Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 5 december 2012 nr. IenM/BSK-2012/239553, ter implementatie en uitvoering van het Europese systeem van handel in broeikasgasemissierechten (Regeling handel in emissierechten)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op EU-richtlijn nr. 2003/87/EG (handel in broeikasgasemissierechten), de EU-verordeningen nr. 920/2010 (register handel in broeikasgasemissierechten), nr. 1031/2012 (veiling broeikasgasemissierechten), nr. 600/2012 (verificatie en accreditatie emissiehandel) en nr. 601/2012 (monitoring en rapportage emissiehandel), de EU-beschikkingen nr. 280/2004 (register handel in broeikasgasemissierechten) en nr. 2009/450 (nadere interpretatie van bijlage I bij richtlijn 2003/87/EG) en de artikelen 16.6, 16.12, 16.13a, 16.14, 16.21, 16.23, tweede lid, 16.29, 16.32, zesde lid, 16.34b, 16.39b, 16.39h in verbinding met de artikelen 16.12 en 16.14, 16.39j, zevende lid, en 16.45 van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Interpretatie en reikwijdte handel in broeikasgasemissierechten luchtvaart
1.

De vluchten, bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, tweede alinea, onder b, en de derde alinea onder a tot en met c, f, g, i en j, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, worden geïnterpreteerd volgens bijlage 1 bij deze regeling.

2.

Een commerciële luchtvervoersonderneming die:

valt gedurende het gehele kalenderjaar waarin deze drempels worden bereikt of overschreden onder de reikwijdte van afdeling 16.2.2 van de wet.

3.

De lokale tijd van vertrek van de vlucht bepaalt welke periode van vier maanden als bedoeld in het tweede lid in aanmerking wordt genomen.

4.

Bij de toepassing van het tweede lid worden vluchten als bedoeld in bijlage I, onder ‘Luchtvaart’, onder a tot en met i, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten buiten beschouwing gelaten.

Artikel 3. Begripsbepalingen bij interpretatie handel in broeikasgasemissierechten luchtvaart

Voor de toepassing van artikel 2 en de op dat artikel berustende bijlage wordt verstaan onder:

commerciële luchtvervoersonderneming: een commerciële luchtvervoersonderneming als bedoeld in artikel 3, onder p, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;

CRCO-vrijstellingscode: code voor vluchten aangewezen door het Centraal Bureau voor routeheffingen van de Eurocontrol-organisatie, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart, voor de vrijstelling van vluchten van routeheffingen;

periode van vier maanden: periode van vier maanden, beslaande de maanden januari tot en met april, mei tot en met augustus of september tot en met december;

vlucht: één vluchtsector, zijnde één vlucht of één van een reeks van vluchten die begint op een parkeerplaats van het luchtvaartuig en eindigt op een parkeerplaats van het luchtvaartuig.

Hoofdstuk 2. Monitoring broeikasgasemissies

Afdeling 2.1. Inrichtingen

§ 2.1.1. Toepassingsbereik en begripsbepalingen

Artikel 4. Toepassingsbereik

Deze afdeling heeft het toepassingsbereik van afdeling 16.2.1 van de wet.

§ 2.1.1. Toepassingsbereik en begripsbepalingen

Artikel 5. Aanvraag vergunning
1.

De aanvraag om een vergunning krachtens artikel 16.5 van de wet of de aanvraag tot wijziging, aanvulling of intrekking van een vergunning, bedoeld in artikel 16.20a van de wet, wordt gedaan door of namens degene die de broeikasgasinstallatie, waarop de aanvraag betrekking heeft, exploiteert.

2.

Het monitoringsplan maakt onderdeel uit van de aanvraag.

Artikel 6. Aanvraag vergunning voor CO2-transportactiviteiten
1.

De aanvraag om een vergunning voor het transport van CO2, bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, bevat gegevens waaruit blijkt dat de aanvrager van de vergunning degene is die de broeikasgasinstallatie exploiteert als bedoeld in artikel 16.2a, tweede lid, van de wet en verantwoordelijk is voor de uitvoering van de verplichtingen krachtens de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, afdeling 16.2.1 van de wet en deze regeling.

2.

De vergunninghouder voor het transport van CO2, bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, levert bij een melding van een verandering van de naam of adres van de vergunninghouder gegevens waaruit blijkt dat de vergunninghouder degene is die de broeikasgasinstallatie exploiteert

als bedoeld in artikel 16.2a, tweede lid, van de wet en verantwoordelijk is voor de uitvoering van de verplichtingen krachtens de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, afdeling 16.2.1 van de wet en deze regeling.

Artikel 7. Monitoringsplan

Een monitoringsplan wordt opgesteld met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

Artikel 8. Indienen van bij het monitoringsplan behorende documenten
1.

De in artikel 12 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel bedoelde ondersteunende documenten alsmede het in artikel 33 van die verordening bedoelde bemonsteringsplan worden met het monitoringsplan overeenkomstig artikel 12 van die verordening ingediend.

2.

Het bewijs dat een niet geaccrediteerde meetinstantie aan de eisen in artikel 34 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel voldoet, wordt met het monitoringsplan overeenkomstig artikel 12 van die verordening ingediend.

3.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan degene die de broeikasgasinstallatie exploiteert verzoeken de in het eerste en tweede lid bedoelde documenten gebundeld aan te leveren.

4.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan een andere termijn voor de indiening van de documenten vaststellen.

§ 2.1.3. Monitoringsmethodiek en kwaliteitsborging

Artikel 9. Standaarden CO2-emissiefactoren NIR en aardgas
1.

In het geval van de verbranding van aardgas dat in een landelijk of regionaal gasnetwerk wordt gebruikt, mag degene die een broeikasgasinstallatie exploiteert voor de bepaling van de emissiefactor voor de bronstroom aardgas, waarop niveau 3 als bedoeld in onderdeel 2.1 van bijlage II bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van toepassing is, een standaardemissiefactor gebruiken die jaarlijks door de Minister wordt gepubliceerd.

2.

Indien in het monitoringsplan gebruik wordt gemaakt van de ‘Nederlandse lijst van energiedragers en standaard CO2-emissiefactoren’ wordt hiermee de lijst bedoeld die door de Minister is gepubliceerd in hetzelfde jaar als het jaar waarop de monitoringsrapportage betrekking heeft.

Artikel 10. Duurzaamheid van biomassa
1.

De exploitant van een broeikasgasinstallatie waar biomassa wordt gebruikt voor verbranding toont aan dat de voor verbranding gebruikte biomassa voldoet aan het bepaalde in artikel 38, vijfde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, middels een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring op basis van conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering.

2.

Jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaringen worden afgegeven door een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 7ba van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.

3.

Conformiteitsbeoordelingsverklaringen per levering worden afgegeven op grond van:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.