Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2013 krachtens de Wet op de Rechtsbijstand

Type ZBO-regeling
Publication 2013-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Inleiding

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand is dat advocaten die rechtsbijstand in de zin van de wet willen verlenen zich daartoe inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand.

Het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad) kan op grond van de artikelen 14 en 15 van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op de organisatie van het kantoor waar de rechtsbijstandverlener werkzaam is, de verslaglegging van de advocaat omtrent de door hem/haar verleende bijstand, het minimum en het maximum aantal zaken waarvoor een advocaat jaarlijks kan worden toegevoegd en de deskundigheid van de advocaat op bepaalde rechtsterreinen. Deze inschrijvingsvoorwaarden zijn algemeen verbindende voorschriften.

De Raad stelt als voorwaarde voor het toevoegen van (beginnende) advocaten op basis van de Wrb dat het verzoek om inschrijving door de Raad volledig is behandeld en is ingewilligd.

De Raad kan op grond van art. 16 Wrb uitsluitend in bijzondere gevallen een niet-ingeschreven advocaat toevoegen. Dit is het geval indien een rechtzoekende uitdrukkelijk en gemotiveerd om toevoeging van de niet-ingeschreven advocaat verzoekt of indien voor de verlening van rechtsbijstand op een bepaald rechtsterrein onvoldoende advocaten met de desbetreffende specialistische deskundigheid zijn ingeschreven. Het verstrekken van een toevoeging aan een niet-ingeschreven advocaat dient een uitzondering te blijven. Een advocaat die op grond van art. 16 Wrb vaker dan sporadisch een verzoek om toevoeging indient dient zich op grond van de Wrb te laten inschrijven.

In ieder geval zal aan een niet-ingeschreven advocaat geen toevoeging worden verleend indien hij toevoeging verzoekt op een terrein waarop in de door de Raad vastgestelde inschrijvingsvoorwaarden deskundigheidseisen worden gesteld.

Naast de algemene inschrijvingsvoorwaarden kent de Raad een afzonderlijke regeling en deskundigheidsvereisten voor Strafrecht, Psychiatrisch patiëntenrecht, Vreemdelingenrecht, Asiel- en Vluchtelingenrecht, Internationale kinderontvoering en Personen- en familierecht, alsmede voor de verlening van rechtsbijstand in het kader van het (kinder)straf-, vreemdelingen- en psychiatrische patiëntenpiket.

Per 1 juli 2013 treden deskundigheidseisen in werking op het terrein van jeugdzaken. Deze eisen zullen gelden voor jeugdstrafzaken en voor verzoeken voor een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Artikel 1. Kantoororganisatie, verhouding met de Raad (artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
Artikel 2. Entreetoets Nederlandse Orde van Advocaten en auditverklaring (artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
Artikel 3. Naleven overeengekomen kwaliteitssystemen (art. 15 lid 1 sub b Wrb)
Artikel 4. Verslaglegging (artikel 15 lid 1 sub d Wrb)

De advocaat dient desgevraagd informatie te verstrekken en verantwoording af te leggen over de afhandeling van zaken. Deze informatieplicht kan ook worden aangewend met betrekking tot de evaluatie van door de Raad gevoerd beleid. Desgevraagd dient de advocaat verslaglegging te doen over de wijze waarop aan de inschrijvingsvoorwaarden is voldaan.

Artikel 5. Minimum/maximum (artikel 15 lid 1 sub a Wrb)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.