Wet van 20 december 2012, houdende regels inzake het aanhouden van voorraden aardolieproducten (Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012)

Type Wet
Publication 2021-07-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001 integraal te herzien ter implementatie van Richtlijn 2009/119/EG van de Raad van 14 september 2009, houdende verplichting voor de lidstaten om minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten in opslag te houden (PbEU 2009, L 265);

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden aardolieproducten, gedefinieerd in hoofdstuk 3.4 van bijlage A, van Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken (PbEG 2008, L 304), verdeeld in de volgende categorieën:

Hoofdstuk 2. Het aanhouden van voorraden ter naleving van internationale verplichtingen van Nederland

Titel 1. Bepalingen die zich richten tot alle voorraadplichtigen

§ 1. Diverse voorraadplichtigen en de omvang van hun wettelijke voorraad

Artikel 3

De wettelijke voorraad is ten minste gelijk aan de grootste van de twee volgende hoeveelheden: 90 maal het daggemiddelde van de netto invoer van aardolieproducten of 61 maal het daggemiddelde van het binnenlands verbruik, berekend overeenkomstig artikel 3 van richtlijn 2009/119/EG.

Artikel 4
1.

Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk 31 maart voor het daarop volgende voorraadjaar de omvang en samenstelling van de in voorraad aan te houden aardolieproducten vast:

2.

De hoogte van de drempel wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur.

3.

Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op de Nederlandse krijgsmacht.

4.

Marktdeelnemers en COVA houden de krachtens het eerste lid vastgestelde voorraad aardolieproducten aan.

5.

Indien een marktdeelnemer deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, rust de verplichting bij de rechtspersoon of vennootschap die aan het hoofd staat van de groep.

6.

De relatieve omvang van de verplichting voor marktdeelnemers wordt berekend naar de aangiften, bedoeld in artikel 53 van de Wet op de accijns, over het referentiejaar, alsmede naar de hoeveelheid reactiemotorbrandstof van het kerosinetype die voor de voorstuwing van luchtvaartuigen is geleverd over het referentiejaar. De berekening wordt gedaan op een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.

Artikel 5
1.

De vaststelling, bedoeld in artikel 4, eerste lid, geschiedt overeenkomstig de artikelen 4 en 9, vijfde lid, van richtlijn 2009/119/EG en wel zodanig dat:

2.

De hoeveelheid aardolieproducten die wordt aangehouden door een marktdeelnemer wordt bepaald door:

3.

Ten minste de helft van de aldus voor een marktdeelnemer vastgestelde verplicht aan te houden voorraad wordt aangehouden in de vorm van aardolieproducten, bedoeld in artikel 2, onderdelen b, e of g. Het overige deel mag worden aangehouden met de aardolieproducten, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met i.

4.

De totale hoeveelheid aardolieproducten die COVA moet aanhouden, wordt bepaald door de wettelijke voorraad te verminderen met de totale hoeveelheid aardolieproducten die marktdeelnemers aan moeten houden. Voor zover met de voorraadplicht van de marktdeelnemers tezamen niet wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel a, wordt het resterende deel van de bedoelde aardolieproducten door COVA aangehouden.

Artikel 6

Onze Minister kan met het oog op een dreigende oliecrisis bepalen dat het voor COVA vastgestelde gedeelte van de wettelijke voorraad met een door hem te bepalen hoeveelheid wordt verhoogd.

Artikel 7
1.

Onze Minister kan met het oog op een oliecrisis dan wel een dreigende oliecrisis bepalen dat:

2.

Een krachtens het eerste lid, onder a, vastgesteld besluit kan beperkingen inhouden, waaronder een beperking van de categorieën aardolieproducten waarmee de voorraad mag worden verminderd.

§ 2. Eisen aan de wettelijke voorraad

Artikel 8
1.

Een product wordt slechts tot de wettelijke voorraad gerekend, indien het zich bevindt in een lidstaat van de Europese Unie.

2.

Als het product zich niet in Nederland bevindt, wordt het slechts tot de wettelijke voorraad gerekend indien is voldaan aan het gestelde bij of krachtens de artikelen 10, 12, 14 en 15.

Artikel 9

Biobrandstoffen en toevoegingen worden slechts tot de wettelijke voorraad gerekend indien deze:

Artikel 10
1.

Tot de wettelijke voorraad worden niet gerekend producten:

2.

Voorts wordt niet tot de wettelijke voorraad gerekend stookolie (met hoog en laag zwavelgehalte) en ruwe aardolie die zich bevindt in installaties die gebruikt worden voor de winning van ruwe aardolie.

§ 3. Beheer en overdracht van de wettelijke voorraad

Artikel 11
1.

COVA kan taken betreffende het beheer van het voor haar vastgestelde gedeelte van de wettelijke voorraad voor een bepaalde termijn overdragen aan uitsluitend:

2.

De beheerstaken mogen niet verder worden overgedragen.

3.

De beheerstaken behoeven wat betreft de overdracht en wijziging daarvan aan een bedrijf dat een voorraad aardolieproducten aanhoudt in een andere lidstaat van de Europese Unie, de voorafgaande instemming van Onze Minister en van die lidstaat.

4.

De overdracht aan een bedrijf in Nederland en wijziging daarvan wordt vooraf gemeld aan Onze Minister.

Artikel 12
1.

Een product wordt slechts tot de wettelijke voorraad gerekend, indien het op elk moment daadwerkelijk ter beschikking staat van de voorraadplichtige.

2.

Als de voorraadplichtige niet enig rechthebbende is op een product dat op het grondgebied van Nederland wordt aangehouden, wordt het slechts tot de wettelijke voorraad gerekend indien hij ten aanzien daarvan een beschikkingsrecht heeft:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.