Wet van 20 december 2012 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming van de arrondissementen Gelderland en Overijssel
Hoofdstuk I. Wijziging van wetgeving op het terrein van rechtspleging
Hoofdstuk II. Wijziging van overige wetten
Hoofdstuk III. Overgangsbepalingen
Artikel XIII. (overgang lopende zaken naar nieuwe rechtbanken)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XIV. (overgangsrecht i.v.m. verzet, beroep, hoger beroep enz.)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XV. (overgangsrecht i.v.m. dagvaardingen, verzoekschriften en andere processtukken)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XVI. (overdracht archiefbescheiden)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XVII. (overgangsrecht functionarissen rechtbanken)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XVIII. (overgangsrecht gerechtsbestuurders)
De benoeming van degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I als voorzitter van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland is benoemd, wordt van rechtswege gewijzigd in de benoeming als voorzitter van het bestuur van de rechtbank Gelderland.
De benoeming van degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I als niet-rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland is benoemd, wordt van rechtswege gewijzigd in de benoeming als niet-rechterlijk lid van de rechtbank Gelderland. Hij wordt als zodanig niet beëdigd.
Indien het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland op de datum van inwerkingtreding van artikel I, behalve de voorzitter, één rechterlijk lid kent, wordt de benoeming van degene die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I is benoemd als rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland, niet zijnde de voorzitter, van rechtswege gewijzigd in de benoeming als voorzitter van het bestuur van de rechtbank Overijssel.
Indien het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland op de datum van inwerkingtreding van artikel I, behalve de voorzitter, twee rechterlijke leden kent, worden de benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I zijn benoemd als rechterlijke leden van het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland, niet zijnde de voorzitter, van rechtswege gewijzigd in de benoeming als voorzitter van het bestuur van de rechtbank Overijssel respectievelijk de benoeming als rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Overijssel. In dat geval wordt als voorzitter van de rechtbank Overijssel benoemd degene die als eerste in het bestuur is benoemd of, bij gelijktijdige benoeming, degene die in het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, tot benoeming van de bestuursleden van de rechtbank Oost-Nederland, na de voorzitter, als eerste wordt genoemd. Zij worden als zodanig niet beëdigd.
In afwijking van artikel 15 van de Wet op de rechterlijke organisatie hoort de Raad voor de rechtspraak, voorafgaand aan het opstellen van de aanbeveling voor een benoeming met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I van een lid van het bestuur van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, voor zover het niet van rechtswege wordt benoemd ingevolge het eerste tot en met vierde lid, een commissie bestaande uit ten minste drie personen, waaronder ten minste één rechterlijk ambtenaar en ten minste één gerechtsambtenaar, aan te wijzen door het bestuur van de rechtbank Oost-Nederland, met dien verstande dat alleen personen kunnen worden aangewezen die op basis van een aanstelling bij de rechtbank Oost-Nederland werkzaam zijn.
In afwijking van artikel 15 van de Wet op de rechterlijke organisatie stelt de commissie, bedoeld in het vijfde lid, in plaats van het bestuur van het gerecht, de Raad voor de rechtspraak op de hoogte van de zienswijze van de ondernemingsraad van de rechtbank Oost-Nederland.
In afwijking van artikel 5c van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt de aanbeveling ten behoeve van de vervulling van een functie als bedoeld in artikel 5c, eerste lid, van die wet, niet zijnde rechter-plaatsvervanger, bij de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I door een persoon die met ingang van diezelfde dag wordt benoemd als voorzitter of ander rechterlijk lid van het bestuur van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, in plaats van door het bestuur van het gerecht, opgemaakt en aan de Raad voor de rechtspraak gezonden door de commissie, bedoeld in het vijfde lid, in geval van vervulling van een functie bij de rechtbank Gelderland, onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel.
In afwijking van artikel 5c van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren kan de commissie, bedoeld in het vijfde lid, worden geadviseerd door de gerechtsvergadering van de rechtbank Oost-Nederland inzake de lijst van aanbeveling ten behoeve van de vervulling van een functie als bedoeld in artikel 5c, eerste lid, van die wet, niet zijnde rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel, met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel I, voor zover het kandidaten betreft die met ingang van diezelfde dag worden benoemd als lid van het bestuur van de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel en die met ingang van diezelfde dag nog niet ingevolge artikel XVII, eerste en derde lid, bij de rechtbank Gelderland onderscheidenlijk de rechtbank Overijssel als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast werkzaam zijn.
Artikel XIX. (overgangsrecht rechtspositionele beslissingen)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XX. (overgangsrecht wettelijke procedures en rechtsgedingen)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XXI. (overgangsrecht klachtbehandeling)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XXII. (overgangsrecht zaaksverdelingsreglement)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XXIII. (overgangsrecht advocatuur)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel XXIV. (overgangsrecht notariaat)
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Hoofdstuk IV. Samenloopbepalingen
Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten te wijzigen in verband met de vorming van de arrondissementen Gelderland en Overijssel;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.
Artikel II
Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.
Artikel III
Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Artikel IV
Wijzigt de Wet herziening gerechtelijke kaart.
Hoofdstuk II. Wijziging van overige wetten
Artikel V
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Artikel VI
Wijzigt de onteigeningswet.
Artikel VII
Wijzigt de Politiewet 2012.
Artikel VIII
Wijzigt de Wet aansprakelijkheid olietankschepen.
Artikel IX
Wijzigt de Wet griffierechten in burgerlijke zaken.
Artikel X
Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.
Artikel XI
Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel XII
Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.
Hoofdstuk IV. Samenloopbepalingen
Artikel XXV
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel XXVI
Wijzigt de Wet lokaal spoor (KST33324).
Artikel XXVII
Wijzigt de Wet basisregistratie personen (KST33219).
Artikel XXVIII
Wijzigt de Pensioenwet.
Wijzigt de Wet versterking pensioenfondsen (KST33182).
Artikel XXIX
Wijzigt de Beginselenwet AWBZ-zorg (KST33109).
Artikel XXX
Wijzigt de Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap (KST33054).
Artikel XXXI
Wijzigt de Reparatiewet griffierechten burgerlijke zaken (KST33108).
Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Artikel XXXII
Onze Minister van Veiligheid en Justitie zendt binnen drie jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk in het arrondissement Gelderland en het arrondissement Overijssel. Bij dit verslag wordt betrokken het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de Wet herziening gerechtelijke kaart in het arrondissement Oost-Nederland, bedoeld in artikel CXLIVb, tweede lid, zoals dat luidt op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, naar de stand op het moment van inwerkingtreding van deze wet.
Artikel XXXIII
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld en wat betreft artikel XVIII, vijfde tot en met achtste lid, kan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.