Besluit van 4 maart 2013, nr. 13.000385 tot regeling van de positie van de vertegenwoordiger van de Nederlandse regering van Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Type Koninklijk besluit
Publication 2020-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 19 februari 2013, 2012-0000711991;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

Er is een Vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Bij koninklijk besluit wordt besloten tot het aangaan of wijzigen van een arbeidsovereenkomst met de vertegenwoordiger. Tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt bij koninklijk besluit besloten, tenzij Onze Minister de arbeidsovereenkomst opzegt op grond van artikel 677 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De vertegenwoordiger maakt deel uit van de organisatie van het ministerie.

Artikel 3

De vertegenwoordiger is belast met de volgende taken:

Artikel 4
1.

De Vertegenwoordiging heeft vestigingen in Aruba, in Curaçao en in Sint Maarten.

2.

De vertegenwoordiger staat aan het hoofd van de Vertegenwoordiging en heeft zijn hoofdvestiging in Curaçao.

3.

De vestigingen hebben een vestigingshoofd, tevens plaatsvervangend vertegenwoordiger voor het desbetreffende land die ondergeschikt is aan de vertegenwoordiger.

4.

De personeelsformatie en de positie van de Vertegenwoordiging worden geregeld in het organisatiebesluit van het ministerie.

Artikel 5

Het koninklijk besluit tot regeling van de positie van de vertegenwoordiger van de Nederlandse regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba van 24 april 1997, nr. 97.0011986, Stcrt, 1997, nr. 97, zoals dit laatstelijk gewijzigd is bij koninklijk besluit van 7 oktober 2002, nr. 02.004597, Stcrt. 2002, nr. 200 wordt ingetrokken.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatcourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 10 oktober 2010.

Artikel 7

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.