Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 april 2013 DCB/CZW/S&B, houdende regels inzake een eenmalige bijzondere uitkering voor integrale projecten aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Regeling bijzondere uitkering integrale projecten 2013)

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2014-11-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister voor Wonen en Rijksdienst en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel 92, vijfde lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel bijzondere uitkering integrale projecten
1.

Een openbaar lichaam ontvangt over 2013 een bijzondere uitkering integrale projecten ten behoeve van activiteiten en diensten die ten doel hebben het verbeteren van de leefbaarheid, de re-integratie naar duurzaam betaald werk en het bevorderen van de maatschappelijke participatie.

2.

Met deze bijzondere uitkering integrale projecten financiert het openbaar lichaam experimentele projecten in het kader van arbeidsmarktbeleid, kinderopvang, onderwijs, integrale wijkenaanpak, zorg, sport en jeugdbeleid.

3.

De Minister verstrekt aan een openbaar lichaam de bijzondere uitkering integrale projecten ten behoeve van de kosten van de in deze regeling bedoelde activiteiten en diensten.

Artikel 3. Totale bijdrage

Het bedrag van de bijzondere uitkering integrale projecten is voor 2013 maximaal USD 1.647.355.

Artikel 4. Aanvragen
1.

De middelen voor de bijzondere uitkering integrale projecten worden als projectgelden uitgekeerd. Om in aanmerking te komen voor deze gelden, dienen de bestuurscolleges van de openbare lichamen een of meerdere projectvoorstellen in bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het projectvoorstel heeft betrekking op de verwezenlijking van een of meerdere doelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

2.

Voor het indienen van elk van de projectvoorstellen dienen de bestuurscolleges van de openbare lichamen gebruik te maken van een door de Minister ter beschikking gesteld formulier.

3.

De bestuurscolleges van de openbare lichamen kunnen in het tijdvak dat loopt van 1 januari tot en met 31 december 2013 projectvoorstellen indienen voor het kalenderjaar 2013.

4.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beslist op de projectvoorstellen. Een voorstel voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in deze regeling en in het beleidskader ten behoeve van projecten integrale aanpak Caribisch Nederland. Dat beleidskader is als bijlage bij deze regeling gevoegd.

Artikel 5. Besteding

De bijzondere uitkering integrale projecten wordt door het openbaar lichaam uitsluitend besteed aan een in het ingediende projectvoorstel opgenomen doel als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 6. Niet of niet volledig bestede bijzondere uitkering integrale projecten
1.

Het openbaar lichaam kan de niet of niet volledig bestede bijzondere uitkering integrale projecten over het kalenderjaar 2013 eveneens besteden aan een in het projectvoorstel opgenomen doel ten behoeve van het kalenderjaar 2014 of 2015.

2.

De niet in de kalenderjaren 2013, 2014 of 2015 aan een in het projectvoorstel opgenomen doel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bestede bijzondere uitkering integrale projecten wordt in het kalenderjaar 2016 door de Minister teruggevorderd.

Artikel 7. Informatievoorziening

De openbare lichamen verstrekken desgevraagd aan de Minister de gegevens die hij voor de statistiek en de beleidsvorming met betrekking tot deze regeling nodig heeft. De gegevens worden kosteloos verstrekt.

Artikel 8. Verantwoording
1.

De openbare lichamen leggen over de besteding van de bijzondere uitkering integrale projecten verantwoording af aan de Minister via de jaarlijkse, door de openbare lichamen, op te stellen jaarrekening, bedoeld in artikel 31 van de wet.

2.

Het openbaar lichaam vermeldt in de jaarrekening, in de paragraaf verantwoordingsinformatie bijzondere uitkering, bedoeld in artikel 21, derde lid, onder c, van het Besluit begroting en verantwoording openbare lichamen BES, welk bedrag is besteed aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde doelen.

Artikel 9. Betaling

De middelen voor de bijzondere uitkering integrale projecten worden op grond van artikel 88, achtste lid, van de wet verstrekt uit de begroting van het BES-fonds. De betaling van de bijzondere uitkering integrale projecten geschiedt na goedkeuring door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van het door de bestuurscolleges van de openbare lichamen ingediende projectvoorstel.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere uitkering integrale projecten 2013.

Bijlage. Beleidskader 2013, 2014, 2015 ten behoeve van projecten integrale aanpak Caribisch Nederland

1. Inleiding

In het Bestuurlijk Akkoord van 18 april 2010 tussen Bonaire, Sint Eustatius, Saba en Nederland is geconstateerd dat voor het verbeteren van de welvaart op de eilanden het versterken van economische activiteiten, het vergroten van de leefbaarheid (met daarbij ook aandacht voor fysieke aspecten zoals verbetering van het ziekenhuiswezen, huisvestingsvraagstukken, woningbouwprojecten), het verbeteren van de werking van de arbeidsmarkt en het uitbreiden van werkgelegenheid van groot belang zijn. Binnen de sociaaleconomische context is sprake van een intrinsieke verknoping van beleidsterreinen als arbeidsmarkt, educatie en onderwijs, maatschappelijke zorg ((geestelijke) gezondheidszorg, waaronder (preventie van) verslavingsproblematiek, jeugdzorg en maatschappelijke hulpverlening), leefbaarheidsvraagstukken, sociale woningbouw en wijken. Een zo integraal mogelijke aanpak kan een extra impuls geven aan het aanpakken en oplossen van de op de eilanden aanwezige problematiek van (arbeids)participatie en leefbaarheid.

De Nederlandse departementen Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Economische Zaken hebben zich gezamenlijk verbonden met betrekking tot de genoemde integrale aanpak en stellen middelen ter beschikking voor de financiering van projecten ‘integrale aanpak Caribisch Nederland’.

Hoofddoel van de integrale aanpak is het verbeteren van de leefbaarheid, de re-integratie naar duurzaam betaald werk en het bevorderen van maatschappelijke participatie op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. In dit beleidskader wordt nader toegelicht welke activiteiten wenselijk of nodig zijn om dit doel te bereiken. Ingediende projectvoorstellen dienen bij te dragen aan het bereiken van het hoofddoel en dienen te bestaan uit meerdere van de in dit beleidskader beschreven activiteiten. Dit beleidskader dient als basis voor het door het Projectteam integrale aanpak Caribisch Nederland te ontwikkelen toetsingskader voor projectvoorstellen.

2. Projectaanvraag

Alleen projecten op Bonaire, Sint Eustatius of Saba kunnen voor goedkeuring en financiering in aanmerking komen. Bij het honoreren van projectvoorstellen wordt gestreefd naar een zo evenredig mogelijke verdeling over de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Alleen de bestuurscolleges van Bonaire, Sint Eustatius of Saba kunnen projectvoorstellen indienen. Voorstellen dienen te voldoen aan de eisen die worden gesteld in de Ministeriële Regeling, houdende regels inzake een eenmalige bijzondere uitkering voor integrale projecten aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (regeling bijzondere uitkering integrale projecten 2013).

3. Integrale aanpak

Met een integrale aanpak wordt het mogelijk de leefbaarheid, de re-integratie naar duurzaam betaald werk en het bevorderen van maatschappelijke participatie op de eilanden voortvarend ter hand te nemen. Er ontstaat meer ruimte om middelen te bundelen en combinaties mogelijk te maken. Het creëert daarmee meer mogelijkheden om een samenhangende aanpak te realiseren, afgestemd op en passend binnen de lokale praktijk, waarbij eigen afwegingen kunnen worden gemaakt wat betreft de nadruk op verschillende doelen. Door een integrale aanpak kunnen combinaties tot stand worden gebracht die de effectiviteit van de verschillende activiteiten kunnen versterken. Daarmee biedt een dergelijke aanpak ook kansen om efficiënter en effectiever te werken.

4. Arbeidsmarktbeleid

De beleidsinzet dient primair gericht te zijn op het tot stand komen van op arbeidsactivering en -bemiddeling en zelfstandig ondernemerschap1Vanuit beide Kamers van Koophandel in Caribisch Nederland kan ondersteuning worden geboden bij het starten van een eigen bedrijf, bijvoorbeeld door startersbegeleiding en microfinanciering (coaching). Door de garantieregelingen van het ministerie van EL&I wordt toegang tot ondernemingsfinanciering in het algemeen gesproken verbeterd en innovatie bevorderd via Innovatie- kredieten en prestatiecontracten. gerichte activiteiten (waaronder job programs). Deze aanpak verbetert enerzijds de toeleiding naar werk en de matching tussen vraag en aanbod; onder meer door de verschillende interventiemogelijkheden toegankelijk en toepasbaar te maken. Anderzijds kan deze aanpak inspelen op zich in de praktijk voordoende knelpunten en probleemgroepen. Hierbij kan vanzelfsprekend ook worden gedacht aan activiteiten, gericht op specifieke groepen. Veelal zal sprake zijn van een situatie waarbij meerdere belemmeringen moeten worden weggenomen, voordat tot een succesvolle arbeidsparticipatie kan worden gekomen. De aanpak zal dan ook vaak niet alleen bestaan uit training in beroepsvaardigheden, maar ook uit begeleiding in algemene werknemersvaardigheden (attitude, op tijd komen, communicatie, probleemoplossend vermogen, werken in teamverband et cetera).

Een adequate werkgeversbenadering is een intrinsiek onderdeel van de aanpak om mensen naar werk te begeleiden, waarbij vraaggestuurde dienstverlening aan werkgevers het uitgangspunt is. Hierbij hoort onder meer een eenduidig aanspreekpunt voor werkgevers voor informatie en advies, zo simpel en transparant mogelijke administratieve procedures, maar ook een zo compleet mogelijk inzicht in de vacatures die voorhanden zijn en toereikende arbeidsmarktinformatie (te verwachten ontwikkelingen op korte en middellange termijn).

5. Kinderopvang

Gezien het hoge aantal alleenstaande moeders is kinderopvang in Caribisch Nederland buitengewoon belangrijk voor arbeidsparticipatie. Maar kinderopvang is ook van groot belang voor de ontwikkeling van het kind, met name in situaties waarin sprake is van een kwetsbare gezinssituatie. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat de kwaliteit van de kinderopvang in veel situaties – naar normen van Europees-Nederland gemeten – volstrekt onvoldoende is. Ook op dit vlak moet de beoogde integrale aanpak soelaas kunnen bieden. Los van de kwaliteit van de kinderopvang heeft de wijze waarop de buitenschoolse opvang (in relatie ook tot de schooltijden) is geregeld in het bijzonder de aandacht. Belangrijk onderdeel van deze problematiek is dat jonge kinderen noodgedwongen op straat zouden hangen, met alle gevolgen van dien. Hiervan is ook de beschikbaarheid van andere voorzieningen, zoals in de sfeer van sportvoorzieningen, relevant.

6. Onderwijs

Uit analyses blijkt dat de opleidingsrichting en het opleidingsniveau van jongeren vaak niet of onvoldoende aansluit bij de vraag van werkgevers. Daarnaast verlaten te veel jongeren voortijdig het voortgezet onderwijs. Adequate mogelijkheden op het vlak van educatie en opleiding dienen dus uitdrukkelijk onderdeel uit te maken van een integrale aanpak, om daarmee ook vanuit educatie en vorming een bijdrage te kunnen leveren aan een integraal aanbod aan bijvoorbeeld werkgevers. In dat verband kan onder meer gewezen worden op de in 2010 van kracht geworden Wet sociale kanstrajecten jongeren BES. Doel van deze regeling is dat voortijdig schoolverlaters tussen de 18 en 25 jaar (onvoldoende startkwalificatie, geen betaald werk, niet ingeschreven staan als onderwijsdeelnemer) via deelname aan een Sociaal Kanstraject Jongeren (SKJ) alsnog in staat worden gesteld om een startkwalificatie te behalen of, als dat niet haalbaar is, passend werk te vinden. Het gaat hierbij om maatwerktrajecten, gericht op het verwerven en versterken van de basisvaardigheden en de sociale redzaamheid en op het ontwikkelen van de nodige attitudes en vaardigheden om zich in een werkkring te kunnen handhaven. De middelen voor de financiering van de trajecten worden toegewezen via een daarvoor in het leven geroepen bijzondere uitkering.

7. Wijkaanpak

De wijkenaanpak die in 2007 in Nederland is gestart, is een integrale, gebiedsgerichte aanpak die er op gericht is om in de wijken met de grootste problemen achterstanden te verkleinen. In de langjarige aanpak wordt een verbinding gelegd tussen wonen, werken/participeren, leren, integreren, gezondheid en veiligheid. Een samenhangende mix van maatregelen en het centraal stellen van bewoners bij de opzet en uitvoering van plannen voor hun wijk, blijkt de effectiviteit van de aanpak te vergroten.

De ervaringen met de wijkenaanpak leren dat complexe problemen in aandachtswijken een meervoudig karakter hebben en niet kunnen worden opgelost vanuit één beleidsdomein of partij. Er bestaat een brede overeenstemming dat de samenhangende aanpak cruciaal is en dat daarvoor een nauwe samenwerking van verschillende partijen noodzakelijk is. Het nemen van de bewonerswensen als uitgangspunt blijkt een belangrijke succesfactor.

Hoewel de problematiek van Caribisch Nederland niet identiek is aan die in de aandachtswijken in Nederland, is focus en een langjarige, integrale aanpak wenselijk om achterstanden en complexe problemen aan te pakken. Ook op de eilanden is het belangrijk er voor te zorgen dat bewoners centraal staan, dat bewoners invloed hebben en zeggenschap, zowel bij de planvorming als bij de uitvoering. De aanpak vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de lokale partijen. Met betrekking tot dit laatstgenoemde punt hebben de eilanden aangegeven een geïntegreerde aanpak ten aanzien van de sociaaleconomische ontwikkelkansen te willen. BZK/WBI fungeert hierbij als inspirator en aanjager en zal in die rol de eilanden ondersteunen bij de uitvoering door onder andere kennisoverdracht en inzet van deskundigheid.

De inbreng van BZK zal met name tot doel hebben het ondersteunen en bevorderen van het tot stand komen van een systeem van integraal werken (het bijeen brengen van de benodigde partners voor de oplossing van problemen), om daarmee de randvoorwaarden te scheppen waarbinnen de sociaaleconomische positie van de bewoners in Caribisch Nederland kan worden verbeterd. Beoogde uitwerking hiervan is het vergroten van de maatschappelijke participatie via onder andere de aanpak van de sociale problematiek (multiprobleem gezinnen).

8. Zorg, sport en jeugdbeleid

Het doel is een beter toegankelijke, kwalitatieve, doelmatige en betaalbare zorg en jeugdzorg en het bevorderen van gezondheid en sociale samenhang, toegroeiend richting Nederlands niveau. De curatieve zorg, de langdurige zorg en de verslavingszorg vormen onderdeel van de wettelijke aanspraken conform de Zorgverzekering BES.

Bij de in dit kader voorgestane integrale aanpak van de sociaal economische problemen heeft met name het voorkomen van verslavingsproblemen prioriteit. Voor de aanspraak in de zorgverzekering van de verslavingszorg is door VWS reeds gekozen voor een integrale aanpak met justitie (forensische zorg), jeugd, jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg en lichte gehandicaptenzorg. Op deze dossiers wordt dus al in verre mate samenwerking met andere partijen verwezenlijkt. Deze aanspraken worden door VWS bekostigd. In dit kader dient derhalve de aandacht met name uit te gaan naar de preventie van verslavingsproblematiek.

De jeugdzorg in Caribisch Nederland staat in het teken van uitbreiding van voorzieningen, verhogen van kwaliteit, en de borging daarvan in de reguliere setting. Het gaat om het uitbreiden met een aantal nieuwe onderdelen van jeugdzorg en het verbeteren van de kwaliteit bij de verschillende voorzieningen. Inmiddels zijn op alle drie de eilanden Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) gevestigd. Jeugdzorg en Gezinsvoogdij CN werkt intensief samen op lokaal niveau met OCW (aansluiting jeugdzorg en onderwijs) en met V&J (versterken justitiële jeugdketen). Ook de lokale vrije tijdsvoorzieningen voor jongeren wordt in de ketensamenwerking betrokken. Stimuleren van sport activiteiten die bijdragen aan integrale wijkaanpak, sociale integratie en meer lichaamsbeweging is van belang.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.