← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 19 april 2013, nr. IENM/BSK-2013/72460, houdende omzetting van bepalingen omtrent het luchthavenluchtverkeer uit het aanwijzingsbesluit van de luchthaven Rotterdam The Hague Airport, in verband met de vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens (Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport)

Geldende tekst a fecha 2013-05-01

Gelet op artikel X van de Wet van 18 december 2008 houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 2008, 561);

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Het gebruiksjaar betreft de periode van 1 november van enig jaar tot 1 november van het daarop volgende jaar.

Hoofdstuk 2. Luchthaven

Artikel 2
1.

Deze regeling is van toepassing op de luchthaven Rotterdam The Hague Airport.

2.

Het luchthavengebied is aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 3
1.

Op de luchthaven is de verharde start- en landingsbaan 06-24 gelegen in de geografische richting 57°-237°, met een lengte van 2.200 meter en een breedte van 45 meter, die voor het gebruik door het luchtverkeer is ingedeeld onder codenummer 4 en codeletter E, als bedoeld in bijlage 14, deel 1, van het verdrag.

2.

De baan is aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze regeling.

Hoofdstuk 3. Regels en grenswaarden

Artikel 4
1.

Het gebruik of het doen of laten gebruiken van de luchthaven is niet toegestaan:

2.

Het eerste lid geldt niet voor:

3.

Het eerste lid, onderdeel a, geldt niet in de periode van 18.00 uur tot 23.00 uur en in de periode van 07.00 uur tot 08.00 uur plaatselijke tijd, voor hoofdstuk 2- of hoofdstuk 3-vliegtuigen met een maximaal toegelaten totaalmassa van ten hoogste 34 ton, waarvan de maximale binnenruimte waarvoor het bepaalde type vliegtuig toestemming is verleend ten hoogste 19 passagierstoelen bevat, de stoelen voor de bemanning niet meegerekend.

4.

Het eerste lid, onderdeel b, geldt niet voor:

Artikel 5

Het uitvoeren van circuitvluchten in het kader van een les- of oefenvlucht is verboden:

Artikel 6

Op de luchthaven is incidenteel gebruik door militaire luchtvaartuigen toegestaan. Op dit gebruik is artikel 4 niet van toepassing.

Artikel 7

De ligging van de handhavingspunten, bedoeld in artikel X, eerste en tweede lid, van de wet, en de grenswaarden voor de geluidbelasting op die punten, zijn opgenomen op de kaart onderscheidenlijk in de tabel in bijlage 1 bij deze regeling.

Artikel 8

De exploitant dient binnen de in artikel 7 genoemde grenswaarden voor de geluidbelasting een geluidruimte te reserveren waarbinnen een jaarlijks door de Minister van Infrastructuur en Milieu vast te stellen aantal regerings- en militaire vluchten kan worden afgewikkeld.

Hoofdstuk 4. Ruimtelijke beperkingen

Artikel 9

De beperkingengebieden, bedoeld in artikel X, vijfde lid, van de wet, zijn aangegeven op de kaarten in bijlage 2 en 3 bij deze regeling.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2013.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport.

Bijlage 1. bedoeld in de artikelen 2, 3 en 7 van de Omzettingsregeling Rotterdam The Hague Airport: ligging van de baan en plaats van de handhavingspunten, grenswaarden in de handhavingspunten

Bijlage 2. bedoeld in artikel 9 van de Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport: het beperkingengebied ten gevolge van de Ke-zone

Bijlage 3. bedoeld in artikel 9 van de Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport: het beperkingengebied ten gevolge van de Bkl-zone

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.