← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 11 december 2012, Z-3145784, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2013 (Regeling risicoverevening 2013)

Geldende tekst a fecha 2010-01-01

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het College zorgverzekeringen

Hoofdstuk 6. Wijziging van de Regeling risicoverevening 2012

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 24

In afwijking van hetgeen daarover in artikel 3.12, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling zorgverzekering zoals dat met betrekking tot het jaar 2010 gold en van hetgeen daarover in artikel 3.11, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling zorgverzekering zoals dat met betrekking tot het jaar 2011 gold, was geregeld, merkt het College zorgverzekeringen kosten van prestaties die overeenstemmen met prestaties waarop de zorgverzekering recht geeft en die de verzekerde buiten Nederland heeft gemaakt aan als kosten van het cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar’ of kosten van het cluster 'geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar of ouder' indien uit de specificatie blijkt dat zij gelden als kosten van geneeskundige zorg die gericht is op herstel van een psychische aandoening en, voor zover die zorg daarmee gepaard gaat, kosten van verblijf.

Artikel 25

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 26

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 1. behorende bij artikelen 5 en 10, eerste lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 2. behorende bij artikel 5 en, wat betreft tabel 2.1, bij artikel 10, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 3. behorende bij artikel 10, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 4. behorende bij artikelen 7, tweede lid, en 20, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 23

Wijzigt de Regeling risicoverevening 2012.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage 4. behorende bij artikelen 7, tweede lid, en 20, tweede lid

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Gelet op artikel 32, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, k, x, y en aa, 3.1, derde lid, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, derde lid, 3.5, tweede lid, 3.6, derde lid, 3.7, derde lid, 3.8, 3.10, tweede lid, 3.11, vijfde en zesde lid, 3.13, 3.14, 3.15, eerste en tweede lid, 3.16, eerste en tweede lid, 3.17, eerste en tweede lid, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;

Besluit:

Artikel 1
1.

Deze regeling verstaat onder:

2.

Het bedrag, bedoeld in artikel 1, onderdeel x, van het Besluit zorgverzekering, is € 400, en het bedrag, bedoeld in artikel 1, onderdeel y, van het Besluit zorgverzekering is € 2 750.

Artikel 2
1.

Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2013 bedraagt € 38.603,6 miljoen.

2.

Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

3.

Het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wordt gesplitst in:

Artikel 3
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2013 geraamd op € 15.358,6 miljoen.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2013 geraamd op € 2.865,2 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet, omvatten voor het jaar 2013, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 20.379,7 miljoen.

Artikel 5
1.

De klassen en gewichten, bedoeld in de artikelen 3.4, 3.6 en 3.8 van het Besluit zorgverzekering, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 2.

2.

Het College zorgverzekeringen verdeelt het macro-deelbedrag vaste zorgkosten over zorgverzekeraars aan de hand van de gemiddelde vaste kosten per verzekerde per zorgverzekeraar in het jaar 2011, de landelijke vaste kostenfactor 2013 en de geraamde aantallen verzekerden voor het vereveningsjaar 2013.

Artikel 6
1.

In afwijking van artikel 5, eerste lid, bijlage 1, tabel 1.2, en bijlage 2, tabel 2.4, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de FKG-klassen ‘Geen FKG’ en ‘Geen FKG psychische aandoeningen’, waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het College zorgverzekeringen wordt vastgesteld op een percentage van het gewicht van de FKG-klassen ‘Geen FKG’ respectievelijk ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ zoals dat op grond van bijlage 1, tabel 1.2, en bijlage 2, tabel 2.4, voor in Nederland wonende verzekerden geldt.

2.

In afwijking van artikel 5, eerste lid, en bijlage 1, tabel 1.3, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de DKG-klasse ‘0’, waarbij voor hem het gewicht van die klasse door het College zorgverzekeringen wordt vastgesteld op een percentage van het gewicht van de DKG-klasse ‘0’ zoals dat op grond van bijlage 1, tabel 1.3, voor in Nederland wonende verzekerden geldt.

Artikel 7
1.

De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.154 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

2.

Het College zorgverzekeringen raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

3.

Het College zorgverzekeringen raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de Zorgverzekeringswet.

Artikel 8
1.

Het College zorgverzekeringen raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder, te verminderen met het geraamde aantal verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de Zorgverzekeringswet, en het resultaat te vermenigvuldigen met de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico per verzekerde.

2.

Het College zorgverzekeringen gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder het criterium ‘Geen FKG’, als onder de criteria ‘DKG 0’ en ‘Geen MHK’ vallen, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, aard van het inkomen, en regio en de in bijlage 4 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 4 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

3.

De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 313,51 voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is.

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel 9
1.

Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

2.

Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.

Artikel 10
1.

Voor de in artikel 3.11, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde herberekening van de gewichten ten behoeve van de in artikel 3.12, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde berekening van de deelbedragen ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’ en ‘kosten van overige prestaties’, gaat het College zorgverzekeringen uit van de verhouding tussen de gewichten, opgenomen in bijlage 1.

2.

Voor de in artikel 3.11, vijfde lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde herberekening van de gewichten ten behoeve van de in artikel 3.12, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde berekening van het deelbedrag ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’, gaat het College zorgverzekeringen voor zover het de herberekening van de kosten van verzekerden van jonger dan achttien jaar betreft uit van de verhouding tussen de gewichten in bijlage 2, tabel 2.1, en gaat het voor zover het de herberekening van de kosten van verzekerden van achttien jaar en ouder betreft uit van de verhouding tussen de gewichten, opgenomen in bijlage 3.

Artikel 11
1.

Nadat het College zorgverzekeringen de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 12 tot en met 14, en 18 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het College zorgverzekeringen voor de clusters ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’, ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ en ‘overige prestaties’, de relevante gewichten.

2.

Het College zorgverzekeringen gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van de in het eerste lid genoemde clusters van prestaties, van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder criterium en van de verhouding tussen de gewichten in de in artikel 10 genoemde bijlagen.

3.

De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder criterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:

4.

In afwijking van het tweede en derde lid herberekent het College zorgverzekeringen het gewicht van de DKG-klasse ‘0’ van het criterium DKG’s dusdanig, dat het voor dit criterium gesommeerde resultaat van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, macro per saldo nul bedraagt.

5.

In afwijking van het tweede en derde lid herberekent het College zorgverzekeringen het gewicht van de klasse ‘Geen MHK’ van het criterium meerjarig hoge kosten dusdanig, dat het voor dit criterium gesommeerde resultaat van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, macro per saldo nul bedraagt.

6.

In afwijking van het tweede en derde lid herberekent het College zorgverzekeringen het gewicht van de klasse ‘Geen kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de lage drempel’ van het criterium kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de lage drempel en het gewicht van de klasse ‘Geen kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de hoge drempel’ van het criterium kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg boven de hoge drempel dusdanig, dat per criterium het gesommeerde resultaat van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, macro per saldo nul bedraagt.

Artikel 12
1.

Het College zorgverzekeringen merkt kosten als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die zodanig zijn gespecificeerd, dat:

2.

Het College zorgverzekeringen merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’, voor 10 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, en voor 15 procent aan als kosten van het cluster 'overige prestaties'.

Artikel 13
1.

Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het College zorgverzekeringen zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.

2.

Het College zorgverzekeringen deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.

Artikel 14
1.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van dbc-zorgproducten in het vrije segment, uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

2.

Het College van zorgverzekeringen merkt kostencomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment, uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

3.

Het College zorgverzekeringen merkt de honorariumcomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment, uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

4.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten- en honorariumcomponent van de kosten van overige zorgproducten, uitgezonderd de kosten voor eerstelijnsdiagnostiek en de kosten van de add-ons voor dure en weesgeneesmiddelen niet zijnde add-ons voor groeihormonen, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

5.

Het College van zorgverzekeringen merkt kosten voor prestaties waarop de beleidsregel ‘Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met medisch-specialistische zorg’ van de zorgautoriteit van toepassing is, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

6.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

7.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van de trombosediensten, de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’.

Artikel 15
1.

Het College zorgverzekeringen baseert de herberekening per zorgverzekeraar van de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’ op de vaste kosten in het jaar 2012.

2.

Het College van zorgverzekeringen merkt kostencomponent van de kosten van dbc-zorgproducten in het gereguleerde segment, uitgezonderd de kosten van expertproducten, voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

3.

Het College zorgverzekeringen merkt de kostencomponent en de honorariumcomponent van de kosten van expertproducten in het vrije en gereguleerde segment voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

4.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van de add-ons voor dure en weesgeneesmiddelen, uitgezonderd de kosten van de add-ons voor groeihormonen, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

5.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling voor medisch-specialistisch zorg vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

6.

Het percentage per instelling, bedoeld in het vijfde lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in artikel 14, zesde lid.

7.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van geriatrische revalidatiezorg voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

8.

Het College zorgverzekeringen merkt voor instellingen voor geriatrische revalidatiezorg de door de zorgautoriteit vastgestelde bedragen ter verrekening van de in 2013 optredende verschillen tussen de omzet in dbc’s enerzijds, en de omzet in zorgzwaartepakketten als bedoeld in de Regeling zorgaanspraken AWBZ en in extramurale producten als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten anderzijds, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

9.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van de trombosediensten, de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

10.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten voor de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

11.

Het College zorgverzekeringen calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het tweede tot en met tiende lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag vaste kosten van ziekenhuisverpleging na toepassing van het eerste lid, anderzijds.

Artikel 16

Het College zorgverzekeringen calculeert 100 procent na op het verschil tussen de gerealiseerde kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar enerzijds, en het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in artikel 3.12, derde lid, van het Besluit zorgverzekering, anderzijds.

Artikel 17

Het College zorgverzekeringen past als volgt hoge kostencompensatie toe op het herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van achttien jaar en ouder, bedoeld in artikel 3.12, derde lid, van het Besluit zorgverzekering:

Artikel 18
1.

Het College zorgverzekeringen merkt de kostenHet College van zorgverzekeringen merkt van eerstelijnsdiagnostiek voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘overige prestaties’.

2.

Het College zorgverzekeringen merkt de kosten van prestaties waarop de beleidsregels ‘Innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties’ of ‘Prestatiebekostiging multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen’ van de zorgautoriteit van toepassing zijn, voor 100 procent aan als kosten van het cluster ‘overige prestaties’.

Artikel 19
1.

Het bedrag en het percentage bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering zijn: € 25,00 en 90 procent.

2.

Het bedrag en het percentage bedoeld in artikel 3.17, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering zijn: € 7,50 en 90 procent.

Artikel 20
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 7, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald bij de zorgverzekeraar.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van de gerealiseerde aantallen in dat artikel bedoelde verzekerden.

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 21

Het in artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 50.

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het College zorgverzekeringen

Artikel 22

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het College zorgverzekeringen te stellen beleidsregels, waarin ten minste een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met het betaalschema van de zorgverzekeraars.

Hoofdstuk 6. Wijziging van de Regeling risicoverevening 2012

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikelen 5 en 10, eerste lid

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot de clusters ‘variabele kosten van medisch-specialistische zorg’ en ‘overige prestaties’.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 5) en vormen de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 10, eerste lid).

Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
Mannen 0 jaar 3.630,87 945,77
1–4 jaar 771,38 684,43
5–9 jaar 619,53 770,02
10–14 jaar 595,94 713,17
15–17 jaar 647,29 723,42
18–24 jaar 644,04 531,72
25–29 jaar 645,80 547,66
30–34 jaar 670,73 572,17
35–39 jaar 715,12 590,06
40–44 jaar 765,01 610,76
45–49 jaar 875,92 655,82
50–54 jaar 1.009,89 701,62
55–59 jaar 1.240,12 783,76
60–64 jaar 1.420,90 829,16
65–69 jaar 1.786,63 953,66
70–74 jaar 2.094,71 1.011,25
75–79 jaar 2.474,33 1.105,11
80–84 jaar 2.444,22 1.238,28
85–89 jaar 2.333,58 1.480,92
90+ jaar 2.170,21 1.868,00
Vrouwen 0 jaar 3.149,55 840,71
1–4 jaar 671,89 630,14
5–9 jaar 580,80 701,71
10–14 jaar 584,16 715,23
15–17 jaar 684,13 826,11
18–24 jaar 801,96 739,46
25–29 jaar 1.115,93 1.021,04
30–34 jaar 1.191,84 1.066,54
35–39 jaar 1.023,15 831,35
40–44 jaar 902,28 713,85
45–49 jaar 979,63 739,15
50–54 jaar 1.075,89 788,28
55–59 jaar 1.158,77 846,84
60–64 jaar 1.262,18 881,61
65–69 jaar 1.481,11 997,38
70–74 jaar 1.661,91 1.066,25
75–79 jaar 1.844,80 1.197,40
80–84 jaar 1.829,09 1.368,61
85–89 jaar 1.716,11 1.605,57
90+ jaar 1.469,58 1.919,50
Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- ---
FKG’s
Geen FKG –72,75 –136,16
Glaucoom 106,05 193,92
Schildklieraandoeningen 68,48 113,33
Psychose, Alzheimer en verslaving –486,26 1.097,32
Depressie 113,58 190,78
Neuropathische pijn 477,69 700,92
Hoog cholesterol 120,40 233,79
Diabetes type II zonder hypertensie 229,11 475,92
COPD/Zware astma 692,41 939,33
Astma 201,37 503,71
Diabetes type II met hypertensie 353,16 625,82
Epilepsie 221,93 602,92
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa 547,47 472,58
Hartaandoeningen 1.135,33 328,73
Reuma 393,67 23,23
Parkinson –440,07 2.378,66
Diabetes type I 195,10 1.313,03
Transplantaties –464,51 755,30
Cystic fibrosis/pancreasenzymen 592,32 4.453,23
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg –3.035,16 4.874,37
Kanker 857,86 –372,26
Hormoongevoelige tumoren –373,38 560,96
HIV/AIDS –3.113,34 7.161,88
Nieraandoeningen 3.455,45 2.189,00
Groeihormonen 11.520,36 –7.182,31
Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- ---
DKG’s
0 –165,64 –34,60
1 249,17 149,16
2 588,45 134,10
3 771,74 111,71
4 1.049,24 166,09
5 1.265,74 427,14
6 2.016,00 297,65
7 2.286,42 701,02
8 3.473,36 644,03
9 2.761,03 1.029,08
10 4.699,02 1.495,54
11 5.760,07 3.929,63
12 6.212,85 3.984,07
13 9.322,14 2.597,59
14 57.547,16 542,88
15 71.142,21 –4.876,40
Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- --- ---
0–17 jaar 0,00 0,00
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 252,56 399,56
35–44 jaar 299,53 390,69
45–54 jaar 305,43 313,62
55–64 jaar 268,54 194,71
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 83,48 17,05
35–44 jaar 173,58 159,16
45–54 jaar 204,53 199,40
55–64 jaar 161,24 133,09
Zelfstandigen 18–34 jaar –64,02 –61,95
35–44 jaar –88,72 –58,08
45–54 jaar –128,00 –79,20
55–64 jaar –139,16 –88,12
Referentiegroep 18–34 jaar –9,72 –14,87
35–44 jaar –16,93 –25,09
45–54 jaar –26,32 –32,06
55–64 jaar –48,74 –37,15
65+ jaar 0,00 0,00
Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- ---
Regio
1 68,81 16,14
2 31,98 5,24
3 19,36 4,02
4 12,11 6,13
5 5,70 3,18
6 –2,97 0,72
7 –16,30 1,85
8 –31,74 –5,19
9 –34,58 –7,07
10 –51,85 –24,79
Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- --- ---
SES > 15 bewoners 0–17 jaar 11,81 15,60
18–64 jaar 139,96 –64,67
65+ jaar –298,54 379,52
SES 1 (laag) 0–17 jaar 11,81 15,60
18–64 jaar 38,55 21,19
65+ jaar 370,15 120,47
SES 2 (midden) 0–17 jaar –13,75 –9,38
18–64 jaar 11,76 17,47
65+ jaar –35,75 –12,25
SES 3 (hoog) 0–17 jaar –4,73 –33,33
18–64 jaar –44,72 –33,61
65+ jaar –99,22 –85,31
Variabele kosten van medisch-specialistische zorg Kosten van overige prestaties
--- --- ---
MHK’s
Geen MHK –122,39 –146,40
MHK 2 voorafgaande jaren hoge kosten in de top 10 procent 1.425,35 1.066,82
MHK 3 jaar hoge kosten in top 15 procent 994,86 1.018,29
MHK 2 voorafgaande jaren hoge kosten in de top 10 procent 1.526,83 1.758,11
MHK 3 jaar hoge kosten in top 7 procent 2.372,46 2.906,61
MHK 3 jaar hoge kosten in top 4 procent 3.826,59 5.179,35
MHK 3 jaar hoge kosten in top 1,5 procent 8.354,40 13.281,83

Bijlage 2. behorende bij artikel 5 en, wat betreft tabel 2.1, bij artikel 10, tweede lid

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot de clusters ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden jonger dan achttien jaar en ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden van achttien jaar en ouder.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar en vormen wat betreft tabel 2.1 de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan achttien jaar (art. 10, tweede lid).

De gewichten bevatten geen correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden jonger dan achttien jaar
Leeftijd onder achttien jaar
Wel 191,96
Niet 0,00
--- ---
Mannen 18–24 jaar
25–29 jaar
30–34 jaar
35–39 jaar
40–44 jaar
45–49 jaar
50–54 jaar
55–59 jaar
60–64 jaar
65–69 jaar
70–74 jaar
75–79 jaar
80–84 jaar
85–89 jaar
90+ jaar
Vrouwen 18–24 jaar
25–29 jaar
30–34 jaar
35–39 jaar
40–44 jaar
45–49 jaar
50–54 jaar
55–59 jaar
60–64 jaar
65–69 jaar
70–74 jaar
75–79 jaar
80–84 jaar
85–89 jaar
90+ jaar
Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
ggz-regio
1 77,51
2 11,55
3 6,04
4 –13,73
5 –13,73
6 –13,73
7 –13,73
8 –13,73
9 –13,73
10 –13,73
Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
FKG’s
Geen FKG psychische aandoeningen –39,34
FKG psychose 3.136,39
FKG psychose depot 7.241,89
FKG chronische stemmingsstoornissen 340,78
FKG verslaving 2.258,04
FKG bipolair regulier 868,29
FKG bipolair complex 2.513,17
FKG ADHD 89,67
--- ---
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar
35–44 jaar
45–54 jaar
55–64 jaar
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar
35–44 jaar
45–54 jaar
55–64 jaar
Zelfstandigen 18–34 jaar
35–44 jaar
45–54 jaar
55–64 jaar
Referentiegroep 18–34 jaar
35–44 jaar
45–54 jaar
55–64 jaar
65+ jaar
--- ---
SES > 15 bewoners 18–64 jaar
65+ jaar
SES 1 (laag) 18–64 jaar
65+ jaar
SES 2 (midden) 18–64 jaar
65+ jaar
SES 3 (hoog) 18–64 jaar
65+ jaar
Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
Eenpersoonsadres
Niet –21,13
Wel 106,81
Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
Kosten geneeskundige ggz boven lage drempel
Niet –39,24
Wel 876,49
Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
Kosten geneeskundige ggz boven hoge drempel
Niet –84,53
Wel 5.656,90

Bijlage 3. behorende bij artikel 10, tweede lid

De bijlage betreft kosten van zorg behorend tot de cluster ‘geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ voor verzekerden van achttien jaar en ouder.

De in deze bijlage genoemde gewichten vormen de basis voor de herberekening van de gewichten ten behoeve van de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (art. 10, tweede lid).

De gewichten bevatten een correctie voor hogekostencompensatie.

Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
Mannen 18–24 jaar 283,73
25–29 jaar 297,24
30–34 jaar 303,64
35–39 jaar 299,24
40–44 jaar 279,69
45–49 jaar 276,09
50–54 jaar 254,14
55–59 jaar 234,63
60–64 jaar 219,97
65–69 jaar 192,74
70–74 jaar 192,92
75–79 jaar 200,08
80–84 jaar 215,85
85–89 jaar 199,59
90+ jaar 191,65
Vrouwen 18–24 jaar 338,43
25–29 jaar 338,01
30–34 jaar 312,54
35–39 jaar 309,82
40–44 jaar 294,08
45–49 jaar 284,08
50–54 jaar 261,30
55–59 jaar 230,27
60–64 jaar 219,97
65–69 jaar 191,65
70–74 jaar 191,65
75–79 jaar 191,65
80–84 jaar 191,65
85–89 jaar 191,65
90+ jaar 191,65
Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
ggz-regio
1 48,97
2 16,97
3 10,02
4 –6,61
5 –9,92
6 –12,01
7 –12,01
8 –12,01
9 –12,01
10 –12,01
Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
FKG’s FKG’s
Geen FKG psychische aandoeningen –35,04
FKG psychose 2.348,78
FKG psychose depot 4.545,34
FKG chronische stemmingstoornissen 392,84
FKG verslaving 1.653,96
FKG bipolair regulier 817,88
FKG bipolair complex 1.808,66
FKG ADHD 228,99
Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- --- ---
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 640,44
35–44 jaar 389,92
45–54 jaar 182,80
55–64 jaar 41,97
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 498,48
35–44 jaar 429,81
45–54 jaar 302,31
55–64 jaar 100,92
Zelfstandigen 18–34 jaar –72,97
35–44 jaar –71,28
45–54 jaar –46,18
55–64 jaar –12,00
Referentiegroep 18–34 jaar –33,14
35–44 jaar –35,87
45–54 jaar –27,43
55–64 jaar –12,00
65+ jaar 0,00
Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- --- ---
SES > 15 bewoners 18–64 jaar 674,32
65+ jaar 30,84
SES 1 (laag) 18–64 jaar 1,15
65+ jaar 23,52
SES 2 (midden) 18–64 jaar 8,33
65+ jaar –5,99
SES 3 (hoog) 18–64 jaar –22,31
65+ jaar –5,99
Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
Eenpersoonsadres Eenpersoonsadres
Niet –20,12
Wel 101,70
Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
Kosten geneeskundige ggz boven lage drempel Kosten geneeskundige ggz boven lage drempel
Niet Zie artikel 11, zesde lid
Wel 1.158,12
Kosten van geneeskundige ggz voor verzekerden van achttien jaar en ouder
--- ---
Kosten geneeskundige ggz boven hoge drempel Kosten geneeskundige ggz boven hoge drempel
Niet Zie artikel 11, zesde lid
Wel 4.460,00

Bijlage 4. behorende bij artikelen 7, tweede lid, en 20, tweede lid

De bijlage betreft het eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor de zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico.

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
Mannen 18–24 jaar 122,94
25–29 jaar 117,93
30–34 jaar 122,39
35–39 jaar 127,32
40–44 jaar 133,33
45–49 jaar 142,66
50–54 jaar 155,52
55–59 jaar 174,90
60–64 jaar 189,61
65–69 jaar 210,91
70–74 jaar 232,35
75–79 jaar 252,45
80–84 jaar 264,57
85–89 jaar 271,26
90+ jaar 272,23
Vrouwen 18–24 jaar 189,18
25–29 jaar 200,53
30–34 jaar 208,00
35–39 jaar 192,08
40–44 jaar 182,53
45–49 jaar 186,75
50–54 jaar 196,58
55–59 jaar 203,90
60–64 jaar 211,22
65–69 jaar 228,34
70–74 jaar 246,02
75–79 jaar 261,57
80–84 jaar 269,82
85–89 jaar 270,40
90+ jaar 261,94
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- --- ---
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 59,80
35–44 jaar 63,27
45–54 jaar 54,57
55–64 jaar 35,35
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 42,96
35–44 jaar 51,39
45–54 jaar 47,60
55–64 jaar 16,77
Zelfstandigen 18–34 jaar –6,95
35–44 jaar –9,08
45–54 jaar –12,96
55–64 jaar –12,50
Referentiegroep 18–34 jaar –2,26
35–44 jaar –3,24
45–54 jaar –3,21
55–64 jaar –3,42
65+ jaar 0,00
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
Regio
1 11,49
2 7,12
3 4,93
4 2,11
5 0,73
6 –0,20
7 –2,43
8 –5,22
9 –6,85
10 –9,74

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.