Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2013

Type ZBO-regeling
Publication 2014-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 32, vijfde lid, 34, vierde lid en artikel 90 van de Zorgverzekeringswet, Hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, de Regeling risicoverevening 2013 en de brief van de minister van VWS van 15 januari 2013, kenmerk Z-3150627;

Heeft in zijn vergadering van 18 februari 2013 besloten:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

Deze beleidsregels verstaan onder:

Artikel 2. Algemene bepaling

Het college past de bepalingen uit het Besluit zorgverzekering en de Regeling risicoverevening 2013 met betrekking tot de toekenning en vaststelling van de bijdrage aan de zorgverzekeraars toe met inachtneming van het bepaalde in deze beleidsregels.

Artikel 3. Zorgverzekeraars

Het college gaat bij de verdeling van de macro-deelbedragen 2013 en de berekening van de normatieve bedragen en de vereveningsbijdragen ervan uit dat alle zorgverzekeraars die gedurende 2012 actief zijn geweest ook in 2013 als zorgverzekeraar actief zullen zijn.

Hoofdstuk II. Toekenning van de vereveningsbijdrage 2013 aan een zorgverzekeraar

Artikel 4. Raming van de verzekerdenaantallen 2013 voor het macro-deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties
1.

Het college raamt de verzekerdenaantallen 2013 voor het macro-deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2.

Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen op de macroverzekerdenraming 2013 en het PKB 2012.

3.

Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2012, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2012.

4.

Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest.

5.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2012 met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2012.

6.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming.

7.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

8.

Voor de indeling in een klasse van het criterium aard van het inkomen deelt het college een verzekerde, die in meerdere klassen is in te delen, in op basis van de hierna genoemde volgorde:

9.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen naar de macroverzekerdenraming.

10.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

11.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio naar de macroverzekerdenraming.

12.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op:

13.

Bij de bepaling van de FKG’s zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten:

14.

Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG aan een verzekerde toe.

15.

In afwijking van het bepaalde in het veertiende lid hanteert het college voor de FKG Kanker een drempel van ten minste 3 receptregels. Beneden deze drempel kent het college geen FKG Kanker aan een verzekerde toe.

16.

Het college koppelt de opgave bedoeld in het twaalfde lid onderdeel b met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2012 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van de drempels bedoeld in het veertiende en vijftiende lid in welke FKG klassen de verzekerde valt. Aan de verzekerde koppelt het college een zwaarte van 1 voor de betreffende klasse.

17.

Bij samenloop van FKG’s wijst het college alle toepasselijke FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:

18.

Het college past per verzekerde per FKG 2013 een trendfactor toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling, zoals weergegeven in bijlage 1 van deze beleidsregels. Het college vermenigvuldigt de zwaarte, bepaald in het zestiende lid, met de prevalentieontwikkeling en berekent de uiteindelijke zwaarte voor de verzekerde voor de betreffende klasse. Het college past op verzekerden die in het PKB 2012 voor het eerst voorkomen per FKG de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe.

19.

Als een verzekerde niet in een FKG klasse 1 tot en met 24 2013 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij FKG klasse 0.

20.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s naar de macroverzekerdenraming.

21.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op:

22.

Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave bedoeld in het vorige lid onderdeel b en het PKB 2011 per verzekerde in welke DKG klasse 1 tot en met 15 de verzekerde valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.

23.

Het college past op de verzekerden die in het PKB 2011 voor het eerst voorkomen per DKG de gemiddelde prevalentie naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2011 toe. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2012, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per DKG constant blijft.

24.

Als een verzekerde niet in een DKG klasse 1 tot en met 15 2013 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij DKG klasse 0.

25.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s naar de macroverzekerdenraming.

26.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot:

27.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES naar de macroverzekerdenraming.

28.

Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op:

29.

Het college herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2008, 2009 respectievelijk 2010 tot drempelbedragen MHK 2008, 2009 respectievelijk 2010.

30.

Het college bepaalt op basis van de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het PKB 2011 in welke MHK klasse een verzekerde valt.

31.

Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2012, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de prevalentie per MHK klasse 1 tot en met 6 constant blijft.

32.

Als een verzekerde niet in een MHK klasse 1 tot en met 6 valt, deelt het college de verzekerde in bij MHK klasse 0.

33.

Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK naar de macroverzekerdenraming.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.