Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 6 december 2012, nr. IENM/BSK-2012/241271, houdende vaststelling beleidsregels voor de sturing van en het toezicht op het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (Beleidsregels sturing van en toezicht op het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen)

Type Beleidsregel
Publication 2017-01-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regels wordt verstaan onder:

§ 2. Directie van het zbo

Artikel 2. Goedkeuring bestuursreglement

Bij de goedkeuring van het bestuursreglement op grond van artikel 11 Kaderwet juncto artikel 4ad, vijfde lid, van de wet bekijkt de minister in ieder geval of ten aanzien van de hierna volgende onderwerpen bepalingen zijn opgenomen:

Artikel 3. Procedure benoeming nieuwe leden directie
1.

Bij de benoeming van een nieuw lid van de directie worden de volgende processtappen gevolgd:

2.

Indien de minister besluit tot afwijzing van de kandidaat, wordt de procedure herhaald.

Artikel 4. Procedure herbenoeming leden directie
1.

Bij de herbenoeming van een lid van de directie worden de volgende processtappen gevolgd:

2.

Indien uit het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde overleg blijkt dat er bij de betrokkenen onvoldoende draagvlak bestaat voor de herbenoeming, of de minister besluit tot afwijzing, wordt de procedure van artikel 3 gevolgd.

Artikel 5. Schorsing en ontslag van de directie

Voorafgaand aan schorsing of ontslag van de leden van de directie informeert de minister de raad van toezicht over zijn voornemen.

Artikel 6. Bezoldiging directie

Ten behoeve van het vaststellen van de bezoldiging van de directie conform artikel 14, tweede lid, van de Kaderwet verzoekt de minister de raad van toezicht om een voorstel voor de bezoldiging van de directie op te stellen, rekening houdend met de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector.

§ 3. Raad van toezicht van het zbo

Artikel 7. Reglement van de raad van toezicht

Bij de goedkeuring van het reglement van de raad van toezicht op grond van artikel 4aj, vijfde lid, van de wet bekijkt de minister in ieder geval of ten aanzien van de hierna volgende onderwerpen bepalingen zijn opgenomen:

Artikel 8. Benoeming nieuwe leden raad van toezicht
1.

Bij de benoeming van een nieuw lid van de raad van toezicht worden de volgende processtappen gevolgd:

2.

Indien de minister besluit tot afwijzing van de kandidaat, wordt de procedure herhaald.

Artikel 9. Procedure herbenoeming leden raad van toezicht
1.

Bij de herbenoeming van een lid van de raad van toezicht worden de volgende processtappen gevolgd:

2.

Indien uit het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde overleg blijkt dat er bij de betrokkenen onvoldoende draagvlak bestaat voor de herbenoeming, of de minister besluit tot afwijzing, wordt de procedure van artikel 8 gevolgd.

§ 4. Financieel toezicht

Artikel 10. Tarieven voor taken of taakclusters op grond van de artikelen 4aa, eerste lid, en derde lid, onderdeel a, en 4am, van de wet, alsmede tarieven voor andere op basis van artikel 4aa, derde lid, onderdeel b, van de wet opgedragen taken, voor zover deze taken mede een andere basis hebben in of krachtens de wet
1.

De kostprijzen die ten grondslag liggen aan de tarieven conform het artikel 4aa, eerste lid, en derde lid, onderdeel a, en 4am, van de wet, alsmede aan de tarieven voor andere opgedragen taken op basis van artikel 4aa, derde lid, onderdeel b, van de wet voor zover deze taken mede een andere basis hebben in of krachtens de wet, worden op basis van bedrijfseconomisch aanvaardbare verdeelsleutels bepaald.

2.

De in het eerste lid bedoelde tarieven kunnen bestaan uit de volgende componenten:

3.

De tarieven zijn met ingang van het jaar 2020 per cluster van verwante taken kostendekkend. Van de eerste volzin kan worden afgeweken, indien het CBR op basis van een audit aantoont dat het nog niet mogelijk is deze kostendekkendheid te realiseren. In dat geval wordt deze audit elk jaar herhaald tot het moment dat het mogelijk blijkt kostendekkendheid te realiseren. Met ingang van het jaar volgend op dat moment zijn de tarieven per cluster van verwante taken kostendekkend.

4.

Het migratietraject naar kostendekkendheid moet een realistisch beeld over de jaren vertonen.

Artikel 11. Tarieven voor andere, op basis van artikel 4aa, derde lid, onderdeel b, van de wet opgedragen taken, voor zover deze taken niet mede een andere basis hebben in of krachtens de wet
1.

Bij andere, op basis van artikel 4aa, derde lid, onderdeel b, van de wet door de minister opgedragen taken, voor zover deze taken niet mede een andere basis hebben in of krachtens de wet geeft de minister bij het opdragen van die taken aan dat er tarieven voor die taken in rekening worden gebracht en aan welke eisen deze tarieven moeten voldoen.

2.

Indien voor deze tarieven een wettelijke basis noodzakelijk is, zorgt de minister hiervoor.

Artikel 12. Inhoud tarievenvoorstel
1.

De minister besteedt bij de beoordeling van het voorstel voor de tarieven en tariefwijzigingen van het zbo ten behoeve van de goedkeuring op grond van artikel 17 van de Kaderwet in ieder geval aandacht aan de volgende aspecten:

2.

Om de minister in staat te stellen de beoordeling als genoemd in het eerste lid, uit te voeren, voegt het zbo bij het in het eerste lid bedoelde voorstel een toelichting die aansluit op de artikelen 10 en 11 en ingaat op de consequenties van het streven naar kostendekkendheid per taak of taakcluster.

3.

Om de minister in staat te stellen de rechtmatigheid van de tarieven als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, te beoordelen, vermeldt het zbo bij het in het eerste lid bedoelde voorstel bij ieder tarief de wettelijke grondslag.

4.

Het zbo informeert de minister bij voorgestelde tariefwijzigingen en tarieven voor nieuwe taken of clusters van taken inzake de mogelijk aan het voorstel gekoppelde gevoeligheden.

Artikel 13. Begroting
1.

Ten behoeve van de goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de begroting conform artikel 29 van de Kaderwet beoordeelt de minister de begroting, zoals die door het zbo aan de minister is aangeboden na instemming van de raad van toezicht, en besteedt hij daarbij in ieder geval aandacht aan de onderdelen a tot en met f in het tweede lid.

2.

De begroting bevat de navolgende elementen, waarbij ter vergelijking bij de onderdelen a, b en c tevens de gerealiseerde gegevens van het laatst afgesloten boekjaar, het lopende jaar, het komende begrotingsjaar en de vier volgende jaren worden vermeld:

Artikel 14. Financieel meerjarenbeleidsplan
1.

Ten behoeve van de goedkeuring van het financieel meerjarenbeleidsplan beoordeelt de minister het plan, zoals dat door het zbo aan de minister is aangeboden na instemming van de raad van toezicht en besteedt hij daarbij in ieder geval aandacht aan de volgende aspecten:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.