Bekendmaking statuten NAK

Type ZBO-regeling
Publication 2007-12-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

STATUTEN 2007

van de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen (NAK) zoals deze zijn goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 27 november 2007

Inleidende bepalingen

Artikel 1
1.

De stichting draagt de naam: ‘Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen’, bij afkorting ‘NAK’.

2.

Zij is statutair gevestigd te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder.

Artikel 2
1.

De statuten en de reglementen van de stichting nemen de terminologie van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 en de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften over, tenzij hierna of in een reglement anders wordt bepaald.

2.

In deze statuten wordt begrepen onder ‘Minister’: de met zaken van landbouw belaste Minister.

Doel

Artikel 3

1). De NAK heeft ten doel het verrichten van specifieke taken van openbaar belang, waaronder de wettelijke taken en de taken op basis van een ministerieel mandaat met betrekking tot controle- en inspectiewerkzaamheden op planten en plantaardige producten.

2). Onder de in lid 1 bedoelde werkzaamheden worden in het bijzonder begrepen:

3). De NAK is voor de uitvoering van de in lid 1 bedoelde werkzaamheden als inspectie-instelling aangewezen op grond van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, dan wel zijn de daartoe bij de NAK in dienst zijnde nader omschreven functionarissen gemandateerd door de minister.

Middelen en Rijkstoezicht

Artikel 4

De stichting tracht haar doel te bereiken door aanwending van de navolgende middelen:

Bestuur

Artikel 5

1). Het bestuur bestaat uit:

2). De voorzitter wordt door het bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. De benoeming en het ontslag van de voorzitter behoeft voorafgaande goedkeuring door de Minister. De overige bestuursleden worden, na overleg met de voorzitter, benoemd door de representatieve organisaties van belanghebbenden van de onder b, c, d en e van het eerst lid bedoelde groepen, al naar gelang van het gebied waarop de te benoemen persoon deskundig wordt geacht. In het huishoudelijk reglement worden de bedoelde organisaties met name genoemd.

3). Voor ieder van de in het eerste lid onder b, c, d en e bedoelde bestuursleden wordt op de wijze als is bepaald in het tweede lid van dit artikel, een plaatsvervangend lid benoemd dat dit lid bij ontstentenis vervangt.

4). Het bestuur wijst uit zijn midden een ondervoorzitter aan, die de voorzitter bij ontstentenis vervangt.

5). De voorzitter en de overige bestuursleden alsmede hun plaatsvervangers, hebben zitting voor de tijd van vijf jaar. Degenen die aftreden, zijn voor maximaal één zittingstermijn herbenoembaar. Een tussentijdse benoeming vindt plaats voor een eerste en volledige termijn van vijf jaren.

6). Het bestuur wordt bijgestaan door de secretaris zijnde de directeur die met algemene zaken is belast; deze maakt geen deel uit van het bestuur.

Artikel 6

1). Het bestuur heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken in de stichting en stelt het algemeen beleid en de strategie van de NAK vast. Het bestuur staat de directie met raad terzijde. Bij de vervulling van haar taak richt het bestuur zich naar het belang van de stichting.

2). Het bestuur:

De tarieven en het reglement behoeven, alvorens van kracht te zijn, de goedkeuring van de Minister.

3). De directie verschaft het bestuur tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder bestuurslid alle inlichtingen betreffende de zaken van de stichting die deze mocht verlangen. Het bestuur is bevoegd inzage te nemen en te doen van alle boeken, bescheiden en correspondentie van de stichting; ieder bestuurslid heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimte en terreinen.

4). Het bestuur kan zich in de uitoefening van zijn taak voor rekening van de stichting doen bijstaan door deskundigen.

5). Het bestuur is bevoegd één of meer commissies van advies te benoemen, waaraan één of meer adviseurs kunnen worden toegevoegd. Bij instelling van een dergelijke commissie wordt de samenstelling en de werkwijze daarvan in het huishoudelijk reglement geregeld.

Artikel 7
1.

Het bestuur alsmede de directeur die met algemene zaken is belast zijn bevoegd voor en namens de stichting rechtshandelingen te verrichten, waaronder het kopen, vervreemden of bezwaren van of het investeren in registergoederen en het sluiten van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.

2.

Krachtens deze statuten of enig reglement of krachtens een bestuursbesluit kunnen bepaalde bevoegdheden van het bestuur aan andere organen worden opgedragen.

Directie

Artikel 8
1.

De directie is belast met de dagelijkse leiding van de stichting onder toezicht van het bestuur.

2.

De directie van de stichting wordt gevormd door één of meer directeuren. De benoeming, de schorsing, het ontslag, alsmede de vaststelling en wijziging van de bezoldiging van de leden van de directie geschiedt door het bestuur.

3.

De directeur die met algemene zaken belast is, is secretaris van het bestuur. De directeur die belast is met keuringszaken is secretaris van de vaste commissies. De directie is bevoegd plaatsvervangers aan te wijzen.

4.

Ingeval van belet of ontstentenis van een of meer directeuren zijn de overige directeuren, of is de enige overgebleven directeur belast met de dagelijkse leiding van de stichting. Ingeval van belet of ontstentenis van alle directeuren is een door het bestuur al dan niet uit zijn midden daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk belast met de dagelijkse leiding.

Vertegenwoordiging

Artikel 9
1.

Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan de directeur die met algemene zaken is belast.

2.

Ingeval deze directeur een belang heeft strijdig met dat van de stichting, is naast het bestuur, bovendien de voorzitter dan wel de ondervoorzitter tezamen met een ander door het bestuur aan te wijzen bestuurslid, bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. Het bestuur is echter steeds bevoegd in geval van tegenstrijdig belang een persoon aan te wijzen die de stichting vertegenwoordigt.

3.

Zowel het bestuur als de directeur die met algemene zaken is belast, kunnen volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Vaste Commissies

Artikel 10

1). Er zijn twee vaste commissies:

2). De vaste commissie voor pootaardappelen bestaat uit een onafhankelijke voorzitter, benoemd door het bestuur en vier leden. De voorzitter kan zich laten vervangen door de ondervoorzitter. De ondervoorzitter wordt door de vaste commissie uit haar midden benoemd. De vier leden van de commissie moeten in het bijzonder deskundig zijn ten aanzien van de gewassen, waarvoor de commissie is ingesteld. Verder moet van deze vier leden telkens één lid behoren tot één van de vier groepen bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, c, d en e.

3). De vaste commissie voor zaaizaden bestaat uit een onafhankelijke voorzitter, benoemd door het bestuur en zes leden. De voorzitter kan zich laten vervangen door de ondervoorzitter.

De ondervoorzitter wordt door de vaste commissie uit haar midden benoemd. De zes leden van de commissie moeten in het bijzonder deskundig zijn ten aanzien van de gewassen, waarvoor de commissie is ingesteld.

4). De in lid twee en drie genoemde leden worden, na overleg met de voorzitter van het bestuur, benoemd door de representatieve organisaties van belanghebbenden van de onder b, c, d en e van artikel 5, eerste lid, bedoelde groepen, al naar gelang van het gebied, waarop de te benoemen persoon deskundig wordt geacht.

5). Voor ieder van de in het tweede en derde lid bedoelde leden wordt een plaatsvervangend lid benoemd op de wijze als voor het lid, dat hij bij ontstentenis vervangt, is bepaald in het vierde lid.

Artikel 11

1). De vaste commissies bereiden aanpassing van voorschriften en werkwijze voor en nemen maatregelen op keuringstechnisch terrein voor de gewassen, waarvoor de betrokken commissie is ingesteld

2). De voorzitter van de vaste commissie heeft de bevoegdheid om een besluit inzake maatregelen van een vaste commissie, hetwelk naar zijn mening in strijd is met:

zo spoedig mogelijk doch binnen vijftien dagen nadat dit besluit is genomen, aan het bestuur ter beoordeling voor te leggen.

3). Het bestuur is bevoegd een besluit, als bedoeld in het tweede lid, te vernietigen of eventueel door een ander te vervangen.

4). Indien de voorzitter van de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid gebruik maakt, is de uitvoering van het betreffende besluit tot aan de beslissing van het bestuur van rechtswege geschorst.

5). De werkwijze van de vaste commissies wordt in het huishoudelijk reglement geregeld.

Besluitvorming

Artikel 12
1.

Het bestuur en de vaste commissies vergaderen ten minste tweemaal per jaar en verder zo vaak als de voorzitter of directie dit wenselijk oordeelt of ten minste twee leden onder opgaaf van redenen dit schriftelijk verzoeken.

2.

Het bestuur en de vaste commissies besluiten bij meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, tenzij in deze statuten of krachtens deze vastgestelde voorschriften anders is bepaald. Een lid kan – onverminderd het bepaalde in artikel 5 lid 3 – zich in de vergadering bij schriftelijke volmacht niet door een ander lid doen vertegenwoordigen. Blanco stemmen worden niet als geldige stemmen beschouwd.

3.

Stemmingen over personen geschiedt schriftelijk, alle andere stemmingen mondeling.

4.

Bij staking van stemmen wordt – behoudens de aan de voorzitter krachtens het vijfde lid toekomende bevoegdheid – het nemen van een besluit tot de eerstvolgende vergadering uitgesteld. In laatstbedoelde vergadering wordt, bij staking van stemmen, over zaken door de voorzitter en over personen door het lot beslist.

5.

In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, is deze bij staking van stemmen bevoegd terstond een beslissing te nemen.

6.

Het bestuur en de vaste commissies mogen geen besluiten nemen, indien niet ten minste de helft van hun leden ter vergadering aanwezig is.

7.

Ingeval geen besluit genomen kan worden, wordt een nieuwe vergadering binnen veertien dagen gehouden, met inachtneming van een oproepingstermijn van ten minste zeven dagen. In deze vergadering worden uitsluitend de onderwerpen, op de agenda van de eerste vergadering vermeld, aan de orde gesteld. In deze vergadering kunnen besluiten worden genomen, ongeacht het aantal aanwezige leden.

8.

Bij huishoudelijk reglement worden omtrent het stemmen nadere regelen gesteld.

Artikel 13
1.

Het bestuur en de vaste commissies kunnen in bijzondere gevallen ook buiten de vergadering, als in het vorige artikel bedoeld, een besluit nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, telefonisch, per telefax of op welke wijze dan ook hun mening te uiten en het besluit met algemene stemmen is genomen.

2.

Ingeval een telefonische vergadering plaatsvindt kan een besluit worden genomen met de voorgeschreven meerderheid van stemmen, tenzij één van de leden het betreffende onderwerp in een gewone vergadering aan de orde wil laten stellen.

3.

Van een besluit genomen op de wijze als bedoeld in dit artikel wordt in de eerstvolgende vergadering van het bestuur respectievelijk vaste commissie melding gemaakt door de secretaris.

Artikel 14
1.

De leden van het bestuur, van de vaste commissies en de commissies van advies genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten volgens een door het bestuur te bepalen regeling.

2.

Voor de leden van het bestuur, de vaste commissies en de commissies van advies kan door het bestuur een vergoeding voor tijdverlies en voor de voorzitter een vaste jaarlijkse vergoeding, vastgesteld worden.

Geldmiddelen

Artikel 15
1.

De geldmiddelen van de stichting bestaan uit:

Artikel 16

Het boekjaar loopt van één januari tot en met éénendertig december.

Artikel 17
1.

De stichting beoogt niet het behalen van winst, de inkomsten strekken tot bestrijding van de uitgaven.

2.

Van eventuele overschotten worden door het bestuur fondsen en reserves gevormd, welke, behalve voor het dekken van eventuele tekorten van een boekjaar, dienstbaar gemaakt kunnen worden aan de bevordering van het doel van de stichting overeenkomstig de besluiten van het bestuur, welke besluiten alvorens van kracht te zijn, de goedkeuring behoeven van de Minister.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.