuele val wordt gestopt, zodanig dat letsel bij de werknemers zoveel mogelijk wordt voorkomen.

166 De ZO luidt: het onderbreken van collectieve valbeveiligingen op andere plekken dan daar waar zich een toegang tot een ladder of trap bevindt.

167 De ZO luidt: het laten werken op plaatsen waar geen doeltreffende, vervangende veiligheidsvoorzieningen, zijn getroffen en waarbij de collectieve valbeveiliging – in verband met de werkzaamheden – tijdelijk is verwijderd.

168 De ZO luidt: het laten uitvoeren van tijdelijke werkzaamheden op hoogte wanneer de weersomstandigheden de veiligheid en gezondheid van de werknemers (vrijwilligers) in gevaar brengen.

169 De ZO luiden:

170 De ZO luidt: de ondersteuningen van een steiger zijn niet beveiligd tegen wegglijden, hetzij door bevestiging aan het steunvlak, hetzij door een antislipinrichting of een andere, even doeltreffende oplossing.

171 De ZO luidt: de steunpunten van de steiger zijn niet op een stabiele, stevige ondergrond van voldoende omvang geplaatst, waardoor de stabiliteit niet wordt gewaarborgd.

172 De ZO luidt: niet verzekerde stabiliteit van steigers door onvoldoende verankering en/of schoren.

173 De ZO luiden: het niet zodanig monteren van de vloeren van steigers dat hun onderdelen bij normaal gebruik niet kunnen bewegen.

Tussen de onderdelen van de vloeren en de verticale inrichtingen van de collectieve valbeveiligingen komen gevaarlijke openingen voor.

174 De ZO luidt: het werken aan één enkele lijn, waarbij geen sprake is van een afzonderlijk verankerde veiligheidslijn die als reservelijn fungeert en is uitgerust met een beweegbaar valbeveiligingsmechanisme dat de werknemer (vrijwilliger) in zijn beweging volgt.

175 De ODB luiden: het onvoldoende adequaat en specifiek opgeleid zijn van werknemers (de zelfstandige; vrijwilligers) voor het werken aan lijnen.

Werknemers zijn (de zelfstandige is; vrijwilligers zijn) niet op de hoogte van de reddingsprocedures voor het werken aan lijnen.

176 De ODB luidt: het verrichten van arbeid door werknemers vanuit een werkbak die of een werkplatform dat is gekoppeld aan een hijswerktuig op plaatsen die niet moeilijk bereikbaar zijn en/of waarbij andere meer geëigende arbeidsmiddelen en/of werkmethoden beschikbaar zijn om die plaatsen veilig te bereiken.

(artikel 7.18, lid 4, juncto artikel 7.23d, lid 2, Arbobesluit).

177 De ODB luidt: de werkzaamheden zijn aangevangen zonder dat een schriftelijk werkplan is opgesteld, waarin is aangegeven:

(artikel 7.23d, derde lid, onder a, ten eerste en ten tweede).

178 De ODB luidt: de werkzaamheden zijn aangevangen zonder dat in het werkplan is geoordeeld, uitgewerkt en vastgesteld hoe, op de locatie waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden, die werkzaamheden veilig worden verricht (artikel 7.23d, derde lid, onder b).

179 De ODB luidt: het niet of niet tijdig aan de toezichthouder melden van de werkzaamheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van een werkbak of werkplatform aan een hijswerktuig (artikel 7.23d, lid 4, Arbobesluit).

180 De ODB luiden:

181 De ODB luidt: het verblijf van werknemers (vrijwilligers) in een werkbak of werkplatform waarbij de bedieningsplaats van het hijswerktuig niet bezet is (artikel 7.23d, lid 8, Arbobesluit).

182 De ODB luiden:

183 De ODB luiden:

184 De ODB luiden:

185 De ZO luidt: het hijsen of heffen van luiken van schepen zonder dat deze daartoe geschikte bevestigingen hebben voor het vastmaken van hijsgereedschap.

186 De ZO luidt: het laden en lossen van schepen zonder dat luiken die niet afdoende tegen verplaatsing kunnen worden geborgd, verwijderd zijn.

187 De ZO luidt: het plaatsen of verwijderen van luiken op schepen terwijl in het ruim onder de luikopening wordt gewerkt.

188 De ZO luidt: het opnieuw gebruiken van voor eenmalig gebruik bestemde bind- of hijsmiddelen.

189 De ZO luidt: het niet aanwezig zijn van middelen zodat werknemers bij het aanbrengen of verwijderen van sjorringen van containers aan ernstig gevaar worden blootgesteld.

190 De ODB luidt: het niet door een certificerende instelling laten onderzoeken en beproeven van hijs- of hefwerktuigen en hijs- of hefgereedschappen aan boord van schepen, die gebruikt worden bij het laden en lossen.

191 De ODB luiden:

192 De ODB luidt: het bij tijdelijke en incidentele dienstverlening in gereglementeerde beroepen onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal.

193 De ZO luiden:

194 De ODB luidt: het verrichten van trekker arbeid, het werken met wilde, giftige of andere dieren die gevaar opleveren, het industrieel slachten of werken onder tempodwang door jeugdige werknemers (vrijwilligers) zonder toezicht.

195 De ZO luidt: het niet ter beschikking stellen van doeltreffende persoonlijke beschermingsmiddelen aan werknemers (vrijwilligers) bij werkzaamheden, waardoor ernstig gevaar bestaat voor veiligheid of gezondheid van betrokken werknemers (vrijwilligers).

196 De ZO luidt: het onvoldoende er voor zorgen dat werknemers (vrijwilligers) aan hen beschikbaar gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen (juist) gebruiken, waardoor ernstig gevaar bestaat voor de veiligheid of gezondheid van betreffende werknemers (vrijwilligers.

De werkzaamheden die als ZO staan gemarkeerd zijn niet limitatief voor de situaties die in potentie tot ernstig gevaar kunnen leiden.

De zware overtredingen betreffen werkzaamheden en situaties die doorgaans ernstig gevaar (kunnen) opleveren voor personen. Indien een dergelijke werkzaamheid of situatie wordt geconstateerd, dan zal in de meeste gevallen, naast het opstellen van een boeterapport, ook worden overgegaan tot stillegging van werk vanwege naar redelijk oordeel van de toezichthouder ernstig gevaar op grond van artikel 28 Arbowet. De formuleringen in de voetnoten in de lijst zijn over het algemeen in een directe actieve vorm gesteld, zoals: ‘het werken op ..., het gebruiken van ... en het blootstellen aan ....’. Er is uitsluitend sprake van een ZO als voldaan wordt aan de omschrijving in de voetnoten. Zie als voorbeeld artikel 3.2 Arbobesluit, waarbij als ZO is aangemerkt ‘het werken op, aan of in de nabijheid van wegen waarbij ernstig gevaar bestaat voor aanrijden’. Een overtreding van artikel 3.2 Arbobesluit die niet voldoet aan de hiervoor genoemde omschrijving wordt niet als zware overtreding aangemerkt maar als een overige overtreding (OO).

De zware overtredingen betreffen werkzaamheden en situaties die doorgaans ernstig gevaar (kunnen) opleveren voor personen. Indien een dergelijke werkzaamheid of situatie wordt geconstateerd, dan zal in de meeste gevallen, naast het opstellen van een boeterapport, ook worden overgegaan tot stillegging van werk vanwege naar redelijk oordeel van de toezichthouder ernstig gevaar op grond van artikel 28 Arbowet. De formuleringen in de voetnoten in de lijst zijn over het algemeen in een directe actieve vorm gesteld, zoals: ‘het werken op ..., het gebruiken van ... en het blootstellen aan ....’. Er is uitsluitend sprake van een ZO als voldaan wordt aan de omschrijving in de voetnoten. Zie als voorbeeld artikel 3.2 Arbobesluit, waarbij als ZO is aangemerkt ‘het werken op, aan of in de nabijheid van wegen waarbij ernstig gevaar bestaat voor aanrijden’. Een overtreding van artikel 3.2 Arbobesluit die niet voldoet aan de hiervoor genoemde omschrijving wordt niet als zware overtreding aangemerkt maar als een overige overtreding (OO).

Indien de feiten zoals geformuleerd in de lijst daadwerkelijk door de inspecteur worden geconstateerd, dan is sprake van ‘heterdaad’. Behalve het geven van een bevel tot stillegging bij gevaar, zegt de inspecteur direct een boete aan. Wanneer geen sprake is van heterdaad, maar wel bewezen kan worden dat sprake was van een situatie zoals beschreven in de lijst (op basis van getuigenverklaringen en onderzoek), dan wordt eveneens direct een boete aangezegd door de inspecteur. Treft de inspecteur situaties aan die naar zijn redelijk oordeel zouden kunnen leiden tot ernstige feiten zoals geformuleerd in de lijst, terwijl er op het moment van constateren niet wordt gewerkt, dan is deze wel bevoegd om op basis van artikel 28 Arbowet te bevelen dat werkzaamheden niet mogen worden aangevangen zolang het potentiële gevaar aanwezig is. In dergelijke situaties wordt echter geen boete aangezegd.

De werkzaamheden die als ZO staan gemarkeerd zijn niet limitatief voor de situaties die in potentie tot ernstig gevaar kunnen leiden.

Er bestaat een aantal overtredingen in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling dat niet tot de categorie ZO kan worden gerekend, maar waarvoor bij niet-naleving toch een directe sanctie moet worden opgelegd en in een aantal gevallen ook (direct) maatregelen moeten worden getroffen. Het gaat om belangrijke overtredingen waarvoor naar huidige inzichten het eerst geven van een waarschuwing of het eerst stellen van een eis als inadequaat is te beschouwen. Het gaat hierbij om feiten met betrekking tot:

Er bestaat een aantal overtredingen in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling dat niet tot de categorie ZO kan worden gerekend, maar waarvoor bij niet-naleving toch een directe sanctie moet worden opgelegd en in een aantal gevallen ook (direct) maatregelen moeten worden getroffen. Het gaat om belangrijke overtredingen waarvoor naar huidige inzichten het eerst geven van een waarschuwing of het eerst stellen van een eis als inadequaat is te beschouwen. Het gaat hierbij om feiten met betrekking tot:

Dergelijke overtredingen die enerzijds de onveiligheid van werknemers vergroten en anderzijds het werk van de Nederlandse Arbeidsinspectie ernstig belemmeren, leiden tot het direct corrigeren van werkgevers. In voorkomende gevallen wordt direct overgegaan tot het aanzeggen van een boete.

De overtredingen die in de bijlage niet zijn benoemd als ZO of als ODB zijn OO.

De overtredingen die in de bijlage niet zijn benoemd als ZO of als ODB zijn OO.

98 ZO luidt: Het door één persoon verrichten van caissonarbeid.

99 ODB luidt: Het verrichten van caissonarbeid zonder de Inspectie SZW daarvan tijdig en op correcte wijze in kennis te stellen, onder overlegging van een deugdelijk werkplan.

100 ZO luidt: Het verrichten van caissonwerkzaamheden onder een druk van meer dan 1,5 maal 105 Pascal zonder een geschikte compressiekamer. (artikel 6.20, lid 1, Arbobesluit)

Het ontbreken van een compressiekamer bij het verrichten van caissonarbeid op een locatie waarbij de reistijd naar de dichtstbijzijnde behandelfaciliteit met compressiekamer meer dan twee uur bedraagt. (artikel 6.20, lid 2, Arbobesluit)

101 De ZO luiden:

Het door jeugdige werknemers laten verrichten van duikarbeid, caissonarbeid en overige arbeid onder overdruk, bedoeld in artikel 6.13 Arbeidsomstandighedenbesluit (lid 1);

Het door jeugdige werknemers laten verrichten van arbeid met toestellen die schadelijke niet ioniserende elektromagnetische straling kunnen uitzenden (lid 2);

Het door jeugdige werknemers laten verrichten van arbeid op een arbeidsplaats waar de dagelijkse blootstelling aan lawaai 85 dB(A) of hoger is of de piekgeluidsdruk 140 Pa of hoger is (lid 3); en

Het blootstellen van jeugdige werknemers aan schadelijke trillingen (lid 4).

102 De ZO luidt: Het door een zwangere werknemer laten verrichten van duikarbeid, caissonarbeid en overige arbeid onder overdruk als bedoeld in artikel 6.13 Arbeidsomstandighedenbesluit.

103 De ZO luidt: Het door een zwangere werknemer en een werknemer tijdens de lactatie arbeid laten verrichten in de ondergrondse winningsindustrie.

104 De ZO luiden: Het op de arbeidsplaats blootstellen van een zwangere werknemer aan lichaamstrillingen of schokken met een versnelling van meer dan 0.25 m/s2 of het in direct contact laten komen van een zwangere werknemer met een ultrasonore trillingsbron met een frequentie boven de 20 kHz waarbij de blootstelling hoger is dan 110 dB per tertsband.

105 De ZO luidt: Het op de arbeidsplaats laten blootstellen van een zwangere werknemer aan equivalente geluidsniveaus boven de 80 dB(A) en piekgeluiden boven de 112 Pa.

106 ZO luidt: Het gebruiken van arbeidsmiddelen op een andere wijze of plaats dan waarvoor zij zijn ingericht en bestemd.

107 ZO luidt: Het niet of onvoldoende treffen van beschermende maatregelen bij het gebruik van een arbeidsmiddel, waardoor ernstig gevaar bestaat voor persoonlijk letsel.

108 ZO luidt: Het zodanig geplaatst of ingericht zijn van een arbeidsmiddel dat daardoor ernstig gevaar bestaat voor verschuiven, omvallen, kantelen, getroffen worden door het arbeidsmiddel of onderdelen daarvan, oververhitting, brand, ontploffen, blikseminslag en directe of indirecte aanraking met elektriciteit.

109 ZO luidt: Het zodanig geplaatst of ingericht zijn van een arbeidsmiddel dat daardoor ernstig gevaar bestaat getroffen of geraakt te worden door voorwerpen, producten of onderdelen daarvan dan wel vloeistoffen of gassen, of bekneld te raken tussen voorwerpen, producten of onderdelen daarvan.

110 ZO luidt: Het onderhouden, repareren en reinigen van arbeidsmiddelen die ingeschakeld zijn en onder druk of elektrische spanning staan.

111 ZO luidt: Het afstellen van arbeidsmiddelen die ingeschakeld zijn en onder druk of elektrische spanning staan.

112 ZO luidt: Het op niet veilige wijze (de)monteren van arbeidsmiddelen.

113 ZO luidt: Het ontbreken of onjuist toepassen van voorgeschreven beveiligingen en afschermingen, alsmede het overbruggen dan wel buiten werking stellen van noodzakelijke beveiligingen van arbeidsmiddelen.

114 ZO luidt: Het kunnen aanraken van (onderdelen van) arbeidsmiddelen met een zeer hoge of lage temperatuur.

115 ZO luidt: Het loskoppelen en opnieuw aansluiten van een arbeidsmiddel van en op een krachtbron.

116 ZO luidt: Het ontbreken van een noodstopvoorziening op arbeidsmiddelen waarbij dit noodzakelijk is.

117 ZO luidt: Het vervoeren van personen met een mobiel arbeidsmiddel dat daartoe niet is uitgerust.

118 ZO luidt: Het gebruik van mobiele arbeidsmiddelen (m.u.v. heftrucks) waarmee personen kunnen worden vervoerd zonder beschermingsconstructies ter voorkoming van kantelen of de gevolgen daarvan.

ZO luidt: Het gebruik van heftrucks waarmee personen kunnen worden vervoerd zonder beschermingsconstructies ter voorkoming van kantelen of de gevolgen daarvan.

119 ZO luidt: Het gebruik van heftrucks waarmee personen kunnen worden vervoerd zonder beschermingsconstructies ter voorkoming van kantelen of de gevolgen daarvan.

120 ZO luidt: Het ontbreken van een rem- en stopvoorziening, alsmede een noodstopvoorziening voorzover deze noodzakelijk is, op een mobiel arbeidsmiddel met eigen aandrijving.

121 ODB luidt: Het werken met mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving, zonder dat de bedieners daartoe specifieke deskundigheid bezitten.N.B. uitsluitend aan de orde indien criteria bestaan (en in projecten zijn aangegeven) wanneer en in welke situatie er sprake is van dit feit.

122 ZO luidt: Het meerijden op mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving zonder speciaal daartoe ingerichte veilige plaatsen.

123 ZO luidt: Het zwaarder belasten van een hijs- of hefwerktuig, dan de toegelaten bedrijfslast of dan een veilig gebruik toelaat.

124 De ZO luidt: Het zodanig opgesteld zijn van hijs- en hefwerktuigen, dat daardoor ernstig gevaar bestaat dat lasten werknemers kunnen raken.

125 De ZO luidt: Het zich bevinden van werknemers onder hangende lasten.

126 De ODB luidt: Het vervoeren van personen met een hijs- of werktuig, dat daarvoor niet is bestemd of ingericht.

127 ZO luidt: Het zodanig gebruik van een mobiel hijs- of hefwerktuig dat daardoor ernstig gevaar bestaat voor kantelen, ongewild in beweging komen of wegglijden.

128 ZO luidt: Het gebruik van hijs- en hefwerktuigen in slechte weersomstandigheden.

129 ZO luidt: Het hijsen of heffen van personen op een onbeveiligd platform.

130 ZO luidt: Het overbelasten van hijs en hefgereedschap met meer dan 10%.

131 De ZO luiden: Het ontbreken van technische of organisatorische maatregelen, indien zich in een schacht twee of meer liften bevinden, om te voorkomen dat personen bij werkzaamheden aan een van de liften, getroffen worden door een naastliggende lift (lid 1).

Het niet stilzetten van de naastgelegen lift tijdens werkzaamheden in een liftschacht waarbij gevaren veroorzaakt door deze lift niet zijn tegengegaan (lid 2).

132 De ZO luidt: Het niet kiezen van de meest geschikte arbeidsmiddelen bij tijdelijke werkzaamheden op hoogte, waardoor: a. de arbeidsmiddelen niet zijn afgestemd op de aard van de te verrichten werkzaamheden en op de voorzienbare belastingen en dat de arbeidsmiddelen niet zodanig zijn dat zonder gevaar doorgang mogelijk is; of b.het gekozen toegangsmiddel niet de mogelijkheid van ontruiming biedt bij dreigend gevaar; of c. het overstappen van een toegangsmiddel op platformen, vloeren of loopbruggen en omgekeerd extra valrisico’s oplevert.

133 De ZO luidt: Het ontbreken van een valbeveiliging om de aan een arbeidsmiddel verbonden valrisico’s voor werknemers te minimaliseren.

134 De ZO luidt: De bij een arbeidsmiddel behorende valbeveiliging is niet van een zodanige configuratie en sterkte dat vallen van hoogte wordt voorkomen of dat een eventuele val wordt gestopt, zodanig dat letsel bij de werknemers zoveel mogelijk wordt voorkomen.

135 De ZO luidt: Het onderbreken van collectieve valbeveiligingen op andere plekken dan daar waar zich een toegang tot een ladder of trap bevindt.

136 De ZO luidt: Het laten werken op plaatsen waar geen doeltreffende, vervangende veiligheidsvoorzieningen, zijn getroffen en waarbij de collectieve valbeveiliging – in verband met de werkzaamheden – tijdelijk is verwijderd.

137 De ZO luidt: Het laten uitvoeren van tijdelijke werkzaamheden op hoogte wanneer de weersomstandigheden de veiligheid en gezondheid van de werknemers in gevaar brengen.

138 De ZO luiden:

Het gebruiken van ladders of trappen, zonder maatregelen om de stabiliteit te waarborgen. (lid 1);

Ladders en trappen gebruiken zonder dat: a. wegglijden van de ladder- of trapvoet door een voorziening is voorkomen; b. toegangsladders bij overigens ontbrekende veilige houvast niet ten minste 1 meter uitsteken boven het toegangsniveau; c. de onderdelen van meerdelige (schuif)ladders ten opzichte van elkaar geborgd zijn; d.verrolbare ladders en trappen zijn vastgezet voor het betreden (lid 2). Het (laten) gebruiken van ladders en trappen waarbij niet ten minste een hand aan de ladder kan worden gehouden. (lid 3)

Toelichting Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving

140 De ZO luidt: De steunpunten van de steiger zijn niet op een stabiele, stevige ondergrond van voldoende omvang geplaatst, waardoor de stabiliteit niet wordt gewaarborgd.

Werknemersverplichtingen

142 De ZO luiden: Het niet zodanig monteren van de vloeren van steigers dat hun onderdelen bij normaal gebruik niet kunnen bewegen.

Verschillende typen overtredingen

143 De ZO luidt: Het werken aan één enkele lijn, waarbij geen sprake is van een afzonderlijk verankerde veiligheidslijn die als reservelijn fungeert en is uitgerust met een beweegbaar valbeveiligingsmechanisme dat de werknemer in zijn beweging volgt.

Zware Overtredingen (ZO)

Werknemers zijn niet op de hoogte van de reddingsprocedures voor het werken aan lijnen.

145 De ODB luidt: Het verrichten van arbeid door werknemers vanuit een werkbak die of een werkplatform dat is gekoppeld aan een hijswerktuig op plaatsen die niet moeilijk bereikbaar zijn en/of waarbij andere meer geëigende arbeidsmiddelen en/of werkmethoden beschikbaar zijn om die plaatsen veilig te bereiken. (artikel 7.18, lid 4, juncto artikel 7.23d, lid 2, Arbobesluit).

146a De ODB luidt: De werkzaamheden zijn aangevangen zonder dat een schriftelijk werkplan is opgesteld, dat door een veiligheidskundige als bedoeld in artikel 2.7 is getoetst, waarin is geoordeeld en vastgelegd dat, rekening houdend met de aard en de inrichting van het bouwwerk waar de werkzaamheden zullen worden verricht en de gegeven omgevingsfactoren, geen andere veilige werkwijze mogelijk is (artikel 7.23d, lid 3, onder a, Arbobesluit).

146b De ODB luidt: De werkzaamheden zijn aangevangen zonder dat een schriftelijk werkplan is opgesteld, waarin door de veiligheidskundige als bedoeld in artikel 2.7 is geoordeeld en vastgelegd dat op de locatie waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden, de werkzaamheden overeenkomstig het werkplan veilig kunnen worden verricht (artikel 7.23d, lid 3, onder b, Arbobesluit).

147 De ODB luidt: Het niet of niet tijdig aan de toezichthouder melden van de werkzaamheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van een werkbak of werkplatform aan een hijswerktuig (artikel 7.23d, lid 4, Arbobesluit).

Overtreding waarvoor Direct een Boete volgt (ODB)

Het vervoeren van werknemers met behulp van een werkbak of werkplatform die is bevestigd aan een hijswerktuig welke is voorzien van een technische voorziening die de werklast begrenst op 50% of minder van de maximale werklast waarbij deze technische voorziening niet is ingeschakeld (artikel 7.23d, lid 7, Arbobesluit).

149 De ODB luidt: Het verblijf van werknemers in een werkbak of werkplatform waarbij de bedieningsplaats van het hijswerktuig niet bezet is (artikel 7.23d, lid 8, Arbobesluit).

150 De ODB luiden: De werkbak of het werkplatform op hoogte wordt verlaten door de personen die zich daar bevinden (artikel 7.23d, lid 9, Arbobesluit).

Overige Overtredingen (OO)

151 De ODB luiden: Rijden met een niet kraanbaan gebonden mobiel hijswerktuig waaraan een bemande werkbak of een bemand werkplatform is bevestigd (artikel 7.23d, lid 10, onder a, Arbobesluit).

Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

139 De ZO luidt: De ondersteuningen van een steiger zijn niet beveiligd tegen wegglijden, hetzij door bevestiging aan het steunvlak, hetzij door een antislipinrichting of een andere, even doeltreffende oplossing.

141 De ZO luidt: Niet verzekerde stabiliteit van steigers door onvoldoende verankering en/of schoren.

Toelichting Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving

Tussen de onderdelen van de vloeren en de verticale inrichtingen van de collectieve valbeveiligingen komen gevaarlijke openingen voor.

Werknemersverplichtingen

144 De ODB luiden: Het onvoldoende adequaat en specifiek opgeleid zijn van werknemers voor het werken aan lijnen, en

Verschillende typen overtredingen

Toelichting Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving

148 De ODB luiden: Het vervoeren van werknemers met behulp van een werkbak die of werkplatform dat is bevestigd aan een hijswerktuig welke niet is voorzien van een technische voorziening die de werklast begrenst op 50% of minder van de maximale werklast waarbij de belasting van de volbelaste werkbak en het bijbehorend hijsgereedschap méér bedraagt dan 25% van de maximaal toelaatbare werklast van het hijswerktuig in zijn meest ongunstige stand (artikel 7.23d, lid 7, Arbobesluit).

Verschillende typen overtredingen

De werkbak of het werkplatform op hoogte wordt betreden door de personen die zich buiten de werkbak of het werkplatform bevinden (artikel 7.23d, lid 9, Arbobesluit).

Rijden over een kraanbaan met hogere snelheid dan 2,5 km/uur van een hijswerktuig waaraan een bemande werkbak of een bemand werkplatform is bevestigd (artikel 7.23d, lid 10, onder b, Arbobesluit).

Toelichting Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving

Het vervoeren van werknemers met behulp van een werkbak of werkplatform die is bevestigd aan een hijswerktuig bij een windsnelheid van meer dan 7 m/s (artikel 7.23d, lid 10, onder d, Arbobesluit).

Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Toelichting Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving

Werknemersverplichtingen

De snelheid waarmee de last verticaal wordt verplaatst en/of de hoeksnelheid waarmee de giek wordt gedraaid en/of de snelheid waarmee de vlucht wordt gewijzigd is hoger dan 25% van de snelheid van het hijswerktuig dan waarvoor deze is ontworpen (artikel 7.23d, lid 10, onder c, Arbobesluit).

Werknemersverplichtingen

Het vervoeren van werknemers met behulp van een werkbak die of werkplatform dat is bevestigd aan een hijs- of hefwerktuig zonder dat doeltreffende voorzieningen zijn getroffen om die werknemers bij gevaar te kunnen evacueren (artikel 7.23d, lid 11, onder b, Arbobesluit).

153 De ZO luidt: Het hijsen of heffen van luiken van schepen zonder dat deze daartoe geschikte bevestigingen hebben voor het vastmaken van hijsgereedschap.

154 De ZO luidt: Het laden en lossen van schepen zonder dat luiken die niet afdoende tegen verplaatsing kunnen worden geborgd, verwijderd zijn.

Toelichting Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving

156 De ZO luidt: Het opnieuw gebruiken van voor eenmalig gebruik bestemde bind- of hijsmiddelen.

Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Toelichting Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving

152 De ODB luiden: Ontbreken van doeltreffend(e) communicatie(middel(en)) bij vervoer en verblijf van werknemers in een werkbak of werkplatform aan een hijswerktuig (artikel 7.23d, lid 11, onder a, Arbobesluit).

Toelichting Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving

155 De ZO luidt: Het plaatsen of verwijderen van luiken op schepen terwijl in het ruim onder de luikopening wordt gewerkt.

Werknemersverplichtingen

158 De ODB luidt: Het niet door een certificerende instelling laten onderzoeken en beproeven van hijs- of hefwerktuigen en hijs- of hefgereedschappen aan boord van schepen, die gebruikt worden bij het laden en lossen.

Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

157 De ZO luidt: Het niet aanwezig zijn van middelen zodat werknemers bij het aanbrengen of verwijderen van sjorringen van containers aan ernstig gevaar worden blootgesteld.

Verplichtingen voor de bedrijfsarts en verplichtingen voor de bedrijfsarts en de deskundige personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbowet

160 De ZO luiden: Het werken op een overbelaste steiger. (lid 2), en

Het werken op verrijdbare steigers die niet zijn beveiligd tegen ongewilde verplaatsing. (lid 3)

161 Het verrichten van trekkerarbeid, het werken met wilde, giftige of andere dieren die gevaar opleveren, het industrieel slachten of werken onder tempodwang door jeugdige werknemers zonder toezicht.

Werknemersverplichtingen

163 De ZO luidt: Het onvoldoende er voor zorgen dat werknemers aan hen beschikbaar gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen (juist) gebruiken, waardoor ernstig gevaar bestaat voor de veiligheid of gezondheid van betreffende werknemers.

Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

159 De ODB luidt: Het bedienen van een torenkraan, mobiele kraan of mobiele hei-installatie als bedoeld in artikel 7.6 Arboregeling, door een persoon die niet in het bezit is van een certificaat van bekwaamheid.

Toelichting Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving

162 De ZO luidt: Het niet ter beschikking stellen van doeltreffende persoonlijke beschermingsmiddelen aan werknemers bij werkzaamheden, waardoor ernstig gevaar bestaat voor veiligheid of gezondheid van betrokken werknemers.

Toelichting Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving

In deze bijlage is in tabelvorm opgenomen voor welk artikel of welk artikellid een bestuurlijke boete kan worden gegeven, welke categorie boetenormbedrag daaraan gekoppeld is en om welk type overtreding het gaat. De bevoegdheid tot beboeting voor het niet naleven van bepaalde verplichtingen volgt daarbij uit de wetgeving zelf, de informatie in de bijlage heeft uitsluitend een verduidelijkende of informatieve waarde.

Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Indien een dergelijke werkzaamheid of situatie wordt geconstateerd, dan zal in de meeste gevallen, naast het opstellen van een boeterapport, ook worden overgegaan tot stillegging van werk vanwege gevaar op grond van artikel 28 van de Arbeidsomstandighedenwet. De formuleringen in de voetnoten in de lijst zijn over het algemeen in een directe actieve vorm gesteld, zoals: ‘het werken op ..., het gebruiken van ... en het blootstellen aan ....’.

Werknemersverplichtingen

In deze bijlage zijn alle overtredingen waar ook een werknemer verplichtingen heeft tot naleving van de betreffende bepaling of tot het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, gemarkeerd door middel van een asterisk (*).

Het gaat hierbij om feiten met betrekking tot:

In deze bijlage zijn alle artikelen, artikelleden of onderdelen van artikelleden ten aanzien waarvan een bedrijfsarts of een bedrijfsarts en deskundige personen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbowet verplicht zijn tot naleving gemarkeerd door middel van een dubbele asterisk () respectievelijk een driedubbele asterisk (*).

Verschillende typen overtredingen

In de bijlage zijn de verschillende typen overtredingen aangegeven.

Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Indien de feiten zoals geformuleerd ook daadwerkelijk door een inspecteur worden geconstateerd, dan is er sprake van ‘heterdaad’. Behalve het geven van een bevel tot stillegging bij gevaar, zegt de inspecteur direct een boete aan.

Verplichtingen voor de bedrijfsarts en verplichtingen voor de bedrijfsarts en de deskundige personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbowet

Indien een dergelijke werkzaamheid of situatie wordt geconstateerd, dan zal in de meeste gevallen, naast het opstellen van een boeterapport, ook worden overgegaan tot stillegging van werk vanwege gevaar op grond van artikel 28 van de Arbeidsomstandighedenwet. De formuleringen in de voetnoten in de lijst zijn over het algemeen in een directe actieve vorm gesteld, zoals: ‘het werken op ..., het gebruiken van ... en het blootstellen aan ....’.

Zware Overtredingen (ZO)

De ZO betreffen werkzaamheden en situaties die doorgaans ernstig gevaar (kunnen) opleveren voor personen.

Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Indien de feiten zoals geformuleerd ook daadwerkelijk door een inspecteur worden geconstateerd, dan is er sprake van ‘heterdaad’. Behalve het geven van een bevel tot stillegging bij gevaar, zegt de inspecteur direct een boete aan.

Overtreding waarvoor Direct een Boete volgt (ODB)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)