Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 5 december 2012 nr. IenM/BSK-2012/239553, ter implementatie en uitvoering van het Europese systeem van handel in broeikasgasemissierechten (Regeling handel in emissierechten)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-07-15
Laatst bijgewerkt 2026-07-17
State In force
Source BWB
artikelen 179
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op EU-richtlijn nr. 2003/87/EG (handel in broeikasgasemissierechten), de EU-verordeningen nr. 920/2010 (register handel in broeikasgasemissierechten), nr. 1031/2012 (veiling broeikasgasemissierechten), nr. 600/2012 (verificatie en accreditatie emissiehandel) en nr. 601/2012 (monitoring en rapportage emissiehandel), de EU-beschikkingen nr. 280/2004 (register handel in broeikasgasemissierechten) en nr. 2009/450 (nadere interpretatie van bijlage I bij richtlijn 2003/87/EG) en de artikelen 16.6, 16.12, 16.13a, 16.14, 16.21, 16.23, tweede lid, 16.29, 16.32, zesde lid, 16.34b, 16.39b, 16.39h in verbinding met de artikelen 16.12 en 16.14, 16.39j, zevende lid, en 16.45 van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • biomassa: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong;
  • biomassabrandstof: gasvormige of vaste brandstof geproduceerd uit biomassa;
  • CDM-raad: raad van bestuur van het mechanisme voor schone ontwikkeling, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van het Protocol van Kyoto;
  • conformiteitsbeoordelingsverklaring: verklaring, afgegeven door een conformiteitsbeoordelingsinstantie, dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de daarin gespecificeerde biomassa is geproduceerd op een wijze die voldoet aan de daarop van toepassing zijnde duurzaamheidseisen die in de verklaring zijn gespecificeerd;
  • fiscaalnummer: een nummer dat de Belastingdienst heeft toegekend aan de niet-natuurlijke persoon die geen RSIN heeft;
  • geaccrediteerde onafhankelijke entiteit: entiteit die is aangewezen volgens de procedure, bedoeld in het overeenkomstig het Protocol van Kyoto genomen besluit 9/CMP.1, Bijlage, sectie E;
  • houtige biomassa: biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van NTA 8003:2017;
  • in aanmerking komende vliegtuigbrandstoffen: duurzame vliegtuigbrandstoffen en andere vliegtuigbrandstoffen die niet van fossiele brandstoffen zijn afgeleid, als bedoeld in artikel 3 quater, zesde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;
  • Kyotorekening: rekening in het PK-register, bedoeld in artikel 5 van Verordening EU-register handel in emissierechten;
  • minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;
  • multilaterale ontwikkelingsbank: African Development Bank, Asian Development Bank, Caribbean Development Bank, Council of Europe Development Bank, Europees Investeringsfonds, Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, Europese Investeringsbank, Inter American Development Bank, Inter-American Investment Corporation, International Bank for Reconstruction and Development en International Finance Corporation, Multilateral Investment Guarantee Agency of Nordic Investment Bank;
  • onjuiste opgave: omissie, verkeerde voorstelling of fout in het emissieverslag, met uitzondering van de toelaatbare onzekerheid;
  • operationele instelling: instelling die is aangewezen volgens de procedure, bedoeld in het overeenkomstig het Protocol van Kyoto genomen besluit 3/CMP.1, Bijlage, sectie D;
  • pellet: tot vaste brokken samengeperst materiaal in grootteorden van enkele cm;
  • rekeninghouder: houder van een
  • 1°. exploitanttegoedrekening als bedoeld in artikel 16 van de Verordening EU-register handel in emissierechten;
  • 2°. vliegtuigexploitantrekening als bedoeld in artikel 15 van de Verordening EU-register handel in emissierechten;
  • 3°. handelsrekening als bedoeld in artikel 16 van de Verordening EU-register handel in emissierechten;
  • 4°. Kyotorekening;
  • 5°. maritieme-exploitanttegoedrekening als bedoeld in artikel 15bis van de Verordening EU-register handel in emissierechten; of
  • 6°. rekening voor een gereglementeerde entiteit als bedoeld in artikel 15ter van de Verordening EU-register handel in emissierechten;
  • richtlijn (EU) 2018/2001: Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L328);
  • RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
  • subinstallatie: productenbenchmark-, warmtebenchmark-, stadsverwarming-, brandstofbenchmark- of procesemissies-subinstallatie als bedoeld in artikel 2 van Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;
  • Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1842 van de Commissie van 31 oktober 2019 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de verdere regelingen voor de aanpassingen van de kosteloze toewijzing van emissierechten als gevolg van veranderingen in het activiteitsniveau betreft (PbEU 2019, L282);
  • Verordening (EU) 648/2012: Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PbEU 2012, L 201);
Artikel 2. Interpretatie en reikwijdte handel in broeikasgasemissierechten luchtvaart
1.

De vluchten, bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, tweede alinea, onder b, en de derde alinea onder a tot en met c, f, g, i en j, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, worden geïnterpreteerd volgens bijlage 1 bij deze regeling.

2.

Een commerciële luchtvervoersonderneming die:

  • a. 243 vluchten of meer in een periode van vier maanden uitvoert, en
  • b. vluchten met een totale jaarlijkse emissie van 10.000 ton of meer uitvoert,

valt gedurende het gehele kalenderjaar waarin deze drempels worden bereikt of overschreden onder de reikwijdte van afdeling 16.2.2 van de wet.

3.

De lokale tijd van vertrek van de vlucht bepaalt welke periode van vier maanden als bedoeld in het tweede lid in aanmerking wordt genomen.

4.

Bij de toepassing van het tweede lid worden vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a tot en met i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten buiten beschouwing gelaten.

Artikel 3. Begripsbepalingen bij interpretatie handel in broeikasgasemissierechten luchtvaart

Voor de toepassing van artikel 2 en de op dat artikel berustende bijlage wordt verstaan onder:

commerciële luchtvervoersonderneming: een commerciële luchtvervoersonderneming als bedoeld in artikel 3, onder p, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;

CRCO-vrijstellingscode: code voor vluchten aangewezen door het Centraal Bureau voor routeheffingen van de Eurocontrol-organisatie, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart, voor de vrijstelling van vluchten van routeheffingen;

periode van vier maanden: periode van vier maanden, beslaande de maanden januari tot en met april, mei tot en met augustus of september tot en met december;

vlucht: één vluchtsector, zijnde één vlucht of één van een reeks van vluchten die begint op een parkeerplaats van het luchtvaartuig en eindigt op een parkeerplaats van het luchtvaartuig.

Hoofdstuk 2. Monitoring broeikasgasemissies

Afdeling 2.1. Inrichtingen

§ 2.1.1. Toepassingsbereik en begripsbepalingen

Artikel 4. Toepassingsbereik

Deze afdeling heeft het toepassingsbereik van afdeling 16.2.1 van de wet.

§ 2.1.1. Toepassingsbereik en begripsbepalingen

Artikel 5. Aanvraag vergunning
1.

De aanvraag om een vergunning krachtens artikel 16.5 van de wet of de aanvraag tot wijziging, aanvulling of intrekking van een vergunning, bedoeld in artikel 16.20a van de wet, wordt gedaan door of namens degene die de broeikasgasinstallatie, waarop de aanvraag betrekking heeft, exploiteert.

2.

Het monitoringsplan maakt onderdeel uit van de aanvraag.

Artikel 6. Aanvraag vergunning voor CO2-transportactiviteiten
1.

De aanvraag om een vergunning voor het transport van CO2, bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, bevat gegevens waaruit blijkt dat de aanvrager van de vergunning degene is die de broeikasgasinstallatie exploiteert als bedoeld in artikel 16.2a, tweede lid, van de wet en verantwoordelijk is voor de uitvoering van de verplichtingen krachtens de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, afdeling 16.2.1 van de wet en deze regeling.

2.

De vergunninghouder voor het transport van CO2, bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, levert bij een melding van een verandering van de naam of adres van de vergunninghouder gegevens waaruit blijkt dat de vergunninghouder degene is die de broeikasgasinstallatie exploiteert

als bedoeld in artikel 16.2a, tweede lid, van de wet en verantwoordelijk is voor de uitvoering van de verplichtingen krachtens de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, afdeling 16.2.1 van de wet en deze regeling.

Artikel 7. Monitoringsplan

Een monitoringsplan wordt opgesteld met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel 8. Indienen van bij het monitoringsplan behorende documenten
1.

De in artikel 12 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel bedoelde ondersteunende documenten alsmede het in artikel 33 van die verordening bedoelde bemonsteringsplan worden met het monitoringsplan overeenkomstig artikel 12 van die verordening ingediend.

2.

Het bewijs dat een niet geaccrediteerde meetinstantie aan de eisen in artikel 34 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel voldoet, wordt met het monitoringsplan overeenkomstig artikel 12 van die verordening ingediend.

3.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan degene die de broeikasgasinstallatie exploiteert verzoeken de in het eerste en tweede lid bedoelde documenten gebundeld aan te leveren.

4.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan een andere termijn voor de indiening van de documenten vaststellen.

§ 2.1.3. Monitoringsmethodiek en kwaliteitsborging

Artikel 9. Standaarden CO2-emissiefactoren NIR en aardgas
1.

In het geval van de verbranding van aardgas dat in een landelijk of regionaal gasnetwerk wordt gebruikt, mag degene die een broeikasgasinstallatie exploiteert voor de bepaling van de emissiefactor voor de bronstroom aardgas, waarop niveau 3 als bedoeld in onderdeel 2.1 van bijlage II bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van toepassing is, een standaardemissiefactor gebruiken die jaarlijks door de Minister wordt gepubliceerd.

2.

Indien in het monitoringsplan gebruik wordt gemaakt van de ‘Nederlandse lijst van energiedragers en standaard CO2-emissiefactoren’ wordt hiermee de lijst bedoeld die door de Minister is gepubliceerd in hetzelfde jaar als het jaar waarop de monitoringsrapportage betrekking heeft.

Artikel 10. Duurzaamheid van biomassa
1.

De exploitant van een broeikasgasinstallatie waar biomassa wordt gebruikt voor verbranding toont aan dat de voor verbranding gebruikte biomassa voldoet aan het bepaalde in artikel 38, vijfde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, middels een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring op basis van conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering.

2.

Jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaringen worden afgegeven door een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 7ba van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.

3.

Conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering worden afgegeven op grond van:

  • a. een certificatieschema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001; of
  • b. een nationaal schema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden.
4.

In afwijking van het eerste, tweede en derde lid, maakt een exploitant, die voor verbranding onder andere gebruik maakt van biomassa in de vorm van pellets, ten behoeve van voor verbranding gebruikte vaste biomassa gebruik van een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring afgegeven op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 4 van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, op basis van:

  • a. conformiteitsbeoordelingsverklaringen die per levering worden afgegeven op grond van een certificatieschema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001; of
  • b. conformiteitsbeoordelingsverklaringen die per levering worden afgegeven op grond van een nationaal schema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden.
5.

In afwijking van het vierde lid, kan een exploitant voor de verbranding van biogene afval- en reststromen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 tot en met 31 december 2025 gebruik maken van conformiteitsbeoordelingsverklaringen die per levering worden afgegeven op grond van een certificeringsschema als bedoeld in artikel 10 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen dat is goedgekeurd voor biogene afval- en reststromen.

6.

In afwijking van het eerste lid kan een exploitant die voor verbranding gebruik maakt van biomassa zijnde:

  • a. niet-vloeibare afval- of reststromen die niet van landbouw, aquacultuur, visserij, bosbouw afkomstig zijn;
  • b. vloeibare afval- of reststromen uit verwerking of verbranding van duurzame biomassa in de eigen broeikasgasinstallatie; of
  • c. afvalstoffen en residuen die in een product zijn verwerkt alvorens zij verder worden verwerkt tot biomassabrandstof,

door middel van een procedure beschreven in het monitoringsplan aantonen hoe de voor verbranding gebruikte biomassa voldoet aan artikel 38, vijfde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.

7.

Indien een exploitant of een gereglementeerde entiteit de biomassafractie bepaalt aan de hand van aankoopbescheiden van biogas overeenkomstig artikel 39, vierde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, staat op het aankoopbescheiden vermeld of de biomassa voldoet aan artikel 38, vijfde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.

8.

Een exploitant of een gereglementeerde entiteit boekt de aankoopbescheiden van biogas af in het kalenderjaar waarin de exploitant de biomassafractie bepaalt met de aankoopbescheiden overeenkomstig artikel 39, vierde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel.

Artikel 11. Bemonsteringsplan

Goedkeuring van het bemonsteringsplan, bedoeld in artikel 33 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, wordt door het bestuur van de emissieautoriteit onthouden, indien dit plan niet voldoet aan de daaraan in die verordening gestelde eisen.

Artikel 12. Laboratoria
1.

Een laboratorium als bedoeld in de artikelen 34 en 42, tweede lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel dat in opdracht van degene die een broeikasgasinstallatie exploiteert werkzaamheden als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van die genoemde verordening verricht, voert die werkzaamheden uit overeenkomstig die verordening en het voor die broeikasgasinstallatie geldende monitoringsplan.

2.

Het is voor een laboratorium verboden te handelen in strijd met het eerste lid.

Artikel 13. Melding parallelmeting
1.

Degene die een broeikasgasinstallatie exploiteert, meldt het bestuur van de emissieautoriteit ten minste twee weken van tevoren de datum en het tijdstip waarop een parallelmeting als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel zal worden uitgevoerd en het laboratorium dat de meting uitvoert. Voor de melding wordt gebruikgemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit vastgesteld en elektronisch beschikbaar gesteld standaardformulier.

2.

Indien een parallelmeting als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel geen doorgang vindt, wordt dit elektronisch gemeld aan het bestuur van de emissieautoriteit uiterlijk op de datum waarop deze meting zou worden uitgevoerd.

Artikel 14. Melding geen parallelle meting

Indien degene die de broeikasgasinstallatie exploiteert geen gebruik maakt van de resultaten van een parallelle meting als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, meldt hij dit binnen twee weken nadat de resultaten van die meting bekend zijn geworden aan het bestuur van de emissieautoriteit onder opgave van redenen. Bij deze melding worden bedoelde meetresultaten bijgevoegd.

§ 2.1.4. Melden van wijzigingen van het monitoringsplan

Artikel 15. Wijzigingen van het monitoringsplan
1.

Onder significante wijzigingen als bedoeld in artikel 15, derde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel worden tevens verstaan veranderingen van de wijze waarop activiteitsgegevens en berekeningsfactoren worden bepaald.

2.

De melding van wijzigingen van het monitoringsplan die niet significant zijn, wordt gedaan voor 31 december van de verslagperiode, bedoeld in artikel 3, onder 12, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, waarin de wijziging zich heeft voorgedaan.

Artikel 16. Tijdelijke wijzigingen van het monitoringsplan

Tijdelijke wijzigingen van het monitoringsplan, bedoeld in artikel 23 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, worden binnen vijf dagen na het ontstaan van de tijdelijke wijziging gemeld aan het bestuur van de emissieautoriteit.

Artikel 17. Standaardformulier

Voor de meldingen wordt gebruikgemaakt van door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gestelde standaardformulieren.

§ 2.1.4. Melden van wijzigingen van het monitoringsplan en met betrekking tot de vergunningsplicht

Artikel 18. Emissieverslag

Voor het emissieverslag wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

§ 2.1.5. Emissieverslag

Artikel 19. Verificatierapport

Voor het verificatierapport, bedoeld in artikel 27 van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel, wordt gebruikgemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel 20. Niet afleggen van een bezoek aan een broeikasgasinstallatie

Het verzoek om goedkeuring om geen bezoek af te leggen als bedoeld in artikel 31 van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel wordt uiterlijk op 31 december van het jaar waarover verslag wordt uitgebracht ingediend bij het bestuur van de emissieautoriteit.

Artikel 21. Periodiek verslag verbetering van de monitoringsmethode

Vervallen

Afdeling 2.2. Luchtvaartactiviteiten

§ 2.1.6. Verificatie en het principe van continue verbetering

Artikel 22. Toepassingsbereik

Deze afdeling heeft het toepassingsbereik van afdeling 16.2.2 van de wet.

§ 2.2.1. Algemeen

Artikel 23. Standaardformulier voor het monitoringsplan voor geverifieerde emissies

De monitoringsplannen, bedoeld in artikel 52, eerste en tweede lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, worden opgesteld met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel 24. Indienen van bij het monitoringsplan behorende documenten
1.

De documenten, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder a en b, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, worden tezamen met het monitoringsplan overeenkomstig artikel 52 van die verordening ingediend.

2.

De in het eerste lid vermelde verplichting is vervuld voor ieder kalenderjaar in de periode tot en met 31 december 2030 met betrekking tot een vliegtuigexploitant waarvan Nederland overeenkomstig artikel 16.39a, tweede lid, onderdeel a, van de wet de administrerende lidstaat is en die vluchten uitvoert tussen een luchthaven in een ultraperifeer gebied van een lidstaat als vermeld in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en:

  • a. een luchthaven in dezelfde lidstaat;
  • b. een andere luchthaven in hetzelfde ultraperifeer gebied van de lidstaat; of
  • c. een luchthaven in een ander ultraperifeer gebied van dezelfde lidstaat.
3.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan nadere eisen stellen aan de wijze waarop deze documenten worden ingediend.

4.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan een andere termijn voor de indiening van de documenten vaststellen.

Artikel 25. Eenvoudig monitoringsplan

Vervallen

§ 2.2.1. Algemeen

Artikel 26. Gebruik brandstoffen waarvoor het nultarief geldt en in aanmerking komende vliegtuigbrandstoffen
1.

Een vliegtuigexploitant die brandstoffen waarvoor het nultarief geldt of in aanmerking komende vliegtuigbrandstoffen gebruikt, dient te beschikken over:

  • a. een bewijs afkomstig van een door de Europese Commissie erkend duurzaamheidssysteem, of
  • b. een gelijkwaardig bewijs van duurzaamheid dat gelijkwaardige garanties biedt met betrekking tot de traceerbaarheid van genoemde brandstoffen.
2.

Een vliegtuigexploitant verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit of de verificateur het in het eerste lid, onder a of b, vermelde bewijs.

§ 2.2.2. Monitoringsplan

Artikel 27. Termijn goedkeuring monitoringsplan voor geverifieerde emissies

Het bestuur van de emissieautoriteit beslist omtrent goedkeuring van een monitoringsplan als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage, en de artikelen 16.39d, eerste lid, 16.39j, vierde lid, en 16.39n, tweede lid, tweede volzin, in verbinding met artikel 16.39j, vierde lid, van de wet binnen vier maanden na de dag waarop dit bestuur het ontwerp van het monitoringsplan heeft ontvangen.

§ 2.2.3. Monitoringsmethodiek broeikasgasemissies

Artikel 28. Emissieverslag en CORSIA-emissieverslag
1.

Vliegtuigexploitanten leveren uiterlijk op 31 maart van ieder kalenderjaar een emissieverslag en een aan CORSIA gerelateerd emissieverslag aan bij het bestuur van de emissieautoriteit.

2.

Het emissieverslag en het aan CORSIA gerelateerd emissieverslag worden opgesteld met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel 29. Aanvraag voor kosteloze toewijzing emissierechten luchtvaart
1.

De aanvraag als bedoeld in artikel 16.39j, eerste lid, onder a en b, van de wet geschiedt op een door het bestuur van de emissieautoriteit aangegeven wijze met gebruikmaking van een standaardformulier dat door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

2.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval de geverifieerde emissiegegevens.

§ 2.2.4. Goedkeuring van het monitoringsplan voor geverifieerde emissies

Artikel 30. Verificatierapport en continue verbetering

Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing op luchtvaartactiviteiten.

Hoofdstuk 3. Toewijzing broeikasgasemissierechten

§ 2.2.5. Emissieverslag, CORSIA-emissieverslag en aanleveren geverifieerde emissiegegevens

Artikel 31

Als veiler als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van Verordening inzake tijdstippen, beheer en andere aspecten van veiling van broeikasgasemissierechten, verantwoordelijk voor het veilen van broeikasgasemissierechten voor Nederland, wordt aangewezen het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit.

§ 3.1. Aanwijzing veiler

Artikel 32. Toepassingsbereik

Vervallen

Artikel 33. Gegevensverstrekking

Vervallen

Artikel 34. Overleggen methodologieverslag

Vervallen

Artikel 35. Standaardformulier

Vervallen

Artikel 36. Algemene eisen inzake de bepaling van in artikel 33 bedoelde gegevens

Vervallen

Artikel 37. Ontbreken van gegevens

Vervallen

Artikel 38. Verificatierapport van de verificateur

Vervallen

Artikel 39. Verificatiewerkzaamheden

Vervallen

Artikel 40. Informatieverplichting met betrekking tot verificatie

Vervallen

Artikel 41. Eisen aan verificateur

Vervallen

§ 3.3. Toewijzing aan nieuwkomers

Artikel 42. Toewijzing aan nieuwkomers in de periode 2013–2020

Vervallen

§ 2.3.3. Melden van wijzigingen van het monitoringsplan en met betrekking tot de vergunningsplicht

Artikel 43. Aanleveren gegevens bij een voornemen tot wijziging van het toewijzingsbesluit
1.

Indien de minister voornemens is toepassing te geven aan artikel 16.34a van de wet, levert degene die een broeikasgasinstallatie exploiteert, die onder de desbetreffende bedrijfstak of deeltak valt, op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit binnen dertien weken na ontvangst van dit verzoek de benodigde gegevens aan ten behoeve van de berekening van de aantallen broeikasgasemissierechten, met het oog op wijziging van het besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten.

2.

De gevraagde gegevens gaan vergezeld van een verificatierapport van een verificateur, die is geaccrediteerd voor de van toepassing zijnde activiteitengroepen als bedoeld in Bijlage I van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel.

3.

De verificateur handelt overeenkomstig de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel.

§ 2.3.3. Melden van wijzigingen van het monitoringsplan en met betrekking tot de vergunningsplicht

Artikel 44. Melding beëindiging werking broeikasgasinstallatie
1.

Indien de werking van een broeikasgasinstallatie geheel wordt beëindigd als bedoeld in artikel 26 van de Verordening kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten, meldt de vergunninghouder dit schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit onder vermelding van de ingangsdatum van de beëindiging.

2.

De melding wordt gedaan binnen zes weken nadat de werking van de broeikasgasinstallatie geheel is beëindigd. Indien de werking van de broeikasgasinstallatie geheel is beëindigd in de maand december van enig jaar, wordt de melding gedaan voor 20 januari van het daarop volgende kalenderjaar.

Artikel 45. Melding beëindiging werking subinstallatie
1.

Indien de werking van een subinstallatie van een broeikasgasinstallatie wordt beëindigd, meldt de vergunninghouder dit schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit onder vermelding van de ingangsdatum van de beëindiging.

2.

De melding wordt gedaan voor 20 januari van het daarop volgende kalenderjaar.

Artikel 46. Hervatten productie broeikasgasinstallatie

Vervallen

Artikel 47. Vermindering capaciteit broeikasgasinstallatie

Vervallen

Artikel 48. Melding en regels inzake activiteiten in reserve, achtervang of parallelle eenheid (artikel 2, tweede lid, onderdeel e, onder 4°, van het Besluit handel in emissierechten)
  • a. een bewijs waaruit blijkt dat de reserve, achtervang of parallelle eenheid door een identificeerbare en handhaafbare technische restrictie niet tegelijkertijd in werking kan zijn met andere eenheden, zodanig dat de drempelwaarde, bedoeld in bijlage I bij het Besluit handel in emissierechten, op geen enkel moment kan worden overschreden, en
  • b. een bewijs dat de technische restrictie, bedoeld in onderdeel a, geplaatst is door een meetverantwoordelijke partij indien de technische restrictie is gericht op de verbranding van gasvormige brandstof, dan wel een bewijs dat de technische restrictie geplaatst is door een onafhankelijke gespecialiseerde deskundige indien de technische restrictie is gericht op de verbranding van vloeibare of vaste brandstoffen.
2.

In een geval als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van het Besluit handel in emissierechten, wordt na de melding, bedoeld in het eerste lid, de situatie waarin de restrictie niet naar behoren functioneert of heeft gefunctioneerd met als gevolg dat de drempelwaarde, bedoeld in bijlage I bij het Besluit handel in emissierechten, op enig moment is overschreden, binnen twee weken na het ontstaan van de overschrijding van de drempelwaarde gemeld aan het bestuur van de emissieautoriteit.

3.

Jaarlijks wordt een controle en test van de werking van de restrictie uitgevoerd.

4.

Een door de meetverantwoordelijke partij of een onafhankelijke gespecialiseerde deskundige als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, verstrekt bewijs van de controle en test van de werking wordt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit of van een op grond van artikel 18.4 van de wet aangewezen ambtenaar overgelegd.

Artikel 49. Formulier en verificatierapport van de verificateur
1.

Voor de meldingen, bedoeld in de artikelen 44 en 45, wordt gebruikgemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit vastgesteld en elektronisch beschikbaar gesteld standaardformulier.

2.

De melding, bedoeld in artikel 45, gaat vergezeld van een verificatierapport van een verificateur.

Artikel 50. Melden wijzigingen periode 1 juli 2011 tot 1 juli 2012

Vervallen

Hoofdstuk 4. Register

Artikel 51. Voorwaarden openen en onderhouden persoonstegoed- of handelsrekening
1.

De rekeninghouder van een persoonstegoed- of handelsrekening staat, indien het een rechtspersoon betreft, ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, of heeft, indien het een natuurlijk persoon betreft, een permanente verblijfplaats in Nederland.

2.

Voor het onderhouden van een persoonstegoed- of handelsrekening als bedoeld in artikel 16 van de Verordening EU-register handel in emissierechten of een Kyotorekening is degene op wiens verzoek de rekening is geopend een vergoeding verschuldigd aan de emissieautoriteit.

3.

De vergoeding bedraagt per rekening € 400 per kalenderjaar.

4.

Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op een centrale tegenpartij, als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EU) 648/2012, die:

  • a. is gevestigd in de Europese Unie, of
  • b. is gevestigd in een derde land, mits de centrale tegenpartij is erkend door ESMA, bedoeld in artikel 25 van Verordening (EU) 648/2012.
Artikel 52. Vergoeding dienstverlening aan rekeninghouder

Vervallen

Artikel 53. Aan te leveren informatie aan de nationale administrateur
1.

De nationale administrateur kan de rekeninghouder ten minste verzoeken om de volgende gegevens te verstrekken met betrekking tot elke natuurlijke persoon die toegang krijgt tot de rekening:

  • a. een bewijs, waaronder een International Bank Account Number (IBAN) en een bankrekeningnummer, dat deze persoon een open bankrekening heeft in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte dan wel in een land dat lid is van de Financial Action Task Force;
  • b. een kleurenafdruk van de identiteitsdocumenten van deze persoon;
  • c. een Verklaring omtrent het Gedrag voor Natuurlijke Personen (VOG NP), indien de betreffende persoon de Nederlandse nationaliteit heeft, of een soortgelijk buitenlands document, indien de betreffende persoon een buitenlandse nationaliteit heeft.
2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien een verzoek om een rekening te openen wordt gedaan door of namens een natuurlijke persoon.

3.

Indien eenverzoek om een rekening te openen wordt gedaan door of namens een rechtspersoon, kan de nationale administrateur ten minste verzoeken om de volgende gegevens te verstrekken:

  • a. met betrekking tot de rechtspersoon:
  • 1°. een Verklaring omtrent het Gedrag voor Rechtspersonen (VOG RP);
  • 2°. een bewijs, waaronder een International Bank Account Number (IBAN) en een bankrekeningnummer, dat deze persoon een open bankrekening heeft in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte dan wel in een land dat lid is van de Financial Action Task Force;
  • b. met betrekking tot elk bestuurslid:
  • 1°. een kleurenafdruk van de identiteitsdocumenten van deze persoon;
  • 2°. een Verklaring omtrent het Gedrag Natuurlijke Personen (VOG NP), indien de betreffende persoon de Nederlandse nationaliteit heeft, of een soortgelijk buitenlands document, indien de betreffende persoon een buitenlandse nationaliteit heeft;
  • c. met betrekking tot de uiteindelijke begunstigde:
  • 1°. een kleurenafdruk van de identiteitsdocumenten van deze persoon;
  • 2°. een Verklaring omtrent het Gedrag Natuurlijke Personen (VOG NP), indien de betreffende persoon de Nederlandse nationaliteit heeft, of een soortgelijk buitenlands document, indien de betreffende persoon een buitenlandse nationaliteit heeft.
Artikel 54. Weigering tegoedrekening
1.

De nationale administrateur kan in het belang van de integriteit van het register een verzoek om een tegoedrekening te openen weigeren, indien uit een risicoanalyse van de bij de aanvraag verstrekte gegevens blijkt dat een verhoogd risico bestaat op oneigenlijk gebruik of misbruik van het register of de rekening, waaronder het plegen van misdrijven en overtredingen van financieel-economische aard.

2.

De methode op basis waarvan de risicoanalyse plaatsvindt, legt de nationale administrateur ter goedkeuring voor aan het bestuur van de emissieautoriteit.

Artikel 55. Schorsing persoonstegoedrekening of toegang tot de rekening

Indien een opsporingsdienst een redelijk vermoeden heeft dat met een rekening fraude wordt gepleegd, geld wordt witgewassen, terrorisme wordt gefinancierd of andere ernstige strafbare feiten worden gepleegd, kan die opsporingsdienst de nationale administrateur verzoeken om schorsing van:

  • a. de toegang tot de rekening overeenkomstig artikel 30, derde lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten;
  • b. de toegang tot de desbetreffende broeikasgasemissierechten overeenkomstig artikel 66, eerste lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten.
Artikel 56. Verplichtingen voor de houder van een exploitanttegoedrekening, de houder van een vliegtuigexploitanttegoedrekening en de verificateur

Vervallen

Artikel 57. Bevoegdheid tot opschorten storting toegewezen broeikasgasemissierechten
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan besluiten de bijschrijving van het aantal toegewezen broeikasgasemissierechten, in overeenstemming met artikel 3, derde lid van Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau op te schorten.

2.

De nationale administrateur schrijft de toegewezen broeikasgasemissierechten niet bij indien het bestuur van de emissieautoriteit een besluit tot opschorting van de bijschrijving van het aantal toegewezen broeikasgasemissierechten heeft genomen.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 58

Vervallen

Artikel 59

Vervallen

Artikel 60

Vervallen

Bijlage. , behorend bij artikel 2

    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Deze vluchten worden geïnterpreteerd overeenkomstig het exclusieve doel van de vluchten.
  • b. Onder ‘directe familie’ wordt uitsluitend verstaan: echtgenoot, elke als gelijkwaardig aan de echtgenoot beschouwde partner, kinderen en ouders.
  • c. Onder ‘ministers van de regering’ wordt verstaan: leden van de regering van het desbetreffende land. Als zodanig worden niet aangemerkt leden van regionale of lokale regeringen van dat land.
  • d. Onder ‘officiële dienstreis’ wordt verstaan: dienstreis waarbij betrokkene in een officiële hoedanigheid optreedt.
  • e. Onder deze vluchten vallen geen veerdienst- en positioneringsvluchten.
  • f. Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘S’, voor zover dit wordt bevestigd door een overeenkomstige statusindicator in het vluchtplan.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder b, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Onder ‘militaire vluchten’ wordt verstaan: vluchten die rechtstreeks verband houden met het verrichten van militaire activiteiten.
  • b. Onder deze vluchten vallen niet militaire vluchten die worden uitgevoerd door civiel geregistreerde luchtvaartuigen en evenmin civiele vluchten die worden uitgevoerd door militaire luchtvaartuigen.
  • c. Onder douane- en politievluchten worden zowel begrepen door civiel geregistreerde luchtvaartuigen uitgevoerde douane- en politievluchten als door militaire luchtvaartuigen uitgevoerde douane- en politievluchten.
  • d. Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscodes ‘M’, ‘X’ en ‘P’.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder c, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Onder deze vluchten worden mede verstaan veerdienst- en positioneringsvluchten die worden uitgevoerd met het oog op deze vluchten alsmede vluchten tijdens welke uitsluitend rechtstreeks bij het verlenen van de gerelateerde diensten betrokken uitrusting en personeel worden vervoerd. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen met behulp van publieke of private middelen uitgevoerde vluchten.
  • b. Onder ‘vluchten in verband met opsporing en redding’ wordt verstaan: vluchten tijdens welke opsporings- en reddingsdiensten worden verleend. Hierbij wordt onder ‘opsporings- en reddingsdienst’ verstaan: uitvoering van taken in verband met de bewaking van noodsituaties, communicatie, coördinatie en opsporing en redding, eerste medische hulpverlening of medische evacuatie, met behulp van publieke en private middelen, met inbegrip van samenwerkende luchtvaartuigen, schepen en andere vaartuigen, en installaties.
  • c. Onder ‘vluchten in het kader van brandbestrijding’ wordt verstaan: vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van de verlening van diensten voor brandbestrijding vanuit de lucht, zijnde het gebruik van luchtvaartuigen om natuurbranden te bestrijden.
  • d. Onder ‘humanitaire vluchten’ wordt verstaan: uitsluitend voor humanitaire doeleinden uitgevoerde vluchten die bedoeld zijn om hulpverleningspersoneel en hulpgoederen zoals voedsel, kleding, onderdak en medische en andere goederen tijdens of na een noodsituatie of ramp te vervoeren of om personen uit een plaats waar hun leven of gezondheid door die noodsituatie of ramp wordt bedreigd te evacueren naar een toevluchtsoord in dat land of een ander land dat bereid is dergelijke personen op te vangen.
  • e. Onder ‘medische noodvluchten’ wordt verstaan: vluchten die uitsluitend tot doel hebben de verlening van medische noodhulp te vergemakkelijken, indien onmiddellijk en snel vervoer essentieel is, door het vervoeren van medisch personeel, medische benodigdheden, met inbegrip van uitrusting, bloed, organen en geneesmiddelen, of zieken of gewonden en andere direct betrokkenen.
  • f. Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscodes ‘H’ en ‘R’ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als STS/SAR, STS/FFR, STS/HUM, STS/MEDEVAC of STS/HOSP.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder f, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘T’ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als RMK/‘Training flight’.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder g, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Onder deze vluchten vallen geen veerdienst- en positioneringsvluchten.
  • b. Voor vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op wetenschappelijk onderzoek geldt dat het wetenschappelijk onderzoek geheel of gedeeltelijk tijdens de vlucht wordt uitgevoerd. Het vervoer van wetenschappers of onderzoeksuitrusting is hiervoor op zich niet voldoende.
  • c. Als vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op het controleren, testen of certificeren van luchtvaartuigen of grond- of boordapparatuur worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘N‘ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als STS/FLTCK.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten Onder vluchten in het kader van openbaredienstverplichtingen (ODV) binnen ultraperifere gebieden worden uitsluitend verstaan ODV-vluchten binnen één ultraperifeer gebied of tussen twee ultraperifere gebieden.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder j, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Het commerciële kenmerk houdt verband met de exploitant en niet met de desbetreffende vluchten. In verband hiermee worden alle door een commerciële luchtvervoersonderneming uitgevoerde vluchten in aanmerking genomen om te bepalen of die exploitant onder bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten valt, ook al worden die vluchten niet tegen vergoeding uitgevoerd.
  • b. Vluchten die onder bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a tot en met i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vallen, blijven buiten beschouwing.
  • c. De lokale tijd van vertrek van de vlucht bepaalt welke periode van vier maanden in aanmerking wordt genomen om te bepalen of een exploitant onder of boven de drempels, bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder j, eerste gedachtestreepje, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, valt.
  • d. Uitsluitend in aanmerking worden genomen vluchten die vertrekken van of aankomen op een luchtvaartterrein dat gelegen is op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (Trb. 1957, 16) van toepassing is, waarbij onder ‘luchtvaartterrein’ wordt verstaan: een afgebakende zone op het land of op het water, met inbegrip van gebouwen, installaties en uitrusting, bestemd om geheel of gedeeltelijk te worden gebruikt voor de aankomst, het vertrek en het grondverkeer van luchtvaartuigen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a

Deze regeling berust mede op richtlijn nr. 2004/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 2004 houdende wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap, met betrekking tot de projectgebonden mechanismen van het Protocol van Kyoto (PbEU L 338), op het op 11 december 1997 te Kyoto totstandgekomen Protocol van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (Trb. 1998, 170, en 1999, 110) en op de artikelen 16.46b, vierde en achtste lid, van de wet.

Hoofdstuk 2. Monitoring broeikasgasemissies

Afdeling 2.1. Broeikasgasinstallaties

§ 2.1.1. Toepassingsbereik en begripsbepalingen

§ 2.1.2. Aanvraag vergunning en monitoringsplan

§ 2.1.3. Monitoringsmethodiek en kwaliteitsborging

§ 2.1.4. Melden van wijzigingen van het monitoringsplan en met betrekking tot de vergunningsplicht

§ 2.1.4. Melden van wijzigingen van het monitoringsplan en met betrekking tot de vergunningsplicht

§ 2.1.6. Verificatie en het principe van continue verbetering

Afdeling 2.2. Luchtvaartactiviteiten

§ 2.1.6. Verificatie en het principe van continue verbetering

§ 2.2.2. Monitoringsplan

§ 2.2.2. Monitoringsplan

§ 2.2.4. Goedkeuring van het monitoringsplan voor emissies en tonkilometergegevens

§ 2.2.3. Monitoringsmethodiek broeikasgasemissies

§ 2.2.4. Goedkeuring van het monitoringsplan voor geverifieerde emissies

Hoofdstuk 3. Toewijzing broeikasgasemissierechten

§ 2.2.5. Emissieverslag, CORSIA-emissieverslag en aanleveren geverifieerde emissiegegevens

§ 2.2.6. Verificatie en het principe van continue verbetering

§ 3.3. Toewijzing aan nieuwkomers

§ 2.3.3. Melden van wijzigingen van het monitoringsplan en met betrekking tot de vergunningsplicht

§ 3.4a. Toepassing artikel 16.35c, vijfde lid, van de wet

Hoofdstuk 3. Toewijzing broeikasgasemissierechten

Hoofdstuk 4a. Instemming deelname Kyoto-projecten

Artikel 61

Vervallen

Artikel 62

Vervallen

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 63. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 64. Intrekking regelingen en overgangsrecht handel in NOx-emissierechten
1.

De volgende regelingen worden ingetrokken:

2.

De bepalingen van hoofdstuk 3 van de Regeling monitoring handel in emissierechten, zoals deze laatstelijk luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, blijven van toepassing op de emissies van stikstofoxiden, zolang titel 16.3 van de wet op die emissies van toepassing is.

Artikel 65. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling handel in emissierechten.

Bijlage 1. behorend bij artikel 2

    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Deze vluchten worden geïnterpreteerd overeenkomstig het exclusieve doel van de vluchten.
  • b. Onder ‘directe familie’ wordt uitsluitend verstaan: echtgenoot, elke als gelijkwaardig aan de echtgenoot beschouwde partner, kinderen en ouders.
  • c. Onder ‘ministers van de regering’ wordt verstaan: leden van de regering van het desbetreffende land. Als zodanig worden niet aangemerkt leden van regionale of lokale regeringen van dat land.
  • d. Onder ‘officiële dienstreis’ wordt verstaan: dienstreis waarbij betrokkene in een officiële hoedanigheid optreedt.
  • e. Onder deze vluchten vallen geen veerdienst- en positioneringsvluchten.
  • f. Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘S’, voor zover dit wordt bevestigd door een overeenkomstige statusindicator in het vluchtplan.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder b, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Onder ‘militaire vluchten’ wordt verstaan: vluchten die rechtstreeks verband houden met het verrichten van militaire activiteiten.
  • b. Onder deze vluchten vallen niet militaire vluchten die worden uitgevoerd door civiel geregistreerde luchtvaartuigen en evenmin civiele vluchten die worden uitgevoerd door militaire luchtvaartuigen.
  • c. Onder douane- en politievluchten worden zowel begrepen door civiel geregistreerde luchtvaartuigen uitgevoerde douane- en politievluchten als door militaire luchtvaartuigen uitgevoerde douane- en politievluchten.
  • d. Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscodes ‘M’, ‘X’ en ‘P’.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder c, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Onder deze vluchten worden mede verstaan veerdienst- en positioneringsvluchten die worden uitgevoerd met het oog op deze vluchten alsmede vluchten tijdens welke uitsluitend rechtstreeks bij het verlenen van de gerelateerde diensten betrokken uitrusting en personeel worden vervoerd. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen met behulp van publieke of private middelen uitgevoerde vluchten.
  • b. Onder ‘vluchten in verband met opsporing en redding’ wordt verstaan: vluchten tijdens welke opsporings- en reddingsdiensten worden verleend. Hierbij wordt onder ‘opsporings- en reddingsdienst’ verstaan: uitvoering van taken in verband met de bewaking van noodsituaties, communicatie, coördinatie en opsporing en redding, eerste medische hulpverlening of medische evacuatie, met behulp van publieke en private middelen, met inbegrip van samenwerkende luchtvaartuigen, schepen en andere vaartuigen, en installaties.
  • c. Onder ‘vluchten in het kader van brandbestrijding’ wordt verstaan: vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van de verlening van diensten voor brandbestrijding vanuit de lucht, zijnde het gebruik van luchtvaartuigen om natuurbranden te bestrijden.
  • d. Onder ‘humanitaire vluchten’ wordt verstaan: uitsluitend voor humanitaire doeleinden uitgevoerde vluchten die bedoeld zijn om hulpverleningspersoneel en hulpgoederen zoals voedsel, kleding, onderdak en medische en andere goederen tijdens of na een noodsituatie of ramp te vervoeren of om personen uit een plaats waar hun leven of gezondheid door die noodsituatie of ramp wordt bedreigd te evacueren naar een toevluchtsoord in dat land of een ander land dat bereid is dergelijke personen op te vangen.
  • e. Onder ‘medische noodvluchten’ wordt verstaan: vluchten die uitsluitend tot doel hebben de verlening van medische noodhulp te vergemakkelijken, indien onmiddellijk en snel vervoer essentieel is, door het vervoeren van medisch personeel, medische benodigdheden, met inbegrip van uitrusting, bloed, organen en geneesmiddelen, of zieken of gewonden en andere direct betrokkenen.
  • f. Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscodes ‘H’ en ‘R’ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als STS/SAR, STS/FFR, STS/HUM, STS/MEDEVAC of STS/HOSP.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder f, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘T’ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als RMK/‘Training flight’.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder g, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Onder deze vluchten vallen geen veerdienst- en positioneringsvluchten.
  • b. Voor vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op wetenschappelijk onderzoek geldt dat het wetenschappelijk onderzoek geheel of gedeeltelijk tijdens de vlucht wordt uitgevoerd. Het vervoer van wetenschappers of onderzoeksuitrusting is hiervoor op zich niet voldoende.
  • c. Als vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op het controleren, testen of certificeren van luchtvaartuigen of grond- of boordapparatuur worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘N‘ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als STS/FLTCK.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten Onder vluchten in het kader van openbaredienstverplichtingen (ODV) binnen ultraperifere gebieden worden uitsluitend verstaan ODV-vluchten binnen één ultraperifeer gebied of tussen twee ultraperifere gebieden.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder j, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Het commerciële kenmerk houdt verband met de exploitant en niet met de desbetreffende vluchten. In verband hiermee worden alle door een commerciële luchtvervoersonderneming uitgevoerde vluchten in aanmerking genomen om te bepalen of die exploitant onder bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten valt, ook al worden die vluchten niet tegen vergoeding uitgevoerd.
  • b. Vluchten die onder bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a tot en met i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vallen, blijven buiten beschouwing.
  • c. De lokale tijd van vertrek van de vlucht bepaalt welke periode van vier maanden in aanmerking wordt genomen om te bepalen of een exploitant onder of boven de drempels, bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder j, eerste gedachtestreepje, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, valt.
  • d. Uitsluitend in aanmerking worden genomen vluchten die vertrekken van of aankomen op een luchtvaartterrein dat gelegen is op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (Trb. 1957, 16) van toepassing is, waarbij onder ‘luchtvaartterrein’ wordt verstaan: een afgebakende zone op het land of op het water, met inbegrip van gebouwen, installaties en uitrusting, bestemd om geheel of gedeeltelijk te worden gebruikt voor de aankomst, het vertrek en het grondverkeer van luchtvaartuigen.

Bijlage 2. behorend bij artikel 58, derde lid

Model nalevingsrapport hydro-elektrische projectactiviteiten

COMPLIANCE REPORT ASSESSING APPLICATION OF ARTICLE 11 b (6) OF EMISSIONS TRADING DIRECTIVE TO HYDROELECTRIC PROJECT ACTIVITIES EXCEEDING 20 MW

1 Such as process documentation, stakeholders and issues identification, consultation strategies, resources planning, compensation plans, timetables, information sharing, written agreements with stakeholders, records of interviews, results of surveys/polls, minutes of meetings of the Stakeholders Forum, project documentation, Environmental Impact Assessments, documents related to local spatial planning, government and local authorities permits and agreements, description of methodologies used, decommissioning plans (where appropriate), other related environmental impact and social impact studies, etc.

2 Water Use Ratio – an environmental indicator which refers to the withdrawal of water for irrigation, industry, household use. A ratio of 25% or higher is generally an indicator of water stress. Important water demanding activities affect seriously its quantity and in consequence the availability of water resources. Some of these driving forces are urbanization, industry and agricultural production. The increase in impervious surface has the effect of reducing water infiltration and aquifer recharge

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 43a. De wijze waarop de gemiddelde marktprijs van een broeikasgasemissierecht wordt bepaald

De gemiddelde marktprijs van een broeikasgasemissierecht, bedoeld in artikel 16.35c, vijfde lid, van de wet, wordt bepaald door de hoeveelheid terug te vorderen broeikasgasemissierechten te vermenigvuldigen met het gemiddelde van de veilingprijs van de tien veilingen waarin de vraag naar broeikasemissierechten in ieder geval leidt tot een veilingprijs boven de reserveprijs, onmiddellijk voorafgaand aan de dagtekening van het dwangbevel, bedoeld in artikel 16.35c, tweede lid, van de wet, waarin Nederland broeikasgasemissierechten heeft aangeboden.

§ 2.3.4. Emissieverslag en verslag doorberekende kosten eindgebruiker

Hoofdstuk 3. Toewijzing broeikasgasemissierechten

Hoofdstuk 4a. Instemming deelname Kyoto-projecten

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorend bij artikel 2

    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Deze vluchten worden geïnterpreteerd overeenkomstig het exclusieve doel van de vluchten.
  • b. Onder ‘directe familie’ wordt uitsluitend verstaan: echtgenoot, elke als gelijkwaardig aan de echtgenoot beschouwde partner, kinderen en ouders.
  • c. Onder ‘ministers van de regering’ wordt verstaan: leden van de regering van het desbetreffende land. Als zodanig worden niet aangemerkt leden van regionale of lokale regeringen van dat land.
  • d. Onder ‘officiële dienstreis’ wordt verstaan: dienstreis waarbij betrokkene in een officiële hoedanigheid optreedt.
  • e. Onder deze vluchten vallen geen veerdienst- en positioneringsvluchten.
  • f. Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘S’, voor zover dit wordt bevestigd door een overeenkomstige statusindicator in het vluchtplan.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder b, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Onder ‘militaire vluchten’ wordt verstaan: vluchten die rechtstreeks verband houden met het verrichten van militaire activiteiten.
  • b. Onder deze vluchten vallen niet militaire vluchten die worden uitgevoerd door civiel geregistreerde luchtvaartuigen en evenmin civiele vluchten die worden uitgevoerd door militaire luchtvaartuigen.
  • c. Onder douane- en politievluchten worden zowel begrepen door civiel geregistreerde luchtvaartuigen uitgevoerde douane- en politievluchten als door militaire luchtvaartuigen uitgevoerde douane- en politievluchten.
  • d. Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscodes ‘M’, ‘X’ en ‘P’.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder c, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Onder deze vluchten worden mede verstaan veerdienst- en positioneringsvluchten die worden uitgevoerd met het oog op deze vluchten alsmede vluchten tijdens welke uitsluitend rechtstreeks bij het verlenen van de gerelateerde diensten betrokken uitrusting en personeel worden vervoerd. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen met behulp van publieke of private middelen uitgevoerde vluchten.
  • b. Onder ‘vluchten in verband met opsporing en redding’ wordt verstaan: vluchten tijdens welke opsporings- en reddingsdiensten worden verleend. Hierbij wordt onder ‘opsporings- en reddingsdienst’ verstaan: uitvoering van taken in verband met de bewaking van noodsituaties, communicatie, coördinatie en opsporing en redding, eerste medische hulpverlening of medische evacuatie, met behulp van publieke en private middelen, met inbegrip van samenwerkende luchtvaartuigen, schepen en andere vaartuigen, en installaties.
  • c. Onder ‘vluchten in het kader van brandbestrijding’ wordt verstaan: vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van de verlening van diensten voor brandbestrijding vanuit de lucht, zijnde het gebruik van luchtvaartuigen om natuurbranden te bestrijden.
  • d. Onder ‘humanitaire vluchten’ wordt verstaan: uitsluitend voor humanitaire doeleinden uitgevoerde vluchten die bedoeld zijn om hulpverleningspersoneel en hulpgoederen zoals voedsel, kleding, onderdak en medische en andere goederen tijdens of na een noodsituatie of ramp te vervoeren of om personen uit een plaats waar hun leven of gezondheid door die noodsituatie of ramp wordt bedreigd te evacueren naar een toevluchtsoord in dat land of een ander land dat bereid is dergelijke personen op te vangen.
  • e. Onder ‘medische noodvluchten’ wordt verstaan: vluchten die uitsluitend tot doel hebben de verlening van medische noodhulp te vergemakkelijken, indien onmiddellijk en snel vervoer essentieel is, door het vervoeren van medisch personeel, medische benodigdheden, met inbegrip van uitrusting, bloed, organen en geneesmiddelen, of zieken of gewonden en andere direct betrokkenen.
  • f. Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscodes ‘H’ en ‘R’ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als STS/SAR, STS/FFR, STS/HUM, STS/MEDEVAC of STS/HOSP.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder f, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘T’ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als RMK/‘Training flight’.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder g, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Onder deze vluchten vallen geen veerdienst- en positioneringsvluchten.
  • b. Voor vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op wetenschappelijk onderzoek geldt dat het wetenschappelijk onderzoek geheel of gedeeltelijk tijdens de vlucht wordt uitgevoerd. Het vervoer van wetenschappers of onderzoeksuitrusting is hiervoor op zich niet voldoende.
  • c. Als vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op het controleren, testen of certificeren van luchtvaartuigen of grond- of boordapparatuur worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘N‘ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als STS/FLTCK.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten Onder vluchten in het kader van openbaredienstverplichtingen (ODV) binnen ultraperifere gebieden worden uitsluitend verstaan ODV-vluchten binnen één ultraperifeer gebied of tussen twee ultraperifere gebieden.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder j, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Het commerciële kenmerk houdt verband met de exploitant en niet met de desbetreffende vluchten. In verband hiermee worden alle door een commerciële luchtvervoersonderneming uitgevoerde vluchten in aanmerking genomen om te bepalen of die exploitant onder bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten valt, ook al worden die vluchten niet tegen vergoeding uitgevoerd.
  • b. Vluchten die onder bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a tot en met i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vallen, blijven buiten beschouwing.
  • c. De lokale tijd van vertrek van de vlucht bepaalt welke periode van vier maanden in aanmerking wordt genomen om te bepalen of een exploitant onder of boven de drempels, bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder j, eerste gedachtestreepje, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, valt.
  • d. Uitsluitend in aanmerking worden genomen vluchten die vertrekken van of aankomen op een luchtvaartterrein dat gelegen is op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (Trb. 1957, 16) van toepassing is, waarbij onder ‘luchtvaartterrein’ wordt verstaan: een afgebakende zone op het land of op het water, met inbegrip van gebouwen, installaties en uitrusting, bestemd om geheel of gedeeltelijk te worden gebruikt voor de aankomst, het vertrek en het grondverkeer van luchtvaartuigen.

Bijlage 1. behorend bij artikel 2

    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Deze vluchten worden geïnterpreteerd overeenkomstig het exclusieve doel van de vluchten.
  • b. Onder ‘directe familie’ wordt uitsluitend verstaan: echtgenoot, elke als gelijkwaardig aan de echtgenoot beschouwde partner, kinderen en ouders.
  • c. Onder ‘ministers van de regering’ wordt verstaan: leden van de regering van het desbetreffende land. Als zodanig worden niet aangemerkt leden van regionale of lokale regeringen van dat land.
  • d. Onder ‘officiële dienstreis’ wordt verstaan: dienstreis waarbij betrokkene in een officiële hoedanigheid optreedt.
  • e. Onder deze vluchten vallen geen veerdienst- en positioneringsvluchten.
  • f. Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘S’, voor zover dit wordt bevestigd door een overeenkomstige statusindicator in het vluchtplan.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder b, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Onder ‘militaire vluchten’ wordt verstaan: vluchten die rechtstreeks verband houden met het verrichten van militaire activiteiten.
  • b. Onder deze vluchten vallen niet militaire vluchten die worden uitgevoerd door civiel geregistreerde luchtvaartuigen en evenmin civiele vluchten die worden uitgevoerd door militaire luchtvaartuigen.
  • c. Onder douane- en politievluchten worden zowel begrepen door civiel geregistreerde luchtvaartuigen uitgevoerde douane- en politievluchten als door militaire luchtvaartuigen uitgevoerde douane- en politievluchten.
  • d. Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscodes ‘M’, ‘X’ en ‘P’.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder c, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Onder deze vluchten worden mede verstaan veerdienst- en positioneringsvluchten die worden uitgevoerd met het oog op deze vluchten alsmede vluchten tijdens welke uitsluitend rechtstreeks bij het verlenen van de gerelateerde diensten betrokken uitrusting en personeel worden vervoerd. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen met behulp van publieke of private middelen uitgevoerde vluchten.
  • b. Onder ‘vluchten in verband met opsporing en redding’ wordt verstaan: vluchten tijdens welke opsporings- en reddingsdiensten worden verleend. Hierbij wordt onder ‘opsporings- en reddingsdienst’ verstaan: uitvoering van taken in verband met de bewaking van noodsituaties, communicatie, coördinatie en opsporing en redding, eerste medische hulpverlening of medische evacuatie, met behulp van publieke en private middelen, met inbegrip van samenwerkende luchtvaartuigen, schepen en andere vaartuigen, en installaties.
  • c. Onder ‘vluchten in het kader van brandbestrijding’ wordt verstaan: vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van de verlening van diensten voor brandbestrijding vanuit de lucht, zijnde het gebruik van luchtvaartuigen om natuurbranden te bestrijden.
  • d. Onder ‘humanitaire vluchten’ wordt verstaan: uitsluitend voor humanitaire doeleinden uitgevoerde vluchten die bedoeld zijn om hulpverleningspersoneel en hulpgoederen zoals voedsel, kleding, onderdak en medische en andere goederen tijdens of na een noodsituatie of ramp te vervoeren of om personen uit een plaats waar hun leven of gezondheid door die noodsituatie of ramp wordt bedreigd te evacueren naar een toevluchtsoord in dat land of een ander land dat bereid is dergelijke personen op te vangen.
  • e. Onder ‘medische noodvluchten’ wordt verstaan: vluchten die uitsluitend tot doel hebben de verlening van medische noodhulp te vergemakkelijken, indien onmiddellijk en snel vervoer essentieel is, door het vervoeren van medisch personeel, medische benodigdheden, met inbegrip van uitrusting, bloed, organen en geneesmiddelen, of zieken of gewonden en andere direct betrokkenen.
  • f. Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscodes ‘H’ en ‘R’ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als STS/SAR, STS/FFR, STS/HUM, STS/MEDEVAC of STS/HOSP.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder f, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten Als zodanige vluchten worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘T’ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als RMK/‘Training flight’.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder g, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Onder deze vluchten vallen geen veerdienst- en positioneringsvluchten.
  • b. Voor vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op wetenschappelijk onderzoek geldt dat het wetenschappelijk onderzoek geheel of gedeeltelijk tijdens de vlucht wordt uitgevoerd. Het vervoer van wetenschappers of onderzoeksuitrusting is hiervoor op zich niet voldoende.
  • c. Als vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op het controleren, testen of certificeren van luchtvaartuigen of grond- of boordapparatuur worden in ieder geval aangemerkt vluchten met de CRCO-vrijstellingscode ‘N‘ en vluchten die in veld 18 van het vluchtplan zijn aangeduid als STS/FLTCK.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten Onder vluchten in het kader van openbaredienstverplichtingen (ODV) binnen ultraperifere gebieden worden uitsluitend verstaan ODV-vluchten binnen één ultraperifeer gebied of tussen twee ultraperifere gebieden.
    1. Vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder j, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
  • a. Het commerciële kenmerk houdt verband met de exploitant en niet met de desbetreffende vluchten. In verband hiermee worden alle door een commerciële luchtvervoersonderneming uitgevoerde vluchten in aanmerking genomen om te bepalen of die exploitant onder bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten valt, ook al worden die vluchten niet tegen vergoeding uitgevoerd.
  • b. Vluchten die onder bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a tot en met i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vallen, blijven buiten beschouwing.
  • c. De lokale tijd van vertrek van de vlucht bepaalt welke periode van vier maanden in aanmerking wordt genomen om te bepalen of een exploitant onder of boven de drempels, bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder j, eerste gedachtestreepje, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, valt.
  • d. Uitsluitend in aanmerking worden genomen vluchten die vertrekken van of aankomen op een luchtvaartterrein dat gelegen is op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (Trb. 1957, 16) van toepassing is, waarbij onder ‘luchtvaartterrein’ wordt verstaan: een afgebakende zone op het land of op het water, met inbegrip van gebouwen, installaties en uitrusting, bestemd om geheel of gedeeltelijk te worden gebruikt voor de aankomst, het vertrek en het grondverkeer van luchtvaartuigen.

Model nalevingsrapport hydro-elektrische projectactiviteiten

Model nalevingsrapport hydro-elektrische projectactiviteiten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)