Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 november 2012, G&VW/AA/2012/16953, tot vaststelling van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving
Gelet op de artikelen 33, eerste en tweede lid, en 34 van de Arbeidsomstandighedenwet;
Besluit:
Artikel 1. Boeteoplegging
In deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen overtredingen, te weten:
- a. een zware overtreding (ZO), oftewel een overtreding die in de bijlage als ZO is aangemerkt en waarvoor direct een boete wordt gegeven;
- b. een overtreding met directe boete (ODB), oftewel een overtreding die in de bijlage als ODB is aangemerkt en waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt gegeven; en
- c. een overige overtreding (OO), oftewel een overtreding die in de bijlage als OO is aangemerkt en waarvoor eerst een waarschuwing of een kennisgeving van een eis tot naleving wordt gegeven, of een eis tot naleving wordt gesteld, en pas nadat dezelfde of een soortgelijke overtreding opnieuw wordt geconstateerd, wordt overgegaan tot boeteoplegging.
Hiernaast geldt in deze beleidsregel als overtreding met directe boete de overtreding die de directe aanleiding is geweest voor een arbeidsongeval als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.
- a. Bij de berekening van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 33, eerste en tweede lid, en artikel 34 van de Arbeidsomstandighedenwet worden zeven categorieën normbedragen onderscheiden, te weten:
- 1°. het 1e normbedrag € 340;
- 2°. het 2e normbedrag € 750;
- 3°. het 3e normbedrag € 1500;
- 4°. het 4e normbedrag € 3000;
- 5°. het 5e normbedrag € 4500;
- 6°. het 6e normbedrag € 9000;
- 7°. het 7e normbedrag € 13500;
- b. In afwijking van onderdeel a wordt voor het door een werkgever niet onverwijld melden van een arbeidsongeval als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet en waarbij de toezichthouder geen onderzoek meer kan verrichten, een boetenormbedrag opgenomen van € 50000.
Overtredingen die meermalen voorkomen, kunnen maximaal drie keer in de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete worden meegenomen.
De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, in geval er sprake is van meer dan één overtreding, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
De bestuurlijke boete die per boetebeschikking aan een werknemer kan worden opgelegd, bedraagt maximaal € 450.
In de bijlage bij deze beleidsregel is per artikel, artikellid of onderdeel daarvan, dat is aangemerkt als overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, aangegeven welk categorie normbedrag zal worden opgelegd en om welk type overtreding het gaat.
Tevens is in de bijlage aangegeven voor welke overtredingen een boete aan een werknemer kan worden opgelegd.
De in het derde lid genoemde normbedragen zijn uitgangspunt voor de berekening van op te leggen bestuurlijke boetes voor bedrijven of instellingen met 500 of meer werknemers. Voor bedrijven of instellingen van geringere omvang geldt het volgende:
- a. bedrijven of instellingen met minder dan 5 werknemers betalen 10 procent;
- b. bedrijven of instellingen met 5 tot en met 9 werknemers betalen 20 procent;
- c. bedrijven of instellingen met 10 tot en met 39 werknemers betalen 30 procent;
- d. bedrijven of instellingen met 40 tot en met 99 werknemers betalen 50 procent;
- e. bedrijven of instellingen met 100 tot en met 249 werknemers betalen 60 procent;
- f. bedrijven of instellingen met 250 tot en met 499 werknemers betalen 80 procent.
Een al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerd normbedrag is het uitgangsbedrag voor eventuele verdere boeteberekening.
Bij overtredingen begaan door anderen dan de werkgever, te weten: de opdrachtgever, de ontwerpende partij en de uitvoerende partij bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, wordt niet gecorrigeerd naar het aantal werknemers. Bij overtredingen begaan door werknemers, zelfstandigen en meewerkende werkgevers geldt als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete een normbedrag dat is gecorrigeerd voor bedrijven of instellingen met minder dan 5 werknemers.
Bij overtredingen begaan door bedrijfsartsen en deskundige personen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, worden de in de bijlage, Tarieflijst, onderdeel Arbowet, bij artikel 14, tweede en derde lid, genoemde normbedragen gehanteerd voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete.
Bij overtredingen begaan door werknemers of zelfstandigen geldt als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete een normbedrag dat is gecorrigeerd voor bedrijven of instellingen met minder dan 5 werknemers of zelfstandigen.
- a. Voor de boeteberekening van overtredingen geconstateerd op locaties of in filialen, wordt als bedrijfs/instellingsgrootte het aantal werknemers van de gehele juridische eenheid gehanteerd;
- b. Voor een bestuurlijke boete die wordt opgelegd aan degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn wordt voor de bedrijfsgrootte uitgegaan van het aantal vrijwilligers dat ten tijde van de overtreding werkzaam was op de locatie waar de overtreding heeft plaatsgevonden. Indien bij degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn, ook werknemers werkzaam zijn, wordt voor de bedrijfsgrootte uitgegaan van het totaal aantal werknemers en vrijwilligers.
Bij de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete kunnen één of meer van de volgende factoren aan de orde zijn en leiden tot verhoging van het al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerde boetenormbedrag:
- a. bij een arbeidsongeval dat leidt tot de dood of uitzonderlijk ernstig blijvend letsel worden de boetenormbedragen voor de daaraan ten grondslag liggende overtreding of overtredingen vermenigvuldigd met vijf;
- b. bij een arbeidsongeval dat leidt tot blijvend letsel worden de boetenormbedragen van de daaraan ten grondslag liggende overtredingen met het volgende getal vermenigvuldigd:
- 1°. bij ernstig blijvend letsel met vier;
- 2°. bij matig blijvend letsel met drieënhalf;
- 3°. bij licht blijvend letsel met drie;
- c. bij een arbeidsongeval dat leidt tot een ziekenhuisopname worden de boetenormbedragen voor de daaraan ten grondslag liggende overtreding of overtredingen met het volgende getal vermenigvuldigd, waarbij onder het begrip ‘nacht’ wordt verstaan het tijdvak gelegen tussen 24.00 en 06.00 uur;
- 1°. bij een ziekenhuisopname van zeven nachten en meer met vier;
- 2°. bij een ziekenhuisopname van twee nachten en meer, maar minder dan zeven nachten, met drieënhalf;
- 3°. bij een ziekenhuisopname van minder dan twee nachten met drie;
- d. in aanvulling op de onderdelen b en c, wordt in het geval van een combinatie van de factoren ‘blijvend letsel’ en ‘ziekenhuisopname’ de hoogst toepasselijke vermenigvuldigingsfactor toegepast;
- e. in het geval van een zware overtreding (ZO), wordt het boetenormbedrag vermenigvuldigd met twee;
- f. indien meer dan tien, respectievelijk meer dan vijftig werknemers aan een niet-administratieve overtreding zijn blootgesteld wordt het boetenormbedrag vermenigvuldigd met anderhalf, respectievelijk twee.
Indien de werkgever aantoont dat hij inspanningen heeft verricht, gericht op het voorkomen van de overtreding in het concrete geval, kan dit leiden tot matiging van het al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerde normbedrag. De volgende inspanningen kunnen leiden tot een matiging van 25% per onderdeel:
- a. als de risico’s van de concrete werkzaamheden voldoende zijn geïnventariseerd en een veilige werkwijze is ontwikkeld die voldoet aan de vereisten van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet;
- b. als de noodzakelijke randvoorwaarden zijn gecreëerd voor het toepassen van een veilige werkwijze;
- c. als er adequate instructies zijn gegeven;
- d. als er adequaat toezicht is gehouden.
Indien de werkgever aantoont dat hij na de overtreding adequate maatregelen heeft genomen, kan dit leiden tot een boetematiging van 12,5%. Maatregelen zijn adequaat als zij:
- a. zijn gericht op het voorkomen van dezelfde of soortgelijke overtredingen; en
- b. zo snel mogelijk na de overtreding zijn genomen.
Als werkgever in de zin van het elfde of twaalfde lid wordt mede begrepen degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn.
Bij de vaststelling of sprake is van herhaling van dezelfde of soortgelijke overtredingen wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn.
Indien rechtspersonen langer dan zes aaneengesloten maanden op dezelfde bouwlocatie werkzaamheden verrichten, wordt die bouwlocatie beschouwd als nevenvestiging als bedoeld in het veertiende.
Het veertiende en vijftiende lid zijn niet van toepassing op ernstige overtredingen, als bedoeld in artikel 9.10a, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
In aanvulling op of in afwijking van de leden drie tot en met vijf en zeven tot en met twaalf, kan het bedrag van de boete worden verhoogd of verlaagd totdat deze evenredig is en daarmee passend en geboden.
Artikel 2
De Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving wordt ingetrokken.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 4. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving.
Bijlage. behorend bij de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving
Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving
Leeswijzer:
In deze bijlage is in tabelvorm opgenomen voor welk artikel, artikellid of onderdeel een bestuurlijke boete kan worden gegeven, welke categorie boetenormbedrag daaraan gekoppeld is en om welk type overtreding het gaat. De bevoegdheid tot beboeting voor het niet naleven van bepaalde verplichtingen volgt uit de Arbeidsomstandighedenwetgeving zelf, de informatie in de bijlage heeft uitsluitend een verduidelijkende of informatieve waarde.
1 De ODB luidt: het niet hebben van een schriftelijke risico inventarisatie- en evaluatie.
2 De ODB luidt: het niet hebben van een plan van aanpak als onderdeel van de schriftelijke risico inventarisatie- en evaluatie.
3 De ODB luidt: het onvoldoende toezien op de naleving van instructies en voorschriften bij werkzaamheden waaraan risico’s voor werknemers (vrijwilligers) zijn verbonden.
4 Bij het niet onverwijld melden van een arbeidsongeval kunnen zich drie situaties voordoen, die, tot een verschillend boetenormbedrag kunnen leiden, deze betreffen:
5 De ODB luidt: het niet (direct) melden van een dodelijk arbeidsongeval of een arbeidsongeval dat leidt tot een blijvend letsel of een ziekenhuisopname.
6 De ZO luiden:
7 De ZO luidt: het niet of onjuist gebruiken van ter beschikking gestelde noodzakelijke beveiligingen of persoonlijke beschermingsmiddelen door een werknemer (vrijwilliger), waardoor ernstig gevaar bestaat voor de werknemer (vrijwilliger) zelf of voor andere personen dan de werknemer (vrijwilliger).
8 De ODB luidt: het ontbreken van een schriftelijk vastgelegde overeenkomst tussen de werkgever en de bedrijfsarts en de deskundige personen, bedoeld in artikel 14, lid 1, Arbowet.
9 De ODB luidt: indien de overeenkomst geen omschrijving bevat van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de advisering bij de begeleiding van zieke werknemers.
10 De ODB luidt: het bij tijdelijke en incidentele dienstverlening in gereglementeerde beroepen onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal.
11 De ODB luidt: het door een natuurlijk persoon zonder certificaat of registratie verrichten van door certificatie of registratie gereguleerde arbeid in het kader van een opleiding of examinering, dan wel een examinering of beoordeling gericht op het vaststellen van de geschiktheid voor het verrichten van die arbeid, terwijl niet aan de onder toezichtstellingsvereisten of eisen uit het certificatie- of registratieschema wordt voldaan (artikel 1.5q, onder a).
12 De ODB luidt: het door een rechtspersoon zonder certificaat of registratie verrichten van door certificering gereguleerde werkzaamheden in het kader van een beoordeling gericht op het vaststellen van de geschiktheid voor het kunnen verrichten van die werkzaamheden, terwijl niet aan de eisen wordt voldaan die hieraan in het certificatieschema worden gesteld (artikel 1.5q, onder b).
13 De ODB luidt: het ontbreken van adequaat deskundig toezicht op jeugdige werknemers (vrijwilligers).
14 De ODB luidt: het ontbreken van adequaat deskundig toezicht op jeugdige werknemers (vrijwilligers) om specifieke gevaren voor jeugdige werknemers (vrijwilligers) te voorkomen.
15 De ZO luidt: het verrichten van plaatsonafhankelijke arbeid met gevaarlijke stoffen die niet zijn toegestaan.
16 De ZO luidt: het blootstellen van werknemers die plaatsonafhankelijke arbeid verrichten, aan concentraties van stoffen in de individuele ademhalingszone van een werknemer aan meer dan tweemaal de (wettelijke of door de werkgever vastgestelde) grenswaarde of aan meer dan de ceilingwaarde.
17 De ZO luidt: het door werknemers die plaatsonafhankelijke arbeid verrichten, laten werken met stoffen als bedoeld in artikel 1.46, lid 6, waarbij direct contact met de huid mogelijk is en die kunnen leiden tot ernstige schade aan de gezondheid.
18 De ZO luidt: het door werknemers die plaatsonafhankelijke arbeid verrichten, laten werken met stoffen als bedoeld in artikel 1.46, lid 6, waarbij direct contact met de ogen mogelijk is en die kunnen leiden tot ernstige schade aan de gezondheid.
19 De ZO luidt: onvoldoende of onjuiste maatregelen of voorzieningen treffen bij plaatsonafhankelijke arbeid met gevaarlijke stoffen waardoor ernstig gevaar bestaat voor brand of explosie of gezondheidsbedreigende blootstelling aan gevaarlijke stoffen, dampen en gassen.
20 De ZO luidt: het bij plaatsonafhankelijke arbeid ontbreken of het onjuist toepassen van voorgeschreven beveiligingen, alsmede het overbruggen dan wel buiten werking stellen van noodzakelijke beveiligingen aan arbeidsmiddelen.
21 De ODB luidt: het aanvangen met werkzaamheden op een bouwplaats zonder schriftelijke kennisgeving aan de Nederlandse Arbeidsinspectie over de voorgenomen totstandkoming van het bouwwerk.
22 De ODB luidt: het ontbreken van een veiligheid- en gezondheidsplan ten aanzien van bouwwerken zoals gedefinieerd in het Arbobesluit.
23 De ODB luidt: de opdrachtgever stelt niet één of meer coördinatoren voor de ontwerpfase aan dan wel de uitvoerende partij stelt niet één of meer coördinatoren voor de uitvoeringsfase aan indien in de uitvoeringsfase werkzaamheden worden verricht door twee of meer werkgevers, één werkgever en één of meer zelfstandigen of twee of meer zelfstandigen.
24 De ZO luidt: de opdrachtgever heeft niet zodanige maatregelen genomen dat de coördinator de taken, bedoeld in artikel 2.30, naar behoren uitoefent, terwijl daardoor ernstig gevaar voor personen bestaat (artikel 2.32, lid 1, onder b, Arbobesluit).
25 De ZO luidt: de uitvoerende partij heeft niet zodanige maatregelen genomen dat de coördinator de taken, bedoeld in artikel 2.31, naar behoren uitoefent, terwijl daardoor ernstig gevaar voor personen bestaat (artikel 2.33, onder b, Arbobesluit).
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.