← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 2 april 2013, nr. WJZ / 13052618, houdende regels inzake de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de ACM (Besluit mandaat, volmacht en machtiging ACM)

Geldende tekst a fecha 2019-01-01

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gezien de schriftelijke instemming van de Autoriteit Consument en Markt;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Aan de ACM wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:

Artikel 3

Aan de ACM wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de artikelen 4, vierde en vijfde lid, 9 en 22 van de EG concentratieverordening.

Artikel 4

Aan de ACM wordt op het werkterrein van de ACM volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen en voor de daarmee samenhangende handelingen.

Artikel 5

Aan de ACM wordt mandaat en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in artikel 2, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep.

Artikel 6
1.

Aan de ACM wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de P&O-aangelegenheden ten aanzien van het personeel dat de minister aan de ACM ter beschikking stelt.

2.

In afwijking van het eerste lid geldt het mandaat, de volmacht en de machtiging niet voor de volgende aangelegenheden:

Artikel 7
1.

De ACM kan voor de artikelen 2 tot en met 5 bedoelde aangelegenheden aan een afzonderlijk lid van de ACM slechts ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen indien niet gewacht kan worden op een besluit van de ACM.

2.

De ACM kan mandaat, volmacht en machtiging verlenen voor de in de artikelen 2 tot en met 5 bedoelde aangelegenheden aan een afzonderlijk lid van de ACM voor de schriftelijke afdoening en ondertekening van stukken die voortvloeien uit de door de ACM genomen besluiten.

3.

De ACM kan voor de in de artikelen 2 tot en met 5 bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de ambtenaren werkzaam voor zijn organisatie.

4.

De ACM kan voorts voor de in artikel 6 bedoelde P&O-aangelegenheden aan de ambtenaren werkzaam voor zijn organisatie ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen.

Artikel 8
1.

Het verlenen van ondermandaat, volmacht of machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken.

2.

Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht of machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal en aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en aan degenen aan wie krachtens dit besluit ondermandaat is verleend.

Artikel 9

Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

Artikel 10

Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit wordt ingetrokken.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2013.

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Autoriteit Consument en Markt.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.