Gewijzigde aanvraagprocedure diploma-erkenning

Type ZBO-regeling
Publication 2013-03-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Deel I. Algemene informatie aanvragen diploma-erkenning

1. Algemeen

1.1. Inleiding

Deze publicatie bevat informatie over de procedure voor het aanvragen van diploma-erkenning voor niet bekostigde instellingen, dan wel bekostigde instellingen die niet bekostigde beroepsopleidingen willen aanbieden. Deze aanvraag geldt ook als aanmelding van de diploma-erkenning van de betreffende opleiding(en) voor registratie in het centraal register beroepsopleidingen (crebo).

Met ingang van 1 augustus 2012 is de wet tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) betreffende de beroepsgerichte kwalificatiedossiers door het Parlement aangenomen en worden opleidingen volgens de beroepsgerichte kwalificatiestructuur (BKS) verzorgd.

Aanvragen diploma-erkenning moeten ingediend worden op grond van artikel 1.4.1, gelezen in samenhang met artikel 6.2.1, van de Web. Aanvragen kunt u het gehele jaar door indienen.

Eenmaal verkregen erkenningen blijven van kracht tot de opleiding(en) niet langer worden verzorgd of de erkenning door de minister wordt ingetrokken.

De beroepsgerichte kwalificatiedossiers en de indeling van de dossiers in opleidingsdomeinen zijn gepubliceerd in de ‘Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2012’, te vinden via de link http://wetten.overheid.nl.

Indien er nieuwe dossiers en/of aanpassingen aan bestaande dossiers zijn, zullen deze bekendgemaakt worden.

Het verkrijgen van diploma-erkenning betekent dat aan het met goed gevolg afleggen van examens (of onderdelen van examens) van een beroepsopleiding een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 van de Web is verbonden.

1.2. Verplichtingen bij diploma-erkenning

Artikel 1.4.1, eerste lid, van de Web stelt de voorwaarde dat de instelling in het geval van diploma-erkenning voor de desbetreffende opleiding in acht neemt al wat is bepaald voor:

Het bevoegd gezag moet, ingevolge artikel 6.2.1 van de Web, de gegevens verschaffen waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn en dat het voldoet aan artikel 1.4.1 van de Web.

Voorts zijn sinds 1 januari 2012 voor een instelling ingevolge het zesde lid van artikel 1.4.1 van de Web de volgende artikelen van toepassing op beroepsopleidingen:

Het voorgaande houdt in dat het bevoegd gezag, voorafgaand aan het verkrijgen van de diploma-erkenning, aan kan tonen dat de kwaliteit van de betreffende opleiding van voldoende niveau is en dat aan bovengenoemde voorwaarden is voldaan. Het is dus niet zo dat eerst nadat diploma-erkenning verkregen is de opleiding ontwikkeld kan worden. Het ontwikkelen van de opleiding dient bij de aanvraag gereed te zijn, zodat onder meer de kwaliteit van de opleiding beoordeeld kan worden, voordat diploma-erkenning wordt toegekend. Dit laat onverlet dat na het verkrijgen van diploma-erkenning maatwerk binnen de kaders van de wet mogelijk blijft.

1.3. De twee aanvraagprocedures

Er zijn twee aanvraagprocedures (de volledige tekst van de aanvraagprocedures zijn opgenomen in Deel II van deze publicatie).

De eerste procedure geldt voor:

Deze instellingen zijn nog niet eerder in het crebo geregistreerd en daarom – wat betreft het middelbaar beroepsonderwijs – onbekend bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Om te waarborgen dat deze instellingen de vereiste kwaliteit leveren die gesteld wordt aan beroepsopleidingen, is een integrale beoordeling van de opleiding(en) waarvoor diploma-erkenning wordt aangevraagd, noodzakelijk. Om die reden moeten bij een aanvraag van nieuwe instellingen de in Deel II, paragraaf 1.2, genoemde gegevens altijd gevoegd worden. Zonder deze gegevens is de aanvraag niet compleet. Indien de ingediende gegevens niet compleet blijken te zijn, wordt de instelling in de gelegenheid gesteld binnen twee weken de benodigde gegevens aan te leveren.

Bij een positief besluit op voornoemde aanvraag wordt een Brinnummer toegekend.

Instellingen die gelieerd zijn aan of onderdeel uitmaken van een bekostigde instelling en nog geen Brinnummer hebben voor de niet-bekostigde opleidingen die verzorgd worden, moeten voor zover een aanvraag1De wetgever heeft bepaald dat bekostigde instellingen contractactiviteiten kunnen verrichten, bestaande uit werkzaamheden voor eigen rekening ten behoeve van derden. Deze activiteiten kunnen worden verricht indien zij verband houden met werkzaamheden waarvoor de instelling uit de openbare kas bekostigd wordt en voor zover de uitvoering van die werkzaamheden hierdoor niet wordt geschaad. Voor de activiteiten hoeft niet een separate diploma-erkenning aangevraagd te worden. Indien een separate rechtspersoon is opgericht waar de contractactiviteiten worden uitgevoerd dient deze rechtspersoon zelf over de benodigde diploma-erkenningen te beschikken en kan dus niet ‘meeliften’ op de erkenning van de bekostigde instelling. wettelijk vereist is eveneens de in Deel II paragraaf 1.2 genoemde gegevens overleggen. Dit geldt ook voor instellingen die geregistreerd staan in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (croho), maar nog geen separaat Brinnummer hebben voor crebo.

Voorbeeld:

Een instelling verzorgt al opleidingen op het gebied van beveiliging en wil nu ook een opleiding Helpende Zorg & Welzijn gaan verzorgen.

Ook bij bestaande instellingen die diploma-erkenning willen voor opleidingen, die vallen buiten het reeds bestaande aanbod, moet geborgd zijn dat de kwaliteit van een voldoende niveau is. Omdat de nieuwe opleidingen veelal andersoortige kwalificaties en beroepsvereisten bevatten is een integrale toetsing wenselijk. Ook in dat geval moeten altijd bij de aanvraag de in deel II paragraaf 1.2 genoemde gegevens gevoegd worden. Zonder deze gegevens is de aanvraag eveneens niet compleet. Indien een aanvraag niet compleet is zal de instelling in de gelegenheid gesteld worden binnen een termijn van twee weken de aanvraag aan te vullen. Pas vanaf de datum dat de aanvraag volledig is, begint de behandeltermijn te lopen.

De tweede procedure geldt voor:

Voorbeeld:

Een instelling die al een opleiding Maatschappelijke Zorg verzorgt en nu ook een opleiding Helpende Zorg & Welzijn wil gaan aanbieden.

Of een opleiding past binnen het bestaand aanbod wordt bepaald aan de hand van de opleidingsdomeinen. Met behulp van het stroomschema (zie: Bijlagen) kunt u bepalen welke aanvraagprocedure van toepassing is.

Bij bestaande instellingen die diploma-erkenning aanvragen voor een opleiding die past binnen het bestaande aanbod, wordt aan de hand van een risicoanalyse bepaald of een integrale toetsing nodig is. Omdat de minister beschikt over informatie van (een) opleiding(en) die de instelling al aanbiedt binnen een bepaald domein, kan de risicoanalyse plaatsvinden aan de hand van een marginale toetsing. Daartoe hoeft de instelling alleen het aanvraagformulier in te dienen. Wanneer uit de risicoanalyse blijkt dat een integrale toetsing noodzakelijk geacht wordt, worden de benodigde gegevens, genoemd in Deel II paragraaf 2.2, bij de instelling opgevraagd.

Om te borgen dat de kwaliteit van de betreffende opleiding van een voldoende niveau is voert de Inspectie van het Onderwijs (hierna: Inspectie) in samenwerking met DUO een risicoanalyse uit. Aan de hand van deze risicoanalyse wordt dan bezien of een integrale toetsing noodzakelijk is en indien dit het geval is, welke gegevens (nog) nodig zijn om deze integrale toetsing op zorgvuldige wijze te kunnen uitvoeren.

Een integrale beoordeling houdt in dat de aanvraag door de Inspectie wordt getoetst op kwalitatieve aspecten in de praktijk door middel van kwaliteitsonderzoeken alsmede dat bezien wordt of voldaan is aan de verdere voorwaarden genoemd in artikel 1.4.1 van de Web. De Inspectie brengt op basis van deze onderzoeken een advies uit. De onderzoeken kunnen zowel dossieronderzoeken zijn als onderzoeken bij de instelling.

Een Brinnummer is een administratief nummer waarmee een instelling wordt aangeduid in crebo en Bron. Iedere instelling die diploma-erkenning heeft voor één of meerdere opleidingen krijgt een Brinnummer toegekend door DUO.

Het hebben van een Brinnummer maakt echter niet dat het bevoegd gezag hiermee ook voor een nieuwe opleiding heeft aangetoond dat die opleiding van voldoende niveau is en voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 1.4.1 van de Web. Per nieuwe opleiding dient diploma-erkenning aangevraagd te worden en bij die aanvraag dient telkens weer aangetoond te kunnen worden dat aan voornoemde voorwaarden is voldaan.

2. Behoud en intrekking diploma-erkenning

2.1. Voorwaarden behoud diploma-erkenning

Wanneer diploma-erkenning verleend wordt aan een beroepsopleiding, moet de betreffende opleiding binnen één jaar na dagtekening van die erkenning verzorgd worden. Indien blijkt dat dit niet het geval is zal de erkenning op grond van artikel 6.4.4 van de Web ambtshalve worden ingetrokken en zal de registratie in crebo worden beëindigd. De voorwaarde dat binnen één jaar de opleiding verzorgd moet worden, maakt dat in het crebo alleen actieve opleidingen opgenomen zijn. De Inspectie beoordeelt de kwaliteit van deze actieve opleidingen periodiek, waardoor geborgd is dat de beroepsopleidingen voldoende kwaliteit en continuïteit hebben. Voordat de opleiding ambtshalve wordt ingetrokken zal de instelling daarvan op de hoogte worden gesteld met de mogelijkheid aan te geven of er redenen zijn om niet tot ambtshalve doorhaling over te gaan.

Indien de opleiding binnen één jaar na dagtekening van de erkenning verzorgd wordt, moet het bevoegd gezag om de erkenning te behouden het volgende doen:

Op 1 januari 2012 is de wet tot wijziging van onder meer de Leerplichtwet 1969 inzake toevoeging niet-bekostigd onderwijs aan de systematiek van het persoonsgebonden nummer en het basisregister onderwijs in werking getreden. Dit heeft tot gevolg dat het bevoegd gezag, met betrekking tot opleidingen waarvoor diploma-erkenning is verkregen, het persoonsgebonden nummer van iedere student aan die beroepsopleiding moeten verstrekken aan DUO/BRON, samen met de volgende gegevens:

Wanneer een beroepsopleiding in voltijd wordt aangeboden moet de opleiding volgens artikel 7.2.7, derde lid, van de Web voldoen aan de zogenoemde 850-urennorm. Dit houdt in dat het bevoegd gezag voor de deelnemer in instellingstijd een onderwijsprogramma verzorgt dat ten minste 850 uren per studiejaar omvat.

Het in instellingstijd verzorgde onderwijsprogramma, bedoeld in voornoemd derde lid, omvat alle onderwijsactiviteiten, gericht op het bereiken van de onderwijs- en vormingsdoelen van de opleiding, waaraan door de deelnemer wordt deelgenomen onder verantwoordelijkheid en toezicht van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag moet ervoor zorgen dat deze voltijdse beroepsopleidingen aantoonbaar voldoen aan de eisen van artikel 7.2.7, derde lid, van de Web. (N.B. met het wetsvoorstel doelmatige leerwegen en modernisering bekostiging wordt de urennorm voor een voltijdse opleiding verhoogd tot gemiddeld 1000 klokuren per leerjaar en wordt voor een beroepsbegeleidende opleiding bij een niet-bekostigde instelling een urennorm van 200 begeleide onderwijsuren geïntroduceerd; Tweede Kamer, Vergaderjaar 2012–2013, Kamerstuk 33 187, nr. 9).

Het bevoegd gezag moet er daarnaast voor zorgen dat de betreffende opleiding (zowel de voltijdse als de deeltijdse) zodanig is ingericht dat de deelnemers de kwalificaties binnen de vastgestelde studieduur kunnen bereiken, daarbij rekening houdend met de vooropleidingseisen genoemd in artikel 8.2.1 van de Web.

Vervolgens moet het bevoegd gezag zorgen voor een goede organisatie en kwaliteit van het onderwijsprogramma en examinering. De (aankomende) deelnemers moeten door het bevoegd gezag volledig en tijdig worden geïnformeerd over het onderwijsprogramma en de examens. Ook is het bevoegd gezag er voor verantwoordelijk dat de instelling over een deelnemersstatuut beschikt waarin de rechten en plichten van de deelnemers zijn opgenomen. Individuele rechten en plichten van zowel de betreffende deelnemer als de instellingen moeten in de onderwijsovereenkomst opgenomen worden evenals bepalingen over in elk geval:

2.2. Intrekken erkenning

Wanneer diploma-erkenning verleend wordt aan een beroepsopleiding, moet de betreffende opleiding binnen één jaar na dagtekening van die erkenning verzorgd worden. Indien blijkt dat dit niet het geval is zal de erkenning op grond van artikel 6.4.4 van de Web ambtshalve worden ingetrokken en zal de registratie in crebo worden beëindigd.

Wanneer uit regulier of incidenteel onderzoek van de Inspectie blijkt dat de kwaliteit onvoldoende is, niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 1.4.1, eerste en zesde lid, van de Web of de instelling in strijd handelt met artikel 5:20 van de Awb (medewerking aan Inspectie) kan de minister de beroepsopleiding de diploma-erkenning ontnemen.

Voordat een dergelijke beslissing wordt genomen krijgt het bevoegd gezag eerst een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. Die termijn is voor:

De waarschuwingen worden openbaar gemaakt op de website van de Inspectie

(www.onderwijsinspectie.nl).

2.3. Melding beëindiging en ambtshalve doorhaling crebo

Op grond van het gestelde in artikel 6.4.4 van de Web moet het bevoegd gezag van een niet-bekostigde instelling de Minister te kennen geven dat de instelling een opleiding niet langer verzorgt. Deze melding moet plaatsvinden uiterlijk één maand voorafgaand aan het studiejaar waarin de opleiding niet langer wordt verzorgd, dan wel zo spoedig mogelijk als het beëindigen van de opleiding gelegen is in een externe oorzaak, bijvoorbeeld faillissement van de instelling of het stoppen van de opleiding naar aanleiding van een Inspectiebezoek. De kennisgeving leidt tot een beëindiging van de registratie in crebo (uitgevoerd door DUO). Voornoemde melding dient het bevoegd gezag schriftelijk te melden aan DUO:

DUO/OND/ODS

Postbus 606

2700 ML Zoetermeer

Wanneer de instelling de opleiding niet langer verzorgt en het bevoegd gezag de hiervoor bedoelde kennisgeving niet of niet tijdig doet, wordt de registratie ambtshalve beëindigd. Voordat de registratie wordt beëindigd zal eerst een voorgenomen besluit aan het bevoegd gezag worden toegezonden, waarin de mogelijkheid wordt geboden om een zienswijze op het voorgenomen besluit te geven. Pas na het verkrijgen van de zienswijze of het ongebruikt verstrijken van de gestelde termijn zal een definitief besluit genomen worden. Bij dit besluit zal de zienswijze worden betrokken. Tegen dit besluit staat vervolgens bezwaar en beroep open.

Mocht de instelling na verloop van tijd de opleiding weer gaan verzorgen dan moet het bevoegd gezag voor diploma-erkenning opnieuw een aanvraag indienen. Pas nadat weer erkenning is verkregen, is aan de met goed gevolg afgelegde examens een diploma verbonden.

2.4. Intrekken Brin

Wanneer de laatste aan de instelling verbonden opleiding wordt beëindigd, wordt ook de registratie van de instelling in Brin beëindigd. Indien de instelling op termijn een nieuwe opleiding wil gaan verzorgen, zal bij de diploma-erkenning door DUO opnieuw een Brinnummer worden uitgegeven. Het bevoegd gezag dient dan ook in dat geval aanvraagprocedure 1 te volgen.

Uitzondering is de instelling die binnen drie maanden na beëindiging van de registratie in Brin een nieuwe aanvraag indient. In dat geval zal de instelling het ‘oude’ brinnummer toegewezen krijgen en zal aan de hand van de opleidingen die in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag verzorgd zijn, bezien moeten worden welke aanvraagprocedure van toepassing is.

Het beëindigen van de registratie in Brin is slechts een administratieve handeling en is daarom gekoppeld aan het beëindigen van de laatste opleiding in crebo. De instelling zal hierover separaat door DUO bericht worden.

3. Wijziging gegevens

Wanneer er wijzigingen plaatsvinden die betrekking hebben op de instelling of een opleiding moet het bevoegd gezag dit schriftelijk melden aan DUO:

DUO/OND/ODS

Postbus 606

2700 ML Zoetermeer

4. Fusie en overdracht van rechten

Diploma-erkenning wordt verleend aan het bevoegd gezag van een instelling.

Als de relatie tussen dat bevoegd gezag en de instelling, dan wel de opleiding waarvoor diploma-erkenning verleend is, verbroken wordt, vervalt daarmee de erkenning en dient deze doorgehaald te worden in crebo. De volgende situaties kunnen zich voordoen:

Een fusie of overdracht van rechten dient zo spoedig mogelijk gemeld te worden aan DUO.

5. Studiefinanciering beroepsopleidingen

Deelnemers aan voltijdse beroepsopleidingen als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid van de Web kunnen in aanmerking komen voor studiefinanciering. Het formulier ‘Verklaring opleidingstraject voor toepassing Wet op de Studiefinanciering 2000’ wordt gebruikt bij nieuw te registreren beroepsopleidingen bij een instelling. U zendt dit in samen met de aanvraag diploma-erkenning. Het vormt één geheel met de procedure voor diploma-erkenning, registratie crebo en toetsing urennorm (WSF).

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.