Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 5 december 2012, nr. IENM/BSK-2012/241276, houdende vaststelling regels in verband met de implementatie van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de sturing van en het toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster (Regeling sturing van en toezicht op de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 26 en 32 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de artikelen 31 en 31a van de Organisatiewet Kadaster;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Bestuur en raad van toezicht van de Dienst

Artikel 2. Ontstentenis bestuur

De Dienst informeert de minister onverwijld over de ontstentenis van een lid van de raad van bestuur met het oog op een door de minister te treffen voorziening.

Artikel 3. Rol raad van toezicht

De raad van toezicht oefent onafhankelijk van bestuur en minister toezicht uit. De raad van toezicht heeft een interne toezichtfunctie en is daarbij gericht op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken in de Dienst. De raad van toezicht richt zich bij de vervulling van de taak naar het belang van de Dienst en weegt daartoe de in aanmerking komende belangen van de bij de Dienst betrokkenen af.

§ 3. Financieel toezicht

Artikel 4. Begroting

De Dienst zendt jaarlijks voor 1 september ter informatie de conceptbegroting voor het daaropvolgende jaar aan de Minister en voor 1 oktober de begroting voor het daaropvolgende jaar aan de Minister.

Artikel 5. Meerjarenbeleidsplan
1.

Het aan de minister voor te leggen meerjarenbeleidsplan omvat de periode van het komende begrotingsjaar en de vier volgende jaren.

2.

In het meerjarenbeleidsplan komen aan de orde:

Artikel 6. Aandachtspunten voor de accountantscontrole
1.

De aandachtspunten voor de accountantscontrole zijn uitgewerkt in de bijlage bij deze regeling.

2.

De minister informeert de Dienst over het voornemen een review van de accountantscontrole te laten uitvoeren door de accountantsdienst van het Rijk. Het besluit tot het uitvoeren van een review van de accountantscontrole wordt vergezeld van een toelichting waaruit de aanleiding blijkt, alsmede de procedure die zal worden gevolgd en de informatie die de Dienst ten behoeve van dit onderzoek beschikbaar dient te stellen.

3.

Bij de aanwijzing van de accountant, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Kaderwet, bedingt de Dienst dat de controles en de verklaringen daarover mede betreffen:

Artikel 7. Invulling van artikel 13, eerste lid, van de wet juncto artikel 32 van de Kaderwet
1.

De Dienst behoeft de voorafgaande instemming van de minister voor:

2.

Indien de Dienst een beslissing wil nemen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c, d en e, waarvan de bedragen, genoemd in het eerste lid, niet overschreden worden maar waarvan de waarde meer bedraagt dan 5 miljoen euro, informeert de Dienst de minister over de beslissing.

3.

De Dienst legt een voorgenomen beslissing als bedoeld in het eerste lid niet voor dan nadat de raad van toezicht heeft verklaard tegen die beslissing geen bedenkingen te hebben. De Dienst behoeft de voorafgaande instemming van de raad van toezicht voor het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening, indien deze een bedrag afzonderlijk dan wel alle (deel)kredietovereenkomsten en (deel)overeenkomsten van geldleningen gezamenlijk van 2,5 miljoen euro overschrijden.

4.

Voor zover de in het eerste lid genoemde voornemens zijn opgenomen in de begroting, bedoeld in artikel 26 van de Kaderwet, hoeven deze niet afzonderlijk ter instemming aan de minister te worden voorgelegd.

§ 4. Informatie-uitwisseling

Artikel 8. Jaarrekening

Bij de inrichting van de jaarrekening wordt onderscheid gemaakt tussen de baten en lasten, alsook tussen de ontvangsten en uitgaven uit de bij of krachtens een wet aan de Dienst opgedragen taken dan wel uit andere activiteiten.

Artikel 9. Jaarverslag
1.

In aanvulling op titel 9, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 18 en 19 van de Kaderwet bevat het jaarverslag in ieder geval de volgende onderdelen:

2.

Uit het jaarverslag valt af te leiden op welke wijze de realisatie in het boekjaar overeenkomt met dan wel afwijkt van de begroting.

3.

Het jaarverslag is voorzien van:

4.

Bij de aanbieding van het jaarverslag aan de minister informeert de Dienst de minister over:

Artikel 10. Toepassing internationale wet- en regelgeving

Vervallen

Artikel 11. Uitvoeringstoets Dienst
1.

De minister legt de volgende voornemens tijdig aan de Dienst voor met het oog op een uitvoeringstoets:

2.

In de uitvoeringstoets worden in ieder geval de financiële, organisatorische en juridische gevolgen van het in het eerste lid genoemde voornemen, beschreven, alsmede de gevolgen voor de bedrijfsvoering, de gebruikers en afnemers van de Dienst.

3.

De minister reageert op de door de Dienst toegezonden rapportage en geeft daarbij in ieder geval aan hoe de rapportage in de besluitvorming is of zal worden betrokken.

4.

Indien de minister nalaat tijdig te verzoeken om een uitvoeringstoets, informeert de Dienst de minister van de intentie van de Dienst om een uitvoeringstoets uit eigen beweging uit te voeren.

5.

Indien in de loop van het besluitvormingsproces het aan de Dienst voorgelegde voornemen op voor de Dienst relevante punten wordt gewijzigd, legt de minister de wijzigingen ten behoeve van een finale uitvoeringstoets voor aan de Dienst.

Artikel 12. Uitvoeringsevaluaties
1.

De Dienst evalueert op een daartoe door de minister gedaan verzoek of uit eigen beweging de uitvoering van nieuw of bijgesteld beleid dan wel nieuwe of bijgestelde wet- en regelgeving.

2.

Bij het verzoek formuleert de minister de door de Dienst te beantwoorden vragen en wordt de termijn bepaald waarbinnen de rapportage gereed dient te zijn.

3.

De minister reageert op de door de Dienst toegezonden rapportage en geeft daarbij in ieder geval aan hoe de rapportage in de besluitvorming is of zal worden betrokken.

Artikel 13. ICT-projecten

De Dienst verschaft de Minister structureel informatie over lopende dan wel in voorbereiding zijnde ICT-projecten waarover aan het Adviescollege ICT-toetsing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Instellingsbesluit Adviescollege ICT-toetsing advies wordt gevraagd, of waarover door de Minister aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt gerapporteerd.

Artikel 14. Integriteit

Vervallen

Artikel 15. Onderzoek door derden ten behoeve van toezicht

Indien de minister na overleg met de Dienst een derde aanwijst om in het kader van het toezicht op het functioneren van de Dienst onderzoek te doen naar een door de minister te bepalen onderdeel van de Dienst of van de taakuitoefening door de Dienst, verstrekt de Dienst aan deze derde op de door de derde te bepalen wijze de ter zake van het onderzoek gevraagde informatie voor zover dit niet beperkt is door een wet of contract.

Artikel 16. Informatieverstrekking van de minister aan de Dienst

De minister verstrekt de Dienst informatie met betrekking tot:

Artikel 17. Instemmingstoets minister
1.

De Dienst legt tot hem gerichte voorstellen tot taakopdracht door een ander bestuursorgaan tijdig voor aan de minister met het oog op het verkrijgen van diens instemming.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op voornemens van de Dienst tot het verrichten van markt- of nevenactiviteiten.

§ 5. Overige bepalingen

Artikel 18. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling sturing van en toezicht op het Kadaster.

Artikel 19. Overgangsrecht

Vervallen

Artikel 20. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2013.

Bijlage. bij artikel 6 van de Regeling sturing van en toezicht op de dienst voor het Kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster

Aandachtspunten voor de accountantscontrole

De volgende elementen zijn aandachtspunten voor de accountantscontrole:

1. Rechtmatigheid

2. Tarieven

3. Niet-financiële informatie

4. In-control-statement

5. Informatiebeveiliging

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.