Aanwijzing vorderen gegevens derdengeldenrekening notaris

Type Beleidsregel
Publication 2013-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

1. Samenvatting

Met ingang van 1 januari 2012 is in artikel 25 lid 9 van de Wet op het notarisambt (Wna) een beperkte informatieplicht voor de notaris opgenomen, die inhoudt dat een notaris onder bepaalde voorwaarden verplicht is om in het kader van een strafrechtelijk onderzoek de door een opsporingsambtenaar, een officier van justitie of een rechter-commissaris gevorderde gegevens te verstrekken met betrekking tot zijn derdengeldenrekening. Deze informatieplicht vormt een uitzondering op de geheimhoudingsplicht van de notaris die is neergelegd in artikel 22 Wna. Deze aanwijzing bevat regels voor het verkrijgen van informatie over de derdengeldenrekening van een notaris ten behoeve van de opsporing, zoals bedoeld in artikel 25 lid 9 Wna. De gegevens moeten worden gevorderd met toepassing van de bevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering (Sv). Daarbij is in alle gevallen de toestemming van de officier van justitie vereist, ook als de wet deze eis niet stelt. De informatieplicht geldt niet voor de onderliggende akten en gegevens die geen verband houden met de betalingen die via de derdengeldenrekening zijn gedaan. Die vallen nog altijd onder de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de notaris.

2. Geheimhoudingsplicht, verschoningsrecht en de uitzonderingen daarop

2.1. Geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht

De notaris is op grond van artikel 22 Wna verplicht tot geheimhouding ten aanzien van al hetgeen waarvan hij uit hoofde van zijn werkzaamheid als zodanig kennis neemt. Deze geheimhoudingsplicht strekt zich volgens de Hoge Raad ook uit tot derdengeldenrekening van de notaris.1HR 18 december 1998, NJ 2000, 341 (Van Olst/Ontvanger). Dezelfde geheimhoudingsplicht geldt voor de personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn. In het Wetboek van Strafvordering is aan de notaris op grond van zijn geheimhoudingsplicht een verschoningsrecht toegekend in het geval de notaris als getuige wordt gehoord (artikel 218 Sv). Dit verschoningsrecht werkt door in de toepassing van andere dwangmiddelen en opsporingsbevoegdheden. Zo is de notaris niet verplicht aan een bevel uitlevering te voldoen, voor zover de uitlevering in strijd is met zijn geheimhoudingsplicht (artikel 96a lid 3 onder b Sv). Hetzelfde geldt voor het vorderen van gegevens (bijvoorbeeld artikel 126nd lid 2 Sv). Ook in de bepalingen voor doorzoeking wordt rekening gehouden met de bijzondere positie van de notaris op grond van zijn geheimhoudingsplicht (bijvoorbeeld artikel 98 lid 2 Sv).

2.2. Uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht

In het kader van de strafvordering zijn er twee uitzonderingen geformuleerd op de geheimhoudingsplicht en daarmee op het verschoningsrecht van de notaris, een in de wet en een in de jurisprudentie.

3. De informatieplicht van de notaris

3.1. De derdengeldenrekening of bijzondere rekening

De notaris vervult in het kader van zijn ambtsuitoefening vaak ook een rol bij de financiële afwikkeling van transacties en is op grond van artikel 25 Wna verplicht om daartoe een of meer bijzondere rekeningen aan te houden bij een bank. Een dergelijke rekening wordt ook wel aangeduid als derden(gelden)rekening of kwaliteitsrekening. Voorschriften met betrekking tot de bijzondere rekening worden gegeven in de artikelen 24 en 25 Wna. De notaris is bij uitsluiting bevoegd tot het verrichten van transacties met de gelden die zijn gestort op de bijzondere rekening, in opdracht van zijn cliënten dan wel andere rechthebbenden. Het saldo op de bijzondere rekening behoort niet tot het vermogen van de notaris.

Op grond van artikel 3 van de Administratieverordening van de KNB is de notaris verplicht een zaken-/dossieradministratie te voeren die compleet en in voldoende mate gedetailleerd is, opdat op elk moment de financiële status en voortgang van de in behandeling genomen opdrachten blijkt.3Verordening van de KNB van 13 september 2000, Stcrt. 2000, 182.

3.2. De gegevens die onder de informatieplicht van de notaris vallen

De informatieplicht van de notaris zoals bedoeld in artikel 25 lid 9 Wna betreft alleen de gegevens die betrekking hebben op het betalingsverkeer dat via de derdengeldenrekening verloopt. Deze informatieplicht omvat mede de gegevens die onder de informatieplicht van lid 8 van artikel 25 Wna vallen. Om die reden wordt eerst kort ingegaan op de bepaling in het achtste lid.

3.2.1. Artikel 25 lid 8 Wna

In artikel 25 lid 8 Wna is de verplichting voor de notaris opgenomen aan de inspecteur of de ontvanger, bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Algemene douanewet of de Invorderingswet 1990 bepaalde gegevens te verschaffen inzake betalingen die zijn verricht via de derdengeldenrekening, indien de inspecteur of ontvanger, daartoe gemachtigd door de Minister van Financiën, dit verzoekt. De gegevens die op grond van die bepaling kunnen worden verstrekt, zijn limitatief opgesomd.

De gegevens die onder de reikwijdte van artikel 25 lid 8 Wna vallen, houden verband met een bepaalde notariële transactie of handeling dan wel met een specifieke betaling naar of vanaf de bijzondere rekening van de notaris. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om informatie over de hoogte van de betalingen, wie de betaling heeft gedaan of ontvangen en wie van welke bankrekening gebruik heeft gemaakt. Ook de rol van de betrokkenen bij de betaling dient bij het verstrekken van de gegevens door de notaris te worden aangeduid. Het gaat hier om een aanduiding van de aard van de transactie, zoals de overdracht van een onroerende zaak, de vestiging van een hypotheekrecht op die zaak en de rol van de betrokkenen bij de betalingen in dat verband, bijvoorbeeld wie van de verstrekte namen de koper, de verkoper en de hypotheek- of geldverstrekker was.4Kamerstukken II 2010/11, 32 700, nr. 6, p. 14.

3.2.2. Artikel 25 lid 9 Wna

In artikel 25 lid 9 Wna is de verplichting voor de notaris opgenomen gegevens over de derdengeldenrekening te verstrekken naar aanleiding van een vordering op grond van het Wetboek van Strafvordering. De informatieplicht uit lid 9 is ruimer dan die in lid 8. Als voorwaarde geldt dat de gevorderde gegevens verband moeten houden met de derdengeldenrekening.

Zo kan de vordering bijvoorbeeld betrekking hebben op de vraag of een bepaalde persoon een of meer transacties heeft verricht, waarvan de betaling via de derdengeldenrekening is verlopen. Ook kan worden gedacht aan het vorderen van gegevens over de natuurlijke personen die verbonden zijn aan de rechtspersonen die partij zijn bij de transactie (de uiteindelijk belanghebbende of UBO (ultimate beneficial owner)).5Op grond van artikel 3 Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme dient de notaris de cliënt en de uiteindelijk belanghebbende (de UBO) te identificeren en hun identiteit te verifiëren.

Ten aanzien van de opdrachtgevers of derden die betrokken zijn bij een transactie geldt dat hun gegevens slechts onder de informatieplicht van de notaris vallen, voor zover zij bij de betaling via de derdengeldenrekening betrokken zijn.

3.3. Plicht tot verstrekken van gegevens, niet van stukken

Artikel 25 lid 9 Wna verplicht tot het verstrekken van gegevens, niet tot het verstrekken van (afschriften van) bepaalde documenten. De notaris kan echter wel financiële overzichten, zoals bankafschriften of de nota van afrekening, verstrekken mits daarop alleen de gegevens staan of zichtbaar zijn die onder de wettelijke informatieplicht vallen.6Kamerstukken II 2010/11, 32 700, nr. 3, p. 10.

De akten en andere bescheiden ter zake van de notariële dienstverlening die ten grondslag liggen aan betalingen via de bijzondere rekening, vallen onverminderd onder het notariële ambtsgeheim.

3.4. De informatieplicht alleen voor de notaris

De informatieplicht geldt alleen voor de notaris zelf. Zogeheten afgeleide verschoningsgerechtigden, zoals medewerkers van een notariskantoor of personen of instanties die in opdracht van een notaris werkzaamheden verrichten, hebben geen wettelijke informatieplicht.7Kamerstukken II 2010/11, 32 700, nr. 3, p. 10. De vordering tot het verstrekken van gegevens dient dan ook tot de notaris te worden gericht.

3.5. Bewaartermijn voor de financiële gegevens

Op grond van artikel 24 lid 5 Wna juncto artikel 2:10 Burgerlijk Wetboek geldt voor de financiële gegevens van de notaris een bewaartermijn van zeven jaar. Deze bewaartermijn geldt ook voor de gegevens van de derdengeldenrekening.8Op grond van artikel 24 lid 1 Wna wordt onder het kantoorvermogen mede begrepen ‘het beheer van gelden van derden, al dan niet vallend onder artikel 25.’ De Memorie van toelichting bij de Reparatiewet Wet op het notarisambt bevat in de artikelsgewijze toelichting ter zake de volgende passage: ‘In de in artikel 24, eerste lid geregelde administratie- en bewaarverplichting van de notaris werd ten onrechte de suggestie gewekt dat daaronder niet de derdenrekening van artikel 25 zou zijn begrepen. De wijziging van artikel 24 betreft dus een verduidelijking op dit punt.’ Kamerstukken II 2003/04, 29 212, nr. 3, p. 4.

Als de notaris niet meer over gevorderde informatie beschikt, ligt het voor de hand dat de notaris contact opneemt met de officier van justitie. In sommige gevallen kan de notaris de verlangde gegevens afleiden uit de zaken-/dossieradministratie. Ook kan de notaris de benodigde gegevens achterhalen via de financiële instelling waar de derdengeldenrekening wordt aangehouden. De tussenkomst van de notaris is hier vereist, ook om te voorkomen dat meer informatie wordt verstrekt dan de Wet op het notarisambt toelaat.

4. De bevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering

Om de gegevens van de derdengeldenrekening te verkrijgen, dienen de bevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering te worden toegepast. De strafvorderlijke bepalingen verduidelijken welke gegevens met betrekking tot de bijzondere rekening van de notaris mogen worden gevorderd, bepalen wie tot uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid bevoegd is en stellen nadere voorwaarden aan de toepassing ervan.

De toepassing van de bevoegdheden is niet beperkt tot financieel-economische criminaliteit, maar kan ook in het kader van de opsporing van (de financiële aspecten van) andersoortige criminaliteit plaatsvinden.9Kamerstukken II 2010/11, 32 700, nr. 6, p. 16.

4.1. Opsporingsonderzoek

In het kader van een opsporingsonderzoek kunnen ter verkrijging van gegevens van de derdengeldenrekening in het bijzonder de volgende bevoegdheden worden toegepast:

4.2. Strafrechtelijk financieel onderzoek

Voor het verkrijgen van gegevens van de derdengeldenrekening in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek geldt met name de volgende bepaling:

Een dergelijk bevel, zoals bedoeld in artikel 126a Sv, kan ook worden gegeven in het kader van een nader strafrechtelijk financieel onderzoek, dat plaatsvindt na de einduitspraak in de ontnemingszaak (artikel 126fa Sv).

4.3. Strafrechtelijk executieonderzoek

De bevoegdheden tot het vorderen van gegevens en de bevoegdheid van artikel 126a Sv kunnen in het kader van onderzoek naar het vermogen van een veroordeelde (een strafrechtelijk executieonderzoek) worden toegepast (artikelen 577bb en 577bd Sv).

4.4. Aanwijzingen van een terroristisch misdrijf

De bevoegdheden tot het vorderen van gegevens kunnen ook worden toegepast in geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf (artikelen 126zk-126zp Sv).

4.5. Geen bijzondere wetten

Gelet op de tekst van artikel 25 lid 9 Wna mogen alleen de bevoegdheden op grond van het Wetboek van Strafvordering worden toegepast en níet de bevoegdheden op grond van bijzondere wetten, zoals de Wet op de economische delicten.

4.6. Wijze van vorderen

De officier van justitie moet altijd vooraf toestemming verlenen voor het vorderen van de gegevens (zie paragraaf 4.7). De vordering moet aan de notaris zijn gericht (zie paragraaf 3.4).

In de vordering dient – naast de specifieke informatie die op grond van de toepasselijke bepaling van het Wetboek van Strafvordering moet worden opgenomen – in ieder geval de volgende informatie te worden opgenomen:

In de vordering hoeft niet te worden vermeld op welke verdachte (of veroordeelde) het onderzoek waarin de vordering wordt gedaan betrekking heeft.

De vordering hoeft geen betrekking te hebben op gegevens over de verdachte zelf. Er kunnen ook gegevens worden gevorderd over personen die geen verdachte zijn, zoals blijkt uit de bepalingen in het Wetboek van Strafvordering. Ook artikel 25 lid 9 Wna beperkt de informatieplicht van de notaris niet tot gegevens over de verdachte.12Ook het strafrechtelijk executieonderzoek is niet beperkt tot het verkrijgen van inzicht in het vermogen van de veroordeelde. Met het verrichten van onderzoek naar het vermogen, waarbij de nadruk ook kan liggen op vermogensverschuivingen, kan ook de vermogenspositie van derden in het vizier komen. Dit kan aanleiding geven tot de aanvullende inzet van bevoegdheden. Het belang van het onderzoek zich hiertegen in zijn algemeenheid niet. Zie Kamerstukken II 2009/10, 32 194, nr. 3, p. 16.

4.7. Altijd voorafgaande toestemming van de officier van justitie

Voor het verkrijgen van gegevens met betrekking tot de derdengeldenrekening is altijd de voorafgaande toestemming van de officier van justitie vereist, ook wanneer de wet dat niet voorschrijft13Zo is ook opgemerkt in de Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 2010/11, 32 700, nr. 3, p. 12.. Dat betekent dat ook voor het vorderen van identificerende gegevens (artikel 126nc/uc Sv) en het bevel opgave te doen van gegevens in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek (artikel 126a Sv) telkens de toestemming van de officier van justitie nodig is.

5. Bijzonderheden met betrekking tot de notaris

5.1. De notaris als verdachte

Als een notaris zelf wordt verdacht van een (ernstig) strafbaar feit, dat verband houdt met de gegevens die de officier van justitie wil vorderen, kan de vordering tot het verstrekken van gegevens of het bevel tot uitlevering van voorwerpen niet tot de notaris worden gericht (zie bijvoorbeeld artikel 126nd lid 2 en 96a lid 2 Sv). Artikel 25 lid 9 Wna is dan niet toepasbaar. Op grond van de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan in dat geval de vordering tot een derde worden gericht, ten aanzien van wie redelijkerwijs wordt vermoed dat hij toegang tot deze gegevens heeft, zoals een financiële instelling. Er moet dan wel zijn voldaan aan de criteria die in de jurisprudentie van de Hoge Raad worden gesteld aan de doorbreking van het verschoningsrecht (zie paragraaf 2).

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.