← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 19 april 2013, nr. WJZ/13071131, houdende vaststelling van de aanvraag- en verdeelprocedure voor enkele vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte in de FM-band, de middengolfband en band III (Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep)

Geldende tekst a fecha 2013-04-24

Gelet op artikelen 8, 9, eerste lid, 10, eerste lid, 11, derde lid, en 12 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1. Definities
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Onder een groep wordt mede verstaan een rechtspersoon of andere juridische entiteit waarin twee of meer aanvragers gelijke aandelen houden of gelijke juridische zeggenschap hebben.

Paragraaf 2. Vergunningen voor frequentieruimte in de FM-band en de middengolfband

Artikel 2. Beschikbare vergunningen
1.

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn de volgende vergunningen beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld:

2.

Een aanvraag krachtens deze paragraaf heeft uitsluitend betrekking op:

Artikel 3. Aanvraag
1.

Een aanvraag wordt uiterlijk op 22 mei 2013 om 14.00 uur per post ontvangen op dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres en met de volgende adressering:

Agentschap Telecom

Ter attentie van: projectteam uitgifte kavels A7, B38 en C08

Emmasingel 1

9726 AH Groningen

2.

De aanvraag omvat een bod voor elke vergunning waarop de aanvraag betrekking heeft. Het bod kan na indiening van de aanvraag niet worden aangepast. Het bod is onvoorwaardelijk voor zover dit het eerste bod, bedoeld in bijlage 1, betreft.

3.

Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

4.

Met elkaar verbonden instellingen als bedoeld in artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008 dienen maar één aanvraag in.

5.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het als bijlage 1 bij deze regeling gevoegde model en gaat vergezeld van de in bijlage 1 bedoelde gegevens en bescheiden.

6.

Bij de aanvraag maakt de aanvrager van vergunning kavel B38 of vergunning kavel C08 kenbaar of hij aan de in nationale voetnoot 004 van het Nationaal Frequentieplan 2005 bedoelde koppeling voldoet en blijft voldoen:

7.

De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

8.

De aanvrager informeert de minister per brief, die wordt geadresseerd op de in het eerste lid genoemde wijze, onverwijld over wijzigingen met betrekking tot de in bijlage 1 bedoelde gegevens en bescheiden, onverlet het tweede lid.

9.

Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

10.

Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2005 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor vergunning kavel A7 zijn aanvraag vergezeld gaan van een aanvraag voor vergunning kavel 11C.

Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2005 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor vergunning kavel B38 of vergunning kavel C08, uitgaand van zijn in het zesde lid bedoelde keuze, zijn aanvraag vergezeld gaan van een aanvraag voor vergunning allotment 7A dan wel een kopie van een door hem gesloten doorgifte-overeenkomst die voldoet aan het gestelde in bijlage 2.

Indien de aanvrager zowel vergunning kavel B38 als vergunning kavel C08 aanvraagt, vraagt hij ten hoogste één vergunning voor allotment 7A aan.

11.

Het zesde en tiende lid zijn niet van toepassing op:

Artikel 4. Zekerheidstelling
1.

Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van het bod voor elk van de aangevraagde vergunningen een waarborgsom of een bankgarantie waarvan de hoogte gelijk is aan een vierde deel van zijn eerste bod voor die vergunning onder vermelding van de desbetreffende vergunning.

2.

De zekerheid wordt verstrekt voor de periode tot:

3.

Een aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op 22 mei 2013 om 14.00 uur per aangevraagde vergunning:

Artikel 5. Onjuiste indiening vergunningaanvraag
1.

Indien niet is voldaan aan artikel 3, eerste lid, wijst de minister de aanvraag af.

2.

Voor zover niet is voldaan aan artikel 3, tweede lid, wijst de minister de aanvraag af.

Artikel 6. Verzuimherstel
1.

Indien de aanvraag niet is geweigerd op grond van artikel 5 en er is niet voldaan aan de in artikel 3, vierde, vijfde, zesde, zevende en tiende lid, en artikel 4 gestelde eisen, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

2.

Een aanvrager heeft gedurende acht werkdagen te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

3.

De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 3, eerste lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 17.00 uur. Verzuimherstel aangaande een waarborgsom geschiedt binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, en voor de overige aspecten overeenkomstig artikel 4, derde lid.

4.

Indien het verzuim niet binnen de termijn vermeld in het tweede lid en op de wijze vermeld in het derde lid, is hersteld of na herstel niet wordt voldaan aan de in artikel 3, vierde, vijfde, zesde, zevende en tiende lid, en artikel 4 gestelde eisen, kan de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling worden gelaten.

Artikel 7. Rechtsvorm en financiële positie
1.

Een aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

Een aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

3.

Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b en c, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

4.

De aanvrager verstrekt een verklaring als bedoeld in bijlage 6 inzake de financiële draagkracht. Dit vereiste geldt niet voor de aanvrager die de in artikel 4, eerste lid, bedoelde zekerheid verstrekt ter hoogte van de helft van zijn eerste bod voor elke aangevraagde vergunning.

Artikel 8. Hoedanigheid van commerciële omroep

Een aanvrager beschikt over de vereiste toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Artikel 9. Eisen ten aanzien van democratische, sociale, taalkundige en culturele belangen
1.

Een aanvrager van vergunning kavel A7 heeft zich blijkens een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage 4, punt 1, bij deze regeling ertoe verplicht dat een krachtens deze regeling aan hem verleende vergunning zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling:

2.

Een aanvrager van vergunning kavel B38 heeft zich blijkens een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage 4, punt 2, bij deze regeling ertoe verplicht dat een krachtens deze regeling aan hem verleende vergunning zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.

Artikel 10. Voorkomen van collusie
1.

Een aanvrager verklaart door middel van een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling dat hij en, indien hij behoort tot een groep, de andere leden van de groep waartoe hij behoort, zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag hebben onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich voor de datum, bedoeld in artikel 3, eerste lid, zullen onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het verrichten van dergelijke gedragingen.

2.

De minister kan een aanvraag afwijzen als naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager of, indien hij behoort tot een groep, andere leden van de groep waartoe hij behoort, afspraken hebben gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen hebben verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

Artikel 11. Bepaling hoogste toewijsbare bod en vergunningverlening
1.

De minister stelt aan de hand van de door de aanvragers ingediende aanvragen vast welke aanvragers het hoogste toewijsbare bod hebben uitgebracht voor vergunning kavel A7, voor vergunning kavel B38 en voor vergunning kavel C08.

2.

Als toewijsbaar bod in de zin van het eerste lid wordt aangemerkt een bod:

3.

Bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, gaat de minister uit van het eerste bod dat is uitgebracht. Indien meer dan één aanvrager hetzelfde eerste bod als hoogste eerste bod hebben uitgebracht en indien deze biedingen toewijsbaar zijn in de zin van het tweede lid, vindt de vaststelling plaats aan de hand van het eerste aanvullende bod van de desbetreffende aanvragers dat als zodanig is opgenomen op de biedkaart. Indien meer dan één aanvrager hetzelfde eerste aanvullende bod als hoogste eerste aanvullende bod hebben uitgebracht en indien deze biedingen toewijsbaar zijn in de zin van het tweede lid, vindt de vaststelling plaats aan de hand van het tweede aanvullende bod van de desbetreffende aanvragers dat als zodanig is opgenomen op de biedkaart. Indien meer dan één aanvrager hetzelfde tweede aanvullende bod als hoogste tweede aanvullende bod hebben uitgebracht en indien deze biedingen toewijsbaar zijn in de zin van het tweede lid, vindt de vaststelling plaats aan de hand van het derde aanvullende bod van de desbetreffende aanvragers dat als zodanig is opgenomen op de biedkaart.

4.

Na de in het eerste lid bedoelde vaststelling worden vergunning kavel A7, vergunning kavel B38 en vergunning kavel C08 verleend aan de in het eerste lid bedoelde aanvragers.

5.

Voor zover aanvragen niet op grond van het vierde lid voor toewijzing in aanmerking komen, worden ze afgewezen.

Artikel 12. Betalingsregime
1.

Een aanvrager die vergunning kavel A7, vergunning B38 of vergunning kavel C08 verkrijgt, betaalt het door hem voor de vergunning uitgebrachte bod dat op grond van artikel 11 is aangemerkt als hoogste toewijsbare bod, uiterlijk zes weken na het tijdstip van de vergunningverlening.

2.

Indien op verzoek van de verkrijger van de vergunning in afwijking van het eerste lid uitstel van betaling wordt verleend, wordt aan de beschikking tot uitstel van betaling het voorschrift verbonden dat het verschuldigde bedrag wordt betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn zes weken na het tijdstip van de vergunningverlening vervalt en de daaropvolgende termijnen steeds jaarlijks vervallen op 1 september, voor het eerst op 1 september 2014.

3.

Betalingen worden verricht door overmaking op bankrekeningnummer 569994039, IBAN: NL49RBOS0569994039, SWIFT: RBOSNL2A, ten name van Ministerie van Economische Zaken, Agentschap Telecom, Afdeling Finance & Control, onder vermelding van de desbetreffende vergunning.

4.

De minister kan een geldschuld jegens de aanvrager die verband houdt met een bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet genomen besluit, verrekenen met een vordering op grond van het eerste of het tweede lid.

Artikel 13. Afwikkeling zekerheidstelling
1.

Indien de aanvraag voor een vergunning wordt toegewezen, vergoedt de minister de rente over de voor die vergunning gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 4, derde lid, tot en met de dag waarop de vergunning wordt verleend.

2.

Indien de aanvraag voor een vergunning wordt afgewezen, vergoedt de minister de rente over de voor die vergunning gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 4, derde lid, tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort.

3.

De rente wordt berekend volgens actual/360 op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Overnight Index Average, minus 100 basispunten, met een minimum van 0%.

Paragraaf 3. Vergunningen voor frequentieruimte in band III

Artikel 14. Beschikbare vergunningen
1.

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn de volgende vergunningen beschikbaar om te worden verleend:

2.

Voor de beschikbaarheid van vergunning allotment 7A gelden de beperkingen die voortvloeien uit artikel 3, tiende en elfde lid.

Artikel 15. Aanvraag
1.

Een aanvraag voor vergunning kavel 11 C of vergunning allotment 7A wordt ingediend met overeenkomstige toepassing van artikel 3, eerste lid, derde tot en met vijfde lid en zevende tot en met negende lid.

2.

De artikelen 6 tot en met 10 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat ook in het geval dat bij de aanvraag voor een vergunning voor digitale radio-omroep niet is voldaan aan artikel 3, eerste lid, de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld het verzuim te herstellen overeenkomstig artikel 6.

Artikel 16. Gekoppelde verlening
1.

Indien vergunning kavel A7 wordt verleend aan een aanvrager, verleent de minister gelijktijdig aan deze aanvrager vergunning kavel 11C.

2.

Indien vergunning kavel C08 of vergunning kavel B38 wordt verleend aan een aanvrager, verleent de minister desgevraagd gelijktijdig aan deze aanvrager vergunning allotment 7A, onverlet het bepaalde in artikel 3, tiende lid, laatste volzin, en artikel 3, elfde lid.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 17. Wijziging Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003

Wijzigt de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003.

Artikel 18

De Beleidsregel optimalisatie commerciële FM-vergunningen en de Beleidsregel sancties frequentiegebruik radio-omroep worden ingetrokken.

Artikel 19. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 20. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep.

Bijlage 1

Model vergunningaanvraag, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep

De aanvrager volgt bij de indiening van zijn aanvraag voor vergunning kavel A7, vergunning B38 of vergunning kavel C08, alsmede vergunning kavel 11C respectievelijk vergunning allotment 7A, het format en de schema’s van deze bijlage.

Paragraaf 1. Algemene gegevens en documenten

De aanvrager verstrekt de volgende algemene gegevens en documenten:

Paragraaf 2. Aanvraag met inbegrip van het bod

Paragraaf 2a. Aanvraag

De aanvraag zelf dient aan de hand van het volgende model te worden opgesteld:

Hiermee dien ik een aanvraag in voor:

*) u dient voor de aanvraag van de vergunning kavel A7 hokje a aan te kruisen. Voor de aanvraag van vergunning kavel B38 dient u hokje b aan te kruisen. Voor de vergunning kavel C08 dient u hokje c aan te kruisen. Op grond van artikel 2, tweede lid, van deze regeling is het niet mogelijk om zowel de vergunning kavel A7 als de vergunning kavel B38 aan te vragen. U dient te kiezen uit één van beide. De vergunning kavel C08 kunt u in combinatie met hetzij de vergunning kavel A7, hetzij de vergunning kavel B38 aanvragen.

Indien u de vergunning kavel B38 en-of de vergunning kavel C08 aanvraagt en u (lees: de aanvragende rechtspersoon) niet reeds houder bent van ten minste een achttiende deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 188,160 MHz – 189,696 MHz (allotment 7A) of van een vergunning voor ten minste een negende deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 219,584 MHz – 221,120 MHz (kavel 11C), kruist u één van de onderstaande twee digitaliseringsopties aan:

Paragraaf 2b. Bod

Het bod dient aan de hand van het volgende model te worden opgesteld:

Een bod wordt uitgebracht voor die vergunning waarvoor ook een aanvraag is gedaan (vergunning kavel A7 en/of vergunning kavel B38 en/of vergunning kavel C08)

Een bod wordt uitgebracht in euro’s en het bedrag van het bod wordt:

Het bod omvat

Biedkaart

Deelnemer (Naam): ......

Door de deelnemer in te vullen gegevens:

Indien ik én één of meer andere aanvragers hetzelfde hoogste toewijsbare bod hebben geboden, uitgaand van het eerste bod, verhoog ik mijn eerste bod voor de vergunning kavel A7 en/of voor de vergunning kavel B38 en/of voor de vergunning kavel C08 in eerste instantie met:

Indien het bod met inbegrip van het eerste aanvullende bod van mij én van één of meer andere aanvragers hetzelfde hoogste toewijsbare bod vormt, verhoog ik mijn eerste bod voor de vergunning kavel A7 en/of vergunning kavel B38 en/of voor de vergunning kavel C08 in tweede instantie met:

Indien het bod met inbegrip van het tweede aanvullende bod van mij én van één of meer andere aanvragers hetzelfde hoogste toewijsbare bod vormt, verhoog ik mijn eerste bod voor de vergunning kavel A7 en/of vergunning kavel B38 en/of voor de vergunning kavel C08 in derde instantie met:

Paragraaf 2c. Wijze van betaling

In de aanvraag maakt de aanvrager kenbaar of hij, voor het geval dat zijn bod als hoogste toewijsbare bod is aangemerkt,

(*) uitstel van betaling houdt kort samengevat in dat het bod in vier gelijke termijnen dient te worden betaald. Een kwart van het bod dient binnen zes weken na de vergunningverlening te worden betaald, terwijl op uiterlijk 1 september van de jaren 2014, 2015 en 2016 ook steeds een kwart van het bod moet worden betaald. In dit geval blijft de gestelde zekerheid gelden totdat ook het laatste deel van het bod is betaald.

Paragraaf 3. Zekerheidstelling

Indien de aanvrager de in artikel 4, eerste lid, van de regeling bedoelde zekerheid verschaft door de verstrekking van een bankgarantie, voegt hij de bankgarantie – opgesteld overeenkomstig het model, opgenomen in bijlage 3 bij de regeling – bij de aanvraag.

Paragraaf 4. Hoedanigheid als commerciële omroep

De aanvrager voegt bij de aanvraag een kopie van de toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008 (zie artikel 8 van de regeling).

Paragraaf 5. Informatie voor de beoordeling van verbondenheid

Bij de aanvraag wordt gevoegd een beschrijving van de eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen die de rechtspersoon raken. De beschrijving moet inzicht geven in alle banden met andere partijen, zodat kan worden nagegaan of er een zodanige verbondenheid is met andere aanvragers van vergunning kavel A7 of vergunning B38 of met bestaande houders van een FM-vergunning dat er sprake is van eenzelfde instelling in de zin van artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008.

De beschrijving bevat in elk geval gegevens over (voor zover van toepassing):

De aanvrager voegt in verband met de hiervoor bedoelde toetsing op verbondenheid bovendien de volgende documenten bij de aanvraag (voor zover van toepassing):

Paragraaf 6. Schriftelijke verklaringen

Bijlage 2

Eisen die aan een doorgifte-overeenkomst worden gesteld op grond van artikel 3, tiende lid, van de Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep

I. Algemeen

Indien de aanvrager van vergunning kavel B38 of vergunning kavel C08 bij de aanvraag om verlening gekozen heeft voor de optie van digitalisering door middel van doorgifte, dient hij bij zijn aanvraag een kopie van een doorgifte-overeenkomst als bedoeld in artikel 1, onder h, van de regeling, te overleggen welke voldoet aan de in deze bijlage gestelde eisen.

Dit betekent dat de doorgifte-overeenkomst ten tijde van de aanvraag om verlening reeds dient te zijn gesloten. Wel kan de overeenkomst gesloten zijn onder de voorwaarde dat de gevraagde vergunning wordt verleend.

De aanvrager van vergunning kavel B38 of vergunning kavel C08 (verder: de vergunninghouder) dient de doorgifte-overeenkomst te hebben gesloten met een partij die houder is van een vergunning voor digitale radio-omroep die betrekking heeft op de frequentieband 219,496-221,208 MHz (kavel 11C) of op een van de frequentiebanden die zijn bedoeld in de tabel behorende bij nationale voetnoot 002 van het Nationaal Frequentieplan 2005 (verder: de opdrachtnemer).

II. Digitaliseringseisen

De doorgifte-overeenkomst dient aan de volgende eisen te voldoen:

() Planningsnormen*

De van toepassing zijnde planningsnorm voor vergunning B38 is de planningsnorm die is gebruikt bij de uitgifte van FM-vergunningen in 2003 en nadien. Deze planningsnorm is als volgt:

De van toepassing zijnde planningsnorm voor vergunning C08 is de planningsnorm die is gebruikt bij de uitgifte van de middengolfvergunningen in 2003 en nadien. Deze planningsnorm is als volgt:

(**) Deze minimumnormen kunnen als volgt worden toegelicht. Het digitale verzorgingsgebied behoeft slechts voor 80% het ‘analoge’ verzorgingsgebied te overlappen. Omdat de hiervoor bedoelde dekkingsnorm voor vergunninghouders met een relatief groot verzorgingsgebied, bijvoorbeeld middengolfvergunninghouders met een landelijk bereik, onevenredig zwaar zou zijn, wordt ook de mogelijkheid geboden te voldoen aan een oppervlaktenorm in vierkante kilometers. Voor de periode van 1 september 2015 tot 1 januari 2017 moet het verzorgingsgebied minimaal 2988,4 km2 groot zijn en voor de periode van 1 januari 2017 tot 1 september 2017 minimaal 5976,8 km2. Dit komt overeen met een dekking van respectievelijk 40% en 80% van de gemiddelde grootte van een allotment (dus resp. 40% en 80% van een vijfde deel van Nederland). Deze minimumnormen sluiten aan bij de voorschriften die zijn bepaald voor de digitale vergunningen voor gezamenlijke exploitatie van de bovenregionale kavel.

Bijlage 3

Model voor een bankgarantie als bedoeld in artikel 4 van de Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep

I. De ondergetekende

.... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte), statutair gevestigd te ...., mede kantoorhoudende te ...., hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

II. Verbindt zich tot het navolgende:

Toelichting

Dit model dient te worden gebruikt voor het stellen van een bankgarantie op grond van artikel 4 van de regeling. De bankgarantie geldt in beginsel tot aan het tijdstip waarop de aanvraag is afgewezen of tot aan het tijdstip waarop in geval van een toewijzing het financiële bod moet worden voldaan. Als de aanvrager desgevraagd uitstel van betaling wordt verleend, dan geldt de bankgarantie totdat ook het laatste deel van het bod is voldaan, in beginsel uiterlijk 1 september 2016. Er is enige tijd nodig om te kunnen bepalen of aan de betalingsverplichting is voldaan en zo nodig een verklaring als bedoeld onder II.4 af te geven dat de bankgarantie niet vervalt. In verband hiermee is in dit model bepaald dat de bankgarantie een looptijd heeft tot 1 november 2013 of tot 1 november 2016.

Bijlage 4

1. Modelverklaring voor vergunning kavel A7 als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7 en B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep,

Ondergetekende verklaart dat hij, indien aan hem vergunning kavel A7 wordt verleend, hij deze vergunning zal gebruiken voor het uitzenden van een commercieel radioprogramma dat:

Naam aanvrager:

Handtekening:

2. Modelverklaring voor vergunning kavel B38 als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7 en B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep,

Ondergetekende verklaart dat hij, indien aan hem vergunning kavel B38 wordt verleend, hij deze vergunning zal gebruiken voor het uitzenden van een commercieel radioprogramma dat voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.

Naam aanvrager:

Handtekening:

Bijlage 5

Modelverklaring als bedoeld in artikel 10, eerste lid van de Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep

Ondergetekende verklaart dat hij en, indien hij behoort tot een groep, de andere leden van de groep waartoe hij behoort, zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag hebben onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich tot en met de datum, bedoeld in artikel 3, eerste lid, zullen onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het doen van dergelijke gedragingen.

Naam aanvrager:

Handtekening:

Bijlage 6

Modelverklaring inzake financiële draagkracht, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep

I. De ondergetekende

.... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte), statutair gevestigd te ...., mede kantoorhoudende te ...., hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

Verklaart hiermee dat

Naam aanvrager voor een vergunning .....

Gevestigd te .....

over zodanige financiële draagkracht beschikt, dat hij

Deze verklaring is uitsluitend bestemd voor de Staat der Nederlanden en kan daarom niet door enig ander persoon dan wel voor enig ander doel worden gebruikt.

Deze verklaring wordt verstrekt naar beste weten, onder uitsluiting van iedere aansprakelijkheid of verplichting van de bank jegens derden

Naar waarheid ingevuld,

Deze regeling zal met de bijlagen en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.