Aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 december 2012, MC-U-3145881, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake het macrobeheersinstrument voor tweedelijns geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

Type Ministeriële regeling
Publication 2013-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Na op 21 februari 2012 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2011/12, 25 424, nr. 160) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidzorg;

Gelet op het verslag van een schriftelijk overleg van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2011/12, 25 424, nr. 175) van 16 april 2012;

Gelet op het voortgezet schriftelijk overleg en het voortgezet algemeen overleg van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 26 april 2012 (Handelingen II 2011/2012, nr. 82, items 8 en 32);

Gelet op de handelingen van de Eerste Kamer der Staten-Generaal van 6 maart 2012 (Handelingen I 2011/12, nr. 21);

Besluit:

Artikel 1. definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

Artikel 2. werkingssfeer

Deze aanwijzing is van toepassing op de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Van deze aanwijzing is uitgezonderd zorg waarvoor vrije tarieven gelden als bedoeld in artikel 50, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet.

Artikel 3. uitvoering aanwijzing

Ter uitvoering van deze aanwijzing stelt de zorgautoriteit tijdig vóór 1 januari 2013 beleidsregels vast.

Artikel 4. macrogrens
1.

De zorgautoriteit stelt voor zorg als bedoeld in artikel 2 voor alle zorgaanbieders gezamenlijk ambtshalve een macrogrens voor het jaar 2013 vast, zijnde een bovengrens als bedoeld in artikel 50, tweede lid, aanhef en onder c, van de wet.

2.

De zorgautoriteit stelt de macrogrens, bedoeld in het eerste lid, vast ter hoogte van het bedrag voor zorg dat voor 2013 ten hoogste beschikbaar is, zijnde een bedrag van € 4.050 miljoen (prijspeil 2012) en stelt de individuele grenzen, bedoeld in artikel 5, vast op grond van hetzelfde bedrag.

Artikel 5. individuele grenzen
1.

De zorgautoriteit stelt ambtshalve per individuele zorgaanbieder van zorg als bedoeld in artikel 2 voor het jaar 2013 een individuele grens vast, zijnde een bovengrens als bedoeld in artikel 50, tweede lid, aanhef en onder c, van de wet. Daarbij houdt zij als volgt rekening met de macrogrens, bedoeld in artikel 4, eerste lid:

2.

De zorgautoriteit bepaalt de omzet van een zorgaanbieder op basis van schadelastjaarcijfers.

3.

De in 2013 gerealiseerde omzet van een gebudgetteerde zorgaanbieder betreft de omzet na effectuering van het vereffeningbedrag dat de zorgautoriteit op basis van de nacalculatie 2013 vaststelt.

4.

Tot de in 2013 gerealiseerde omzet van een zorgaanbieder behoort mede het door de zorgautoriteit voor die zorgaanbieder vastgestelde verrekenbedrag.

5.

Tot de in 2013 gerealiseerde omzet van een zorgaanbieder wordt niet gerekend het verrekenbedrag dat voortvloeit uit de toepassing van de beleidsregels van de zorgautoriteit ter uitwerking van het bepaalde in artikel 7 van de Aanwijzing nhc’s.

Artikel 6. individuele aanwijzing tot afdracht
1.

De zorgautoriteit handhaaft de macrogrens door handhaving van de individuele grenzen, bedoeld in artikel 5, eerste lid.

2.

De zorgautoriteit geeft individuele zorgaanbieders ambtshalve een aanwijzing in de zin van artikel 76, tweede lid, van de wet, tot de afdracht aan het Zorgverzekeringsfonds van een door de zorgautoriteit vastgesteld bedrag, indien door alle zorgaanbieders gezamenlijk de macrogrens is overschreden.

3.

Het individueel af te dragen, door de zorgautoriteit vast te stellen, bedrag is voor iedere zorgaanbieder gelijk aan het procentuele aandeel van de omzet van die zorgaanbieder in de totale omzet in het jaar 2013 van alle zorgaanbieders samen, vermenigvuldigd met het bedrag, bedoeld in het vierde lid, dat de zorgautoriteit als basis dient te nemen voor de handhaving.

4.

De zorgautoriteit geeft een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid niet dan nadat ik haar uiterlijk 1 juli 2015 schriftelijk heb laten weten dat het bedrag, genoemd in artikel 4, tweede lid, is overschreden, onder vermelding van het bedrag dat de zorgautoriteit als basis dient te nemen voor de handhaving van de macrogrens.

Artikel 7. collectieve beschikking tot behoud omzet
1.

Indien door alle zorgaanbieders samen de macrogrens niet is overschreden, stelt de zorgautoriteit ambtshalve vast dat voor iedere zorgaanbieder de individuele grens gelijk is aan de door die zorgaanbieder in 2013 gerealiseerde omzet.

2.

De zorgautoriteit doet een vaststelling als bedoeld in het eerste lid niet dan nadat ik haar uiterlijk 1 juli 2015 schriftelijk heb laten weten dat het bedrag, genoemd in artikel 4, tweede lid, niet is overschreden.

Artikel 8. informatieverstrekking

Ter vaststelling van de individuele grenzen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, zijn zorgverzekeraars verplicht de zorgautoriteit een opgave te verstrekken op basis waarvan de zorgautoriteit de procentuele aandelen van de omzet van die zorgaanbieder in de totale omzet in het jaar 2013 kan vaststellen. De zorgautoriteit legt die verplichting in een regel vast.

Artikel 9. citeertitel

Deze aanwijzing wordt aangehaald als: Aanwijzing macrobeheersinstrument voor tweedelijns geneeskundige geestelijke gezondheidszorg.

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.