Beleidsregel van de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) toetsing vergunningen beroepsgoederenvervoer over de weg aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob)
Beleidsregel van de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) inzake toepassing van regels van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur op de toetsing van vergunningen beroepsgoederenvervoer (Beleidsregel toetsing vergunningen beroepsgoederenvervoer aan de Wet Bibob)
Hoofdstuk 1. Definities en toepassing
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a. Bureau Bibob: Bureau, bedoeld in de artikelen 8 en 9, eerste lid, van de Wet Bibob;
- b. Minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;
- d. Besluit Bibob: Besluit bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
- e. misdrijf: strafbare feiten als bedoeld in het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2, eerste, tweede, derde lid en vijfde lid, van de Wet economische delicten;
- f. strafbaar feit: feit dat aanleiding kan zijn tot strafvervolging en is bedreigd met een strafrechtelijke sanctie;
- g. NIWO: Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie, als bedoeld in de Wet goederenvervoer over de weg;
- h. vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid en derde lid, van de Wet goederenvervoer over de weg.
Artikel 2
Deze beleidsregel heeft betrekking op:
- a. de strafbare feiten die de NIWO relevant acht voor het begrip ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en b, van de Wet Bibob en voor een aanwijzing of vermoeden als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet Bibob;
- b. de belangen die in de afweging van een besluit inzake een vergunning kunnen worden meegewogen, anders dan de aanwezigheid van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en b, van de Wet Bibob of van een aanwijzing of een vermoeden als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet Bibob;
- c. de feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot aanvraag van een advies van Bureau Bibob als bedoeld in artikel 7, derde lid en artikel 12, derde lid, van de Wet goederenvervoer over de weg.
Hoofdstuk 2. Strafbare feiten
Paragraaf 1. Voordelen uit strafbare feiten
Artikel 3
De NIWO kan op grond van artikel 7, tweede lid, en artikel 12, tweede lid, van de Wet goederenvervoer over de weg een vergunning weigeren of intrekken indien er ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten.
Artikel 4
De NIWO neemt ingevolge het gevaar als bedoeld in artikel 3 uitsluitend strafbare feiten in aanmerking:
- a. die zijn gepleegd;
- b. ingevolge waarvan aanzienlijke voordelen zijn of kunnen worden behaald; waaronder financiële middelen, zaken, producten, diensten, gegevens, informatie, waardepapieren, concurrentievoordeel, goodwill, goede naam en andere voordelen zonder een in het zakelijk verkeer gebruikelijke tegenprestatie;
- c. waarvan de voordelen kunnen worden benut in de uitoefening van het beroep of bedrijf van de aanvrager of houder dan wel de activiteiten waarvoor de vergunning is bedoeld;
- d. die worden aangemerkt als een misdrijf; en
- e. die van zodanig gewicht zijn dat in handeling en gevolg de rechtsorde dan wel economische, maatschappelijke of openbare belangen kunnen worden geschaad.
Artikel 5
Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 4, kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
-
- De commune delicten uit het Wetboek van Strafrecht:
- a. deelneming aan een criminele organisatie (140 WvSr), voor zover het betreft organisaties die zich schuldig hebben gemaakt aan de in dit artikel genoemde feiten;
- b. omkoping van of dwanguitoefening op een ambtenaar, bestuurder of beëdigde beambte (177, 179, 183 lid 1 WvSr);
- c. omkoping van een rechter (178 WvSr);
- d. het illegaal te werk doen stellen van zich onrechtmatig in Nederland bevindende personen (197b WvSr);
- f. mensenhandel, specifiek het vervoeren van personen die worden bewogen tot seksuele handelingen met derden tegen betaling (250a, eerste lid, onder 2 WvSr);
- g. mensenroof (278 WvSr);
- h. slavenhandel (276 WvSr);
- i. schaking (281 WvSr);
- o. verzekeringsoplichting (328 WvSr);
- p. oneerlijke mededinging door misleiding (328bis WvSr);
- q. de aflevering van vervalste voedselwaren en geneesmiddelen (330 WvSr) en het plegen van bedrieglijke handelingen bij de levering van materialen (331, tweede lid WvSr);
- r. het in-, door- of uitvoeren, afleveren en in voorraad hebben van valse waren of merken (337, eerste lid, WvSr), in het bijzonder het plegen beroepshalve (337, tweede WvSr);
- t. opzetheling (416 WvSr) en schuldheling (417bis WvSr);
- u. de medeplichtigheid aan of poging tot het begaan van onder b tot en met t genoemde strafbare feiten.
-
- De delicten uit de Wet wapens en munitie: Het vervoeren, doen binnenkomen of doen uitgaan van wapens van categorieën I, II en III (13, eerste lid; 22, eerste lid, WWM).
-
- De delicten uit de Opiumwet:
- a. het importeren, exporteren, bereiden, telen, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben van verboden middelen (2, eerste lid, onder A, B, C en D en 3, eerste lid, onder A, B, C en D van de Opiumwet);
- b. het medeplichtig zijn aan of op enigerlei wijze behulpzaam zijn bij de onder a bedoelde handelingen (10a, eerste lid Opiumwet).
-
- De delicten uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen:
- a. het opzettelijk of met grove schuld ontduiken van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting, Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikelen 67, sub e, Awr);
- b. het opzettelijk of met grove schuld niet of niet tijdig betalen van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting, Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikelen 67, sub f, Awr).
-
- De delicten uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen:
- a. het is verboden de handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge artikel 3, onderdeel a (artikel 4, WVGS);
- b. het is verboden de handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge artikel 3, onderdeel b, anders dan met inachtneming van de in dat onderdeel bedoelde regels (artikel 5, WVGS).
Artikel 6
De NIWO kan de in artikel 4 bedoelde strafbare feiten buiten beschouwing laten indien naar zijn oordeel een gepleegd strafbaar feit door de omstandigheden van het geval in geringe mate ernstig is.
De ernst van een strafbaar feit wordt bepaald door:
- a. recidive van een zelfde of verwant strafbaar feit;
- b. de mate van schuld;
- c. de hoogte van het behaalde voordeel;
- d. de hoogte van de opgelegde of bij het strafbaar feit behorende strafmaat;
- e. de verleden tijd sinds het feit is begaan;
- f. het aantal betrokkenen bij het strafbare feit;
- g. betrokkenheid van de leidinggevenden binnen het bedrijf van de houder of aanvrager van een vergunning;
- h. de aan mens en goed toegebrachte schade.
Paragraaf 2. Te plegen strafbare feiten
Artikel 7
De NIWO kan op grond van de artikelen 7, tweede lid, en 12, tweede lid, van de Wet goederenvervoer over de weg een vergunning weigeren of intrekken indien er ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.
Artikel 8
De NIWO neemt ingevolge het gevaar als bedoeld in artikel 7 uitsluitend strafbare feiten in aanmerking:
- a. die overeenkomen of samenhangen met de activiteiten die in het kader van een vergunning kunnen worden verricht;
- b. die zijn verricht in de uitoefening van het beroep of bedrijf van de ontvanger of houder dan wel de activiteiten waarvoor de vergunning wordt verstrekt;
- c. die worden aangemerkt als een misdrijf; en
- d. die van zodanig gewicht zijn dat in handeling en gevolg de rechtsorde dan wel economische, maatschappelijke of openbare belangen kunnen worden geschaad.
Artikel 9
Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 8 kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
-
- De commune delicten uit het Wetboek van Strafrecht:
- a. deelneming aan een criminele organisatie (140 WvSr), voor zover het betreft organisaties die zich schuldig hebben gemaakt aan de in dit artikel genoemde strafbare feiten;
- b. omkoping van of dwanguitoefening op een ambtenaar, bestuurder en beëdigd beambte (177, 179, 183 eerste lid, WvSr);
- c. omkoping van een rechter (178 WvSr);
- d. mensensmokkel ofwel het behulpzaam zijn bij het onrechtmatig toegang verschaffen tot een land binnen de Europese gemeenschap (179a WvSr),
- e. slavenhandel (267 WvSr);
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.