Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 december 2012, nr. IVV 51458, tot het gelijkstellen met arbeidsuren, de wijze waarop gelijkstelling geschiedt, het buiten beschouwing laten van arbeidsuren, het meerdere keren in aanmerking nemen van kalenderweken en beëindiging van uitkeringsrechten (Gelijkstellingsregeling arbeidsuren)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-08-02
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 1a, tweede lid, 17a, vierde lid en 20, vijfde lid van de Werkloosheidswet, en artikel 1a, tweede lid van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

Besluit:

Artikel 1. Gelijkstellingen

Met een arbeidsuur als bedoeld in artikel 1a van de Werkloosheidswet en artikel 1a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt gelijkgesteld een uur, gedurende een dienstbetrekking of daaruit voortvloeiend, waarover de werknemer geen inkomen uit arbeid heeft ontvangen, maar:

Artikel 2. Vaststelling uren gelijkgesteld aan arbeidsuren einde dienstbetrekking

Vervallen

Artikel 3. Vaststelling uren gelijkgesteld aan arbeidsuren bij ziekte of arbeidsongeschiktheid
1.

Indien de periode van ziekte of arbeidsongeschiktheid dan wel de periode waarover een uitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, is ontvangen, gelet op het arbeidspatroon van de werknemer, aansluit op een periode waarin de werknemer arbeidsuren had, is het aantal uren dat op grond van artikel 1, onderdeel f respectievelijk h, gelijkgesteld wordt, gelijk aan:

2.

Het gemiddeld aantal arbeidsuren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt berekend over de periode, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, met dien verstande dat buiten aanmerking blijven de in die periode gelegen uren, waarop hij ten gevolge van ziekte of arbeidsongeschiktheid dan wel de situatie op grond waarvan hij recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, niet werkzaam was.

Artikel 4. Berekening van het gemiddeld aantal arbeidsuren in geval van ploegendienst of arbeidsduurverkorting in de WW
1.

Indien de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet ten aanzien van de werknemer, die in ploegendienst of volgens andere vormen van werkroosters arbeidsuren heeft gehad dan wel als gevolg van een bepaalde wijze van invulling van arbeidsduurverkorting, geen juist beeld geeft van dat arbeidspatroon, kan het UWV:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de arbeidsduurverkorting geacht gelijkelijk te zijn verspreid over een periode van een kalenderjaar. Indien de werknemer in een kalenderweek meer uren arbeidsduurverkorting heeft genoten dan het op jaarbasis vastgesteld gemiddeld aantal per week, wordt het verschil voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met arbeidsuren. Indien de werknemer in een kalenderweek minder uren arbeidsduurverkorting heeft genoten dan het op jaarbasis vastgesteld gemiddeld aantal per week, wordt het verschil voor de toepassing van het eerste lid buiten beschouwing gelaten.

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien voor de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Werkloosheidswet, uren waarin de werknemer niet heeft gewerkt als gevolg van compensatieverlofdagen op grond van artikel 1 zijn gelijkgesteld met arbeidsuren.

Artikel 5. Het buiten beschouwing laten van arbeidsuren bij een andere werkgever

Indien de werknemer arbeidsuren heeft die voortvloeien uit een dienstbetrekking zonder hiervoor te werken en hij die omstandigheid benut om arbeidsuren te hebben die voortvloeien uit een andere dienstbetrekking, dan worden de arbeidsuren die voortvloeien uit die andere dienstbetrekking niet beschouwd als arbeidsuren.

Artikel 6. Het meer keren in aanmerking nemen van weken
1.

Voor de vaststelling van het aantal kalenderweken, bedoeld in artikel 17 van de Werkloosheidswet, worden kalenderweken meer dan één keer in aanmerking genomen indien:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing in gevallen waarin het recht op uitkering is geëindigd en zich vervolgens opnieuw werkloosheid als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Werkloosheidswet voordoet, indien:

Artikel 7. Gelijkstelling kalenderweken ten behoeve van referte-eis Wet WIA

Kalenderweken waarin de werknemer geen arbeidsuren heeft ten gevolge van ploegendienst of vanwege andere vormen van werkroosters worden gelijkgesteld met kalenderweken waarin de werknemer tenminste één arbeidsuur heeft.

Artikel 8. Volgorde beëindiging uitkeringsrechten

Vervallen

Artikel 9. Vaststellen beleidsregels UWV

Het UWV kan beleidsregels vaststellen ter nadere invulling van deze regeling.

Artikel 10. Intrekking regelingen

De Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren, de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte weken met gewerkte weken en het Besluit nadere regeling eindiging recht op uitkering Werkloosheidswet worden ingetrokken.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Gelijkstellingsregeling arbeidsuren.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 9a. Overgangsrecht

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.