← Geldende tekst · Geschiedenis

Instellingsbesluit Commissie van Toezicht Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit

Geldende tekst a fecha 2018-04-07

handelend in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Besluit:

De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Instelling van de commissie van toezicht SDa
1.

Om de onafhankelijke positie van de SDa te versterken is er een commissie van toezicht SDa.

2.

De werkwijze en de taken van de commissie worden geregeld in dit besluit.

Artikel 3. Taken van de commissie van toezicht
1.

De commissie heeft tot taak om, vanuit maatschappelijk belang, toezicht te houden op een onafhankelijke taakuitoefening van de SDa, en de staatssecretaris en de minister op de hoogte te stellen van haar bevindingen.

2.

De commissie beoordeelt de conformiteit met de statuten van de SDa van:

3.

De commissie beoordeelt voorts de onafhankelijkheid in het handelen van de SDa bij het uitvoeren van haar statutaire doelstellingen, te weten:

Artikel 4. Benoeming leden van de commissie
1.

De leden van de commissie worden door de staatssecretaris in overeenstemming met de minister benoemd, de voorzitter van het bestuur gehoord hebbend.

2.

De commissie bestaat uit drie leden, waarvan er één wordt benoemd tot voorzitter.

3.

De leden van de commissie worden benoemd voor een periode van drie jaar. Leden kunnen voor maximaal twee termijnen van drie jaar worden herbenoemd.

4.

Benoeming van een nieuw lid, ter vervanging van een tussentijds teruggetreden lid, zal pas plaatsvinden nadat de voorzitter van het bestuur en de overige leden van de commissie over de te benoemen kandidaat zijn gehoord.

5.

Het lidmaatschap van de commissie eindigt door:

6.

De staatssecretaris kan in overeenstemming met de minister in de volgende situaties een lid van de commissie van zijn taak ontheffen:

7.

Een lid van de commissie kan gedurende zijn of haar zittingsperiode niet tevens lid zijn van het bestuur, de Raad van Advies van de SDa of enig andere door het bestuur in te stellen orgaan of commissie.

8.

De leden van de commissie zijn onafhankelijk, zijn geen bestuurder, commissaris of anderszins belanghebbende bij partijen die zakelijke relaties onderhouden met de SDa of bij partijen in de diergeneesmiddelenketen.

9.

Ieder lid van de commissie is verplicht vóór de benoeming dan wel tijdens de zittingsperiode (neven)functies schriftelijk te melden aan de staatssecretaris. Deze zal in overeenstemming met de minister beoordelen of de (neven)functies strijdig zijn met het lidmaatschap van de commissie en deze beoordeling aan het betrokken lid schriftelijk bekend maken. De beslissing kan zijn dat een (neven)functie:

10.

Indien een (neven)functie strijdig is of kan zijn met het lidmaatschap van de commissie, zal het lidmaatschap van de commissie aan betrokkene worden onthouden, dan wel zal het betrokken lid worden ontheven van het lidmaatschap van de commissie.

Artikel 5. Werkwijze van de commissie
1.

De commissie vergadert zo vaak de commissie dat nodig acht, met dien verstande dat de commissie ten minste twee keer per kalenderjaar vergadert met het bestuur.

2.

Aan het begin van ieder kalenderhalfjaar, doch voor eind februari respectievelijk eind september, zal de commissie schriftelijk rapporteren aan de staatssecretaris en de minister over de bevindingen van de in artikel 3 genoemde taken en bevoegdheden, met een afschrift aan het bestuur. De commissie kan deze rapportage mondeling toelichten aan de staatssecretaris en de minister. De voorzitter van het bestuur wordt in dat geval voor deze toelichting uitgenodigd.

3.

De staatssecretaris voorziet in administratieve ondersteuning van de commissie.

4.

Ten minste drie weken voor de vergadering van de commissie ontvangen de leden van de commissie de uitnodiging voor de vergadering die vergezeld moet gaan van:

5.

Van iedere vergadering van de commissie worden notulen bijgehouden.

6.

De commissie vergadert voltallig.

7.

De commissie oordeelt bij unanimiteit.

Artikel 6. Overige bepalingen
1.

De commissie evalueert jaarlijks met de staatssecretaris en de minister het eigen functioneren.

2.

De leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding jegens derden van hetgeen hen uit hoofde van hun lidmaatschap ter kennis is gekomen voor zover die verplichting uit de aard van de zaak volgt of hen uitdrukkelijk is opgelegd. Deze verplichting eindigt niet bij de beëindiging van het lidmaatschap van de commissie.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 20 september 2012.

Artikel 8. Kennisgeving

Afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de leden van de commissie en aan de voorzitter van het bestuur.